ECLI:NL:RBLIM:2026:723

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
C/03/348034 / BZ RK 25/2551
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging

Op 7 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in Roermond een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging aansluitend op een eerdere zorgmachtiging. De rechtbank heeft het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen, ingewilligd. De zaak betreft een betrokkene, geboren in 1987, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen, levensgevaar, en ernstige psychische schade. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. De rechtbank heeft de gevraagde machtiging verleend, waarbij verschillende vormen van verplichte zorg zijn toegewezen, zoals het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. De machtiging is geldig tot en met 7 januari 2027. De beschikking is openbaar uitgesproken door rechter K.G.J. Noelmans-Verbong, in aanwezigheid van griffier J.F.G. Lamers.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/348034 / BZ RK 25/2551
Datum uitspraak: 7 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.J.M. Houben, kantoorhoudend in Wessem.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op
  • de referteverklaring, ondertekend op 22 december 2025 door betrokkene en zijn advocaat.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging verleend tot en met 13 januari 2026.
2.2.
De rechtbank heeft de advocaat van betrokkene een brief gestuurd met het verzoek om het standpunt van betrokkene ten aanzien van het verzoek schriftelijk kenbaar te maken. De advocaat heeft namens betrokkene een referteverklaring ingediend.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3.2.
De advocaat van betrokkene heeft met de referteverklaring te kennen gegeven dat betrokkene instemt met het verzoek, er geen verweer wordt gevoerd en er geen bezwaar bestaat tegen de afdoening van deze zaak zonder dat de zaak mondeling behandeld wordt. Gelet op deze referte kan de mondelinge behandeling achterwege blijven.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden verlenen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Op grond van artikel 5:17 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna te noemen: Wvggz) in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechtbank een zorgmachtiging indien naar haar oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechtbank neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een schizo-affectieve stoornis.
4.4.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige immateriële schade;
  • ernstige financiële schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring en de visie van de geneesheer-directeur van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- toedienen van medicatie;
- beperken van de bewegingsvrijheid,
in geval van een opname;
- insluiten,
in geval van een opname;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene,
in geval van een opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie,
als het ernstig nadeel ambulant niet kan worden afgewend.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.Beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor
[betrokkene] ,geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 januari 2027.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026 door
mr. K.G.J. Noelmans-Verbong, rechter, in aanwezigheid van J.F.G. Lamers, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.