ECLI:NL:RBLIM:2026:788

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
11885999 \ CV EXPL 25-3949
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Lafghani
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op terugbetaling bij voortijdige beëindiging behandelingsovereenkomst hypnotherapie

Partijen sloten een behandelingsovereenkomst waarbij eisende partij een hypnotherapietraject van drie sessies zou volgen tegen betaling van € 500,00. Na een intakegesprek zijn geen vervolgafspraken gemaakt. Eisende partij beëindigde het traject en vorderde de terugbetaling van € 250,00.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst niet buitengerechtelijk is ontbonden en dat er geen sprake is van wanprestatie door gedaagde. Eisende partij heeft onvoldoende onderbouwd dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming. Bovendien was het initiatief voor vervolgafspraken bij eisende partij gelegd.

De vorderingen tot terugbetaling, rente, incassokosten en proceskosten worden afgewezen. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot. Het vonnis is gewezen door kantonrechter Lafghani en op 14 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vordering tot terugbetaling en bijkomende kosten wordt afgewezen; eisende partij draagt proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11885999 \ CV EXPL 25-3949
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde partij] , handelend onder de naam [bedrijf],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten. Die overeenkomst houdt in dat [eisende partij] tegen betaling van € 500,00 een hypnotherapietraject volgt bij [gedaagde partij] . Onderdeel van het traject was dat drie behandelafspraken zouden plaatsvinden.
2.2.
Aan de totstandkoming van de overeenkomst is een intakegesprek op 28 februari 2025 voorafgegaan. Na afloop daarvan heeft [eisende partij] de behandelingsovereenkomst ondertekend.
2.3.
[eisende partij] heeft het overeengekomen bedrag van € 500,00 aan [gedaagde partij] betaald.
2.4.
Na het intakegesprek hebben geen behandelafspraken plaatsgevonden.
2.5.
Op 15 juli 2025 heeft [eisende partij] via Whatsapp aan [gedaagde partij] laten weten dat zij inmiddels via de huisarts en de praktijkondersteuner hulp krijgt en dat zij het traject bij [gedaagde partij] wenst te beëindigen. [eisende partij] heeft om terugbetaling van het bedrag van € 250,00 verzocht.
2.6.
[eisende partij] heeft diezelfde dag, 15 juli 2025, tevens een ingebrekestelling aan [gedaagde partij] gestuurd, waarbij om terugbetaling van het bedrag van € 250,00 en om toezending van de behandelovereenkomst is verzocht.
2.7.
[gedaagde partij] heeft geweigerd het bedrag terug te betalen.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat - bij vonnis veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van:
€ 250,00, vermeerderd met rente;
€ 40,00 aan buitengerechtelijke kosten;
de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente.
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] .
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling stelt de kantonrechter voorop dat [eisende partij] ervoor heeft gekozen om in persoon te procederen. Het is daarom voorstelbaar dat [eisende partij] haar processtukken niet heeft ingericht op de manier zoals een professionele rechtsbijstandsverlener dat zou doen. De kantonrechter kan daar echter geen rekening mee houden. Het is namelijk niet aan de kantonrechter om te bedenken hoe de vorderingen van [eisende partij] hadden moeten worden geformuleerd. Ook is het niet aan de kantonrechter om te bedenken welke feiten of omstandigheden [eisende partij] naar voren moet brengen om tot toewijzing van haar vorderingen te komen. De kantonrechter zou dan met partijen mee procederen en dat mag de kantonrechter niet doen. De kantonrechter is immers onafhankelijk. Het helpen van partijen of van een van hen past daar niet bij. De keuze van [eisende partij] om zonder de hulp van een professionele rechtsbijstandsverlener te procederen komt dan ook voor haar rekening en risico.
4.2.
[eisende partij] heeft [gedaagde partij] , handelend onder de naam [bedrijf] gedagvaard. De kantonrechter heeft gezien dat [gedaagde partij] zichzelf in haar processtukken [gedaagde partij] noemt. Zij voert echter niet aan dat de verkeerde partij is gedagvaard. Zo’n verweer lag ook niet voor de hand, omdat wel duidelijk is dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten. Ook heeft de kantonrechter van geen van partijen een verzoek tot wijziging van de partijnaam van [gedaagde partij] ontvangen. De kantonrechter blijft in dit vonnis daarom over [gedaagde partij] spreken.
4.3.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eisende partij] recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 250,00, en of zij recht heeft op betaling van incassokosten, rente en vergoeding van proceskosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en dat de vorderingen van [eisende partij] moeten worden afgewezen. Hierna zal zij dit oordeel toelichten.
4.4.
De vordering tot terugbetaling van het bedrag van € 250,00 is kennelijk gebaseerd op een uit de ontbinding van de behandelingsovereenkomst voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenis. [eisende partij] stelt echter niet dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden. Dit had wel op haar weg gelegen, aangezien zij zich op het rechtsgevolg daarvan beroept. Ook in deze procedure is geen ontbinding van de behandelovereenkomst gevorderd. Dit betekent dat de vordering van [eisende partij] alleen al om die reden niet toewijsbaar is. Aangezien de overeenkomst niet (gedeeltelijk) is of wordt ontbonden, bestaat geen grondslag voor terugbetaling van een deel van het bedrag dat [eisende partij] moest betalen voor het behandeltraject.
4.5.
Voor zover de stellingen van [eisende partij] zo moeten worden begrepen dat de behandelingsovereenkomst wél buiten rechte is ontbonden dan wel dat zij dat met haar berichten aan [gedaagde partij] heeft bedoeld te doen, dan geldt het volgende. [eisende partij] heeft in het licht van de betwisting door [gedaagde partij] onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst door [gedaagde partij] die reden geeft voor een ontbinding van de overeenkomst.
4.6.
Het verwijt dat [eisende partij] kennelijk aan [gedaagde partij] maakt, houdt in dat [gedaagde partij] na het intakegesprek geen contact met [eisende partij] heeft opgenomen om behandelafspraken in te plannen. [gedaagde partij] heeft betwist dat deze afspraak is gemaakt. Zij betoogt dat is overeengekomen dat het initiatief voor het maken van een vervolgafspraak bij de cliënt ligt. Gelet hierop had het op de weg van [eisende partij] gelegen om haar stelling dat [gedaagde partij] contact had moeten opnemen, nader te onderbouwen. Uit de gedingstukken valt dit echter niet af te leiden. Integendeel, uit de door [eisende partij] bij dagvaarding in het geding gebrachte correspondentie tussen partijen blijkt dat [eisende partij] erkent dat het traject vrij was in te vullen qua tempo en dat de actie bij haar lag. De kantonrechter verwijst naar het bericht van [eisende partij] van 15 juli 2025 van 14:29 uur.
4.7.
Overigens blijkt uit de gedingstukken dat [gedaagde partij] bereid was om uitvoering te geven aan de behandelovereenkomst, maar dat [eisende partij] zelf geen sessie(s) meer wilde inplannen, omdat zij inmiddels hulp ontving van de huisarts en de praktijkondersteuner. Van wanprestatie aan de kant van [gedaagde partij] is daarom geen sprake. Ook om deze reden kan ontbinding van de overeenkomst niet aan de orde zijn.
4.8.
Het is het goed recht van [eisende partij] om geen gebruik meer te willen maken van het behandeltraject, maar dat betekent niet automatisch dat zij recht heeft op terugbetaling van een deel van het betaalde bedrag. Integendeel, in dit geval heeft [gedaagde partij] onder verwijzing naar de behandelingsovereenkomst terecht erop gewezen dat partijen daarin zijn overeengekomen dat [eisende partij] bij voortijdige beëindiging van het behandeltraject geen recht heeft op terugbetaling.
4.9.
De conclusie is daarom dat de vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen Daarom treffen de vorderingen die strekken tot betaling van rente en incassokosten, hetzelfde lot. Overigens zouden deze vorderingen hoe dan ook niet toewijsbaar zijn, omdat [eisende partij] geen feiten of omstandigheden heeft gesteld die deze vorderingen kunnen dragen.
4.10.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde partij] betalen. Deze worden begroot op nihil. [gedaagde partij] procedeert in persoon. Bovendien heeft zij telkens schriftelijk geantwoord en heeft ook geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvoor zij kosten heeft moeten maken.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van [gedaagde partij] , tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Lafghani en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.