ECLI:NL:RBLIM:2026:7146

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
03.177517.23 en 03.251846.25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor pogingen tot doodslag, vernieling en drugshandel na incident bij discotheek

Op 16 juli 2023 reed de verdachte met hoge snelheid met zijn auto op twee personen in bij een discotheek in Beek, waarbij hij hen lanceerde en op de motorkap terecht lieten komen. Hoewel de slachtoffers geen ernstig letsel opliepen, werd de verdachte veroordeeld voor twee pogingen tot doodslag. Daarnaast vernielde hij een lantaarnpaal en een muntautomaat, veroorzaakte hij een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel en verliet hij de plaats van het ongeval zonder zijn identiteit bekend te maken.

Op 23 september 2025 werd de verdachte samen met een medeverdachte veroordeeld voor het medeplegen en medeplichtigheid aan het bezit en de handel in grote hoeveelheden hard- en softdrugs, waaronder ketamine, cocaïne, MDMA, amfetamine, hennep en hasj. De verdachte faciliteerde de opslag van deze drugs in kelderboxen en bergingen.

De rechtbank verwierp de beroepen op noodweer, noodweerexces en overmacht-noodtoestand, omdat de situatie op het moment van het incident niet meer acuut gevaarlijk was en er alternatieven waren om de parkeerplaats te verlaten. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 18 maanden. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens vrijspraak van het betreffende feit.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en voorwaardelijke ontzegging rijbevoegdheid voor 18 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummers : 03.177517.23 en 03.251846.25 (ttz.gev.)
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. N.C.M.L. Bloebaum, advocaat te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 juni en 3 juli 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[benadeelde partij 1] (feit 2 in de zaak met parketnummer 03.177517.223) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De benadeelde partij is niet op zitting verschenen. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. L.P.H. Hameleers. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.251807.25.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
In de zaak met parketnummer 03.177517.23
op 16 juli 2023
Feit 1:met een personenauto met aanzienlijke snelheid zowel vooruit als achteruit is gereden tegen twee onbekende personen en hen zo (
primair) heeft geprobeerd te doden, (
subsidiair) heeft geprobeerd zwaar te verwonden;
Feit 2:met een personenauto is ingereden op [benadeelde partij 1] en hem zo heeft geprobeerd zwaar te verwonden;
Feit 3:een lantaarnpaal en een muntautomaat heeft vernield;
Feit 4: (primair)met zijn auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij [benadeelde partij 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of waarbij die [benadeelde partij 2] zodanig lichamelijk letsel heeft opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, dan wel
(subsidiair)als bestuurder van een auto gevaar op de weg heeft veroorzaakt;
Feit 5:de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken.
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
op 23 september 2025
Feit 1:samen met anderen ongeveer 39,80 gram cocaïne heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
Feit 2:samen met anderen ongeveer 190,88 gram hennep en 87,89 gram hasjiesj heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
Feit 3: (primair)samen met [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven persoon, zonder registratie, 8977,91 gram ketamine in voorraad heeft gehad, dan wel
(subsidiair)opzettelijk 8977,91 gram ketamine, waarvoor geen handelsvergunning gold, in voorraad heeft gehad;
Feit 4:samen met [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven persoon, 598,04 cocaïne, 934,3 gram MDMA en 1493,97 gram amfetamine heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;
Feit 5:samen met [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven persoon, 3302 gram hennep en 196,65 gram hasj opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
In de zaak met parketnummer 03.177517.23
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3, feit 4 primair en feit 5.
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte van feit 1 primair vrij te spreken, omdat er onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden is dat er sprake is van een aanmerkelijke kans dat de twee aangereden personen het leven zouden laten. In het dossier bevindt zich verder onvoldoende informatie waar de personen zich exact bevonden, waar zij geraakt werden en met welke snelheid de verdachte reed.
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en feit 2, te weten het medeplegen van opzettelijk aanwezig hebben van de verdovende middelen in de kelderbox, alsmede feit 3 primair, feit 4 en feit 5, te weten medeplichtigheid aan het bezit van ketamine, hard- en softdrugs in de berging van de woning van medeverdachte [medeverdachte] .
3.2
Het standpunt van de verdediging
In de zaak met parketnummer 03.177517.23
De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte van feit 1 primair en feit 2 vrij te spreken. De verdediging heeft gesteld dat er een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bestaat op het moment dat je met een verhoogde snelheid op personen inrijdt, maar dat de verdachte die aanmerkelijke kans niet bewust heeft aanvaard, omdat de verdachte in een panieksituatie verkeerde.
Ter zake van feit 3 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsvrouw heeft ter zake van feit 4 betoogd dat de verdachte dit feit heeft begaan, maar heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheden dat er sprake was van een noodsituatie
(zie paragraaf 5.1).
De raadsvrouw heeft ter zake van feit 5 primair een beroep gedaan op overmacht- noodtoestand
(zie paragraaf 5.1).Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1, feit 2, feit 4 en feit 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ter zake van feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet op de wederrechtelijkheid, omdat de verdachte niet op de hoogte was -noch redelijkerwijs kon zijn- van het bestaan van de Geneesmiddelenwet.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
In de zaak met parketnummer 03.177517.23
Bewijsmiddelen [1]
Vanwege de samenhang zal de rechtbank de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 gezamenlijk bespreken.
Feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5
Bevindingen Mondial
Op zondag 16 juli 2023 omstreeks 05:40 uur, kregen
verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]van het operationeel centrum politie, de opdracht om te rijden naar discotheek Mondial aan de Middelweg 12 te Beek, alwaar een vechtpartij gaande zou zijn. Verbalisant [verbalisant 2] werd ter plaatse door een beveiliger, de later volledig te noemen getuige [getuige 1] , aangesproken. Hij deelde hem mede dat er een ruzie had plaats gevonden tussen twee groepen en dat een van de groepen daarna is weggereden in een witte Volkswagen Golf. Deze witte Volkswagen Golf had bij het wegrijden een persoon omver gereden en tegen diverse aldaar geparkeerde voertuigen gebotst. Ook zou de witte Volkswagen Golf een slagboom hebben omver gereden en een lantaarnpaal. Verbalisanten zagen dat er schade was aan auto’s, een slagboom en een lantaarnpaal. Verbalisant [verbalisant 1] hoorde op 16 juli 2023 [getuige 2] als getuige.
Hij verklaarde: ‘Ik reed op de parkeerplaats van de Mondial in Beek. Ik zag dat de witte Volkswagen Golf op een agressieve manier wegreed op de parkeerplaats ter hoogte van de Middelweg in Beek in de richting van het station in Beek. Ik zag dat hij tijdens het wegrijden een persoon in een wit shirt raakte met de voorbumper van zijn auto.’ [2]
Het incident op de parkeerplaats van de Mondial is voor een groot deel opgenomen door de
bewakingscamera'svan de Mondial. Verbalisant [verbalisant 5] heeft de beelden bekeken en relateert het volgende: [3]
Ik zag dat op 16 juli 2023 om 5:41: [huisnummer 1] uur de witte VW Golf 7 de zwarte BMW sedan aan de rechterzijde passeerde en richting de uitrit reed. Ik zag dat op de andere camerapositie inmiddels een persoon rechts naast de witte sedan staat. Ik zag dat deze persoon gekleed was in een witte trui, zwarte broek, witte schoenen en een zwart tasje om zijn schouder droeg. Ik zag dat deze persoon keek in de richting vanwaar de VW Golf kwam gereden. Ik zag vervolgens dat de persoon gekleed in witte trui, zwarte broek, witte schoen, zwarte schouder tas, frontaal werd aangereden door de witte VW Golf 7. Ik zag dat deze persoon op de motorkap van deze witte Golf terecht kwam. Ik zag dat direct daarna op 16 juli 2023 om 5:41:56 de witte VW Golf belaagd werd door meerdere personen.
Ik zag dat op 16 juli 2023 om 5:42:00 uur de witte VW Golf weer achteruit reed. Ik zag dat de persoon die werd aangereden op de motorkap zat en van de auto afging.
Ik zag dat op 16 juli 2023 om 5:42:03 uur de witte VW Golf met een verhoogde snelheid achteruit kwam gereden en naar rechts richting enkele geparkeerde voertuigen stuurde.
Ik zag dat een viertal personen naar de VW Golf toe renden. Ik zag dat daarna een andere persoon een stalen dranghek optilde. Ik zag dat deze persoon er als volgt uitzag: NN5: Wit t-shirt, donkere broek. witte schoenen, donker haar
Ik zag dat op 16 juli 2023 om 5:42:12 uur de witte VW Golf weer rechts in beeld komt en dat er een persoon vanaf die auto komt gevallen. Ik zag dat op dat moment NN5 het stalen dranghek naar de witte VW Golf gooide. Op dat moment zag ik ook dat de personen zich in veiligheid lijken te proberen te krijgen.
