ECLI:NL:RBMAA:2002:AE4560
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herziening verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn op 9 augustus 1991 gescheiden. Na hun echtscheiding hebben zij geprocedeerd over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap. In hoger beroep is op 2 september 1998 een schikkingscomparitie gehouden waarbij een proces-verbaal is opgemaakt waarin een definitieve en redelijke verdeling van de gemeenschap is vastgelegd, inclusief een rentevergoeding en verrekening van schulden.
De man vordert dat de rechtbank verklaart dat bepaalde goederen, waaronder een auto en negatieve vermogensbestanddelen, buiten de verdeling zijn gebleven en dat de verdeling daarom moet worden herzien of vernietigd. Hij stelt dat er sprake is van dwaling en misbruik van omstandigheden. De vrouw betwist deze vorderingen en stelt dat de regeling definitief en bindend is en dat de man geen belang meer heeft bij heropening.
De rechtbank oordeelt dat uit het proces-verbaal blijkt dat partijen de regeling als finaal en executoriaal hebben aanvaard en dat de man niet kan terugkomen op de verdeling. De stellingen van dwaling en misbruik van omstandigheden worden verworpen, mede omdat een klacht over de advocaten onterecht is verklaard. De vorderingen worden afgewezen en de man wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de man af en veroordeelt hem in de proceskosten.