ECLI:NL:RBLIM:2026:777

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
03/700182-18
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling en aanhouding van kaderbeslissing in hoger beroep

Op 26 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in Roermond uitspraak gedaan in de zaak van een terbeschikkinggestelde, hierna te noemen [verdachte]. De rechtbank heeft de terbeschikkingstelling van [verdachte] met één jaar verlengd. Dit besluit is genomen in het kader van een vordering van het openbaar ministerie, waarbij de rechtbank de beslissing over het aan de verlenging van de terbeschikkingstelling verbonden kader aanhoudt totdat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft beslist op het ingestelde hoger beroep tegen de omzettingsbeslissing van deze rechtbank. De rechtbank heeft in haar overwegingen het gevaar voor de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen in acht genomen, en geconcludeerd dat de terbeschikkingstelling noodzakelijk blijft. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar eerdere beslissingen van het gerechtshof en de reclassering, die hebben aangegeven dat [verdachte] een hoog risico op recidive vertoont, vooral gezien zijn onttrekkingen aan toezicht en behandeling. De rechtbank heeft ook de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van [verdachte] gehoord, waarbij de raadsman heeft gepleit voor afwijzing van de verlengingsvordering. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de veiligheid van anderen nog steeds eist dat de terbeschikkingstelling wordt voortgezet. De rechtbank heeft de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar verlengd en de beslissing over het kader van de terbeschikkingstelling aangehouden tot na de uitspraak van het gerechtshof.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03/700182-18 (vordering verlenging TBS)
Datum uitspraak : 26 januari 2026
Tegenspraak
Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van het openbaar ministerie in het arrondissement Limburg
in het kader van de terbeschikkingstelling van:
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1977,
thans verblijvende in de [P.I.] ,
hierna te noemen [verdachte] .
Raadsman is mr. H.C. Ingelse, advocaat te Maastricht.

1.De stukken

In het dossier bevinden zich onder andere:
- de vordering van de officier van justitie van 11 december 2025, ingekomen op de griffie van de rechtbank op diezelfde datum;
  • het verlengingsadvies van F.J.E. Keller (reclasseringswerker) en H.E. Droomers (unitmanager), beiden verbonden aan Reclassering Nederland, Advies & Toezichtunit 7 Zuid te Maastricht van 13 november 2025;
  • Het psychiatrisch onderzoek pro justitia van psychiater dr. L.H.W.M. Kaiser van 28 mei 2025;
  • de omtrent [verdachte] gehouden voortgangsverslagen over de periode van 26 september 2022 tot en met 14 augustus 2025;
  • het vonnis van deze rechtbank van 30 januari 2019 waarbij de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd en waartegen hoger beroep is ingesteld;
  • het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 oktober 2020, waarbij het vonnis van de rechtbank van 30 januari 2019 is vernietigd en de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd;
  • de beslissing van deze rechtbank van 26 september 2022, waarin de voorwaarden zijn gewijzigd;
  • de beslissing van deze rechtbank van 13 november 2023 waarin is bevolen dat [verdachte] alsnog van overheidswege wordt verpleegd;
  • de beslissing van deze rechtbank van 22 januari 2024 waarin de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar is verlengd;
  • de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2024, waarin de beslissing van deze rechtbank van 13 november 2023 werd vernietigd, de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege werd afgewezen en de voorwaarden werden aangevuld;
  • de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2024, waarin de beslissing van deze rechtbank van 22 januari 2024 werd vernietigd en de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar werd verlengd;
  • de beslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025, waarin de terbeschikkingstelling met voorwaarden is omgezet naar terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
  • de tussenbeslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2025, waarin het onderzoek is heropend en is besloten [verdachte] te laten observeren in het Pieter Baan Centrum;
  • een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank en de officier van justitie, van 6 oktober 2025;
  • een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank, de officier van justitie en de deskundigen, van 15 december 2025;
  • een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank, de officier van justitie en de deskundigen, van 16 december 2025;
  • het e-mailbericht van mr. H.C. Ingelse van 9 januari 2026 met bijlagen en van 12 januari 2026 inhoudende de pleitnotities.
De vordering van de officier van justitie houdt in dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling (met voorwaarden) zal verlengen voor de duur van twee jaar.

2.De procesgang

Bij het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 oktober 2020 is [verdachte] ter beschikking gesteld. De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en gemeen gevaar voor goederen te duchten is, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van die maatregel eiste.
De hiervoor genoemde delicten betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 7 oktober 2020.
De terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, op 10 oktober 2024 verlengd met twee jaar.
De terbeschikkingstelling met voorwaarden is bij beslissing van de rechtbank Limburg op
21 juli 2025 omgezet naar terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
Hiertegen is namens [verdachte] hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 11 december 2025 een tussenbeslissing genomen en het onderzoek heropend om meer duidelijkheid te krijgen over het toestandsbeeld van [verdachte] en de mogelijkheden tot behandeling en resocialisatie door [verdachte] te laten observeren in het Pieter Baan Centrum.
De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (met voorwaarden) is behandeld ter openbare zitting van deze rechtbank van 12 januari 2026. Ter zitting zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte] , zijn raadsman en, als deskundige, B.H.H. Pennings, de toezichthouder van [verdachte] verbonden aan Reclassering Nederland Advies & Toezichtunit 7 Zuid te Maastricht.

