ECLI:NL:RBMAA:2000:AA5398
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Hazen
- Van Maanen Winters
- Schreinemakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak nabestaandenpensioen ongehuwd samenwonende partner
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Pensioenfonds ABP en een ongehuwd samenwonende partner van een overleden ambtenaar over de toekenning van een nabestaandenpensioen. De partner vorderde toekenning van het pensioen met terugwerkende kracht vanaf het moment van aanmelding in 1991, terwijl het ABP dit afwees op grond van de toen geldende pensioenwetgeving.
De kantonrechter had eerder het ABP veroordeeld tot toekenning van het pensioen, maar het ABP ging in hoger beroep. De rechtbank oordeelde dat het recht op partnerpensioen een eigendomsrecht is dat onder het EVRM valt, maar dat het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden op basis van objectieve en redelijke gronden is toegestaan. De wetgever had een redelijke termijn gekozen (1 juli 1994) voor invoering van het recht op partnerpensioen voor ongehuwd samenwonenden, mede vanwege financiële belangen en maatschappelijke ontwikkelingen.
De rechtbank verwierp het argument dat de aanmelding in 1991 buiten beschouwing moest blijven en dat het onderscheid onredelijk was voor partners van wie de deelnemende partner al 65 jaar was op 1 juli 1994. De pensioenrechten waren toen al vastgesteld en konden niet met terugwerkende kracht worden aangepast.
Daarom vernietigde de rechtbank het eerdere vonnis en wees de vordering af, met veroordeling van de partner in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot toekenning van nabestaandenpensioen aan ongehuwd samenwonende partner af en vernietigt het eerdere vonnis.