Ik zag op 16 juli 2023 om 5:42:15 uur dat de VW Golf vooruit reed en achter de container links afreed. Ik zag dat het dranghek door de lucht vloog in de richting van de witte VW Golf. Ik zag dat de VW Golf reed in de richtíng van de persoon die daar op de parkeerplaats liep. Ik zag dat de man die voor de VW Golf staat zich draait naar de VW Golf die op hem af komt gereden. Ik zag dat de man zijn armen naar de witte VW Golf uitstrekte. Ik zag dat de man vervolgens op de motorkap van de witte VW Golf terecht kwam. Ik zag dat de witte VW Golf doorreed en de man die aangereden werd op de grond viel.
Ik zag dat op 16 juli 2023 om 5:42:20 uur de witte VW Golf richting de gevel van de Mondial reed, en tussen de gevel en een geparkeerde auto af reed. Ik zag dat enkele personen daar hard voor wegrenden.Ik zag dat de witte VW Golf tussen de muur en de Audi tot stilstand kwam. Ik zag dat de lantaarnpaal omviel en dat de lamparmatuur naar beneden viel en op het dak van de zwarte BMW sedan terechtkwam.
Ik zag dat de witte VW Golf wegreed in de richting van de uitrit en dat de witte Sedan die voor de uitrit stond net weg was gereden, rechtsaf de Middelweg op. Ik zag dat de witte VW Golf vervolgens een groene zuil bij de uitrit omver reed, daaroverheen reed en links af wegreed de Middelweg op.
De eigen waarneming van de rechtbank: [4]
De rechtbank heeft (met toestemming van de officier van justitie en de verdediging) in raadkamer nogmaals de camerabeelden bekeken opgenomen door de bewakingscamera's van de Mondial. De rechtbank heeft waargenomen dat:
( i) de broer van de verdachte en de verdachte ruzie krijgen met een groep personen,
(ii) de verdachte zijn broer bij het conflict probeert weg te krijgen door hem in de richting te duwen van het deel van de parkeerplaats waar de auto van de verdachte geparkeerd stond,
(iii) op enig moment de onder (i) genoemde personen achter de verdachte en zijn aanhang rennen en zij vervolgens allemaal uit beeld verdwijnen,
(iv) op enig moment deze personen weer teruglopen naar hun oorspronkelijke plek,
( v) de auto van de verdachte kort daarna in beeld verschijnt en stilstaat en daarbij niet belaagd wordt door voornoemde groep personen die op een afstand staat,
(vi) een tweetal auto’s tussen de slagboom -de plek alwaar de parkeerplaats kon worden verlaten- en de auto van de verdachte, staat,
(vii) de verdachte rond 5:41: [huisnummer 3] met de auto hevig optrekt, daarbij accelereert en enkele meters verder vanaf de plaats alwaar hij stilstond, een persoon in een witte trui frontaal aanrijdt, waardoor deze op de motorkap van die auto terechtkomt,
(viii) de verdachte daarna ook weer hevig en met kracht optrekt en naar achteren rijdt,
(ix) de auto van de verdachte weer in beeld verschijnt, nu vooruitrijdend,
( x) de verdachte in een rechte lijn, accelererend, op een persoon in een wit T-shirt afrijdt, die persoon vervolgens ter hoogte van het midden van de motorkap wordt geraakt en terechtkomt aan de rechterzijkant van de auto.
Bevindingen Neerbekerstraat
Kort na het incident op de parkeerplaats van de Mondial, werden
politie-eenhedennaar de Neerbekerstraat te Beek gestuurd. Op de Neerbekerstraat was een voertuig tegen een container aangereden en vervolgens op zijn kop beland. Dit betrof dezelfde witte Volkswagen Golf met het Nederlandse kenteken [kenteken verdachte] . Door een getuige werden in de struiken aan de [adres] in Beek drie gewonde mannen aangetroffen. Korte tijd later liep een man in de richting van de politie. Deze man werd door de politie herkend als de kentekenhouder van de witte Volkswagen Golf. Dit bleek verdachte [verdachte] te zijn.
[verdachte] verklaarde dat hij in de verongelukte auto had gezeten en dat de andere inzittenden om de hoek op de [adres] waren. In de struiken lagen twee mannen, [benadeelde partij 2] en [naam betrokkene] . [benadeelde partij 2] gaf aan dat hij zijn beide enkels niet meer voelde. Beide mannen zaten flink onder het bloed. Volgens [benadeelde partij 2] en [naam betrokkene] zaten zij met drie personen in de auto toen de auto crashte. Verdachte [verdachte] verklaarde vervolgens dat hij de bestuurder van de witte Volkswagen Golf was. Ook verklaarde hij dat hij bij de Mondial belaagd werd door meerdere personen, dat personen op zijn voertuig en zijn voorruit hadden geslagen en dat hij in paniek raakte en snel was weggereden. Verdachte [verdachte] rook naar het inwendig gebruik van alcohol, had bloeddoorlopen ogen en was onvast ter been. [5]
Diezelfde dag om 05:37 uur kreeg
verbalisant [verbalisant 3], kennis van het verkeersongeval op de Neerbeekerstraat, Beek, binnen de gemeente Beek. Verbalisant [verbalisant 3] had op 16 juli 2023 om 06:05 uur, het eerste directe contact met de bestuurder, zijnde verdachte [verdachte] , leidend tot de verdenking van overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro 1994. De adem van de bestuurder rook naar het inwendig gebruik van alcoholhoudende drank en de bestuurder had bloeddoorlopen ogen. Het betrof hier een bestuurder van een motorrijtuig waarvoor voor het besturen een rijbewijs vereist is.
Op zondag 16 juli 2023 om 07:45 uur werd van de verdachte bloed afgenomen conform het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Verbalisant [verbalisant 3] heeft de verdachte na de bloedafname erop gewezen dat hij het recht op tegenonderzoek heeft, indien het verslag van het bloedonderzoek als bedoeld in artikel 16 lid 2 Besluit Pro alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, het vermoeden zou bevestigen dat verdachte artikel 8 lid Pro 1, 2, 3 of 5 Wegenverkeerswet 1994 had overtreden.
De buisjes bloed zijn in de voorgeschreven verpakking, gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, en overeenkomstig de Regeling alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer, in de daartoe bestemde vriezer geplaatst, liggend op het grootste oppervlak. Tevens is het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer
TACL2914NL. [6]
Uit het
rapport Alcohol en drugs in het verkeervan het Maasstad Ziekenhuis van 24 juli 2023 blijkt de verdachte [verdachte] 1.06 milligram alcohol per milliliter bloed (met SIN-nummer
TACL2914NL) in zijn bloed te hebben. [7]
De afdeling
VerkeersOngevallenAnalysevan de Politie Eenheid Limburg heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak, toedracht en gevolgen van het ongeval. Hieruit blijkt het volgende: [8]
1.2.
Beknopte beschrijvingBij mijn aankomst ter plaatse werd mij medegedeeld door de aanwezige collega's dat een personenauto, merk Volkswagen, type Golf GTD, voorzien van het kenteken [kenteken verdachte] , had gereden over de Neerbeekerstraat komende uit de richting van de Spaubeekerstraat en rijdende in de richting van de Europalaan. Ter hoogte van perceel [huisnummer 1] was dit voertuig in botsing gekomen met een afvalcontainer, waardoor het voertuig in een slip was geraakt en via de stenen muren afbakening van de
voortuin van perceel [huisnummer 2] van de Neerbeekerstraat op zijn dak op de rijbaan terecht was gekomen. Uit het voertuig waren drie personen gekropen, die verderop op het grasveld werden aangetroffen, waarvan een persoon zwaar beenletsel zou hebben. De drie inzittenden werden ter controle overgebracht naar het Zuyderland Medisch Centrum te Heerlen.
De betrokken Volkswagen en de drie inzittenden waren voorafgaande aan onderhavig ongeval betrokken geweest bij een incident, wat zich had afgespeeld bij de discotheek Mondial gelegen aan de Middelweg 12 te Beek. Alhier zou de bestuurder van de betrokken Volkswagen zijn ingereden op personen, voertuigen en wegmeubilair. Waarna de bestuurder van de betrokken Volkswagen de plaats van het incident had verlaten zonder zijn identiteit en de identiteit van zijn motorrijtuig kenbaar te maken. Ten gevolge van het incident bij de Mondial had de betrokken Volkswagen schade- en sporenbeelden rondom het voertuig van contact met onder andere vijf andere voertuigen, een lantaarnpaal, een groene slagboompaal, een dranghek en meerdere personen.
Ad 2.
De betrokken Volkswagen Golf werd in beslag genomen voor vervolgonderzoek en overgebracht naar het bergingsbedrijf Logicx te Valkenburg.
Concluderend:Er werden geen aanwijzingen aangetroffen dat de stuur- en/of reminrichting, ten tijde van het incident, niet in voldoende rijtechnische staat verkeerden of niet naar behoren functioneerden. Het voertuig verkeerde in een voldoende rijtechnische staat van onderhoud en vertoonde geen gebreken die de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het incident.
Concluderend:Uit de voertuigdata en de indicatieve berekeningen kon geconcludeerd worden dat de betrokken Volkswagen had gereden met een snelheid
van ten minste 73 km/hop het moment van de botsing met de afvalcontainer, zijnde in ieder geval met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid van 30 km/h.
