ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8222
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wegens verduistering en beoordeling rechtsgeldigheid ontslag op staande voet
In deze civiele procedure vordert eiser, een vennootschap en haar vennoten, schadevergoeding wegens verduistering van gelden door gedaagde gedurende diens dienstverband van oktober 1997 tot september 1998. De kantonrechter oordeelt op basis van getuigenverklaringen en processtukken dat gedaagde inderdaad gelden heeft verduisterd, maar de exacte omvang van de schade niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Daarom wordt de schade ex aequo et bono begroot op 10.000 gulden, vermeerderd met 750 gulden aan kosten voor schadevaststelling.
In reconventie vordert gedaagde dat het ontslag op staande voet van 18 september 1998 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een geldige dringende reden. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde ten tijde van het ontslag minstens 130 gulden van eisers bij zich had, wat verduistering binnen de dienstbetrekking vormt en een geldige dringende reden is. Het ontslag wordt daarom als rechtsgeldig beoordeeld en de vorderingen van gedaagde worden afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de schadevergoeding en kosten aan eisers, terwijl de vorderingen van eiser in reconventie worden afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van 10.000 gulden schadevergoeding wegens verduistering en de vorderingen inzake onregelmatig ontslag worden afgewezen.