ECLI:NL:RBMAA:2001:AD6042
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.J. Frénay
- A.J. Hazen
- W.Chr. Klaufus
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel vastgesteld op één miljoen gulden
De rechtbank Maastricht behandelde de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, voortvloeiend uit zijn handel in heroïne en cocaïne tussen 1 januari 1997 en 1 juli 1999.
Op basis van het SFO-rapport en diverse bewijsmiddelen, waaronder huiszoekingen, bankafschriften en verklaringen, stelde de rechtbank vijf posten vast die tezamen het geschatte voordeel van ruim één miljoen gulden vormen. De rechtbank verwierp de meer verstrekkende vermogensvergelijkende methode vanwege kritiek uit jurisprudentie en beperkte zich tot direct aantoonbare vermogensbestanddelen.
Veroordeelde voerde aan dat rekening gehouden moest worden met terugvordering van onterecht ontvangen bijstandsuitkeringen, maar dit werd afgewezen omdat de gemeente Heerlen niet als benadeelde derde kwalificeerde. De rechtbank legde veroordeelde op tot betaling van één miljoen gulden aan de staat en bepaalde dat bij uitblijven van betaling vervangende hechtenis van 81 dagen zal worden toegepast.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van één miljoen gulden aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel met vervangende hechtenis bij niet-betaling.