ECLI:NL:RBMAA:2002:AE1028
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.T.M. Bröcker
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijk verklaring van verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
In deze zaak heeft de kinderrechter bij beschikking van 10 april 2001 de ondertoezichtstelling van de minderjarige Marcel D. H. X verlengd voor de duur van een jaar, ingaande 24 maart 2001. Op 11 maart 2002 diende de gezinsvoogdij-instelling een verzoek in tot verlenging van deze ondertoezichtstelling en de machtiging tot verlenging van de uithuisplaatsing.
De kinderrechter beoordeelde dat het verzoek minder dan twee weken vóór het verstrijken van de termijn was ingediend, terwijl volgens de geldende richtlijnen een termijn van acht weken vereist is om de Raad voor de Kinderbescherming voldoende gelegenheid te geven zich in de procedure te mengen en belanghebbenden tijdig op te roepen. De te late indiening belemmerde een behoorlijke voorbereiding van het verweer en schond de rechtsbescherming van de belanghebbenden.
Hoewel de kinderrechter aanvankelijk overwoog de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing voor één maand te verlengen en het verzoek voor de resterende elf maanden aan te houden, weigerde de gezinsvoogdij-instelling hiermee in te stemmen. Hierdoor zag de kinderrechter zich genoodzaakt het verzoek niet ontvankelijk te verklaren. De kinderrechter benadrukte dat de gezinsvoogdij-instelling verantwoordelijk is voor eventuele schade die door de late indiening ontstaat.
De beschikking werd op 26 maart 2002 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter W.T.M. Bröcker, in aanwezigheid van griffier L.M.H. Beckers. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.