3.Het standpunt van de reclassering

In het reclasseringsadvies van 13 november 2025 is onder meer het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:
Het tbs-traject kende tot nu toe een grillig verloop, met inmiddels vier onttrekkingen. De afgelopen jaren is door de reclassering veel gepoogd, maar alle interventies hebben niet geleid tot gedragsverandering, sterker nog, [verdachte] blijft zich onttrekken aan het toezicht.
Het risico op recidive en letselschade wordt als gemiddeld ingeschat, zolang [verdachte] de aanwijzingen van behandelaren alsook de voorgeschreven medicatie blijft opvolgen. Wanneer [verdachte] uit contact/zorg is, schatten wij de risico's op recidive en letselschade in als hoog. Het risico op onttrekking is hoog, gebaseerd op ervaringen uit het verleden en gezien de eerdere onttrekkingen.
De afgelopen periode, waarin [verdachte] in detentie verblijft, ziet de reclassering dat [verdachte] het goed doet binnen de structuur van detentie en hij zich houdt aan alle afspraken en regels. Echter laat hij tegenover de reclassering zien dat hij niet te sturen of begrenzen is. [verdachte] heeft zijn eigen visie over zijn vervolgtraject en is hierin niet af te remmen. Hij is van mening dat de maatregel tbs met voorwaarden voortgezet kan worden onder dezelfde voorwaarden. De onttrekkingen zijn volgens hem de schuld van de behandelaren en de begeleiding van de beschermde woonvoorzieningen.
De reclassering is van mening dat een toezicht vanuit een maatregel tbs met voorwaarden niet haalbaar is. Binnen de structuur van een kliniek gedijt [verdachte] goed, echter zodra hij buiten komt, is de interpretatie dat ‘alle remmen los gaan’ en dat hij alleen maar bezig is met het optimaal benutten van zijn vrijheid. [verdachte] bleek niet stuurbaar, niet corrigeerbaar en niet begrensbaar.
Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.
Deskundige Pennings heeft ter zitting aangegeven te blijven bij bovenstaand advies. Duidelijk is dat de behandeling van [verdachte] in een impasse verkeert. De reclassering ziet niet hoe deze kan worden doorbroken. Het is afwachten tot [verdachte] wordt opgenomen in het Pieter Baan Centrum.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering. Daartoe heeft hij - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:
Hetgeen het gerechtshof in zijn tussenbeslissing heeft overwogen is helder. Er wordt niet vooruitgelopen op de vraag welk kader van terbeschikkingstelling van toepassing is. De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling moet als zodanig worden beschouwd, dat deze uitgaat van een terbeschikkingstelling met voorwaarden totdat in hoger beroep een definitieve beslissing omtrent het kader is genomen. Ten gunste van [verdachte] is uitgebreid gemotiveerd welke vervolgstappen noodzakelijk zijn. [verdachte] staat nu nog op de wachtlijst voor opname, daarop volgt dan de observatie en wordt een behandelplan opgesteld. Dat in ogenschouw nemende en gelet op het reclasseringsadvies en het huidige gemiddelde recidiverisico is een verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar noodzakelijk.

5.Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

[verdachte] heeft aangevoerd dat hij het overdreven vindt om na acht jaar behandeling nog naar het Pieter Baan Centrum te worden gestuurd. Het gaat goed met hem. Hij is op het goede pad. Hij heeft het gevoel dat hij van het kastje naar de muur wordt gestuurd en vindt het niet nodig om in een kliniek of in de gevangenis te verblijven. Hij moet telkens lang wachten en hij wil onderhand duidelijkheid over een einddatum. [verdachte] mist de vrijheid en wil aan de arbeidsmarkt gaan bijdragen. Hij heeft het juiste netwerk, woont al dertig jaar in Nederland en is iemand die je goed kunt gebruiken in de samenleving. Hij is tot op zekere hoogte bereid om met de reclassering samen te werken.
De raadsman heeft primair naar voren gebracht dat de verlengingsvordering moet worden afgewezen, omdat het gevaarcriterium niet is vervuld. Verlenging is volgens hem niet langer proportioneel. Subsidiair heeft hij verzocht dat de rechtbank ambtshalve opdracht geeft tot het laten voorbereiden van een zorgmachtiging ter vervanging van de tbs-maatregel en het meer subsidiaire verzoek van de verdediging houdt in dat de rechtbank de verlenging beperkt tot één jaar in afwachting van het PBC-onderzoek.

