ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2433
Rechtbank Maastricht
- Cassatie
- G.J. Haack
- T.E.A. Willemsen
- M.C.A.E. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ontslagbesluit wegens ongeschiktheid en belangenafweging
Eiser, sinds 1975 in dienst van het Ministerie van Justitie, werd wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid ontslagen per 1 september 1998 op grond van artikel 98 ARAR Pro. Eiser maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit en vorderde een passende schadevergoeding op grond van artikel 3:4 Awb Pro, stellende dat onterecht geen reïntegratieplan was opgesteld en werkomstandigheden niet waren aangepast.
De rechtbank overweegt dat het ontslagbesluit berust op een discretionaire bevoegdheid van verweerder, die slechts beperkt door de rechter kan worden getoetst. De belangenafweging door verweerder wordt niet onredelijk geacht, mede omdat eiser bewust heeft afgezien van toepassing van artikel 38 ARAR Pro dat financiële bescherming biedt bij beroepsziekte.
Medische stukken, waaronder neuropsychologisch en psychiatrisch rapport, bieden onvoldoende aanknopingspunten dat de aanpassing van werktijd naar 30 uur onjuist was of dat verweerder verantwoordelijk is voor onvoldoende aanpassing. Gebrekkige communicatie tussen eiser en leiding van de PI wordt betreurd maar vormt geen bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep is behandeld op 7 februari 2001 en het vonnis is uitgesproken op 19 maart 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard zonder toekenning van schadevergoeding.