ECLI:NL:RBMAA:2001:AD8212
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Groen
- Rechtspraak.nl
Geen nawerking van algemeenverbindendverklaarde cao Bouwbedrijf na 31 december 1998
In deze zaak stond centraal of de algemeenverbindendverklaring (a.v.v.) van de cao Bouwbedrijf 1996-1998 na 31 december 1998 nog nawerking heeft, en welk loon vanaf die datum geldt. De kantonrechter stelt vast dat de grondregel is dat een algemeenverbindendverklaarde cao na afloop van de duur van de a.v.v. in principe geen nawerking kent, waardoor de arbeidsovereenkomst terugvalt op de situatie vóór de a.v.v.
De cao was algemeen verbindend verklaard tot en met 31 december 1998. Het dienstverband van eiser begon op 1 april 1997. Volgens de kantonrechter betekent dit dat na afloop van de a.v.v. het oude loon van €15,07 bruto per uur weer geldt. De kantonrechter overweegt dat onder uitzonderlijke omstandigheden, op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 jo Pro. 6:248 lid 1 BW), bepalingen uit de cao toch kunnen worden toegepast als het niet toepassen kennelijk onredelijk of sociaal onaanvaardbaar is.
De kantonrechter laat partijen de mogelijkheid om aan te tonen dat kort na 31 december 1998 een nieuwe algemeenverbindendverklaring is gegeven, wat een kort a.v.v.-loos tijdperk zou betekenen. Uit de nadere conclusies blijkt dat de nieuwe cao Bouw pas in augustus en december 2000 algemeen verbindend is verklaard, en dus niet kort na 31 december 1998. Daarom oordeelt de kantonrechter dat er geen nawerking is en dat het loon vanaf 1 januari 1999 het oorspronkelijk overeengekomen loon betreft. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat de cao Bouwbedrijf 1996-1998 na 31 december 1998 geen nawerking kent.