ECLI:NL:RBMAA:2001:AB2061
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. W.P.M. Corbey-Smits
- H.J.O. Martens
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit functiewaardering wegens onredelijke ingangsdatum
Eiser, werkzaam bij het Ministerie van Defensie en sinds 1992 bezoldigd volgens salarisschaal 9, betwist de ingangsdatum van zijn functiewaardering die is vastgesteld op 1 april 1998. Hij stelt dat deze datum onterecht is en dat de waardering terugwerkende kracht moet krijgen vanaf 4 september 1995, toen hij tijdelijk werd tewerkgesteld binnen de afdeling Pensioenen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de ingangsdatum, maar dat deze niet onbeperkt is. Verweerder hanteert een beleidslijn waarbij de ingangsdatum niet verder teruggaat dan de datum waarop de functiebeschrijving ter ondertekening aan de ambtenaar is aangeboden. Dit beleid wordt als redelijk beoordeeld, maar de toepassing ervan in deze zaak niet.
Uit het functiewaarderingsrapport blijkt dat de functie-inhoud en takenpakket reeds vanaf 1 juli 1994 waren gewijzigd, en dat deze wijzigingen niet waren verwerkt in de functiebeschrijvingen. Verweerder heeft nagelaten de ingangsdatum hierop aan te passen. Daarom wordt het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank wijst erop dat het beroep gegrond is en dat de belangen van partijen niet worden geschaad door de procedurele afhandeling zonder bezwarenprocedure.
Uitkomst: Het besluit over de ingangsdatum van de functiewaardering wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met terugwerkende kracht vanaf 4 september 1995.