ECLI:NL:RBMAA:2002:AE5212
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Geschil over verdeling en waardering van de voormalige echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1997 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en in 2000 gescheiden. De man vordert dat de rechtbank verklaart dat de scheiding en deling van de echtelijke woning nog niet heeft plaatsgevonden en dat de overwaarde van de woning moet worden verdeeld. Tevens vordert hij nietigheid van het convenant voor zover het de woning betreft en betaling van een deel van de overwaarde aan de vrouw.
De vrouw stelt dat er geen definitieve verdeling heeft plaatsgevonden en dat zij door dwaling benadeeld is. De man betwist dit en stelt dat de woning uitdrukkelijk aan hem is toebedeeld met instemming van de vrouw, die geen aanspraak wenste te maken op de overwaarde.
De rechtbank overweegt dat de afspraken tussen partijen, vastgelegd in het convenant en andere documenten, bindend zijn en dat de vrouw de verdeling, ook al is die nadelig voor haar, te haren bate of schade heeft aanvaard. De vorderingen van de vrouw worden daarom afgewezen. De man zal een aanvullende betaling van 2.000 gulden doen zodra de notariële afwikkeling van de woning heeft plaatsgevonden. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.