ECLI:NL:RBMAA:2000:AA4933
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluiting horeca-inrichting wegens onjuiste toepassing bestuursdwang bij softdrugsgebruik
De burgemeester van Heerlen besloot de horeca-inrichting van verzoekers voor vier weken te sluiten vanwege het toestaan van softdrugsgebruik en de aanwezigheid van softdrugs. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelde dat bestuursdwang op grond van artikel 13b Opiumwet niet kan worden toegepast tegen het gebruik van softdrugs, slechts tegen verkoop en aanwezigheid.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester niet bevoegd was om de sluiting te baseren op het gebruik van softdrugs en dat de waarschuwing aan verzoekers niet voldeed aan het vereiste van voorafgaande waarschuwing voor de verkoop van softdrugs. Verder was artikel 3.1.7 van de APV vervallen door inwerkingtreding van artikel 13b Opiumwet.
De rechtbank concludeerde dat het besluit onwaarschijnlijk stand zal houden in een hoofdzaak en schorst het besluit voor onbepaalde tijd. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van verzoekers toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en transparantie in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de horeca-inrichting wordt geschorst wegens onjuiste toepassing bestuursdwang op grond van het gebruik van softdrugs.