Ad 3.
Vermoedelijke toedracht:De bestuurder van de betrokken Volkswagen had gereden over de Neerbeekerstraat, komende uit de richting van de Spaubeekerstraat en rijdende in de richting van de Europalaan. Bovengenoemde rijrichting bleek uit mijn ingestelde onderzoek ter plaatse en uit de camerabeelden.
Ter hoogte van perceel [huisnummer 1] was dit voertuig met de rechterflank voor in botsing gekomen met de linkerhoek voor van de aldaar deels op de rijbaan en deels op het trottoir geplaatste gele afvalcontainer.
Bovengenoemde botspositie bleek uit het op de linker hoek voor van de afvalcontainer achtergebleven losgescheurde deel van het voorscherm rechts van de betrokken Volkswagen, alsmede uit de aangetroffen geelkleurige sporenbeelden op de voorbumper rechts van de betrokken Volkswagen. Door de voorwaartse kracht van de betrokken Volkswagen werd de afvalcontainer in de botsing ongeveer 1.5 meter verplaatst en ging het voertuig rechtsom zijn hoogte-as draaien en kwam met de voorzijde en linkerflank tegen het 'Ziggo'-kastje geplaatst in het trottoir ter hoogte van perceel [huisnummer 3] en de stenen muren afbakening van de voortuin van perceel [huisnummer 2] . Hierdoor ging het voertuig eveneens om zijn lengte-as draaien en kwam het voertuig op zijn dak op de rechter weghelft van de rijbaan van de Neerbeekerstraat ter hoogte van perceel [huisnummer 4] tot stilstand.
Aangiftes
Op 18 juli 2023 deed [aangever 1] , namens
Boonstra Uitgaanscentrum B.V. (Mondial) aangiftevan vernieling. Hij verklaarde onder meer het volgende: [9]
Ik ben gerechtigd tot het doen van aangifte namens de eigenaar van de Mondial (Boonstra Uitgaangscentrum) in Beek. Op zondag 16 juli 2023 omstreeks 5.40 uur is een witte VW Golf tegen een lantaarnpaal en over de muntenautomaat bij de slagboom gereden. Door deze aanrijding zijn zowel de lantaarnpaal als de muntenautomaat onherstelbaar beschadigd.
Op 22 juli 2023 deed [aangever 2] , namens
[verhuurbedrijf] aangiftevan verlaten plaats ongeval. Zij verklaarde het volgende: [10]
Op vrijdag 14 juli 2023 heb ik een auto gehuurd bij het bedrijf ‘ [verhuurbedrijf] ’. Dit bedrijf is gelegen aan de [adres verhuurbedrijf] te Duitsland. Ik had een Audi RS Q3 Sportback gehuurd met het Duitse kenteken: [kenteken 2] , kleur zwart voor een bruiloft waar ik diezelfde avond naar toe zou gaan. Op zaterdag 15 juli 2023 heb ik omstreeks 05:00 uur mijn broer [familielid aangever 2] naar de Mondial gebracht. We hadden afgesproken dat de vriend van [familielid aangever 2] terug zou rijden in de auto die ik gehuurd had. Ik zelf ben met een vriendin weer naar huis terug gereden. Mijn broer heeft dan ook de schade geconstateerd omstreeks 06:00 uur. Er was ook politie aanwezig, deze hadden tegen mijn broer [familielid aangever 2] gezegd dat er een achtervolging was geweest en er een personenauto op de auto's van de parkeerplaats had ingereden, waaronder de AUDI RS Q3 die ik gehuurd had. De schade betreft: linksachter bestuurderskant, flinke deuk, bumper kapot met uitlaat. Degene die betrokken is geweest bij het genoemde verkeersongeval of door wiens gedraging dit verkeersongeval is veroorzaakt, heeft de plaats van het verkeersongeval verlaten. Deze persoon heeft zijn of haar identiteit niet bekend gemaakt.
In het dossier bevindt zich een
fotowaarop de
schadeaan de Audi RS Q3 Sportback is te zien. [11]
Getuigen
Getuige [getuige 1]heeft op 16 juli 2023 een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende [12] :
Ik werk als beveiliger bij de Mondial, gelegen in de Middelweg 12 te Beek.
Op zondag 16 juli 2023, omstreeks 05:25 uur, was ik in die hoedanigheid aan het werk. Ik liep naar buiten en zag rechts van de hoofdingang bij de kleine parkeerplaats dat twee groepen tegen elkaar stonden. Ik zag dat ze toen met elkaar gingen vechten, op de grote parkeerplaats. Ondertussen zag ik dat een jongen met Marokkaans uiterlijk bij de slagboom stond van de grote parkeerplaats. Op een gegeven moment zag ik dat die jongen werd aangereden door een witte Volkswagen. Ik zag dat de jongen ongeveer anderhalve meter de lucht in vloog en vervolgens op de grond viel. Ik zag dat de witte Volkswagen weer achteruit reed en vervolgens snel vooruit en toen tegen geparkeerde auto's reed.
Getuige [getuige 3]heeft op 16 juli 2023 een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende [13] :
Op zondag 16 juli 2023, omstreeks 05.30 uur, was ik aan het werk in mijn zaak de Mondial gelegen aan de Middelweg 12 in Beek. Ik ben de eigenaar. Ik zag dat de man met de witte trui rechts naast de witte auto stond en opeens zag ik dat een witte Volkswagen Golf tegen de man met de witte trui aan reedt. Dit betrof de aanrijding bij de slagboom. Ik zag dat de man met de witte trui door de lucht vloog. Ik zag dat de witte Volkswagen Golf even stil stond en vervolgens achteruit terug de parkeerplaats op reed Ik zag dat de witte Volkswagen Golf meerdere geparkeerde voertuigen ramde op de parkeerplaats. De witte Volkswagen Golf kwam nu dichterbij mij waarbij hij nog een persoon aanreed bijna recht voor mij. De witte Volkswagen Golf reed vervolgens tegen een lantaarnpaal aan die op de parkeerplaats staat.
Ook
getuige [getuige 4]heeft een verklaring afgelegd. Hij verklaarde: [14]
Ik stond op het grasveld achter de blauwe container op de parkeerplaats van de Mondial, gelegen aan de Middelweg te Beek. Ik zag dat witte Volkswagen Go1f met flinke snelheid in de richting van deze groene uitrijdpaal kwam aanrijden. Ik zag dat hij hier iemand raakte met de voorbumper. Ik zag dat hij door de kracht van de aanrijding door de lucht vloog. Ik zag dat hij tijdens het achteruitrijden nog een persoon, die probeerde weg te springen, raakte. Ik zag dat de witte Volkswagen Golf om de blauwe container op de parkeerplaats heen reed, hier rechtdoor verder ging, in de richting van het station, en dat hij een geparkeerde auto en een paal raakte, waardoor er schade ontstond aan de geparkeerde auto en de paal.
Getuige [getuige 5]heeft op 31 augustus 2023 een verklaring afgelegd. Hij verklaarde onder meer als volgt: [15]
Op enig moment zag ik dat die witte VW Golf er aankwam en richting de oude slagboom reed. Ik zag dat daar een man aangereden werd. Ik zag dat deze man over de motorkap vloog en de lucht in ging. Ik zag dat de bestuurder opeens weer met een enorme vaart achteruit reed zonder te kijken en een auto met Duits kenteken, jeepmodel raakte. Vervolgens zag ik dat hij weer vooruit begon te rijden en een bocht maakte en de andere kant opreed in de richting van de hoek van de Mondial. Daarbij reed hij een andere man, met Marokkaans uiterlijk, denk ik, aan. Daarna zag ik hem tegen een lantaarnpaal aanbotsten. Ik heb nog nooit zoiets gezien hoe die bestuurder meedogenloos afreed op gebouwen, op mensen en wegmeubilair.
Getuige [benadeelde partij 2]heeft een verklaring afgelegd. Hij verklaarde het volgende: [16]
Op zondag 16 juli 2023, tussen 05 en 06 uur, liepen we naar buiten bij de Mondial. Het was tegen het einde aan. […] Toen stapten we in de auto en wilden wij wegrijden. We zijn daar toen weggereden. Het was [verdachte] zijn auto, dus hij was er sowieso. Voor de rest nog een Hollander. Hij heeft mij uit de auto getild. We reden weg en om de hoek bij mij, niet ver van hier is het ongeluk gebeurd. Het gebeurde in een klap. Ik zat als bijrijder in de auto. Er was paniek. We lagen op de kop of op de zijkant. Ik zag mijn raam en ik kroop eruit. Ik ben toen meegenomen door de ambulance en zij zeiden dat ik naar het ziekenhuis moest. Ik ben toen naar de spoedeisende hulp gegaan.
