Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- het bericht van de vrouw met bijlage(n), tevens wijziging verzoek, van 11 mei 2026;
- het bericht van de man met bijlage(n) van 20 mei 2026.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
Door de advocaat van de man is een e-mailbericht van zijn accountant, de overeenkomst tot overdracht van muziekrechten en een vaststellingsovereenkomst overgelegd.
2.Wat vaststaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2024 in [geboorteplaats 2] .
3.De beoordeling
De vrouw stelt dat de wisseling eerder in [plaats 1] plaats vond. Vanwege de verhuizing van de man is de vrouw bereid deze wisseling te laten plaatsvinden in [plaats 2] . De vrouw vindt dat zij vanuit [woonplaats 1] niet verder hoeft te rijden dan eerder; het is voor rekening en risico van de man dat hij verder weg is verhuisd en dat de reistijd daardoor is toegenomen. De vrouw heeft nu ongeveer één uur reistijd. Het klopt dat de overdracht ook wel eens plaats heeft gevonden in [plaats 3] , maar de ouders van de vrouw hebben de kinderen toen opgehaald.
Voor wat betreft de vrijdag is de vrouw er mee akkoord als de wisseltijd 19.00 uur wordt, maar voor de zondag dient dit 18.00 uur te blijven. De kinderen gaan op maandagochtend naar school (opvang) en op korte termijn gaat [minderjarige 1] ook naar de basisschool. De kinderen liggen dan te laat in bed op zondagavond als de wisseltijd 19.00 uur wordt.
Voor wat betreft de vakanties en feestdagen stelt de vrouw dat partijen dit in onderling overleg kunnen regelen. Partijen dienen dan uiterlijk in februari van dat jaar te overleggen.
Het is akkoord dat er een basisregeling wordt vastgelegd, waarop partijen kunnen terugvallen als ze er in onderling overleg niet uit komen.
De man
De man zou graag zien dat de wisseling in [plaats 3] plaatsvindt. Het klopt dat de man is verhuisd, maar de vrouw is eerder ook verhuisd. De man heeft dat ook geaccepteerd. Het is voor de man twee uur rijden naar [plaats 2] , terwijl het voor de vrouw een klein uurtje is. De man stelt voor dat ‘te delen’ en daarom de overdracht in [plaats 3] te laten plaatsvinden.
Voor wat betreft de verdeling van de vakanties en feestdagen kan de man beamen dat partijen nu beter in staat zijn om te overleggen, maar de man vindt het wel fijn als er toch duidelijke afspraken zijn. Als partijen er in onderling overleg uitkomen is dat helemaal goed, maar als dat niet lukt is het fijn als er iets is om op terug te vallen.
De rechtbank
Voor wat betreft de tijdstippen zijn partijen het eens geworden op de zitting, zodat de rechtbank hen hierin zal volgen. Ten aanzien van de wissellocatie en de daarmee samenhangende reistijd is de rechtbank van oordeel dat niet alleen van de man gevergd kan/moet worden dat hij langer moet reizen.. De rechtbank neemt in die overweging mee dat het de vrouw is geweest die als eerste vanuit [plaats 4] naar [woonplaats 1] is verhuisd zodat zij de man nu niet kan tegenwerpen dat hij verder weg is verhuisd. Nu de kinderen (op korte termijn) op maandag naar school gaan, acht de rechtbank het wel in hun belang dat zij op zondagavond niet meer zo lang hoeven terug te reizen met de vrouw.
De rechtbank merkt voorts nog op dat tijdens de zitting ook nog is besproken hoe de reguliere zorgregeling eruit moet komen te zien als [minderjarige 1] 4 jaar wordt en naar school zal gaan. De vrouw heeft voorgesteld om dan een regeling van een weekend per twee weken aan te houden, met ‘compensatie’ in de vakanties. De man ziet meer in, bijvoorbeeld, woensdagmiddagen. Nu een verzoek vanaf die tijd niet voorligt, zal de rechtbank hier ook geen beslissing over nemen. Partijen zijn al van ver gekomen en kunnen nu beter overleggen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen hier ook in onderling overleg uit zullen komen.
