ECLI:NL:RBLIM:2026:673

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
C/03/339667 / HA ZA 25-103
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Timmermans-Vermeer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BWArt. 7:941 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeraar weigert dekking wegens onvoldoende bewijs diefstal en schade

De eiser, een ontwerper van brilmonturen en sieraden, had zakelijke en particuliere kostbaarhedenverzekeringen afgesloten bij Juwon. Hij claimde schade na vermeende diefstal van kostbaarheden tijdens een vakantie in Armenië. Juwon weigerde dekking en registreerde de eiser in haar incidentenregister.

De rechtbank oordeelde dat de eiser onvoldoende bewijs leverde voor de diefstal en de omvang van de schade. Inconsistenties in verklaringen en het ontbreken van eigendomsbewijzen leidden tot afwijzing van de vorderingen. Ook het verzoek tot verwijdering van persoonsgegevens uit het interne register werd afgewezen wegens gebrek aan belang na opzegging van de polis.

In reconventie vorderde Juwon vergoeding van kosten wegens vermeende opzettelijke misleiding, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor misleiding. Beide partijen werden veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de eiser af wegens onvoldoende bewijs van diefstal en schade en bevestigt de rechtmatigheid van de weigering van dekking door de verzekeraar.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: C/03/339667 / HA ZA 25-103
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. B.R. van Buul,
tegen
JUWON ONDERLINGE SCHADE MAATSCHAPPIJ U.A.,
te IJsselstein,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Juwon,
advocaat: mr. S.C. Banga.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eisende partij] met producties 1 tot en met 15;
- de door Juwon bij B formulier ingeroepen onbevoegdheid van de rechtbank Limburg;
- de conclusie van antwoord in bevoegdheidsincident van [eisende partij] ;
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 9 april 2025;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie van Juwon met producties 1 tot en met 26;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van [eisende partij] met productie 16;
- de akte overlegging producties 17 tot en met 20 van [eisende partij] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 17 november 2025 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van zowel [eisende partij] als Juwon spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] ontwerpt en maakt brilmonturen en sieraden. [eisende partij] heeft in 2010 zijn zakelijke verzekeringen ondergebracht bij Juwon. Juwon is een verzekeraar die zich richt op juweliers, goud- en zilversmeden.
2.2.
In 2018 heeft [eisende partij] als particulier een kostbaarhedenverzekering afgesloten bij Juwon voor privékostbaarheden van hem en zijn echtgenote.
2.3.
De verzekeringen die [eisende partij] bij Juwon heeft afgesloten zijn vastgelegd in de zogenoemde Juweliers Blockpolis.
2.4.
[eisende partij] heeft op 31 juli 2023 bij Juwon gemeld dat op 29 juli 2023 4 (zonne)brillen, 2 ringen, een horloge en een armband zijn gestolen tijdens zijn familievakantie in Roemenië. Als gevolg daarvan claimt hij een schade van € 142.440,00.
2.5.
Bij brief van 27 september 2024 laat Juwon weten dat zij dekking weigert en zij [eisende partij] intern heeft geregistreerd in haar incidentenregister en in de gebeurtenissenadministratie voor de duur van 8 jaar.

