3.3Het oordeel van de rechtbank
In de zaak met parketnummer 03.067661.23
Vrijspraak feit 2 en feit 3 primair
Anders dan de officier van justitie in zijn requisitoir naar voren heeft gebracht is aan de verdachte niet ten laste gelegd dat hij
in verenigingelektriciteit en water heeft gestolen.
Voorts bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte degene is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de elektriciteit en het water. Hoewel de verdachte wetenschap moet hebben gehad van de wegneming van de elektriciteit en het water, hij heeft immers ter zitting verklaard dat hij degene was die de rekeningen betaalde en dat die rekeningen niet omhoog zijn gegaan nadat de hennepkwekerij was gestart, is die wetenschap op zichzelf beschouwd onvoldoende voor de conclusie dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van water en elektriciteit. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 2 en feit 3 primair tenlastegelegde.
Bewijsmiddelen feit 1 primair, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair
Verbalisant heeft– zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd:
Op 2 november 2021 ontving basisteam Venlo/Beesel van de politie Eenheid Limburg een
e-mail van de fraude inspecteur [nummer] , werkzaam bij [benadeelde 1] BV. Deze gaf te kennen dat via het meetsysteem van [benadeelde 1] BV een opvallend verbruik te zien was komende vanaf de [adres 2] te Velden. Hij voegde bij de e-mail een schema-overzicht waarin een duidelijk schakelpatroon te zien was.
Het is verbalisant ambtshalve bekend dat bij een in werking zijnde hennepkwekerij soortgelijke schakelpatronen te zien zijn.
Naar aanleiding hiervan werd een met warmtemeting uitgeruste drone ingezet. Hieruit bleek dat de op het perceel gelegen tuinderskas geen warmte uitstraalde, dat het water dat geloosd werd in de beek opvallend warmer was dan het water in de beek, dat er (water)slangen op het perceel lagen die opvallend warmer waren dan de omgeving en er op de op het perceel aanwezige zeecontainer warme plekken te zien waren.
Op de [adres 2] te Velden werd op 19 november 2021 ter opsporing en inbeslagneming binnengetreden in de zeecontainer.
Na het binnentreden van de container zagen wij het volgende:
- dat de ondergrondse ruimte diep genoeg was dat er, door een persoon van 1,90 meter lang, gelopen kon worden;
- dat bij binnenkomst twee grote, van cement gestorte waterbassins stonden;
- dat er zich bij binnenkomst links en rechts van de waterbassins 4 in werking zijnde hennepkwekerijen bevonden;
- dat de ruimte geheel was bekleed met warmtewerende, isolerende en reflecterende folie.
Kweekruimte 1 was een ruimte van 15 meter lang en 3,30 meter breed. De ruimte was volledig ingericht voor het telen/kweken van hennepplanten. In totaal stonden er 602 hennepplanten.
Kweekruimte 2 betrof een ruimte van 15 meter lang en 3,30 meter breed. De ruimte was volledig ingericht voor het telen/kweken van hennepplanten. In totaal stonden er 747 hennepplanten.
Kweekruimte 3 betrof een ruimte van 15 meter lang en 3,30 meter breed. De ruimte was volledig ingericht voor het telen/kweken van hennepplanten. In totaal stonden er 663 hennepplanten.
Kweekruimte 4 betrof een ruimte van 15 meter lang en 3,30 meter breed. De ruimte was volledig ingericht voor het telen/kweken van hennepplanten. In totaal stonden er 700 hennepplanten.
Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren die in de kwekerij zijn aangetroffen.
De elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Het bleek dat buiten het betreffende pand een illegale aftakking op de hoofdleiding van [benadeelde 1] BV was gemaakt. De illegale aftakking liep buiten de meetinrichting van [benadeelde 1] om naar de elektrische installatie van de betreffende hennepkwekerij en voorzag deze van elektriciteit.
De watervoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. Het bleek dat de verzegeling was verbroken en een passtuk was geplaatst. Hierdoor werd het afgenomen water ten behoeve van de hennepplanten en het overige gebruik niet geregistreerd.
Verbalisantenhebben – zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd:
Op 19 november 2021 betraden wij, verbalisanten [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] het perceel de [adres 2] te Velden.