De rechtbank heeft met partijen de vakantie- en feestdagenregeling ter zitting doorlopen. Het uitgangspunt voor (met name de vakanties) zijn de vrije dagen/ vakanties in de regio Zuid. Uiteraard staat het partijen vrij om in onderling overleg (aanvullende danwel andere) afspraken te maken, maar als basisregeling is het navolgende afgesproken:
Tijdens de herfstvakantie zijn de kinderen in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw.
In de voorjaarsvakantie zijn de kinderen in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man.
In de even jaren zijn de kinderen tijdens het begin van de Kerstvakantie tot en met Tweede Kerstdag in de middag bij de man en vervolgens vanaf de middag Tweede Kerstdag tot en met [geboortedag 2] in de middag bij de vrouw. Vanaf [geboortedag 2] de middag gaan ze naar de man, waarbij ze uiterlijk de zondag voordat school weer begint om 18.00 uur weer bij de vrouw zijn. In de oneven jaren wordt dit gewisseld. Aldus zijn de kinderen in de even jaren tijdens de Kerstdagen bij de man en tijdens Oud en Nieuw bij de vrouw en in de oneven jaren tijdens de Kerstdagen bij de vrouw en tijdens Oud en Nieuw bij de man.
In de even jaren zijn de kinderen op Eerste Paasdag bij de man en op Tweede Paasdag bij de vrouw. In de oneven jaren wisselt dit.
Tijdens Pinksteren (de zondag en maandag) zijn de kinderen in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man.
Volgens de vrouw was het netto besteedbaar gezinsinkomen ten minste € 6.500,- per maand. Partijen hadden een luxeleven en de levensstandaard die zij genoten komt niet overeen met het inkomen dat de man stelt te hebben.
Door de man zijn weliswaar jaarstukken ingediend, maar deze jaarstukken kloppen niet. In het kader van de voorlopige voorzieningen heeft de man jaarstukken over 2022 en 2023 overgelegd. In het kader van deze procedure zijn die twee jaarstukken samengevoegd tot één stuk. Lopende activa komen niet overeen en de rekening-courant is nu aanzienlijk hoger. Dan zijn er aangiftes IB 2022 en 2023 overgelegd, maar die kunnen de prullenbak in, omdat de jaarstukken niet kloppen. Bovendien zijn er geen aanslagen overgelegd, zodat de aangifte ook niet gecontroleerd kan worden.
De nu overgelegde jaarstukken 2025 zijn een basis voor een berekening, maar rekening moet worden gehouden met het feit dat de man een rekening-courant faciliteit heeft. Hij laat niet zien hier op af te lossen, dus het zijn structurele inkomsten. De man legt ter zitting een e-mail van zijn accountant over, maar dat neemt niet weg dat de rekening-courant al drie jaar loopt.
Bovendien heeft de man niet al zijn inkomstenbronnen inzichtelijk gemaakt. De man verhult optredens en/of activiteiten en geeft geen inzage of uitleg over de omvang van zijn totale – inclusief contante en/of zwarte – inkomsten. Gelet op het tarief van de man, de boekingsprijs voor een half uur en de door de vrouw nagelopen optredens van de man, zouden zijn inkomsten heel wat hoger moeten liggen dan dat de jaarcijfers laten zien. De man legt geen facturen over; hij laat niets zien.
Daarnaast heeft de man, naast zijn eenmanszaak, ook nog een andere onderneming en zijn er nog inkomsten uit [bedrijf] . De man heeft dit laatste erkend, hij heeft een succesvol Nederlands nummer geschreven, maar stelt deze rechten te hebben verkocht. De vrouw betwist dat de man enkel de rechten heeft voor een succesvol Nederlands nummer. Ter zitting legt de man weliswaar stukken over met betrekking tot de overdracht van de muziekrechten, maar deze zijn niet ondertekend. Bovendien is onduidelijk of die inkomsten bruto of netto zijn.
De man stelt nu een netto besteedbaar inkomen te hebben van € 3.962,-, maar dan rijst de vraag hoe hij zijn lasten betaalt. De huur van de woning is € 1.700,-, er is een leaseauto van € 1.500,- en de man betaalt een kinderbijdrage van € 550,-. Hoe betaalt de man zijn overige lasten dan?