3.De vorderingen en de standpunten van partijen

In conventie
3.1.
[eisende partij] vordert samengevat:
  • een verklaring voor recht dat Juwon is tekort geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst en Juwon dekking moet verlenen voor de schade;
  • Juwon te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan de vaststelling van de schade en het vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 september 2024, te betalen;
  • Juwon te veroordelen tot verwijdering van de persoonsgegevens van [eisende partij] uit het incidentenregister en uit de gebeurtenissenadiministratie van Juwon op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;
  • Juwon te veroordelen tot betaling van € 3.282,13 aan buitengerechtelijke incassokosten;
  • Juwon te veroordelen tot betaling van € 3.031,05 aan kosten van de ingeschakelde deskundige;
  • Juwon te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
Met uitzondering van de hierna te noemen vordering legt [eisende partij] aan zijn vorderingen ten grondslag dat Juwon tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst, omdat Juwon ten onrechte geen dekking heeft verleend. Dit wordt door Juwon betwist.
3.3.
Aan zijn vordering om Juwon te veroordelen tot verwijdering van de persoonsgegevens van [eisende partij] uit het incidentenregister en uit de gebeurtenissenadiministratie van Juwon, legt [eisende partij] ten grondslag dat Juwon onrechtmatig heeft gehandeld, omdat Juwon de gegevens ten onrechte heeft opgeslagen. Ook dit wordt door Juwon betwist.
In reconventie
3.4.
In reconventie vordert Juwon – als wordt geoordeeld dat Juwon terecht geen uitkering heeft gedaan wegens opzettelijke misleiding door [eisende partij] – dat [eisende partij] wordt veroordeeld tot betaling van € 12.598,85, bestaande uit:
  • € 9.312,50 aan kosten voor de door Juwon ingeschakelde schade-expert;
  • € 2.754,35 aan kosten voor de door Juwon ingeschakelde tactisch onderzoeker;
  • € 532,00 aan kosten voor de fraudecoördinator van Juwon.
3.5.
Juwon legt aan haar vordering ten grondslag dat [eisende partij] – in het geval van opzettelijke misleiding – onrechtmatig heeft gehandeld jegens Juwon, dan wel toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie
4.1.
Allereerst moet beoordeeld worden of Juwon gehouden is dekking te verlenen dan wel dat zij terecht geen dekking heeft verleend voor de door [eisende partij] opgegeven schade.
4.2.
Juwon heeft de schade afgewezen, omdat de verzekering gelet op de volgende gronden geen dekking biedt:
  • het gestelde schadevoorval en de geclaimde schade zijn niet aangetoond;
  • er is geen sprake van diefstal zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Algemene Polisvoorwaarden;
  • sporen van buiten- en binnenbraak, zoals bedoeld in artikel 6.2 van de Algemene Polisvoorwaarden, ontbreken;
  • de schade is ontstaan door roekeloosheid van [eisende partij] , zodat de schade op grond van artikel 9 van Pro de Polisvoorwaarden Kostbaarhedenverzekering en artikel 6.1 van de Algemene Polisvoorwaarden niet wordt gedekt;
  • over de omvang van gestelde schade heeft [eisende partij] in strijd met de waarheid verklaard.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat de schade terecht is afgewezen, omdat het gestelde schadevoorval en de geclaimde schade niet zijn aangetoond.
Het gestelde schadevoorval en de schade
4.4.
Juwon betwist dat er zich een verzekerd evenement, in dit geval diefstal, heeft voorgedaan. Volgens Juwon zijn er veel onlogische aspecten en inconsistenties in de door [eisende partij] en zijn echtgenote afgelegde verklaringen, waardoor volgens Juwon onvoldoende is aangetoond dat de diefstal heeft plaatsgevonden.
4.5.
Krachtens de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro rust de bewijslast van de stelling dat een diefstal heeft plaatsgevonden, in het geval dat de verzekeraar deze stelling gemotiveerd betwist, op degene die uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst schadevergoeding ter zake van diefstal vordert, dus op [eisende partij] . Vanwege de omstandigheid dat direct bewijs van diefstal veelal niet mogelijk is, mogen aan dat bewijs geen al te zware eisen worden gesteld; voldoende is dat feiten en omstandigheden worden bewezen die aannemelijk maken dat de diefstal heeft plaatsgevonden (HR 28 oktober 1994, NJ 1195, 141). Volgens HR 11 april 2003, NJ 2004, 568 kan onder omstandigheden de enkele aangifte van de diefstal in een door de politie opgemaakt proces-verbaal voldoende zijn.
