ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8215
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot uitbreiding arbeidsduur geweigerd door werkgever ondanks Wet aanpassing arbeidsduur
Eiser trad op 1 september 1997 in dienst bij Stichting als medewerker receptie/beveiliging met een arbeidsduur van gemiddeld 20 uur per week. Eiser verzocht op 18 april 2000 en opnieuw op 30 augustus 2000 om uitbreiding van zijn arbeidsduur met 5,5 uur per week. De Stichting wees beide verzoeken af, waarbij zij zich beriep op beleidsvrijheid en het inzetten van oproepkrachten voor de vrijgekomen uren.
De kantonrechter overwoog dat de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) per 1 juli 2000 in werking is getreden en dat het verzoek van 30 augustus 2000 als het eerste geldige verzoek moet worden beschouwd. Stichting had nagelaten overleg te plegen met eiser over dit verzoek. De beleidsvrijheid van Stichting wordt beperkt door de WAA, die bepaalt dat een verzoek tot arbeidsduurvermeerdering moet worden ingewilligd tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van formatieruimte door de inzet van oproepkrachten geen zwaarwegend belang vormt en dat het verzoek van eiser toewijsbaar is. Stichting werd veroordeeld om binnen een week na betekening van het vonnis de arbeidsduur van eiser te verhogen met gemiddeld 5,5 uur per week, onder verbeurte van een dwangsom. De kosten van de procedure werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Stichting wordt veroordeeld om de arbeidsduur van eiser met gemiddeld 5,5 uur per week te verhogen onder verbeurte van een dwangsom.