ECLI:NL:RBLIM:2026:73
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Quaedackers
- Rechtspraak.nl
Vordering tot terugbetaling belegging en winst toegewezen ondanks betwisting bedreiging
Partijen sloten een overeenkomst waarbij gedaagde een geldbedrag van eiser zou beleggen en na acht tot twaalf weken de inleg vermeerderd met winst zou terugbetalen. Eiser maakte in juni en juli 2024 in totaal € 2.006,76 over. Gedaagde meldde in september 2024 dat de waarde was gestegen tot € 3.460,00 en bevestigde in december 2024 een uitbetaling van € 3.094,00 minus transactiekosten.
Eiser verzocht meerdere malen om betaling, waarop gedaagde deels betaalde maar het restant van € 2.000,00 niet voldan heeft. Gedaagde stelde dat toezeggingen tot betaling onder bedreiging waren gedaan, verwijzend naar een whatsappbericht waarin eiser dreigde met incassoprocedure en informeren werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat de toezeggingen van gedaagde al dateren van vóór de vermeende bedreiging en dat er geen bewijs is dat deze druk invloed had op de toezeggingen. Daarom is vastgesteld dat gedaagde nog € 2.000,00 verschuldigd is. De vordering tot betaling van dit bedrag wordt toegewezen, de vordering tot dwangsom en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.000,00 aan eiser wegens niet-nakoming van de terugbetaling van belegging en winst.