4.10.Als derde bewijsmiddel heeft [werkgever] camerabeelden in het geding gebracht van 2 november 2025. [werkgever] heeft in zijn brief van 13 november 2025 melding gemaakt van deze camerabeelden. Op verzoek van de gemachtigde van [werknemer] heeft [werkgever] deze beelden toegestuurd. Op deze beelden is (indien die vertraagd worden afgespeeld) het volgende te zien:
20:55:40 (uur): [werknemer] geeft een spa rood en een Rivella aan een klant en slaat één keer op de fris-knop van de kassa. De drankjes samen kosten (2 x € 2,25 =) € 4,50). [werknemer] ontvangt van de klant een briefje van € 5,00 en geeft een muntje van € 0,50 retour. Daarmee is correct afgerekend, maar toch pakt [werknemer] een muntje van € 2,00 uit de kassa en stopt dit in de fooienpot. Daarmee heeft [werknemer] € 2,00 aan de kassa onttrokken.
20:56:28 (uur): [werknemer] heeft 2 x de knop koffie/thee aangeslagen. Dat is samen voor een bedrag van (2 x € 2,25 =) € 4,50. [werknemer] ontvangt van de klant een briefje van € 5,00 en stopt het wisselgeld van € 0,50 in de fooienpot. Daarmee is de transactie correct afgerond. Ook stopt ze een ander muntstuk, dat ze in haar hand had, in de fooienpot.
21:09:19 (uur): [werknemer] geeft één fris ter waarde van € 2,25. Op de kassa drukt ze alleen op de knop ‘lade openen’. Er wordt dus geen consumptie aangeslagen op de kassa. Van de klant ontvangt ze een briefje van € 5,00 en ze geeft een muntje van € 0,50 en een muntje van € 2,00 (samen € 2,50) retour. Omdat er niets is aangeslagen, is er nu € 2,50 in de kassa gestopt (€ 5,00 - € 2,50). [werknemer] pakt twee muntstukken van € 2,00 uit de kassa en stopt die in de fooienpot. [werknemer] heeft daarmee (€ 2,50 - € 4,00 =) € 1,50 aan de kassa onttrokken.
21:11:13 (uur): [werknemer] slaat 2 x op de fris-knop. Dat is samen voor een bedrag van (2 x € 2,25 =) € 4,50. Van de klant ontvangt ze een briefje van € 10,00. [werknemer] geeft een muntje van € 0,05, een muntje van € 0,20, een muntje van € 1,00 en een muntje van € 2,00 retour. Daarmee heeft ze de klant € 3,25 retour. [werknemer] zou dan (€ 10,00 - (€ 4,50 + € 3,25 =) € 2,25 fooi hebben ontvangen.
(Omdat niet te zien hoeveel dranken [werknemer] aan de klant heeft gegeven, is het ook mogelijk dat de klant drie frisdranken heeft besteld en geen fooi heeft gegeven. De klant heeft in dat geval exact genoeg wisselgeld gekregen.)
[werknemer] pakt 2 x een muntstuk van € 1,00 uit de kassa en stopt die in de fooienpot.
[werknemer] heeft dus óf € 2,00 onterecht aan de kassa onttrokken (omdat ze één fris niet heeft aangeslagen), of € 0,25 te weinig fooi in de pot gedaan.
21:13:31 (uur): [werknemer] geeft de klant een spa rood ter waarde van € 2,25. [werknemer] ontvangt van de klant een muntje van € 2,00, een muntje van € 0,20 en een muntje van € 0,05 (samen € 2,25). Deze muntjes liggen al klaar op de toonbank. [werknemer] drukt op de kassa alleen op de knop ‘lade openen’, zodat er geen consumptie wordt aangeslagen. Omdat er niets is aangeslagen, is er nu € 2,25 in de kassa gestopt. [werknemer] pakt een muntje van € 2,00 uit de kassa en stopt dat in de fooienpot. [werknemer] heeft daarmee € 2,00 aan de kassa onttrokken.