Op 29 augustus 2023 heeft getuige
[benadeelde partij 2]een
aanvullende verklaringafgelegd. Hij verklaarde dat hij in zijn rechtervoet drie botjes had gebroken en dat hij ongeveer 4 weken ziek thuis heeft gezeten en hierdoor niet heeft kunnen werken. [17]
Op 28 juli 2023 heeft
getuige [naam betrokkene]een verklaring afgelegd. Hij verklaarde als volgt: [18]
We gingen naar de Mondial toe, hebben daar gedronken en hebben daar een feestje gehad. Toen ik naar buiten kwam, rond sluittingstijd, zag ik dat er een ruzie gaande was tussen de mensen met wie ik daar was en met jongens die ik niet ken. Wij gingen toen naar de auto en stapten erin. Wij reden tegen de slagboom en reden toen weg richting Beek. Wij reden toen door en vervolgens werd het bij mij zwart. Toen we de container raakten, hing ik aan het plafond en draaide de auto over de kop. Ik had nog een black-out. Toen de auto op zijn kop lag heb ik geprobeerd om de deur eruit te duwen, dit lukte mij en ik kroop er toen uit. Ik hoorde de jongen die naast [verdachte] zat roepen dat hij pijn had aan zijn benen en dat hij niet kon lopen.
De
verdachteheeft ter terechtzitting van 29 juni 2026 het volgende verklaard:
Ik was de bestuurder van de witte Volkswagen Golf. Ik had gedronken die avond. Het klopt dat ik, nadat ik bij de Mondial ben weggereden, tegen een container ben gereden. Het was een flinke impact.
Bewijsoverwegingen
Feit 1
Aan de verdachte is onder feit 1 primair een dubbele poging tot doodslag tenlastegelegd. Op de camerabeelden zijn twee personen waar te nemen: een persoon met een witte hoodie en een persoon met een wit T-shirt (gemakshalve zal de rechtbank -nu de namen van voornoemde personen onbekend zijn gebleven- deze personen steeds aanduiden als respectievelijk slachtoffer 1 en slachtoffer 2). Op de beelden is tevens te zien dat de verdachte deze personen met de door hem bestuurde auto raakt. De vraag is of het handelen van de verdachte de juridische kwalificatie poging tot doodslag verdient. De rechtbank oordeelt in dit verband als volgt.
Voor een bewezenverklaring van poging tot doodslag is vereist dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer 1 en slachtoffer 2. De rechtbank is van oordeel dat het procesdossier geen aanknopingspunten biedt voor de gevolgtrekking dat de verdachte met vol opzet heeft gehandeld. Met andere woorden, dat de verdachte willens en wetens, met een duidelijke bedoeling aldus, de dood van twee voornoemde slachtoffers heeft beoogd, blijkt niet uit het procesdossier. Dan de vraag of de verdachte met voorwaardelijk opzet heeft gehandeld. Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet is vereist dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat voornoemde slachtoffers, als gevolg van het door de verdachte aangewende geweld, het leven zouden laten. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid. Voor de vaststelling dat de verdachte zich bewust heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat een verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op een bepaald gevolg, dat -behoudens contra-indicaties- de verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard. In dit verband is zeker niet onbelangrijk dat het bestaan van een aanmerkelijke kans losstaat van de aard van het gevolg. Tenslotte dient te worden benadrukt dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat met de
‘reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid’een tamelijk lage kansdrempel wordt gehanteerd.
Op basis van de beschikbare bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Tijdens het eerste voorval -dit betreft het voorval met slachtoffer 1- staat de door de verdachte bestuurde Volkswagen Golf stil. Te zien is vervolgens dat de verdachte met zijn auto hevig optrekt, daarbij accelereert en enkele meters verder vanaf de plaats alwaar hij stilstond, slachtoffer 1 frontaal aanrijdt, waardoor het slachtoffer op de motorkap van die auto terechtkomt. Verdachte rijdt vervolgens met de auto achteruit en komt even later weer in beeld, nu vooruitrijdend. En dan vindt het tweede voorval -dat met slachtoffer 2- plaats. Verdachte rijdt in een rechte lijn, accelererend, op slachtoffer 2 af dat vervolgens ter hoogte van het midden van de motorkap wordt geraakt en terechtkomt aan de rechterzijkant van de auto. Gelukkigerwijs -hetgeen geenszins aan de verdachte te danken was- hadden de slachtoffers op het eerste oog geen letsel overgehouden aan de handelingen van de verdachte. De rechtbank baseert zich hierbij noodzakelijkerwijs op de beelden, nu de slachtoffers onbekend zijn gebleven. Op die beelden is enig letsel niet waar te nemen.
Tot welke juridische implicaties leiden de voorgaande vaststellingen? De auto van de verdachte betrof een Volkswagen Golf GTD, zo blijkt uit het proces-verbaal VOA. Alhoewel het procesdossier het precieze gewicht van deze auto niet vermeldt, is het een feit van algemene bekendheid dat het gewicht van een dergelijke auto minimaal 1200 kilogram bedraagt. De rechtbank beseft ook dat de snelheid waarmee de verdachte met zijn auto de slachtoffers heeft geraakt niet, vaststaat. Wat wel uit de beelden kan worden afgeleid is dat de snelheid, in beide gevallen, niet traag was, doch accelererend. En in dergelijke gevallen, waarbij met een auto die accelereert, een persoon wordt geraakt, is sprake van een aanmerkelijke kans op de dood van die persoon. De slachtoffers hadden makkelijk onder de auto kunnen belanden, met alle nare gevolgen van dien. Dat dit niet is gebeurd, is niet aan de verdachte te danken doch aan de -die indruk rijst in ieder geval uit de beelden- ogenschijnlijke behendigheid van de slachtoffers. Wat betreft beide slachtoffers heeft ook te gelden dat de verdachte de aanmerkelijke kans op hun dood heeft aanvaard. Dit blijkt uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte. Immers, de verdachte is feitelijk, zonder zichtbare aarzeling, op hen afgereden en heeft hen geraakt.
De rechtbank concludeert, gelet op het voorgaande, dat de aan de verdachte tenlastegelegde poging tot doodslag van slachtoffer 1 en slachtoffer 2 wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Feit 2
Onder dit feit is aan de verdachte tenlastegelegd poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer [benadeelde partij 1] . [benadeelde partij 1] heeft in zijn aangifte -kortgezegd- verklaard dat de auto zijn richting opreed, dat hij niet meer kon wegkomen, dat de auto tegen hem aanreed en dat hij daardoor letsel opliep. Er zijn ook foto’s van het letsel in het procesdossier aanwezig. Deze aanrijding is niet te zien op de camerabeelden.
Ook hier is de gevolgtrekking gerechtvaardigd dat het procesdossier onvoldoende aanwijzingen bevat dat de verdachte met vol opzet heeft gehandeld. Zijn er dan wel voldoende ingrediënten voor de conclusie dat er sprake is van voorwaardelijk opzet? Met andere woorden, bestond er door het handelen van de verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij [benadeelde partij 1] en, zo ja, heeft de verdachte die aanmerkelijke kans bewust aanvaard? Anders dan bij feit 1 ontbreken hier de essentiële gegevens voor de beantwoording van de vraag of door het handelen van de verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij [benadeelde partij 1] bestond. Uit de aangifte blijkt enkel dat [benadeelde partij 1] is geraakt door de auto van de verdachte. De aangifte en de overige inhoud van het procesdossier bevatten geen informatie over de snelheid van de auto op dit moment, over de intensiteit van het rijgedrag van de verdachte, over de aard van de impact tegen het lichaam van [benadeelde partij 1] , over waar op het lichaam [benadeelde partij 1] door die auto werd geraakt. Noch in de aangifte noch in de overige inhoud van het procesdossier. Op de beelden is weliswaar waar te nemen dat de verdachte met zijn auto met een hoge intensiteit in de richting van [benadeelde partij 1] -die niet op de beelden te zien is- rijdt, maar dit is onvoldoende om dan ook aan te nemen dat die intensiteit ook aanwezig was tijdens de impact tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] . De rechtbank kan over deze essentiële zaken slechts gissen en aannames doen die niet gebaseerd zijn op de feiten. Dat is niet toegestaan. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 2 aan de verdachte tenlastegelegde.
Feit 3
De rechtbank kan kort over dit feit zijn: zij acht het aan de verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en verwijst in dit verband naar de bewijsmiddelen.
Feit 4
Ook dit feit dient, gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen te worden geacht, met dien verstande dat niet gesproken kan worden van zwaar lichamelijk letsel doch van zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Feit 5
De rechtbank kan ook kort zijn over dit feit: zij acht het aan de verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en verwijst in dit verband naar de bewijsmiddelen.
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
Bewijsmiddelen [19]
Feit 1 en feit 2
Aangezien de verdachte de feiten 1 en 2 ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), met een opsomming van de bewijsmiddelen:
Feit 1
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 met betrekking tot de doorzoeking van de kelderbox van de woning van verdachte [medeverdachte] [20] ;
- proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 oktober 2025 [21] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2026.
Feit 2
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 met betrekking tot de doorzoeking van de kelderbox van de woning van verdachte [medeverdachte] [22] ;
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2026.