Als de vrouw alles bij elkaar optelt komt zij tot een netto besteedbaar inkomen van ongeveer € 9.000,- per maand. Dit dient de basis te zijn voor zowel de berekening van de behoefte van de kinderen als van de draagkracht van de man.
De vrouw vindt niet dat de man nog in de gelegenheid moet worden gesteld om nadere stukken in te dienen. De man komt met allerlei verhalen, maar feitelijk geeft hij gewoon geen inzage.
De man stelt de behoefte van de kinderen, geïndexeerd naar 2026, op € 973,- per maand.
De man haalt het door de vrouw gestelde inkomen bij lange na niet vanwege Corona en negatieve publiciteit. Daarnaast betaalt de man ook nog een bedrag van € 200,- per maand voor zijn zoon [kind] .
De man betwist contante en/of zwarte inkomsten te hebben; alles loopt via een boekingskantoor. De man ziet geen reden om alle facturen te overleggen; dat zegt ook niets over zwarte inkomsten die er niet zijn. De man heeft in alle eerlijkheid en openheid de stukken overgelegd die recht doen aan de situatie. De man rekent ook niet met een vast uurtarief. Het boekingskantoor factureert de optredens van de man en zij schrijven ook kosten af. De richtprijs is € 3.500,-, maar de man mag blij zijn als hij € 2.000,- ontvangt. Hij heeft gemiddeld 60 optredens per jaar, terwijl collega’s veel meer optredens hebben. Als alle facturen worden opgeteld dan heb je de omzet.
De man is bereid om de grootboeken te overleggen.
De man heeft ook nog contact gehad met zijn accountant en die heeft uitgelegd hoe het zit met de rekening-courant.
De man heeft niet alleen de muziekrechten van één succesvol Nederlands nummer verkocht, maar de hele catalogus. Hij heeft daarmee schulden afgelost. Het inkomen [bedrijf] was
€ 1.408,- per jaar. De vrouw rekent de man een stuk rijker dan dat hij is.
Door de vrouw wordt ook niet gerekend met kosten, terwijl die er wel zijn. Het jaar 2023 was dramatisch; de cijfers over 2025 laten wel een stijgende lijn zien.
De man zou graag een woning hebben met een lagere huur. Hij heeft de vrouw juist geholpen door weg te gaan uit de woning in [plaats 4] , zodat de vrouw ook van dat huurcontract af was. De man kan geen woning kopen, omdat hij geen financiering krijgt.
Overigens stelt de man dat de vrouw ook een hogere verdiencapaciteit heeft. De man had kunnen stellen dat de vrouw ook zwarte inkomsten heeft, maar dat doet hij niet. Er is nu uitgegaan van de cijfers die de vrouw zelf heeft opgesteld. Van de vrouw is er ook geen jaarrekening 2025 en daarnaast is onduidelijk wat zij aan kindgebonden budget ontvangt.
De man heeft wel een aantal btw-aangiftes overgelegd, maar geen aanslagen van de Belastingdienst.
De door de man overgelegde toelichting over zijn rekening-courant faciliteit acht de rechtbank ook onvoldoende. Op zichzelf is het juist dat bedragen die zijn opgenomen moeten worden terugbetaald, maar een verklaring waarom de rekening-courant sinds 2023 jaarlijks met ongeveer € 50.000,- stijgt ontbreekt. Er wordt gesteld dat diverse kosten wellicht uit de rekening-courant gehaald kunnen worden, maar enige specificatie ontbreekt en het geeft nog geen verklaring waarom de rekening-courant nu jaarlijks zoveel stijgt. De vraag rijst bovendien of dit ook voor 2024 dan nog moet gebeuren? Die rekening-courant sluit namelijk wel aan in de jaarrapporten. Het lijkt niet logisch dat, in 2026, de rekening-courant voor 2024 nog gecorrigeerd moet worden.