Ik, [naam 1] , nam op voornoemde dag omstreeks 11.30 uur, telefonisch contact op met [verdachte]
. Ik, [naam 1] , maakte mij kenbaar als politieagent werkzaam bij politie Venlo. Ik, [naam 1] , deelde [verdachte] mede dat hij niet tot antwoorden verplicht was en een raadsman kan raadplegen. Ik, [naam 1] deelde [verdachte] mede dat wij op zijn terrein op de [adres 2] waren. Ik, [naam 1] , hoorde dat [verdachte] spontaan verklaarde dat hij wist waarvoor wij kwamen en hij vertelde dat de ruimte van hem was. Ik, [naam 1] , zei tegen [verdachte] , dat wij de ruimte nog niet betreden hadden en dat dit de reden was waarom ik hem belde. Ik, [naam 1] , hoorde dat [verdachte] mij instructies gaf hoe de ruimte te openen was.
Ik, [naam 1] , hoorde dat [verdachte] de volgende instructie gaf:
- De zwarte kabel op de betonplaat, in het contact steken;
- Dan de stekker in het andere stopcontact steken en op omlaag drukken;
- Let wel op dat het luik niet te ver zakt. Ik neem aan dat de ruimte geruimd wordt en
als je hem te laag laat zakken, dan gaat hij niet meer omhoog. Dus zover als het
houtje laten zakken.
Ik, [naam 1] , vroeg aan [verdachte] , waar die andere stekker was. Ik, hoorde dat [verdachte]
mij instructies gaf, waar de stekker met daaraan afstandsbediening te vinden
was. Ik, [naam 1] , werd naar het begin van de loods gestuurd, alwaar bij de ingang zijnde de
hoofdingang een Ikea-kastje stond. Op dat kastje lag een kabel. Ik, [naam 1] ,
zag dat alle instructies klopten en trof de kabel met daaraan een afstandsbediening
aan. De afstand alwaar de afstandsbediening werd aangetroffen en waar het luik zich
bevond, is ongeveer 50 meter. Ik, [naam 1] , grapte over het feit dat deze twee ver uit
elkaar lagen en hoorde dat [verdachte] antwoorde met: "Ja ik weet het, ik loop het
vijftig keer per dag." Ik, [naam 1] , zag dat er op de aangetroffen afstandsbediening twee zwarte knoppen zaten met daarboven geschreven: "Op Neer". Ik, [naam 1] , hoorde dat [verdachte] tegen mij zei: "Ik ben niet anti politie of zo, je hoeft niet bang te zijn voor een boobytrap of zo, je kan gewoon de ruimte betreden."
Een medewerker van [benadeelde 1]heeft namens
aangiftegedaan en daarin – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt verklaard:
Op 19 november 2021 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 2] te Velden. Uit onze administratie blijkt dat [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: [verdachte]) in elk geval op het moment van binnentreden op 19 november 2021 contractant was op genoemd perceel.
Uit onderzoek bleek dat er een illegale aftakking was gemaakt op de hoofdleiding van [benadeelde 1] buiten het betreffende pand. De hoofdleiding voorziet meerdere panden van elektriciteit. De illegale aftakking liep buiten de meetinrichting van [benadeelde 1] om naar de elektrische installatie (en de daarop aangesloten apparatuur) in het betreffende pand en voorzag deze van elektriciteit. Door buiten de hoofdbeveiliging om aan te sluiten is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant.
[naam 7]heeft namens
[benadeelde 2] aangiftegedaan en daarin – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt verklaard:
De monteur van [benadeelde 2] constateerde op 19 november 2021 verboden handelingen aan de waterleidinginstallatie en trof het volgende aan.
1. De verzegeling die op 28 oktober 2010 was aangebracht was verbroken.
2. De watermeter was uitgebouwd en er was een passtuk op de plaats van de watermeter ingebouwd, waardoor er geen keerklep meer aanwezig was en dus ook geen terugstroom beveiliging meer.
3. Diefstal water: Door het aanpassen van de waterinstallatie werd het waterverbruik voor de hennepplantages en het overige gebruik niet door de watermeter geregistreerd.
4. Diefstal watermeter: De watermeter is ontvreemd en niet gevonden in het pand.
Naar aanleiding van deze inventarisatie is een berekening gemaakt waaruit blijkt dat minimaal 6.453 m3 water illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage.
De verdachteheeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt verklaard:
Vanwege corona had ik financiële problemen. Ik ben toen met iemand in contact gekomen. Diegene wilde mij wel helpen. Ik wist dat er een ruimte op mijn perceel zou worden gebouwd om hennep in te kweken. De bouw is gestart vanaf maart 2021. Ik heb een deel van de materialen die gebruikt zijn voor de bouw van de ruimte besteld via mijn bedrijf. De ruimte is gebouwd door ongeveer 15 tot 30 mensen. Ik wist hoe het luik werkte. Ik ben enkel in het voorportaal van de ruimte geweest. Ik kan u vertellen dat er werd gewerkt met opdrachtgevers, makelaars en bouwers. Het huurcontract met [naam 8] is opgemaakt door anderen; ik heb dit wel zelf ondertekend. [naam 8] werd gebruikt als katvanger. Ik heb wel meerdere malen contact met hem gehad. Ik heb zeven maanden lang 1.250,- euro cashgeld aan huur ontvangen. Ik zou eigenlijk twee dagen na de inval een beloning krijgen voor de eerdere oogst. De rekeningen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] werden door mij betaald.
Bewijsoverweging
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat de politie op 19 november 2021 in een ondergrondse ruimte op het perceel van verdachte aan de [adres 2] te Velden een hennepkwekerij met in totaal 2.712 hennepplanten heeft aangetroffen. Deze hennepkwekerij werd voorzien van elektriciteit door middel van een illegale aftakking op de aansluitleiding van [benadeelde 1] . Ook werd de watervoorziening van de hennepkwekerij illegaal afgenomen.
Medeplegen telen, bewerken en/of verwerken hennep of slechts aanwezig hebben (feit 1)
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de verklaring van de verdachte dat hij meer heeft gedaan dan slechts zijn terrein ter beschikking te stellen, zoals de raadsvrouw heeft betoogd. De verdachte heeft ook diverse materialen besteld voor de bouw van de ondergrondse ruimte op zijn perceel, terwijl hij wist dat deze ruimte zou worden gebruikt als hennepkwekerij. Ook heeft hij meermaals contact gehad met een katvanger en zou hij een beloning krijgen voor iedere geslaagde oogst. De hennepkwekerij bevond zich bovendien zowel formeel als feitelijk in de machtssfeer van de verdachte, nu hij de eigenaar was van het perceel, hij wist hoe hij de ondergrondse ruimte moest betreden en hij eerder in het voorportaal van de ruimte is geweest. De rechtbank zal de verdachte daarom veroordelen voor het medeplegen van het aanwezig hebben van de hennepplanten in de periode van 2 november 2021 tot en met 19 november 2021. Er zijn onvoldoende bewijsmiddelen om vast te stellen dat de verdachte als medepleger betrokken was bij daadwerkelijk telen, bewerken en/of verwerken van de hennep. In zoverre zal de verdachte daarvan partieel worden vrijgesproken.
Medeplichtig aan diefstal stroom en water (feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair)
Aan de hand van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte wist dat de gebouwde ondergrondse ruimte op zijn perceel door derden zou worden gebruikt voor het telen van hennep. Het is een feit van algemene bekendheid dat voor het telen van hennep in de regel elektriciteit en water illegaal worden afgenomen. Door akkoord te gaan met de bouw vanaf maart 2021 van de ondergrondse ruimte ten behoeve van het telen van hennep en daarmee ook de aansluitingen en toevoer van de elektriciteit en water aan anderen ter beschikking te stellen, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat die anderen illegaal stroom en water zouden afnemen en daartoe de hoofdaansluitingen zouden manipuleren. Uit de aangiftes van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] blijkt ook dat die aanmerkelijke kans zich heeft gerealiseerd.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte medeplichtig is aan de diefstal van de elektriciteit en het water in de periode van 1 maart 2021 tot en met 19 november 2021, zijnde de dag van de politie-inval, door aan onbekend gebleven derden middelen en de ruimte op zijn perceel ter beschikking te stellen.