4.6.
[eisende partij] stelt ter onderbouwing van de diefstal dat de Armeense politie een verslag van de aangifte heeft opgemaakt. Zoals hiervoor aangehaald, heeft de Hoge Raad weliswaar bepaald dat de enkele aangifte van de diefstal in een door de politie opgemaakt proces-verbaal onder omstandigheden voldoende kan zijn om de diefstal aan te tonen, [1] maar de rechtbank is van oordeel dat daar in deze omstandigheden geen sprake van is. Zij licht dit als volgt toe.
4.7.
Over de diefstal heeft [eisende partij] het volgende verklaard. [eisende partij] heeft met zijn echtgenote en hun kinderen een reis naar Armenië gemaakt voor familiebezoek en een doopfeest van een neefje. Tijdens deze reis heeft [eisende partij] op 29 juli 2023 met zijn echtgenote het zomerhuis van zijn schoonouders in Armenië bezocht, waar verder niemand aanwezig was. Onder de overkapping in de tuin behorend bij dit zomerhuis hebben zij hun spullen, waaronder hun brillen en sieraden, op tafel gelegd om vervolgens naar het zwembad verderop in de tuin van het zomerhuis te gaan. Na twee uur zijn [eisende partij] en zijn echtgenote teruggegaan naar de overkapping en zagen zij dat de spullen waren verdwenen.
4.8.
Telefonisch heeft de echtgenote van [eisende partij] aan de politie op 29 juli 2023 gemeld dat – onder andere en voor zover in deze procedure van belang – een horloge en een zonnebril zijn gestolen. Erna heeft zij, diezelfde avond, verklaard dat het gaat om een tas met daarin gouden sieraden en vier brillen. [2] Enige tijd later heeft [eisende partij] per e-mail aan de Armeense politie verklaard dat een horloge, vier (zonne)brillen, een armband en twee ringen zijn gestolen. Aan Gorpa Schadeonderzoek heeft [eisende partij] op 1 september 2023 verklaard dat hij en zijn echtgenote twee (zonne)brillen, een horloge, een armband en twee ringen bij zich hadden tijdens hun vakantie in Armenië. [3] De verklaringen over welke kostbaarheden zijn gestolen, zijn dus niet consistent.
4.9.
Ten aanzien van de kostbaarhedenverzekering was tot 3 juli 2023 een bedrag verzekerd van € 100.00,00. Na voornoemde datum is het verzekerde bedrag opgehoogd tot € 251.500,00. Het verzekerde bedrag is dus binnen minder dan een maand voor de gestelde diefstal opgehoogd.
4.10.
Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden, acht de rechtbank de enkele aangifte van [eisende partij] onvoldoende om de diefstal aan te tonen. [eisende partij] heeft nog een verklaring van zijn zus overgelegd waarin zij aangeeft dat zij in dezelfde periode als [eisende partij] in Armenië verbleef en hij en zijn echtgenote vier ringen, een horloge, een armband en twee zonnebrillen bij zich hadden. Dit betreft echter geen verklaring van een onafhankelijke derde. Bovendien verklaart zij niets over de twee andere brillen die als gestolen zijn opgegeven door [eisende partij] . Nu [eisende partij] geen andere feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit de gestelde diefstal volgt, is de rechtbank van oordeel dat de diefstal onvoldoende is aangetoond.
4.11.
Daar komt bij dat de eigendom van [eisende partij] van de gestelde gestolen kostbaarheden door Juwon wordt betwist en [eisende partij] niet van alle gestelde gestolen kostbaarheden eigendomsbewijzen heeft overgelegd. Kortom, de diefstal, de eigendom en daarmee de schade van [eisende partij] is onvoldoende aangetoond. Daarmee liggen de vorderingen in conventie ten aanzien van de diefstal voor afwijzing gereed en hoeven de overige gronden waarop Juwon dekking weigert, niet te worden besproken.
4.12.
De rechtbank wijst dan ook de gevorderde verklaring voor recht, de gevorderde veroordeling van Juwon tot het verlenen van medewerking aan de vaststelling van de schade en de gevorderde veroordeling van Juwon in de deskundigenkosten af.
De vordering ten aanzien van het incidentenregister en gebeurtenissenadministratie
4.13.
