ECLI:NL:RBLIM:2026:7455

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
C/03/336039 / FA RK 24-3191
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Geerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:20 BWArt. 1:5 lid 2 BWArt. 1:5 lid 8 BWArt. 1:7 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam na vaststelling vaderschap

De moeder verzocht de rechtbank om de geslachtsnaam van haar twee minderjarige kinderen te wijzigen in een andere naam, naar Eritrees recht. De rechtbank had eerder het vaderschap van de overleden man vastgesteld en hield de beslissing over de naamswijziging aan om nadere informatie te verkrijgen.

De rechtbank oordeelde dat op grond van het Nederlandse recht, dat van toepassing is omdat de kinderen de Nederlandse nationaliteit bezitten, de geslachtsnaam wordt bepaald door het moment van het verzoek. Omdat de geslachtsnaam van de kinderen reeds bij Koninklijk Besluit was vastgesteld, staat dit een wijziging in de weg.

De rechtbank wees het verzoek af en wees de moeder op een alternatieve procedure via Justis voor naamswijziging. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch binnen drie maanden.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige kinderen is afgewezen vanwege het bestaande Koninklijk Besluit.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Zaaknummer: C/03/336039 / FA RK 24-3191
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[de moeder] ,
verzoekster, verder te noemen: de moeder,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.W.M. van Doorn, kantoorhoudend in Maastricht,
betreffende het verzoek tot vaststelling ouderschap van:
[de man] ,
verder te noemen: de man,
overleden op [datum] 2020 in [plaats] ,
met betrekking tot de minderjarigen:
-
[minderjarige 1] ,hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
-
[minderjarige 2] ,hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats 2] .
Wederom gezien de stukken, waaronder ook de door deze rechtbank gegeven en op 6 december 2024 en 27 november 2025 uitgesproken beschikkingen.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de akte uitlating wijziging geslachtsnaam van de moeder, ingediend op 7 januari 2026.

2.Het gewijzigde verzoek

2.1
De moeder heeft bij akte haar verzoek gewijzigd in die zin dat zij nu verzoekt om de geslachtsnaam van beide kinderen te wijzigen in “ [namen] ”.
De moeder stelt daartoe dat het Eritrese recht van toepassing is op de wijziging van de geslachtsnaam na de gerechtelijke vaststelling van de vader.

3.De verdere beoordeling

3.1
De rechtbank heeft bij voornoemde beschikking van 27 november 2025 vastgesteld dat de man de vader is van de voornoemde minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De rechtbank heeft daarnaast de beslissing over het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de kinderen aangehouden om de moeder in de gelegenheid te stellen de rechtbank binnen zes weken na de datum van deze beschikking nader te informeren.
De wijziging van geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij vaststelling ouderschap
3.2
De moeder wil dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij vaststelling van het ouderschap van de man de geslachtsnaam “ [namen] ” hebben.
3.3
Op grond van artikel 10:20 BW Pro wordt de geslachtsnaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht.
Het peilmoment voor het bepalen van het toepasselijk recht is het moment van indienen van het verzoek. De moeder heeft ter zitting gesteld dat zij in ieder geval op 18 september 2023 al de Nederlandse nationaliteit bezaten, toen zij een Nederlandse identiteitskaart verkregen.
Het verzoek is op 30 oktober 2024 ingediend, zodat de moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op dat moment de Nederlandse nationaliteit hadden en daarmee wordt hun geslachtsnaam bepaald door het Nederlandse recht.
3.4
Uit artikel 1:5, lid 2, BW vloeit voort dat, indien een kind door gerechtelijke vaststelling van het ouderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, het kind de geslachtsnaam van de moeder houdt, tenzij de moeder en de man, wiens ouderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben. De rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het vaderschap vermeldt de verklaring van de ouders hieromtrent.
Op grond van artikel 1:5, lid 8, BW kan een verklaring van de ouders als bedoeld in het tweede lid slechts ten aanzien van de geslachtsnaam van hun eerste kind worden afgelegd. Onverminderd het zevende lid (het gaat dan om kinderen die op het tijdstip van het ontstaan van de familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaar of ouder zijn), hebben volgende kinderen van dezelfde ouders dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind, met dien verstande dat in het geval dat volgende kinderen blijkens de geboorteakte of krachtens toepasselijk recht een naam hebben die afwijkt van de naam van het eerste kind, de ouders kunnen verklaren dat het desbetreffende kind dezelfde geslachtsnaam zal hebben als het eerste kind.
Op grond van artikel 1:7, lid 4, BW blijft een wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam door de Koning in stand niettegenstaande een latere gerechtelijke vaststelling van het ouderschap.
Artikel 1:7, lid 4, BW vormt derhalve een uitzondering op het bepaalde in artikel 1:5, lid 2 en lid 8, BW.
3.5
Uit de aan de geboorteaktes van [minderjarige 1] als vervolgblad 2 en [minderjarige 2] als vervolgblad 3 toegevoegde latere vermeldingen betreffende vaststelling van geslachtsnaam en voornamen blijkt dat hun geslachtsnaam bij Koninklijk Besluit van 10 juli 2023, [nummer] , is vastgesteld als [geslachtsnaam van de moeder] .
Het bepaalde in artikel 1:7, lid 4, BW staat daardoor in dit geval in de weg aan een naamskeuze door de moeder.
De rechtbank komt daarmee tot het oordeel dat het verzoek van de moeder over de wijziging van de geslachtsnaam moet worden afgewezen.
3.6
Wellicht ten overvloede wijst de rechtbank de moeder en haar advocaat erop dat er via (Dienst) Justis een andere mogelijkheid bestaat om een verzoek te doen tot wijziging van een geslachtsnaam.

4.De beslissing

4.1
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Geerman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Groen-Witvliet, griffier, op 15 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.