ECLI:NL:RBLIM:2026:627

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11789910 \ CV EXPL 25-3092
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en betalingsregeling huurachterstand

Huurders zijn sinds april 2024 huurder van een woning en hebben een huurachterstand opgebouwd van €4.242,70. Stichting Nester vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van achterstallige en lopende huur. De kantonrechter wees bij verstek het vonnis toe, maar dit werd aangevochten door huurders in verzet.

Tijdens de mondelinge behandeling op 8 januari 2026 kwamen partijen overeen dat huurders een betalingsregeling van €150 per maand zullen treffen voor de achterstand en de lopende huur stipt zullen voldoen. Stichting Nester stemde toe niet tot ontruiming over te gaan zolang deze regeling wordt nagekomen.

De kantonrechter vernietigt het verstekvonnis, wijst de vorderingen toe onder voorwaarden en stelt een ontruimingstermijn van twee weken in. Tevens worden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen wegens oneerlijkheid. Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, lopende huur, wettelijke rente en proceskosten. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt uitgesproken met een voorwaardelijke ontruiming bij niet-nakoming van de betalingsverplichtingen of het staken van schuldhulpverlening.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, huurders veroordeeld tot betaling van huurachterstand en lopende huur, met een voorwaardelijke ontruiming bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11789910 \ CV EXPL 25-3092
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van

1.[huurder 1] ,

te [plaats] ,
2.
[huurder 2],
te [plaats] ,
eisende partijen in verzet,
hierna samen te noemen: huurders,
gemachtigde: mr. A.J.J. Kreutzkamp,
tegen
STICHTING NESTER,
te Reuver,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: Stichting Nester,
gemachtigde: Agin Otten Gerechtsdeurwaarders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het door de kantonrechter op 30 april 2025 tussen Stichting Nester als eisende partij en huurders als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 11635260 CV EXPL 25-1807
  • de verzetdagvaarding d.d. 27 juni 2025
  • de akte uitlating door Stichting Nester
  • de brief van 27 oktober 2025 waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden
  • de mondelinge behandeling d.d. 8 januari 2026
1.2.
Tot slot is vonnis bepaald.
+2. De feiten
2.1.
Huurders huren sinds 3 april 2024 de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde) van Stichting Nester. De actuele huurprijs bedraagt laatstelijk € 758,00 per maand en moet telkens vóór of op de eerste dag van iedere maand bij vooruitbetaling worden voldaan.
2.2.
Huurders hebben een huurachterstand laten ontstaan.
2.3.
In voornoemd verstekvonnis heeft de kantonrechter de huurovereenkomst ontbonden, huurders tot ontruiming daarvan bevolen en hen veroordeeld om de achterstand van € 4.242,70 te betalen (met de rente daarover) en de lopende huurtermijnen met ingang van 31 maart 2025.
2.4.
Dit vonnis is hen op 27 mei 2025 niet in persoon betekend.

3.Het geschil

3.1.
Stichting Nester voert aan dat huurders een huurachterstand hebben laten ontstaan van meer dan drie maanden. Deze tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst rechtvaardigt volgens Stichting Nester ontbinding van de huurovereenkomst. Zij vordert daarom in haar dagvaarding d.d. 1 april 2025 - samengevat -:
- ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde;
- hoofdelijke veroordeling tot betaling van de huurachterstand en buitengerechtelijke kosten;
- hoofdelijke veroordeling tot betaling van de (toekomstige) huur/gebruiksvergoeding tot aan het moment van ontruiming;
- hoofdelijke veroordeling tot vergoeding van rente en proceskosten.
Deze vorderingen heeft de kantonrechter in het vonnis van 30 april 2025 bij verstek toegewezen.
3.2.
Huurders verzetten zich tegen dat vonnis. Wel erkennen zij de ontstane huurachterstand.