Tussen partijen staat vast dat Juwon de persoonsgegevens van [eisende partij] in haar eigen incidentenregister en gebeurtenissenadministratie heeft opgeslagen, en dat deze niet door andere verzekeraars kunnen worden geraadpleegd. Dit wordt door [eisende partij] niet betwist. Nu [eisende partij] de polis bij Juwon per 25 oktober 2023 heeft opgezegd, heeft hij bij zijn vordering tot verwijdering van zijn gegevens uit het interne incidentenregister en de interne gebeurtenissenadministratie van Juwon reeds daarom geen belang meer, zodat deze vordering wordt afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.14.
Omdat de hoofdvorderingen van [eisende partij] zijn afgewezen, treft de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten hetzelfde lot. Deze vordering wordt daarom eveneens afgewezen.
Proceskosten
4.15.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Juwon worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.042,00
(2 punten × € 521,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.215,00
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
4.17.
De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat geoordeeld wordt dat Juwon terecht geen uitkering heeft gedaan wegens opzettelijke misleiding door [eisende partij] . In dat geval is volgens Juwon sprake van onrechtmatig handelen dat tevens kwalificeert als wanprestatie. Door het onrechtmatig handelen heeft Juwon kosten gemaakt die zij anders niet had gemaakt. Op grond van de artt. 6:74 en/of 6:162 dan wel 7:941 BW heeft Juwon recht op vergoeding van die kosten door [eisende partij] . Voordat aan beoordeling van voornoemde wetsartikelen wordt toegekomen, moet allereerst worden vastgesteld of [eisende partij] Juwon opzettelijk heeft misleid. De rechtbank oordeelt dat daar geen sprake van is en licht dit als volgt toe.
4.18.
Juwon beroept zich op het rechtsgevolg (betaling van de gemaakte kosten) van de door haar aangevoerde feiten en draagt daarom de stelplicht en de bewijslast daarvan. Juwon heeft haar stelling dat [eisende partij] Juwon opzettelijk heeft misleid als volgt – samengevat – toegelicht:
  • er zijn geen foto’s getoond waarop het bezit van de kostbaarheden in Armenië kon worden aangetoond,
  • van de diamanten konden geen aankoopnota’s worden overgelegd,
  • de door [eisende partij] geclaimde schade klopt niet, omdat
o de als gestolen opgegeven brillen geen bijzondere modellen zijn, maar behoren tot de ‘ [eisende partij] ’-collectie,
o sprake is van gietwerk in plaats van handwerk,
o de door [eisende partij] opgegeven gewichten en arbeidsuren voor zowel het maken van de brillen als de sieraden onjuist en/of (sterk) bovenmatig zijn.
4.19.
[eisende partij] heeft verklaard dat de reden waarom er geen foto’s zijn getoond waarop het bezit van de kostbaarheden in Armenië kon worden aangetoond en geen aankoopnota’s zijn overgelegd, gelegen is in het feit dat hij deze niet heeft.
4.20.
De geclaimde schade heeft [eisende partij] onderbouwd met een deskundigenbericht van de heer Duindam. Bovendien stelt [eisende partij] dat de door Juwon ingeschakelde deskundigen de brillen van [eisende partij] niet hebben gezien of in handen hebben gehad, waardoor zij geen gedegen oordeel kunnen vormen over de juistheid van de geclaimde schade. Dit wordt door Juwon niet betwist. Gelet op het voorgaande heeft Juwon, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door [eisende partij] , onvoldoende aangevoerd dat [eisende partij] Juwon heeft misleid.
4.21.
De conclusie op basis van het voorgaande is dat niet kan worden geconcludeerd dat sprake was van opzet tot misleiding, zodat de vordering van Juwon wordt afgewezen.
Proceskosten
4.22.
Juwon is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- salaris advocaat
1.042,00
(2 punten × € 521,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.220,00

5.De beslissing

De rechtbank
In conventie
5.1.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 4.215,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In reconventie
5.3.
veroordeelt Juwon in de proceskosten van € 1.220,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Juwon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
In conventie en in reconventie
5.4.
wijst het overige of anders gevorderde af,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op
28 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7070.
2.Productie 11 bij de conclusie van antwoord.
3.Productie 6 bij de dagvaarding.