6.De beoordeling

De verlenging van de terbeschikkingstelling
De rechtbank dient te beoordelen of de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen nog steeds eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd. In dit verband overweegt de rechtbank het volgende.
Uit het rapport van psychiater Kaiser en het verlengingsadvies van de reclassering komt naar voren dat [verdachte] is gediagnosticeerd met een schizofreniespectrum stoornis eneen neurobiologische ontwikkelingsstoornis te weten een licht verstandelijke beperking.
De kans op herhaling van gedrag dat gevaarlijk is voor zijn omgeving is hoog als hij lange tijd geen anti-psychotische medicatie meer neemt, psychotisch wordt en van daaruit handelt. Vóór het indexdelict was de GGZ onvoldoende of onttrok hij zich er te veel aan om de delicten te voorkomen. Zonder tbs-maatregel is de kans groot dat zich dat zal herhalen gezien zijn medicatieontrouw in het verleden, bijvoorbeeld als hij lang ‘weg’ gaat zonder medicatie te regelen. De kans op herhaling is daarmee matig tot hoog omdat hij zich veelal onttrekt naar het buitenland. Het risico op onttrekking is bovendien hoog gebaseerd op ervaringen uit het verleden en eerdere onttrekkingen.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het uit de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaar van [verdachte] voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen niet dusdanig is teruggebracht dat het verantwoord is om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Aan het gevaarcriterium wordt naar het oordeel van de rechtbank nog steeds voldaan en een juridisch kader is vooralsnog noodzakelijk. De rechtbank wijst het primaire verzoek van de raadsman dan ook af.
Ook zal de rechtbank beslissen tot afwijzing van het verzoek tot afgifte van een zorgmachtiging ter vervanging van de terbeschikkingstelling, dan wel het verrichten van een onderzoek naar de mogelijkheid daarvoor. Naar het oordeel van de rechtbank bestaan er op dit moment onvoldoende aanknopingspunten voor afgifte van een zorgmachtiging. [verdachte] heeft zich immers al meerdere malen onttrokken aan zorg, behandeling, begeleiding en toezicht. Bovendien zou het lopende onderzoek van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doorkruist worden bij een eventuele toewijzing van het verzoek van de verdediging.
Duur van de verlenging
De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [1] volgt dat in de situatie dat het hoger beroep tegen de omzettingsbeslissing nog loopt terwijl er al een nieuwe verlengingsvordering aanhangig wordt gemaakt, de behandeling van die verlengingsvordering moet worden aangehouden in afwachting van de beslissing in hoger beroep. De rechtbank begrijpt deze beslissing zo, dat zo lang het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet definitief heeft beslist op het door [verdachte] ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025, de rechtbank geen eindoordeel kan geven over het aan de terbeschikkingstelling verbonden kader (verpleging van overheidswege of voorwaarden).
Wel ziet de rechtbank reden de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen. Als uitgangspunt geldt dat de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar wordt verlengd wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridisch kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in de tussenbeslissing van 11 december 2025 geoordeeld dat [verdachte] geobserveerd moet worden in het Pieter Baan Centrum om meer duidelijkheid te krijgen over het toestandsbeeld van [verdachte] en de mogelijkheden tot behandeling en resocialisatie. De rechtbank stelt op basis van de actuele wachttijd voor plaatsing in het Pieter Baan Centrum, de duur van de opname en de nadien te nemen vervolgstappen in het kader van behandeling en resocialisatie vast dat niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Wel acht de rechtbank het van belang om het lopende onderzoek te blijven volgen en ziet zij hierin aanleiding om de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. [verdachte] kan hieraan overigens niet de verwachting ontlenen dat de terbeschikkingstelling over een jaar definitief zal worden beëindigd.
Het kader
De rechtbank volstaat met het nemen van een beslissing over de verlenging van de terbeschikkingstelling en zal de beslissing over het aan de terbeschikkingstelling te verbinden kader aanhouden totdat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake het hoger beroep tegen de omzettingsbeslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025 definitief heeft beslist.

7.De beslissing

De rechtbank:
-
verlengtde termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met
één jaar;
-
houdt aande beslissing omtrent het aan de verlenging van de terbeschikkingstelling verbonden kader, tot nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft beslist op het ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025 inhoudende de omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
-
bepaaltdat het onderzoek ter zitting zo snel mogelijk na de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal worden voortgezet op een nader te bepalen zitting en geeft
opdracht aan de officier van justitieom deze zaak zo spoedig mogelijk na de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op zitting aan te brengen;
-
beveeltde oproeping van [verdachte] , zijn raadsman en de deskundige tegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting wordt hervat;
-
beveeltde officier van justitie om de benadeelde partijen op de hoogte te stellen van de datum en het tijdstip van de nadere terechtzitting.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.P.W. van Well, voorzitter, mr. L. Feuth en mr. I.T.H.L. van de Bergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M.N.F. Roelofs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting van 26 januari 2026.

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7127.