Feit 3
Op dinsdag 23 september 2025 heeft op het adres [pleegadres] in Beek onder meer op de opslaglocatie op de tweede verdieping (zolder) een
doorzoekingplaatsgevonden. [23] Daarbij werd een hoeveelheid ketamine aangetroffen. [24]
Uit het
proces-verbaal onderzoek verdovende middelenblijkt dat het volgende onderzoeksitem is aangeboden voor onderzoek: [25]
Uniek Voorwerp: AATE6013NL
Nummer: 1841002
Object omschrijving: Twee transparante kunststof gesealde zakken met daarin wit gekleurd
kristalachtig poeder.
Kleur: Wit
Nettogewicht: 8977,91 gram
Hieruit is een monster (met SIN-nummer AASZ8373NL) veiliggesteld en getest.
Het resultaat betrof: Indicatie Ketamine
Het
Nederlands forensisch instituut (NFI)heeft in dit verband vastgesteld dat de ketamine (met kenmerk: AASZ8373NL) (vrijwel) zuivere ketamine HCL bevat. [26] Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voldoet dit product aan de omschrijving van het begrip werkzame stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder x.1, van de Geneesmiddelenwet. [27]
Op 25 september 2025 is door verbalisant [verbalisant 4]
de telefoonvan verdachte [medeverdachte] onderzocht. De analyse werd gericht op de whatsapp gesprekken tussen [medeverdachte] en [verdachte] . Verbalisant [verbalisant 4] heeft daarover onder meer het volgende gerelateerd [28] :
  • 27 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 27 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht
  • 27 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 27 augustus 2025, [verdachte] stuurt:
  • 27 augustus 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 28 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 28 augustus 2025, [verdachte] stuurt twee spraakberichten:
  • 29 augustus 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 2 september 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
  • 16 september 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht: ’’
  • 17 september 2025, [medeverdachte] stuurt een afbeelding :
  • 17 september 2025, [medeverdachte] stuurt een spraakbericht: '
  • 17 september 2025, [verdachte] stuurt : [telefoonnummer betrokkene] .
  • 18 september 2025, [verdachte] stuurt een spraakbericht:
Bij de politie heeft
verdachte [medeverdachte]op 24 september 2025 verklaard: [29]
V: Waar sta je ingeschreven en woon je hier ook daadwerkelijk?
A: [pleegadres] in Beek, hier verblijf ik ook. In het appartement zelf.
V: Je woont op de [pleegadres] in Beek. Bij deze woning horen een kelderbox en een berging op de tweede verdieping. Volgens de woonconsulent van Zo-Wonen behoort de eerste kelderdeur aan de linkerzijde tot het pand 67. Klopt dit?
A: Ja
Vraag advocaat: Wat is er precies bekend over of er andere personen bij jullie in
beeld zijn wat betreft deze zaak? Antwoord verbalisant: Wij hebben een melding gekregen dat de auto die op naam staat van [verdachte] tot zes keer per dag, dag en nacht, gezien wordt bij het appartementencomplex. Melder ziet dan een man naar binnen lopen met een sleutel van de toegangsdeur en van de bergingen. Men ziet ook dat deze man de bergingen binnen gaat.
Antwoord verdachte: het gaat inderdaad om [verdachte] . Er is een tweede persoon bij betrokken die ze ' [betrokkene] ’ noemen. Meer weet ik daar niet van maar daar heb ik wel een telefoonnummer van, van [verdachte] ook. Er staan ook hele gesprekken in mijn telefoon met [verdachte] en [betrokkene] . Op whatsapp noemt die [betrokkene] zich ’ [betrokkene] ' of [betrokkene] '.
V: Heb je die [betrokkene] ooit in het echt gezien, heb je een signalement?
A: Een keer in de auto bij [verdachte] .
V: Aan wie heb je deze sleutels ooit als eerste gegeven?
A: Aan [verdachte] , voor beiden personen. [betrokkene] zei dat hij niet veel contact wilde hebben met mij dus dat ging via [verdachte] . Die is ze toen komen halen.
V: Hadden beiden personen dus apart van elkaar een setje sleutels?
A: Beiden personen hebben een apart setje sleutels.
V: Weet je nog wanneer [verdachte] die sleutels is komen halen?
A: Ik denk een klein maandje geleden, misschien anderhalf.
V: In de Politieauto heb je ook gezegd dat je bang bent voor de mensen die je bergingen gebruiken. Wat is de reden dat je bang bent voor deze personen?
A: Van [verdachte] wist ik wel dat hij wat verkocht, maar niet in deze hoeveelheden, ik heb wel een wiet bij hem gehaald voor mijn eigen gebruik.
V: Hoeveel kreeg jij voor het feit dat zij jouw garageboxen mochten gebruiken?
A: 200 euro per maand.
V: Via welke weg kreeg jij dat geld?
A: contant, van [verdachte] .
De verdachte
[verdachte]heeft ter terechtzitting van 29 juni 2026 verklaard:
Ik heb medeverdachte [medeverdachte] benaderd om de ruimte boven te verhuren aan iemand. Deze persoon heet [betrokkene] . Er ging in die ruimte hetzelfde gebeuren als in mijn gehuurde ruimte in de kelderbox. Ik heb er € 300,- voor gekregen.
Bewijsoverwegingen
De rechtbank acht het primaire feit wettig en overtuigd bewezen, in die zin aldus dat de verdachte samen met verdachte [medeverdachte] en een persoon genaamd ‘ [betrokkene] ’ zonder registratie 8977,91 gram ketamine voor activiteiten met werkzame stoffen in voorraad heeft gehad. Op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte in de rol van facilitator/bemiddelaar gelegenheid heeft verschaft en behulpzaam is geweest bij het in voorraad hebben van de 8977,91 gram ketamine.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet op de wederrechtelijkheid, omdat verdachte niet op de hoogte was van de Geneesmiddelenwet. De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat ketamine een geneesmiddel is dat als verdovingsmiddel en zeer sterke pijnstiller wordt gebruikt, maar dat dit ook wordt gebruikt als verdovend middel waarin op grote schaal wordt gehandeld. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.
Feit 4 en feit 5
De rechtbank acht feit 4 en feit 5 wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 met betrekking tot de doorzoeking van tweede verdieping (zolder) van de woning van verdachte [medeverdachte] [30] ;
- proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 oktober 2025 [31] ;
- proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek verdovende middelen; [32]
- de vier NFI-rapporten identificatie van drugs d.d. 25 september 2025; [33]
- proces-verbaal bevindingen met betrekking tot onderzoek naar de whatsapp gesprekken tussen verdachten [medeverdachte] en [verdachte] ; [34]
- proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] d.d. 24 september 2025; [35]
- de verklaring van verdachte [medeverdachte] bij de politie d.d. 24 september 2025; [36]
- de verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 29 juni 2026.
Bewijsoverwegingen
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 23 september 2025 in de woning aan de [pleegadres] in Beek medeplichtig is geweest aan het bezit van de in tenlastelegging genoemde hard- en softdrugs, die zijn aangetroffen in de berging boven. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat de verdachte op enig moment aan [medeverdachte] een geldbedrag aanbood om ook de berging van zijn woning op de zolder ter beschikking te stellen aan een persoon genaamd ‘ [betrokkene] ’. De sleutels van de berging zijn door de verdachte overgedragen aan ‘ [betrokkene] ’. De verdachte onderhield het contact en faciliteerde tussen verdachte [medeverdachte] en ‘ [betrokkene] ’. De verdachte kreeg er zelf ook een geldbedrag voor. Uit de whatsapp-gesprekken en de verklaring van verdachte blijkt dat de verhuur van de berging was bedoeld als ‘stashlocatie’ voor de opslag van verdovende middelen. De rechtbank acht feit 4 en feit 5 wettig en overtuigend bewezen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
In de zaak met parketnummer 03.177517.23

1.primair

op 16 juli 2023 in de gemeente Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om onbekend gebleven personen, te weten een man met een witte trui/hoodie en een man met een wit T-shirt, opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet (telkens) met verhoogde snelheid met een door hem bestuurde personenauto vooruit en achteruit is gereden tegen die man met een witte trui/hoodie en die man met een wit T-shirt, en is ingereden op die man met een witte trui/hoodie en die man met een wit T-shirt, waardoor die man met een witte trui/hoodie en een man met een wit T-shirt werden gelanceerd en op de motorkap terecht kwamen en ten val kwamen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente Beek aan de Middelweg, op 16 juli 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [verhuurbedrijf] ) schade was toegebracht.

In de zaak met parketnummer 03.251846.25
1.
op 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 39,80 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
op 23 september 2025 te Beek tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 190,88 gram hennep, zijnde hennep en een hoeveelheid van ongeveer 87,89 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.primair

[medeverdachte] en (een) onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek tezamen en in vereniging met elkaar, opzettelijk, zonder registratie zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet een werkzame stof, te weten ongeveer 8977,91 gram ketamine in voorraad hebben gehad tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek opzettelijk gelegenheid en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn kelderbox ter beschikking te stellen voor de opslag van ketamine en/of
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde kelderbox over te dragen aan (een) onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde ketamine en
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde ketamine
- door een rol op zich te nemen als facilitator en bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde ketamine;
4.
[medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek, tezamen en in vereniging met elkaar opzettelijk aanwezig hebben gehad
- ongeveer 598,04 gram cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en
- ongeveer (162,3 gram + 772 gram) 934,3 gram MDMA,
- ongeveer 1493,97 gram amfetamine,
zijnde cocaïne en MDMA en amfetamine (telkens) een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, opzettelijk gelegenheid en middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn berging ter beschikking te stellen voor de opslag van verdovende middelen en
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde berging over te dragen aan een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen en
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen
- door een rol op zich te nemen als facilitator en bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen;
5.
[medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon op 23 september 2025 te Beek tezamen en in vereniging met elkaar opzettelijk aanwezig hebben gehad
- ongeveer 3302 gram hennep, en
- ongeveer 196,65 gram hasj, zijnde hasjiesj en
zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,
tot en bij het plegen van welke misdrijf verdachte op 23 september 2025 te Beek opzettelijk gelegenheid en middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn berging ter beschikking te stellen voor de opslag van verdovende middelen en
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde berging over te dragen aan een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen en
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen
- door een rol op zich te nemen als facilitator en bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en een onbekend gebleven persoon, zijnde de eigenaar van voornoemde verdovende middelen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
In de zaak met parketnummer 03.177517.23
feit 1 primair:poging tot doodslag, meermalen gepleegd
feit 3:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd
feit 4 primair:overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet
feit 5:overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
feit 1:medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod
feit 2:medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 3 primair:medeplichtig aan overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet
feit 4:medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 5:medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

5.1
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ter zake van feit 1 en feit 2
(in de zaak met parketnummer 03.177517.23)aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer en daarom dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat er sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke wederrechtelijk aanranding. De verdachte werd -zoals duidelijk zichtbaar is op de camerabeelden- op het moment dat hij in de auto zat door een grote groep personen aangevallen: mensen sloegen en schopten tegen de auto, stonden op de motorkap van de auto en er werd een drankhek tegen de auto aangegooid. Daarnaast werd de uitrit van de parkeerplaats geblokkeerd door andere auto’s, waardoor verdachte geen kant op kon om veilig de parkeerplaats af te rijden. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een beroep op noodweerexces toekomt. De verdachte verkeerde in een continue angst en grote paniek door de voortdurende belaging dat hij daarom hard is weggereden. Dit alles heeft bij de verdachte een hevige gemoedsbeweging doen ontstaan als gevolg waarvan hij te ver is gegaan bij zijn verdediging.
De raadsvrouw heeft ter zake van feit 5
(in de zaak met parketnummer 03.177517.23)primair een beroep gedaan op overmacht-noodtoestand. Van de verdachte kon niet worden gevergd dat hij op die plek -terwijl hij in een panieksituatie verkeerde en van alle kanten werd belaagd- uit zijn auto zou stappen om zijn identiteit kenbaar te maken. Als hij was uitgestapt, had hij niet alleen zichzelf maar ook de andere inzittenden in de auto in groot gevaar gebracht.
5.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ter zake van feit 1 en feit 2 op het standpunt gesteld dat er geen sprake was van een noodweersituatie. De vechtpartij was immers op het moment van het inrijden op de eerste twee personen al voorbij. Bovendien was kort voor dat moment in de meldkamer (een van de inzittenden had 112 gebeld) te horen dat er werd gezegd ‘Rij ze omver!”. Omdat geen noodweersituatie aannemelijk is geworden, kan het beroep op noodweer(exces) evenmin opgaan.
Met betrekking tot het beroep van de raadsvrouw ter zake van feit 5 op overmacht-noodtoestand heeft de officier van justitie geen standpunt ingenomen.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
Noodweer(exces))
De verdediging heeft -wat betreft feit 1 en feit 2- een beroep gedaan op noodweer(exces). Het verweer van de verdediging komt erop neer dat de auto van de verdachte -met daarin de verdachte en zijn aanhang- werd belaagd door een groep personen, dat de verdachte daardoor in paniek en hevig geëmotioneerd was, dat de uitgang van de parkeerplaats waar de auto van de verdachte stond geparkeerd was geblokkeerd door andere auto’s en dat de verdachte op geen andere manier daar had kunnen wegraken dan op de wijze zoals zichtbaar op de camerabeelden.
De rechtbank oordeelt in dit verband als volgt. Als door of namens de verdachte een beroep op noodweer of noodweerexces is gedaan, moet de rechter een gemotiveerde beslissing geven op dat verweer en daarbij moeten onderzoeken of aan de voorwaarden voor een succesvol beroep op noodweer of noodweerexces is voldaan. Als de rechter het beroep verwerpt, moet hij duidelijk maken of hij de door of namens de verdachte aan het verweer ten grondslag gelegde feitelijke toedracht niet aannemelijk acht, dan wel of die toedracht het beroep niet kan doen slagen.
De rechtbank acht de door de verdachte geschetste toedracht niet aannemelijk geworden. Op de beelden is inderdaad te zien dat er twee auto’s tussen de slagboom -de plek waar de parkeerplaats kon worden verlaten- en de auto van de verdachte stonden. Op dat moment was de belaging van de auto van de verdachte ruimschoots voorbij. De verdachte staat enkele seconden achter die twee auto’s, ongemoeid, en accelereert ineens. Dat de twee auto’s daar stonden om de uitgang van de verdachte te blokkeren, blijkt nergens uit.
Reeds hierom faalt het verweer van de verdediging.
Overmacht-noodtoestand
De verdediging heeft aangaande feit 5 -het verlaten van de plaats van het ongeval terwijl de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander schade was toegebracht- het verweer gevoerd dat de verdachte uit overmacht gehandeld heeft. De verdediging heeft zich in dit geval beroepen op de aanwezigheid van
“overmacht-noodtoestand”bij de verdachte. Hoewel de term overmacht als een overkoepelend verzamelbegrip wordt gehanteerd -waaronder de absolute en relatieve overmacht vallen- en gelet daarop, de conclusie zou kunnen worden getrokken dat de verdediging enkel op noodtoestand doelde, zal de rechtbank het verweer van de verdediging zo begrijpen dat zij, naast de noodtoestand, ook de psychische overmacht heeft bedoeld.
Dat de verdachte de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist dat hij aan de auto toebehorende aan [verhuurbedrijf] schade had toegebracht staat, naar het oordeel van de rechtbank, niet ter discussie en blijkt genoegzaam uit de bewijsmiddelen. De vraag is dan of de verweren van de verdediging doel kunnen treffen.
Eerst het beroep op overmacht
-noodtoestand. Bij deze rechtvaardigingsgrond gaat het om een botsing van belangen, waaruit men zich redt -en zich rechtens redden mag- door het plegen van een strafbaar feit. Een dilemma speelt de verdachte daarbij parten: hij moet in een specifiek geval een keuze maken. De keuze voor één van de belangen ter redding uit het conflict impliceert tegelijkertijd de opoffering van het andere belang. De ratio van deze strafuitsluitingsgrond is helder: het algemeen belang wordt onder bepaalde bijzondere omstandigheden met het overtreden van de wet beter gediend dan met het volgen van de wet.
Voor een succesvol beroep op overmacht
-noodtoestand geldt de eis dat wanneer er een redelijk alternatief bestond, het beroep niet kan slagen. Dat redelijke alternatief zal er eerder zijn naarmate de urgentie van de noodsituatie minder is. Oftewel, aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit moet zijn voldaan. De dader moet in de belangenafweging gekozen hebben voor de behartiging van het meest zwaarwegende belang: het evident zwaarder wegende rechtsgoed moet beschermd zijn. Dat kan ook de eigen gezondheid betreffen. De eis van subsidiariteit ziet op de vraag of er geen alternatief, minder vergaand middel had kunnen worden aangewend om hetzelfde belang te redden.
Uit de beelden blijkt -
grosso modo- dat:
( i) de broer van de verdachte en de verdachte ruzie krijgen met een groep personen,
(ii) de verdachte zijn broer bij het conflict probeert weg te krijgen door hem in de richting van het deel van de parkeerplaats alwaar de auto van de verdachte stond geparkeerd weg te duwen,
(iii) op enig moment de onder (i) genoemde groep personen achter de verdachte en zijn aanhang rennen en ze vervolgens allemaal uit beeld verdwijnen,
(iv) op enig moment deze personen weer teruglopen naar hun oorspronkelijke plek,
( v) de auto van de verdachte kort daarna in beeld verschijnt en stilstaat en daarbij niet belaagd wordt door voornoemde groep personen die op een afstand staat,
( v) een tweetal auto’s tussen de slagboom -de plek alwaar de parkeerplaats kon worden verlaten- en de auto van de verdachte, staat.
