ECLI:NL:RBMAA:2001:AA9751
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.H.A.F.M. Krol
- P.P. Lampe
- P.H.J. Frénay
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs cocaïnehandel en aanwezigheid verdovende middelen
De rechtbank Maastricht sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten van het binnenbrengen en aanwezig hebben van cocaïne in Nederland in de periode van september tot oktober 2000. De primaire en subsidiaire tenlasteleggingen konden niet wettig en overtuigend worden bewezen.
Ten aanzien van het primaire feit werd vastgesteld dat de cocaïne reeds in beslag was genomen voordat verdachte enige voorbereidingshandelingen had verricht, waardoor het opzettelijk binnenbrengen niet kon worden bewezen. Voor het subsidiaire feit, het aanwezig hebben van cocaïne in een muurkluis in haar woning, kon niet worden vastgesteld dat verdachte kennis had van de inhoud of de sleutel bezat. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte aannemelijk dat een medebewoner over de sleutel beschikte.
De rechtbank besloot tot vrijspraak en legde maatregelen op tot onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen die met het strafbare feit verband hielden. Andere inbeslaggenomen goederen werden teruggegeven of onder bewaring gesteld. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde bezit en binnenbrengen van cocaïne.