ECLI:NL:RBLIM:2026:6373
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen lasten onder dwangsom bouw in strijd met omgevingsvergunning
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen twee lasten onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld heeft opgelegd wegens bouwen in strijd met een verleende omgevingsvergunning op een locatie in Bocholtz. Verzoeker betwist de oplegging en vordert schorsing van de dwangsommen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het niet in zijn macht heeft om de overtredingen te beëindigen, ondanks dat hij stelt dat de eigenaar van een aangrenzend perceel geen toestemming geeft. Ook is geoordeeld dat de hoogte van de dwangsommen in redelijke verhouding staat tot het geschonden belang en de beoogde werking, mede gezien een recidivetoeslag en eerdere handhavingsmaatregelen.
Verder is de begunstigingstermijn van circa drie maanden niet onredelijk kort, mede omdat verzoeker al geruime tijd op de hoogte is van de handhaving en de termijn meerdere malen is verlengd. Het concrete zicht op legalisatie ontbreekt, omdat het college niet bereid is de vergunning te verlenen voor de overtredingen. Ook de technische uitvoerbaarheid van de aanpassingen is niet onhaalbaar gebleken.
De voorzieningenrechter concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die handhavend optreden onevenredig maken en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de lasten onder dwangsom wordt afgewezen omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakt dat hij de overtredingen niet kan beëindigen en de dwangsommen en termijnen redelijk zijn.