Daarnaast is er onduidelijkheid over de inkomsten uit muziekrechten. De man heeft gesteld dat niet alleen de rechten voor één succesvol Nederlands nummer zijn verkocht, maar al zijn muziekrechten. De man heeft gesteld dat dit bedrag is aangewend voor de aflossing van een schuld (bij zijn ex-schoonvader, de opa van zijn andere zoon [kind] ). De man heeft ter zitting de overeenkomsten overgelegd. Echter, de overeenkomst van de verkoop van de muziekrechten is enkel door de man ondertekend. Bovendien zijn de bijlages die horen bij die overeenkomst niet overgelegd. Uit bijlage 1 zou moeten blijken waarvan de man auteursrechthebbende is, maar die bijlage ontbreekt. Niet is vast te stellen of de man al zijn muziekrechten heeft verkocht. Daarbij wordt gesproken over alle werken van de man die zijn ontstaan voor 22 september. Een jaartal ontbreekt echter. Zou dit 2022 zijn geweest (onderaan de overeenkomst staat getekend op november 2022) dan is het vreemd dat een dergelijk bedrag niet in de jaarcijfers of de aangifte IB terugkomt. De vaststellingsovereenkomst voor het aflossen van de schuld is niet ondertekend. Daarbij zou de man voor de verkoop van de muziekrechten € 190.000,- ontvangen en bedraagt de aflossing van de schuld € 115.000,-. Hier komen nog wat extra kosten bij, maar dan nog wordt niet gekomen aan een bedrag van € 190.000,-. De vraag rijst dan wat er met de rest van het geld is gebeurd.
Dat de man, wegens verkoop van (een deel van) de muziekrechten, niet meer hetzelfde bedrag ontvangt als in het verleden wil de rechtbank wel aannemen, maar dat hij helemaal niets meer zou ontvangen is niet duidelijk geworden. De man stelt nu een veel lager bedrag van [bedrijf] te ontvangen, maar ook dit blijkt niet uit de jaarcijfers.
Kortom, er bestaat te veel onduidelijkheid over de inkomsten (en uitgaven) van de man. De vrouw heeft uitvoerig en gedocumenteerd betoogd dat de man ook zwarte inkomsten heeft (gehad). De man betwist zwarte inkomsten te hebben en is bereid om de grootboeken te overleggen, maar de rechtbank vindt dit te laat. Ook in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure is bovenstaande al aan de orde geweest. Dat de financiële rapporten zijn opgesteld aan de hand van de facturen neemt de rechtbank graag aan, maar daarmee is niet de vraag beantwoord of daarmee alle inkomsten van de man zijn verantwoord en hoe alles wordt betaald. Met de vrouw is de rechtbank van oordeel dat het vreemd is, dat de man eerder niet € 200,- per maand meer aan kinderbijdrage kon voldoen, maar wel € 600,- per maand aan hogere huur kan betalen.
Het had toch echt op de weg van de man gelegen om een beter inzicht te verschaffen in zijn inkomsten en uitgaven De man stelt dat alles blijkt uit de facturen, maar legt die vervolgens niet over. Weliswaar zegt het overleggen van alle facturen niets over eventuele zwarte inkomsten, maar het zou wel meer duidelijkheid hebben gegeven.
De rechtbank kan, gelet op bovenstaande, niet anders dan een schatting maken en zal dit ook doen voor zowel de berekening van de behoefte van de kinderen als de draagkracht van de man.
€ 275,- per kind per maand niet (meer) voldoet. Dat partijen verschillen van mening over de inkomsten van de man moge duidelijk zijn, maar dat wordt beoordeeld in het kader van deze procedure. De rechtbank acht het daarom redelijk om uit te gaan van de datum van deze beschikking.
De rechtbank komt dan tot een netto besteedbaar inkomen van € 4.747,- per maand.
Gelet op die cijfers, zouden partijen nog in aanmerking zijn gekomen voor een kindgebondenbudget van € 150,- per maand.
Daarnaast is onbetwist dat de man een bijdrage betaalt voor [kind] (zijn zoon uit een eerdere relatie) van € 200,- per maand.
Dat alles in samenhang bezien komt de rechtbank tot een netto besteedbaar gezinsinkomen van € 5.695,- per maand. Het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen komt dan op € 1.388,- per maand. Geïndexeerd naar 2026, gelet op de ingangsdatum, bedraagt de behoefte van de kinderen € 1.546,- per maand, oftewel € 773,- per kind per maand.
