ECLI:NL:RBMAA:2000:AB0233
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- P. Lampe
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie invorderingsmaatregelen bij lopend beroep naheffingsaanslag omzetbelasting
In deze kortgedingprocedure vordert [Z. B.V.] de beëindiging van invorderingsmaatregelen en opheffing van conservatoire beslagen die de ontvanger van de Belastingdienst heeft gelegd naar aanleiding van een naheffingsaanslag omzetbelasting. [Z. B.V.] betwist de aansprakelijkheid en stelt dat de ontvanger onrechtmatig handelt door de invorderingsmaatregelen door te zetten terwijl er nog een beroep loopt bij het gerechtshof.
De rechtbank overweegt dat het schrijven van 26 augustus 1999 niet als een gemotiveerde betwisting van de aansprakelijkstelling kan worden beschouwd. Ook het latere schrijven van 10 november 1999 leidt niet tot een ander oordeel. De aansprakelijkheid van [Z. B.V.] staat voorlopig vast, maar het lopende beroep bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch over de juistheid van de aanslag maakt dat de executie niet voortgezet kan worden.
Daarom wijst de rechtbank de primaire vordering tot beëindiging van de invorderingsmaatregelen af, maar wijst zij subsidiair de vordering tot schorsing van de executie toe. De executie wordt geschorst tot het moment dat het gerechtshof uitspraak doet. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De executie van invorderingsmaatregelen wordt geschorst totdat het gerechtshof uitspraak doet over het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting.