ECLI:NL:RBLIM:2026:782

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
03.235209.22
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Diefstal van gereedschappen en bromfiets met vrijspraak voor andere diefstallen

Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in 1995, die beschuldigd werd van meerdere diefstallen, waaronder die van een Porsche en gereedschappen. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 13 januari 2026, waarbij de verdachte en zijn raadsman aanwezig waren. De officier van justitie eiste bewezenverklaring van de diefstallen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de diefstal van de Porsche, omdat niet kon worden vastgesteld dat hij betrokken was bij de diefstal. Ook de poging tot diefstal van een andere Porsche werd niet bewezen geacht. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor de betrokkenheid van de verdachte bij deze feiten. Echter, de rechtbank achtte de diefstal van gereedschappen en een bromfiets wel bewezen, aangezien de verdachte deze feiten had bekend. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 dagen op, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak en de eerdere veroordelingen van de verdachte. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer: 03.235209.22
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2026
in de strafzaak tegen
[Naam verdachte] ,
geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum] 1995,
wonende te [Woonadres verdachte] ).
De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[Benadeelde 1] en [Benadeelde 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partijen zijn niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen [Naam medeverdachte] met het parketnummer 03.235241.22.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:samen met (een) ander(en) een Porsche 356 C Coupé met kenteken [kenteken auto] van [Eigenaar gestolen auto] heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking
,dan wel deze Porsche heeft geheeld;
Feit 2:geprobeerd heeft samen met (een) ander(en) een Porsche 911 met kenteken [Kenteken 2] van [Eigenaar gestolen auto 2] te stelen door middel van braak en/of verbreking;
Feit 3:samen met (een) ander(en) gereedschappen van [Benadeelde 2] heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking, dan wel deze gereedschappen heeft geheeld.
In de nummering van de in de dagvaarding tenlastegelegde feiten is feit 4 overgeslagen. Om die reden zal de nummering verdergaan vanaf het vijfde ten laste gelegde feit.
Feit 5:samen met (een) ander(en) een Piaggo Vespa Primavera met kenteken [Kenteken Vespa] van [Benadeelde 1] heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking, dan wel deze Piaggo heeft geheeld;
Feit 6:samen met (een) ander(en) een Porsche Carrera Cabrio heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking dan wel deze Porsche heeft geheeld.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 subsidiair (opzetheling), feit 2 en ten aanzien van de feiten 3, 5 en 6 steeds het primair ten laste gelegde.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 6 wegens onvoldoende wettig bewijs. Ten aanzien van de feiten 3 en 5 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu de verdachte deze feiten heeft bekend.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
Vrijspraak feit 1 (primair en subsidiair)
Op grond van de dossierstukken en het verhandelde ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het wegnemen van de Porsche, zodat hij van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Ook van de subsidiair ten laste gelegde heling dient verdachte te worden vrijgesproken. Onbetwist is dat de gestolen Porsche in een garagebox stond waarvan de verdachte eigenaar was en waarin ook spullen stonden die aan hem toebehoorden. De verdachte heeft (evenwel) verklaard dat hij de desbetreffende box heeft verhuurd en dat deze huurder de Porsche heeft gestald. Steun voor de verklaring omtrent de verhuur van de garagebox kan gevonden worden in een huurovereenkomst en een verklaring van de huurder. Weliswaar zijn er op basis van hetgeen deze huurder en een andere medeverdachte verklaard heeft, vraagtekens bij de verklaring van de verdachte te zetten, maar het dossier bevat onvoldoende om de verklaring van de verdachte naar het rijk der fabelen te verwijzen. Er blijft daarom een met een bewezenverklaring van dit feit onverenigbare mogelijkheid bestaan dat de verdachte niet geweten heeft van de misdadige herkomst van de Porsche.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank acht, in tegenstelling tot de officier van justitie, het ten laste gelegde niet bewezen en overweegt daartoe als volgt.
De auto van de verdachte is door een getuige gezien op de plek van de poging tot diefstal van de Porsche in de nacht van 22 februari 2021. Die getuige heeft voorts gezien dat twee personen uit de auto van de verdachte stapten en dat deze geprobeerd hebben de Porsche weg te nemen. Deze twee personen zijn gevlucht voor de politie en hebben de auto van de verdachte achtergelaten.
De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de poging tot diefstal en heeft verklaard dat hij die nacht samen met anderen bij [Naam] was, dat hij alcohol had gedronken en daarom niet zelf naar huis kon rijden en dat hij in zijn auto door [Naam 2] naar huis is gebracht. De afspraak was dat [Naam 2] met de auto weer terug zou gaan naar het feestje. De volgende morgen kwam de verdachte er achter dat zijn auto niet op de afgesproken plek stond. Vervolgens heeft hij [Naam] gebeld en afgesproken dat die de auto zou ophalen. [Vriendin verdachte] , de vriendin van verdachte, heeft [Naam] opgehaald en naar de auto van de verdachte gebracht. Zij werden toen door de politie gecontroleerd.
In feite volgt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet méér dan dat de auto van de verdachte gelinkt kan worden aan de poging tot diefstal van de Porsche in Schimmert. Niet is komen vast te staan dat de verdachte aan het signalement van één van de twee personen voldoet die geprobeerd hebben de auto weg te nemen. Ook anderszins is niet komen vast te staan dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de poging tot het wegnemen van de Porsche. Voorts kan ook hier het alternatieve scenario van de verdachte niet worden uitgesloten op grond van het dossier, zodat hij zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Vrijspraak feit 6 (primair en subsidiair)
De rechtbank acht, wederom in tegenstelling tot de officier van justitie, het primair én subsidiair tenlastegelegde niet bewezen.
Vast staat dat de Porsche op 22 mei 2022 ’s middags is gestolen in Monschau (Duitsland) en relatief kort daarna is gestald in Kerkrade in een garagebox die aan medeverdachte [Naam medeverdachte] toebehoort. Uit camerabeelden blijkt dat een Mercedes-Benz achter de Porsche aanreed, toen deze naar de garagebox is gebracht. De bestuurder van de Porsche is daarna als bijrijder in de Mercedes-Benz gestapt, waarna deze wegreed.
Anders dan de raadsman van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat kan worden vastgesteld dat de betreffende Mercedes-Benz de auto van de verdachte betrof en dat de verdachte de bestuurder was. Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, zal de rechtbank hier niet nader motiveren hoe zij tot deze conclusie is gekomen.
De rechtbank is namelijk van oordeel dat de rol van de verdachte niet op voldoende duidelijke wijze is komen vast te staan, zodat deze ook niet in strafrechtelijke zin geduid kan worden. Niet is komen vast te staan dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de diefstal van de auto in Monschau, zodat hij van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Tevens zijn geen omstandigheden komen vast te staan waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de Porsche van misdrijf afkomstig was, noch dat hij het voertuig voorhanden heeft gehad, zodat hij ook van het subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring feit 3 (primair)
Aangezien de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), met een opsomming van de bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 januari 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte van [Benadeelde 2] van 5 oktober 2022
- het proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangever [Benadeelde 2] van 5 oktober 2022 [3] .
Bewezenverklaring feit 5 (primair)
Aangezien de verdachte ook dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv met een opsomming van de bewijsmiddelen:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 januari 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte van [Benadeelde 1] van 4 oktober 2022
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
Feit 3 primair
5 oktober 2022 te Bocholtz diverse (tuin)gereedschappen, waaronder (een):
- ( stok)heggenscharen (Stihl),
- accu’s flex (Makita) en schroevendraaier (Makita),
- Makita flex,
- bosmaaier (Stihl),
- tophandel (Stihl),
- bladblazer (Stihl),
- motorzaag (Stihl),
- trimschaar (Stihl),
- draaggordel (Stihl),
- bouwradio (Makita) en
- koffer (Makita);
die aan [Benadeelde 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen gereedschappen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
Feit 5 primair
in de periode van 4 oktober 2022 tot en met 5 oktober 2022 in de gemeente Vaals een bromfiets (Piaggio Vespa Primavera) met kenteken [Kenteken Vespa] , die aan [Benadeelde 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen bromfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 3 primair en feit 5 primair: telkens
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest, en indien de rechtbank van oordeel is dat daarmee niet kan worden volstaan, daarnaast een taakstraf op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich in één nacht schuldig gemaakt aan twee diefstallen met verbreking. Eerst heeft hij alle gereedschappen uit een werkbus weggenomen, waardoor de aangever zijn opdrachten niet kon uitvoeren. Vervolgens heeft de verdachte in een andere plaats een bromscooter gestolen en “koudgezet”. De volgende dag is hij met een vriend teruggegaan om de bromscooter op te halen. De bromscooter was door de eigenaar aan het personeel van zijn horecaonderneming ter beschikking gesteld voor woon-werkverkeer.
De verdachte heeft door de diefstallen bij kleine ondernemers schade en hinder veroorzaakt. Bovendien heeft hij er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 15 januari 2026 betreffende de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, maar in Duitsland wegens een autodiefstal werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
De rechtbank heeft verder gekeken naar het reclasseringsrapport betreffende de verdachte van 22 december 2025. Volgens de reclassering heeft de verdachte zijn leven op de meeste levensgebieden goed op orde en zij adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hierboven omschreven aard en ernst van de feiten, alsmede de omstandigheid dat de verdachte al eerder ter zake van een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld, niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het grote tijdsverloop sinds de datum van het plegen van het feit, op de ruime overschrijding van de redelijke termijn als bedoel in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, te weten 15 maanden. De rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf, in die zin dat zij thans een gevangenisstraf van 30 dagen zal opleggen, waar zij zonder schending van de redelijke termijn een gevangenisstraf van 40 dagen passend had geacht. De tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, dient op de gevangenisstraf in mindering te worden gebracht.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [Benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 1.444,51, bestaande uit materiële schade ter zake van feit 3.
De benadeelde partij [Benadeelde 1] een schadevergoeding van € 465,-, bestaande uit materiële schade ter zake van feit 5.
De benadeelden hebben verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
Ten aanzien van de vordering van [Benadeelde 2] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu zij onvoldoende onderbouwd is.
Ten aanzien van de vordering van [Benadeelde 1] , heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze dient te worden toegewezen tot het bedrag van € 230,-, bestaande uit de kosten voor de slotenset en de montage ervan, de slotplaat van het buddyslot en een nieuwe kentekenplaat inclusief de montage ervan. Ten aanzien van het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.
7.3
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de vordering van [Benadeelde 2] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen tot het bedrag van € 254,51, bestaande uit reparatiekosten van het autoslot van de bestelbus en de reiskosten. Ten aanzien van het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de vordering onvoldoende onderbouwd is.
Ten aanzien van de vordering van [Benadeelde 1] heeft de verdediging zich, overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen tot het bedrag van € 230,-. Ten aanzien van het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
Op de verdachte rust een wettelijke verplichting tot schadevergoeding aan degene aan wie hij rechtstreeks schade heeft toegebracht door zijn strafbare handelen. Hij is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De rechtbank zal de vordering van [Benadeelde 2] toewijzen tot het bedrag van € 254,51, bestaande uit de reparatiekosten van het autoslot van de bestelbus en de reiskosten. Deze schade is voldoende onderbouwd en vloeit rechtstreeks uit het bewezenverklaarde voort. Ten aanzien van het overige, de inkomensderving, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu dit deel van de vordering onvoldoende is geconcretiseerd en feitelijk is onderbouwd. Verdere specificatie van de omstandigheden ontbreekt, waardoor op dit moment niet kan worden vastgesteld of en in welke mate daadwerkelijk inkomensderving is geleden. Een nadere gelegenheid geven voor een onderbouwing hiervan zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is in de vordering.
De rechtbank zal de vordering van [Benadeelde 1] tot het bedrag van € 230,-, bestaande uit de kosten voor de slotenset en de montage ervan, de slotplaat van het buddyslot en een nieuw kentekenplaat inclusief de montage ervan toewijzen. Deze schade is voldoende onderbouwd en vloeit rechtstreeks voort uit het bewezenverklaarde. Ten aanzien van het overige, de onderhoudskosten aan de bromfiets, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Deze kosten zijn gemaakt naar aanleiding van het normale gebruik en de gebruikelijke slijtage van het voertuig, die ook zonder de diefstal zouden zijn ontstaan. Dit betreffen dus geen kosten die gemaakt zijn als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, zodat deze niet voor rekening van de verdachte kunnen komen.
De rechtbank zal de toe te wijzen bedragen vermeerderen met de wettelijke rente. De datum vanaf wanneer de wettelijke rente zal gaan lopen, wordt telkens vastgesteld op de dag waarop de schade bij de afzonderlijke benadeelde partijen is ingetreden, zoals hieronder in het dictum weergegeven.
Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank daarnaast de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 (primair en subsidiair), 2 en 6 (primair en subsidiair) ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 dagen;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel ( [Benadeelde 2] , feit 3)
  • wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
    gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde 2] , van een bedrag van
    € 254,51, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in het overige van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde 2] , van een bedrag van € 254,51, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan één van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel ( [Benadeelde 1] , feit 5)
  • wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
    gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [Benadeelde 1] , van een bedrag van
    € 230,-, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • bepaalt dat de benadeelde partij in het overige van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
  • legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde 1] , van een bedrag van € 230,-, bestaande uit materiële schade. De vergoeding van de schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
  • bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan één van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.R.C. Custers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 januari 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Feit 1
hij in of omstreeks de periode vanaf 2 september 2022 tot en met 5 oktober 2022 te
Düsseldorf en/of in de gemeente(n) Vaals, Brunssum in elk geval in Nederland,
en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,
een personenauto (Porsche 356 C Coupe) met kenteken [kenteken auto] , in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorde(n), te weten aan [Eigenaar gestolen auto] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode vanaf 2 september 2022 tot en met 5 oktober 2022 te Düsseldorf en/of in de gemeente(n) Vaals, Brunssum, in elk geval in Nederland, en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een personenauto (Porsche 356 C Coupe) met kenteken [kenteken auto] , heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 2
hij op of omstreeks 22 februari 2021 te Schimmert en/of in de gemeente Beekdaelen,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/ of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om op een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [Straat] te Schimmert, alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een personenauto (Porsche 911) met kenteken [Kenteken 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorden(n), te weten aan [Eigenaar gestolen auto 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
- verdachte en/of zijn mededader(s) het metalen hekwerk en/of de poort naast de woning aan de [Straat] heeft/hebben open gebroken en/of geopend en/of
- ( vervolgens) het erf waarop de woning stond heeft/hebben betreden en/of
- verdachte en/of zijn mededader(s) (vervolgens) het contactslot van die personenauto heeft/hebben verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 3
hij in of omstreeks de periode vanaf 4 oktober 2022 tot en met 5 oktober 2022 te Bocholtz en/of in de gemeente(n) Vaals, Brunssum, Simpelveld, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, diverse (tuin)gereedschappen (Stihl), waaronder een:
- ( stok)heggenscha(a)r(en) en/of
- accu(’s) flex (Makita) en/of schroevendraaier (Makita) en/of
- Makita flex en/of
- bosmaaier en/of
- tophandel en/of
- bladblazer en/of
- motorzaag en/of
- trimschaar en/of
- draaggordel en/of
- bouwradio (Makita) en/of
- koffer (Makita);
in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorden(n), te weten aan [Benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen diverse gereedschappen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode vanaf 4 oktober 2022 tot en met 5 oktober 2022 te Bocholtz en/of in de gemeente(n) Vaals, Brunssum, en/of Simpelveld, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, diverse (tuin)gereedschappen (Stihl), waaronder een:
- ( stok)heggenscha(a)r(en) en/of
- accu(’s) flex (Makita) en/of schroevendraaier (Makita) en/of
- Makita flex en/of
- bosmaaier en/of
- tophandel en/of
- bladblazer en/of
- motorzaag en/of
- trimschaar en/of
- draaggordel en/of
- bouwradio (Makita) en/of
- koffer (Makita);
heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 5
hij in of omstreeks de periode vanaf 3 oktober 2022 tot en met 5 oktober 2022 in de gemeente(n) Vaals en/of Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een bromfiets (Piaggio Vespa Primavera) met kenteken [Kenteken Vespa] , in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander of anderen toebehoorden(n), te weten aan [Benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen bromfiets onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode vanaf 3 oktober 2022 tot en met 5 oktober 2022 in de gemeente(n) Vaals en/of Brunssum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een bromfiets (Piaggio Vespa Primavera) met kenteken [Kenteken Vespa] , heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft
/hebben gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk
geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
Feit 6
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Kerkrade en/of Monschau, in elk geval in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een personenauto (Porsche, type Carrera Cabrio), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij of omstreeks 22 mei 2022 te Kerkrade en/of Monschau, in elk geval in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een personenauto (Porsche, type Carrera Cabrio), heeft/hebben verworven en/ of voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer LB2R022060-107, gesloten op 23 januari 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 670.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [Benadeelde 2] van 5 oktober 2022, pagina 143 tot en met 145.
3.Het proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangever [Benadeelde 2] van 5 oktober 2022, pagina 146 en 147.
4.Het proces-verbaal van aangifte van [Benadeelde 1] van 4 oktober 2022, pagina 193 tot en met 195.