Uitspraak
1.[verhuurder 1] ,
2.
[verhuurder 2],
1.De zaak in het kort
3.De feiten
- het demonteren van de kitchenette,
- het afkappen van de muur en afvoeren materialen,
- het aanhelen van de wand met een zout bufferende stuclaag om het doortreden van vocht te voorkomen en het aanbrengen van een primer, basis- en eindlaag,
- het afwerken van de wand met een ademende latex,
- het terugplaatsen en aansluiten van de kitchenette en het aanbrengen van een ventilatierooster ten behoeve van de beademing van de wand.
4.Het geschil
primairper 28 februari 2024 buitengerechtelijk is ontbonden
subsidiairper 1 mei 2024 is komen te eindigen en de veroordeling van [verhuurders] tot terugbetaling van de borg, met rente (en
meer subsidiair: verrekening van de borg met openstaande huurpenningen),
5.De beoordeling
- over de maand maart 2023 is geen huur betaald
- de huur over de maand april 2023 is tijdig betaald (ontvangen op 27 maart 2023)
- de huur over mei 2023 is betaald (te laat, maar wel ontvangen, op 2 mei 2023)
- de huur over juni 2023 is betaald (te laat, ontvangen op 3 juli 2023)
- op 28 juli 2023 is € 600,00 ontvangen met als omschrijving “huur juli +
- op 5 en 16 juni 2023 is in totaal € 1.100,00 betaald met als omschrijving “mei”. Uit de whatsapp-correspondentie op 11 september 2023 tussen [huurder] en [verhuurder 1] blijkt dat dit een verschrijving is en dat deze overschrijving bedoeld is voor de betaling van de huur voor : augustus 2023
- de huur voor september 2023 is betaald (tijdig op 24 augustus 2023)
- de huur voor oktober 2023 is betaald (te laat op 2 oktober 2023)
- de huur voor november 2023 is betaald (tijdig op 30 oktober 2023)
- de huur voor december 2023 is betaald (tijdig op 28 november 2023)
- de huur voor januari 2024 is betaald (te laat op 2 januari 2024)
- over de periode daarna zijn geen bankafschriften ingebracht.
tweemaanden huurachterstand had. Dit is slechts één maand, omdat alleen de maand februari 2024 niet is betaald.
Kamerstukken II1997/98, 26089, nr. 3, p. 14), een ruime betekenis; alle genotsbeperkingen die niet aan de huurder zijn toe te rekenen vormen een gebrek, zoals een slechte onderhoudstoestand, materiële beschadigingen, constructiefouten en ongedierte. Uitgangspunt (van de gebrekenregeling) is het genot dat de huurder op grond van de huurovereenkomst mag verwachten.
subsidiairstelt dat de huurovereenkomst daarom per 1 mei 2024 is geëindigd, omdat de kantonrechter deze datum van het subsidiair gevorderde (maar bij antwoord niet toegelichte) niet kan plaatsen. Dit beroep op artikel 22 van Pro de huurovereenkomst kan evenwel geen doel treffen. In de eerste plaats betreft dit een nietig beding, omdat het strijdig is met het bepaalde in artikel 7:231, lid 1, BW. In de tweede plaats zou het honoreren van dit verweer tot gevolg hebben dat het bepaalde in artikel 3.1. van de huurovereenkomst [7] (de periodes waarna tussentijds opgezegd kan worden en de wijze waarop dat dient te gebeuren) volstrekt zinledig zou zijn. De huurder zou dan immers altijd, door de huur twee maanden onbetaald te laten aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst kunnen ontkomen. Dat dat de bedoeling van partijen is geweest, acht de kantonrechter uitgesloten.
primaironder II gevorderde, om voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst met ingang van 28 februari 2024 buitengerechtelijk is ontbonden, niet toewijsbaar is. De kantonrechter begrijpt, mede gelet op de zinsnede onder punt 88, dat de
primaironder III gevorderde terugbetaling van de borgsom met rente vanaf die datum afhankelijk is gesteld van een toewijzing van het onder II gestelde en daarmee eveneens niet toewijsbaar is.
primairen
(meer) subsidiaironder VII gevorderde veroordeling van [verhuurders] c.q. tot terugbetaling van enig bedrag uit hoofde van huurprijsvermindering is evenmin toewijsbaar. Het
subsidiaironder IV gevorderde, om voor recht te verklaren dat de huurovereenkomst met ingang van 1 mei 2024 is komen te eindigen, is evenmin toewijsbaar.
primairen
subsidiairgevorderde zal hiermee in zijn geheel worden afgewezen.
meer subsidiaironder V [verhuurders] te veroordelen tot terugbetaling van de borg, met rente dan wel verrekening van de borg met de openstaande huurpenningen.
meer subsidiairtot terugbetaling van de borg is daarmee niet toewijsbaar.
885,00