ECLI:NL:RBMAA:2000:AA6481
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vergoeding overwaarde woning na verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen waren gehuwd onder het stelsel van wettelijke gemeenschap van goederen en zijn in 1988 gescheiden. De woning werd in 1987 feitelijk aan de man toebedeeld in een verdelingslijst, die terugwerkende kracht heeft tot het moment van ontbinding van de gemeenschap in 1988. De vrouw vorderde betaling van een bedrag wegens vermeende benadeling bij de toedeling van de woning, gebaseerd op de verkoopwaarde in 1995.
De man stelde dat de verdeling reeds in 1987/1988 had plaatsgevonden en dat er toen geen overwaarde was om te verrekenen. De rechtbank oordeelde dat de feitelijke toedeling in 1987 rechtsgeldig was en dat de latere formele overdracht in 1994 geen invloed had op de verdeling.
De vrouw voerde misbruik van omstandigheden aan wegens psychische druk, maar faalde omdat zij dit niet onderbouwde en geen vernietiging van de verdeling vorderde. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van benadeling of dwaling die tot vergoeding zou leiden.
De vordering werd afgewezen en de kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding overwaarde woning na verdeling huwelijksgoederengemeenschap wordt afgewezen.