De rechtbank is van oordeel dat een beroep op het bestaan van een noodtoestand in deze omstandigheden niet kan slagen. De verdachte had immers andere mogelijkheden om de parkeerplaats te verlaten dan op de manier die hij heeft gekozen. Nog los van het feit dat de belaging van de auto van de verdachte door voornoemde groep personen voorbij was toen hij voor de slagboom stond met zijn auto en het feit dat het procesdossier geen aanwijzingen bevat dat de auto’s die tussen de slagboom en de auto van de verdachte stonden, zich daar bevonden ter blokkering van de auto van de verdachte zodat hij de parkeerplaats niet kon verlaten (dit heeft de verdachte verklaard tijdens de terechtzitting), is het zo dat de verdachte andere manieren had om daar weg te komen: zo had hij een taxi kunnen bellen, een voornemen dat eerder die dag bestond bij de verdachte en zijn aanhang, zo verklaarde de verdachte immers tijdens de terechtzitting. Ook had hij lopend de parkeerplaats kunnen verlaten. Verdachte verklaarde tijdens de terechtzitting dat hij in de buurt van die parkeerplaats woonachtig was.
Wat betreft het beroep op de schulduitsluitingsgrond psychische overmacht geldt het volgende. Bij psychische overmacht is sprake van een psychische drang veroorzaakt door een van buiten de dader komende kracht. De ratio van psychische overmacht is dat er begrip wordt getoond voor een verdachte die bezwijkt voor een op hem uitgeoefende druk die dusdanig groot is dat van de gemiddelde mens niet kan worden verlangd daaraan weerstand te bieden. De psychische drang moet -met andere woorden- van zodanige aard zijn dat de wilsvrijheid van de dader is aangetast en dat de dader de drang redelijkerwijs niet hoeft te weerstaan. Als gevolg van die druk verricht de dader handelingen die hij zonder de uitgeoefende druk achterwege zou hebben gelaten. Ook hier gelden, net zoals bij de strafuitsluitingsgrond noodtoestand, de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, hoewel bij dit laatste bedacht moet worden dat deze toets hier minder onverbiddelijk wordt geacht te zijn dan bij overmacht
-noodtoestand.
Naar het oordeel van de rechtbank dient dit verweer ook te sneuvelen gelet op het subsidiariteitsbeginsel. Verdachte had beslist andere mogelijkheden om de parkeerplaats te verlaten: bijvoorbeeld door een taxi te bellen dan wel door simpelweg weg te lopen. Aanwijzingen dat zijn auto gevaar liep -had hij die daar laten staan- biedt het procesdossier niet. In het licht van het voorgaande verwijst de rechtbank nogmaals naar de camerabeelden waaruit onmiskenbaar blijkt dat de belaging van de auto van de verdachte door de groep personen waarmee de verdachte en de zijnen ruzie hadden, voorbij was op het moment dat hij stilstond voor de slagboom om de parkeerplaats te verlaten.
De verdachte is derhalve strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte op te leggen een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte te weten dat hij zijn leven op dit moment redelijk op orde heeft. Hij heeft een baan en een inkomen en hij betaalt zijn schulden af. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal deze positieve ontwikkeling doorkruisen. De raadsvrouw heeft verzocht om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. Ook is de verdachte bereid om eventueel een taakstraf te verrichten. De raadsvrouw heeft in het bijzonder ten aanzien van feit 5 (in de zaak met parketnummer 03.177517.23) verzocht aan de verdachte geen straf op te leggen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Nadat de verdachte in een vechtpartij verwikkeld was geraakt na een avond stappen in een discotheek in Beek, eindige de avond in een grote misère. De verdachte heeft bij zijn vluchtpoging met zijn auto met verhoogde snelheid op twee mensen ingereden, waardoor zij compleet van hun voeten werden geveegd en door de lucht vlogen. De twee aangereden personen zijn helaas onbekend gebleven, maar dat zij er kennelijk zonder ernstige verwondingen vanaf zijn gekomen, wekt dan ook verbazing. Gezien de snelheid waarmee de verdachte optrok en tegen deze personen aanreed, mag de verdachte van geluk spreken dat de gevolgen beperkt zijn gebleven. Dit moet voor hen ontzettend angstig zijn geweest. De verdachte is na de aanrijding weggereden zonder zich om de slachtoffers te bekommeren. Het handelen van verdachte heeft een grote indruk op de nietsvermoedende omstanders gemaakt, zoals ook blijkt uit de verklaringen. Het was voor hen een angstaanjagende situatie. Uit de verklaring van een getuige blijkt dat hij nog nooit heeft gezien hoe een bestuurder zo meedogenloos afreed op gebouwen, mensen en wegmeubilair.
Daarnaast heeft verdachte tijdens zijn vluchtpogingen veel schade veroorzaakt aan geparkeerde auto’s, een lantaarnpaal en een muntautomaat en is de verdachte van de parkeerplaats bij de discotheek weggereden zonder zijn identiteit kenbaar te maken. Verderop in Beek heeft de verdachte een verkeersongeval veroorzaakt en is hij tegen een container aangereden, waarna hij met zijn auto over de kop is geslagen. Daarbij was sprake van levensgevaarlijk rijgedrag en een van zijn vrienden, een inzittende van de auto, hield er een gebroken voet aan over. Het is aan gelukkig toeval te wijten dat het letsel relatief beperkt is gebleven. Door zijn handelwijze heeft de verdachte de inzittenden, maar ook andere
weggebruikers in (levens)gevaar gebracht.
Een leuke feestavond heeft verdachte op een hele nare manier beëindigd. Dit alles heeft geresulteerd in twee pogingen tot doodslag, vernielingen, het verlaten van een plaats ongeval en een overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
En hier is het niet bij gebleven.
De verdachte heeft met zijn medeverdachte op 23 september 2025 een grote hoeveelheid ketamine, soft- en harddrugs voorhanden gehad. Medeverdachte [medeverdachte] heeft de kelderbox en berging van zijn woning daarvoor laten gebruiken door de verdachte en een persoon genaamd ‘ [betrokkene] ’. Deze delen van de woning werden gebruikt als zogenaamde ‘stash-locatie’; de verdachte levert daarmee een essentiële en niet te onderschatten bijdrage aan een (veel) grotere criminele organisatie, gericht op de grootschalige handel in verdovende middelen. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen grote gezondheidsrisico’s met zich brengt voor de gebruikers, dat dergelijke middelen kunnen leiden tot een lichamelijke of geestelijke verslaving en dat verslaafde gebruikers misdrijven plegen om aan geld te komen om in hun verslaving te kunnen voorzien. Het is ook algemeen bekend dat de personen die zich bezig houden met de illegale productie van en handel in drugs daarmee grote winsten maken en hun activiteiten vaak gepaard gaan met geweld en bedreiging met geweld. De verdachte en zijn medeverdachte hebben zich ingelaten met dit criminele drugsmilieu en het was hen kennelijk alleen te doen om het financieel gewin.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van al deze feiten, geen andere straf(modaliteit) passend is dan een forse gevangenisstraf.
Uit het strafblad van de verdachte van 4 juni 2026 blijkt dat hij recent is veroordeeld wegens druggerelateerde feiten, waardoor artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toepassing is. In het verleden is de verdachte tevens eerder veroordeeld voor verkeersfeiten.
Door de reclassering is geprobeerd een advies uit brengen, maar dit is niet gelukt omdat er geen contact tot stand is gekomen met de verdachte. Uit de meest recente rapportage over de verdachte van 3 november 2025 blijkt dat het reclasseringstoezicht, het hebben van zelfstandige huisvesting en inkomsten uit betaalde arbeid, factoren die eerder als beschermend werden beschouwd, onvoldoende zijn gebleken om de verdachte ervan te weerhouden om wederom strafbare feiten te plegen. Vooral de financiële situatie van de verdachte (zijn grote schulden) en de pro criminele houding zijn risicofactoren die direct delict gerelateerd zijn. De reclassering ziet op dit moment onvoldoende mogelijkheden om het hoge recidivegevaar te kunnen beteugelen.
De rechtbank heeft gekeken naar straffen in min of meer vergelijkbare zaken en de LOVS-oriëntatiepunten, waarin als uitgangspunt voor het aanwezig hebben van zulke grote hoeveelheden harddrugs een gevangenisstraf van 40 maanden geldt.
De rechtbank zal rekening houden met het grote tijdsverloop (in de zaak met parketnummer 03.177517.23). Sinds de aanhouding van de verdachte op 16 juli 2023, zijn op dit moment bijna 35 maanden verstreken. Normaliter behoort een vonnis binnen 24 maanden uitgesproken te worden. Dat maakt dat sprake is van een overschrijding van 11 maanden.
Anders dan de raadsvrouw, ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om deze in verdachtes voordeel mee te wegen, omdat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van het voorarrest, passend. Gezien de ernst en omvang van de feiten en omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt bij feit 1 (in de zaak met parketnummer 03.177517.23), is deze straf hoger dan door de officier van justitie is geëist. Om die reden ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de verdachte ter zake van feit 5 geen straf op te leggen, zoals door de verdediging is verzocht.
Tot slot zal de rechtbank, gezien de aard van de door de verdachte gepleegde strafbare (verkeers)feiten, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen een penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 2, in de zaak met parketnummer 03.177517.23) vordert een schadevergoeding van € 2.675,- ter zake immateriële schade. De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente vanaf 16 juli 2023 en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aan hem ten laste gelegde feit 2. Volgens de wet kan de strafrechter dan geen schadevergoeding toekennen aan de benadeelde. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in haar vordering.