In de zaak met parketnummer 03.026730.23
Artikel 359a Sv-verweer
De rechtbank is van oordeel dat een MMA-melding op zichzelf onvoldoende is voor een redelijk vermoeden van schuld. De MMA-melding bevatte in deze zaak evenwel specifieke informatie, namelijk dat het om een hennepgerelateerd feit zou gaan en het exacte adres waar dit feit zou plaatsvinden. Daarnaast waren de verbalisanten ambtshalve bekend met de antecedenten van de verdachte, die eveneens hennepgerelateerd waren en gepleegd waren op hetzelfde terrein zoals genoemd in de MMA-melding. Dit tezamen maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de verbalisanten redelijkerwijze konden vermoeden dat sprake was van een overtreding van de Opiumwet.
Op grond van artikel 9 lid 1 onder b van de Opiumwet mochten zij daarom de ondergrondse ruimte op het terrein van de verdachte betreden. Van een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. De rechtbank zal de resultaten van de doorzoeking van de ondergrondse ruimte daarom voor het bewijs gebruiken.
Bewijsmiddelen
Verbalisantenhebben – zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd:
Op 10 oktober 2023 waren wij, verbalisanten [naam 1] en [naam 9] , samen met meerdere collega’s belast met het onderzoek naar een mogelijke hennepkwekerij op de [adres 2] te Velden. Ter plaatse op het perceel, meldde zich de eigenaar van het perceel, zijnde: [verdachte] .
Ik, [naam 9] en de andere collega’s, liepen vervolgens door de tuinderskas direct naar de achterkant van de tuinderskas. Hier zou in het verleden ook een ondergrondse ruimte zijn aangetroffen, die toen vermoedelijk ook in gebruik was gesteld voor het telen van hennep.
Alvorens wij bij de ondergrondse ruimte kwamen, zagen wij dat wij eerst door een zelfgemaakte opening in een doek moesten lopen. Wij, zagen dat het doek deels openhing en dat er op dat punt een zwarte stroomkabel doorheen lag. Wij zagen dat deze kabel afkomstig was van een aggregaat, welke op dat moment nog draaide. Op het moment dat wij het doek doorliepen, kwamen wij in een ogenschijnlijke separate ruimte in de kas, gemaakt van voornoemd doek. Wij zagen dat er in voornoemde ruimte, een houten luik openstond, welke toegang gaf tot een ladder/ruimte in de grond. Ik zag dat het gat overliep in een gang. Ik zag dat aan het einde van de gang een houten deur zat. Ik zag dat de zwarte kabel in de richting van de volgende ruimte achter de deur liep.
Ik, [naam 9] zag dat er achter de houten deur een grote ruimte was. Ik zag dat de ruimte ongeveer een lengte had van 40 meter, een breedte had van ongeveer 3 meter en ongeveer een hoogte had van 2 meter. Ik zag dat hier verse geknipte henneptoppen lagen te drogen.
Ik, [naam 1] , vroeg aan verdachte [verdachte] of hij wist om hoeveel hennepplanten het ongeveer ging. Ik hoorde dat de verdachte zei: “ik denk ongeveer 2.000 planten.”
De kennisgeving van inbeslagneming vermeldt– zakelijk weergegeven – onder meer het volgende:
Op 10 oktober 2023 zijn 2.342 hennepplanten inclusief gedroogde toppen met goednummer 1645733 in een ondergrondse drogerij aangetroffen en in beslag genomen onder [verdachte] .
De verdachteheeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – onder meer als volgt verklaard:
Ik was op de hoogte van het feit dat de hennepplanten in de ondergrondse ruimte op mijn perceel lagen. Dit zou ongeveer voor een week zijn. Het was een gedwongen vriendendienst.
Bewijsoverweging
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat de politie op 10 oktober 2023 in een ondergrondse ruimte op het perceel van de verdachte aan de [adres 2] te Velden een hennepdrogerij met in totaal 2.342 hennepplanten heeft aangetroffen. De verdachte was de eigenaar van het perceel, hij wist dat de hennepplanten zich aldaar bevonden en hij had er de beschikkingsmacht over. De verdachte heeft namelijk verklaard dat de hennepplanten voor ongeveer een week in zijn ruimte zouden moeten liggen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte aldus tezamen en in vereniging de hennepplanten opzettelijk aanwezig gehad, zoals primair ten laste is gelegd.
De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat de verdachte de hennep ook heeft geteeld, bewerkt en/of verwerkt en zal de verdachte daarom hiervan partieel vrijspreken.