De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
€ 108.105,-), met dien verstande dat de rechtbank er wel vanuit gaat dat de man hierover belasting dient af te dragen. De rechtbank komt dan tot een netto besteedbaar inkomen van
€ 5.665,-per maand. In beginsel komt de rechtbank op een draagkracht van € 1.820,- per maand. Onbetwist is echter dat de man ook € 200,- per maand betaalt voor [kind] . De rechtbank houdt daarom rekening met een draagkracht bij de man van € 1.620,- per maand.
De rechtbank verwijst ook daarvoor naar de aangehechte berekening.
Ter zitting heeft de vrouw dit verzoek ingetrokken.
De man had aanvankelijk verzocht te bepalen dat hij voortaan huurder zou zijn van de echtelijke woning gelegen te [plaats 4] .
Gebleken is dat de man inmiddels is verhuisd naar [woonplaats 2] . Hoewel hij zijn verzoek niet heeft ingetrokken, gaat de rechtbank er van uit dat de man zijn verzoek niet langer handhaaft. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
Ter zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij niet de volledige inboedel heeft gekregen en dat er nog altijd spullen bij de man zijn. De vrouw heeft in mei 2024 foto’s gemaakt. Van de buurvrouw destijds heeft zij vernomen dat de man ging verhuizen. Zij heeft vervolgens nog wel spullen opgehaald, maar er ontbraken ook zaken zoals een tweepersoonsbed, een vaas van de oma en een Chanel zonnebril.
Voor zover de man er nog achter komt dat hij die specifieke zaken wel nog in zijn bezit heeft, wordt een dringend beroep op hem gedaan om die aan de vrouw terug te geven.
4.De beslissing
- in de ene week van donderdag 13.30 uur tot vrijdag 19.00 uur, met als wissellocatie [plaats 3] en in de andere week van donderdag 13.30 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de wissellocatie op de donderdag in [plaats 3] zal zijn en op zondag in [plaats 2] :
- de zomervakantie 2026 is een 2-2-1-1 regeling, vanaf de zomervakantie 2027 verblijven de kinderen in de even jaren week 1, week 4 en week 5 bij de man en week 2, week 3 en week 6 bij de vrouw. In de oneven jaren wordt dit gewisseld;
- tijdens de herfstvakantie zijn de kinderen in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw:
- in de voorjaarsvakantie zijn de kinderen in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- in de meivakantie heeft de man de kinderen in de even jaren tijdens de eerste week en de vrouw in de tweede week. In de oneven jaren wordt dit gewisseld;
- in de even jaren zijn de kinderen tijdens het begin van de Kerstvakantie tot en met Tweede Kerstdag in de middag bij de man en vervolgens vanaf de middag Tweede Kerstdag tot en met [geboortedag 2] in de middag bij de vrouw. Vanaf [geboortedag 2] de middag gaan ze naar de man, waarbij ze uiterlijk de zondag voordat school weer begint om 18.00 uur weer bij de vrouw zijn. In de oneven jaren wordt dit gewisseld. Aldus zijn de kinderen in de even jaren tijdens de Kerstdagen bij de man en tijdens Oud en Nieuw bij de vrouw en in de oneven jaren tijdens de Kerstdagen bij de vrouw en tijdens Oud en Nieuw bij de man;
- in de even jaren zijn de kinderen op Eerste Paasdag bij de man en op Tweede Paasdag bij de vrouw. In de oneven jaren wisselt dit;
- tijdens Pinksteren (de zondag en maandag) zijn de kinderen in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- met Hemelvaartsdag zijn de kinderen in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man;
- Koningsdag wordt gevierd bij de ouder waar de kinderen, vanwege de meivakantie, verblijven:
- de verjaardagen van de ouders, verjaardagen van familieleden en Sinterklaas regelen de ouders in onderling overleg, waarbij rekening wordt gehouden met het naar school gaan van de kinderen en de verjaardag van de vrouw en eventueel ‘gemiste’ dagen worden gecompenseerd;