8.Het beslag

In het dossier (pg. 260) bevindt zich een kennisgeving van inbeslagneming van een telefoon Iphone XS, voorzien van goednummer 1841324, die onder de verdachte in beslag is genomen. De rechtbank zal de inbeslaggenomen telefoon verbeurd verklaren, omdat de strafbare feiten met behulp van deze telefoon zijn begaan als bedoeld in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 47, 48, 57 , 63, 287 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 6, 7, 163, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet, artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van
feit 2(
in de zaak met parketnummer 03.177517.23);
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair, 3, 4 primair, 5
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt de verdachte voor feit 4 primair
Benadeelde partij
  • verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] (
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte, ter verdediging tegen de vordering gemaakt, tot heden begroot op nihil;
Beslag
-
verklaart verbeurdhet volgende in beslag genomen voorwerp
(in de zaak met parketnummer 03.251846.25):
- 1 1 GSM (met goednummer G1841324)
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en mr. dr. D.L.F. de Vocht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2026.
Buiten staat
Mr. dr. D.L.F. de Vocht en mr. J. Zijlstra zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
In de zaak met parketnummer 03.177517.23

1.hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), te weten een man meteen witte trui/hoodie en/of een man met een wit T-shirt, opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet (telkens) met aanzienlijke, althans verhoogde, snelheid met een door hem bestuurde personenauto vooruit en/of achteruit is gereden tegen die man meteen witte trui/hoodie en/of die man meteen wit T-shirt, en/of is ingereden op die man met een witte trui/hoodie en/of die man met een wit T-shirt, waardoor die man met een witte trui/hoodie en/of een man met een wit T-shirt werd(en) gelanceerd en/of op de motorkap terecht kwam(en) en/of ten val kwam(en), terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), te weten een man met een witte trui/hoodie en/of een man meteen wit T-shirt, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (telkens) met aanzienlijke, althans verhoogde,
snelheid met een door hem bestuurde personenauto vooruit en/of achteruit is gereden tegen die man met een witte trui/hoodie en/of die man meteen wit T-shirt en/of is ingereden op die man meteen witte trui/hoodie en/of die man met een wit T-shirt waardoor die man met een
witte trui/hoodie en/of die man met een wit T-shirt werd(en) gelanceerd en/of op de motorkap terecht kwam(en) en/of ten val kwam(en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem bestuurde personenauto achteruitrijdend is gereden tegen die [benadeelde partij 1] en/of is ingereden op die [benadeelde partij 1] , tengevolge waarvan die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek opzettelijk en wederrechtelijk een lantaarnpaal en een muntenautomaat, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Boonstra Uitgaanscentrum B.V. (Mondial), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Neerbekerstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, na gebruik van alcoholhoudende drank, met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, op zodanige wijze te sturen althans te rijden althans te remmen dat hij het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, ten gevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een -gezien zijn rijrichting- rechts naast die weg staande container terecht is gekomen, waardoor een ander (genaamd [benadeelde partij 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere gebroken voetbeenderen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, zevende of negende lid van genoemde wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
A.
hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Neerbekerstraat, na gebruik van alcoholhoudende drank, met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, op zodanige wijze heeft gestuurd, althans gereden, althans geremd, dat hij het door
hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet (voortdurend) onder controle heeft gehad, ten gevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem bestuurde motorrijtuig tegen een - gezien zijn rijrichting – rechts naast die weg staande container terecht is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
en
B.
hij op of omstreeks 16 juli 2023 in de gemeente Beek, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,06 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen zeven jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs voor de categorie AM of T is afgegeven;
5.
hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in de gemeente Beek op/aan de Middelweg, op of omstreeks 16 juli 2023de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [verhuurbedrijf] ) schade was toegebracht.
In de zaak met parketnummer 03.251846.25
1.
hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 39,80 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst T, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 190,88 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of een hoeveelheid van ongeveer 87,89 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op ofomstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, al dan niet opzettelijk, zonder registratie zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet een werkzame stof, te weten ongeveer 8977,91 gram ketamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft/hebben gehad en/of te koop heeft/hebben aangeboden en/of afgeleverd, dan wel in de voornoemde werkzame stof een groothandel heeft/hebben gedreven tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn kelderbox ter beschikking te stellen voor de opslag van ketamine en/of
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde kelderbox over te dragen aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine en/of
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine
- althans, door een rol op zich te nemen als facilitator en/of bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning gold, te
Weten 8977,91 gram ketamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd, ter hand heeft gesteld, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen en/of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk
behulpzaam is geweest door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn berging ter beschikking te stellen voor de opslag van ketamine en/of
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde berging over te dragen aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine en/of
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine
- althans, door een rol op zich te nemen als facilitator en/of bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde ketamine;
4.
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- ongeveer 598,04 gram cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of
- ongeveer (162,3 gram + 772 gramz) 934,3 gram MDMA, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
- ongeveer 1493,97 gram amfetamine, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid
en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk
behulpzaam is geweest door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn berging ter beschikking te stellen voor de opslag van verdovende middelen en/of
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde berging over te dragen aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde verdovende middelen en/of
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van
voornoemde verdovende middelen
- althans, door een rol op zich te nemen als facilitator en/of bemiddelaar tussen voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso (o)n(en), zijnde de eigena(a) r(en) van voornoemde verdovende middelen;
5.
[medeverdachte] en/of (een) onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- ongeveer 3302 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of
- ongeveer 196,65 gram hasj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj
zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 23 september 2025 te Beek, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door:
- aan die [medeverdachte] een bericht te sturen waarin hij voornoemde [medeverdachte] een geldbedrag aanbiedt om zijn berging ter beschikking te stellen voor de opslag van verdovende middelen en/of
- ( vervolgens) de sleutels van voornoemde berging over te dragen aan (een) onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde verdovende middelen en/of
- het contact te onderhouden met voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde verdovende middelen
- althans, door een rol op zich te nemen als facilitator en/of bemiddelaar
tussen voornoemde [medeverdachte] en/of een onbekend gebleven perso(o)n(en), zijnde de eigena(a)r(en) van voornoemde verdovende middelen.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Eenheid Limburg, onderzoek Fuut, proces-verbaalnummer PL2300-2023111020, gesloten d.d. 27 oktober 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 269.
2.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pg. 23-21.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 juli 2023 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , pg. [huisnummer 1] t/m 73.
4.De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting en in raadkamer van 29 juni 2026.
5.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pg. 26-29.
6.Proces-verbaal rijden onder invloed d.d. 18 september 2023 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , pg. 158-160.
7.Het rapport Alcohol en drugs in het verkeer van Maasstad Ziekenhuis d.d. 24 juli 2023, pg 162-163.
8.Proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse d.d. 2 augustus 2023, pg. 110 t/m 156.
9.Proces-verbaal aangifte [aangever 1] d.d. 18 juli 2023, pg. 190-191; proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2023 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , pg. 193.
10.Proces-verbaal aangifte van [aangever 2] d.d. 22 juli 2023, pg. 194-195.
11.Foto behorende bij de aangifte onder voetnoot 10., pg. 197.
12.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 16 april 2023, pg. 199-200.
13.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 16 april 2023, pg. 202-203.
14.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 16 april 2023, pg. 205 t/m 207.
15.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] d.d. 31 augustus 2023, pg. 218 t/m 221.
16.Proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde partij 2] d.d. 21 juli 2023, pg. 210 t/m 211.
17.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2023 opgemaakt door [verbalisant 8] , pg. 212.
18.Proces-verbaal van verhoor getuige [naam betrokkene] d.d. 28 juli 2023, pg. 213 t/m 215.
19.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2025161719, gesloten d.d. 18 november 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 263.
20.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] , [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , pg. 19 t/m 24.
21.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 oktober 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , pg 164 t/m 169.
22.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] , [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , pg. 19 t/m 24.
23.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] , pg. 9 t/m 10.
24.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] , [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , pg. 19 t/m 24.
25.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 30 september 2025, pg. 161 t/m 163.
26.Het NFI-rapport identificatie van drugs d.d. 4 februari 2026.
27.Het geschrift, productbeoordeling, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Ministerie van Volksgezondheid, HHH Welzijn en Sport, d.d. 10 februari 2026.
28.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 september 2025 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , pg. 85 t/m 87.
29.Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 24 september 2025, pg. 199 t/m 205.
30.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 september 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 9] , [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , pg. 19 t/m 24.
31.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 2 oktober 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , pg 164 t/m 169.
32.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 oktober 2025 opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 16] . En [verbalisant 17] , pg. 140 t/m 141.
33.De NFI-rapporten identificatie van drugs d.d. 25 september 2025, pg. 170 t/m 174.
34.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 september 2025 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , pg. 85 t/m 87.
35.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 24 september 2025, pg. 199 t/m 205.
36.Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 24 september 2025, pg. 199 t/m 205.