Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De stukken
- het verlengingsadvies van F.J.E. Keller (reclasseringswerker) en H.E. Droomers (unitmanager), beiden verbonden aan Reclassering Nederland, Advies & Toezichtunit 7 Zuid te Maastricht van 13 november 2025;
- Het psychiatrisch onderzoek pro justitia van psychiater dr. L.H.W.M. Kaiser van 28 mei 2025;
- de omtrent [verdachte] gehouden voortgangsverslagen over de periode van 26 september 2022 tot en met 14 augustus 2025;
- het vonnis van deze rechtbank van 30 januari 2019 waarbij de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd en waartegen hoger beroep is ingesteld;
- het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 oktober 2020, waarbij het vonnis van de rechtbank van 30 januari 2019 is vernietigd en de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden is opgelegd;
- de beslissing van deze rechtbank van 26 september 2022, waarin de voorwaarden zijn gewijzigd;
- de beslissing van deze rechtbank van 13 november 2023 waarin is bevolen dat [verdachte] alsnog van overheidswege wordt verpleegd;
- de beslissing van deze rechtbank van 22 januari 2024 waarin de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met een jaar is verlengd;
- de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2024, waarin de beslissing van deze rechtbank van 13 november 2023 werd vernietigd, de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege werd afgewezen en de voorwaarden werden aangevuld;
- de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2024, waarin de beslissing van deze rechtbank van 22 januari 2024 werd vernietigd en de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar werd verlengd;
- de beslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025, waarin de terbeschikkingstelling met voorwaarden is omgezet naar terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
- de tussenbeslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 december 2025, waarin het onderzoek is heropend en is besloten [verdachte] te laten observeren in het Pieter Baan Centrum;
- een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank en de officier van justitie, van 6 oktober 2025;
- een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank, de officier van justitie en de deskundigen, van 15 december 2025;
- een brief van [verdachte] , gericht aan de rechtbank, de officier van justitie en de deskundigen, van 16 december 2025;
- het e-mailbericht van mr. H.C. Ingelse van 9 januari 2026 met bijlagen en van 12 januari 2026 inhoudende de pleitnotities.
2.De procesgang
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander en gemeen gevaar voor goederen te duchten is, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van die maatregel eiste.
3.Het standpunt van de reclassering
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
6.De beoordeling
7.De beslissing
verlengtde termijn gedurende welke [verdachte] ter beschikking is gesteld met
één jaar;
houdt aande beslissing omtrent het aan de verlenging van de terbeschikkingstelling verbonden kader, tot nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft beslist op het ingestelde hoger beroep tegen de beslissing van deze rechtbank van 21 juli 2025 inhoudende de omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
bepaaltdat het onderzoek ter zitting zo snel mogelijk na de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zal worden voortgezet op een nader te bepalen zitting en geeft
opdracht aan de officier van justitieom deze zaak zo spoedig mogelijk na de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op zitting aan te brengen;
beveeltde oproeping van [verdachte] , zijn raadsman en de deskundige tegen de datum en het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting wordt hervat;
beveeltde officier van justitie om de benadeelde partijen op de hoogte te stellen van de datum en het tijdstip van de nadere terechtzitting.