4.Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling

4.1.
Na bespreking van de zaak verklaarden partijen het eens te zijn over de huurbetalingsverplichtingen die nog tot en met de maand januari 2026 openstaan, namelijk
€ 5.925,61, zoals blijkt uit het door Stichting Nester op 8 januari 2026 overgelegde overzicht.
4.2.
Verder hebben huurders verklaard inmiddels hulp te hebben gezocht voor hun financiële problemen.
4.3.
Met betrekking tot het in deze zaak gevorderde, zijn partijen het volgende overeengekomen:
a. a) huurders zullen aan Stichting Nester een bedrag van € 150,00 per maand betalen ter zake van aflossing van de huurachterstand en bijkomende kosten,
b) huurders zullen de lopende huur stipt en bij vooruitbetaling voldoen aan Stichting Nester. De eerstvolgende huurbetaling betreft de maand februari 2026,
c) zodra huurders meer kunnen aflossen dan € 150,00 per maand, zullen zij met Stichting Nester overleg hebben over een verhoging van de maandelijkse aflossing,
d) als huurders deze regeling nakomen, zal Stichting Nester niet overgaan tot ontruiming, zoals zij ter zitting heeft toegezegd.
4.4.
Stichting Nester vordert, gelet hierop - zo begrijpt de kantonrechter - de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. In verband daarmee dient het verstekvonnis te worden vernietigd.

5.De beoordeling

5.1.
Gehoord de standpunten van partijen, overweegt de kantonrechter dat de onvoldoende betwiste vorderingen van Stichting Nester op de hierna bij ‘de beslissing’ vermelde wijze toewijsbaar zijn en het verstekvonnis dient te worden vernietigd.
5.2.
Ten aanzien van de door Stichting Nester gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is de kantonrechter van oordeel dat het beding daarover oneerlijk is en daarom dient te worden vernietigd. De terzake gevorderde kosten zijn dan ook niet toewijsbaar.
Wat de gevorderde ontruimingstermijn betreft is de kantonrechter van oordeel dat een termijn van twee weken gehanteerd moet worden.
5.3.
Huurders zullen zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten (inclusief nakosten) die Stichting Nester heeft gehad in de verstek- en verzetprocedure. Deze kosten worden begroot op:
  • dagvaarding: € 145,45
  • griffierecht: € 514,00
  • salaris gemachtigde: € 678,00 (2 x tarief € 339,00)
  • nakosten
vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.472,45.

6.De beslissing

De kantonrechter
vernietigt
6.1.
het door de kantonrechter op 30 april 2025 onder zaaknummer 11635260 CV EXPL 25-1807 tussen partijen gewezen verstekvonnis
en beslist opnieuw:
6.2.
veroordeelt huurders hoofdelijk des dat de een betalende de anders zal zijn bevrijd, tot betaling aan Stichting Nester van € 5.925,66, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek over een bedrag van € 4.242,70 vanaf 1 april 2025 tot en met de dag dat de volledige vordering is voldaan,
6.3.
veroordeelt huurders, hoofdelijk des dat de een betalende de anders zal zijn bevrijd, tot betaling aan Stichting Nester van € 757,99 per maand zijnde huur of gebruiksvergoeding voor iedere maand die vanaf 1 februari 2026 tot het tijdstip van ontruiming mocht verstrijken of zijn ingegaan, een ingegane maand daarbij gerekend voor hele maand, onder voorbehoud van de eventuele (wettelijk) toegestane huurverhogingen,
6.4.
verstaat dat de eventueel door huurders na het moment van dagvaarden betaalde bedragen op de voet van artikel 6:44 BW Pro door Stichting Nester in mindering worden gebracht op het totaal van de vordering, inclusief rente en kosten,
6.5.
veroordeelt huurders hoofdelijk des dat de een betalende de anders zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Stichting Nester tot op heden begroot op € 1.472,45,
6.6.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] en veroordeelt huurders het gehuurde binnen twee weken na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van hun kant in het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Stichting Nester te stellen, indien en zodra aan één van de volgende voorwaarde wordt voldaan:
- huurders zijn in gebreke met de nakoming van de in overweging 4.3. onder a) en b) van dit vonnis opgenomen betalingsverplichtingen die zij op zich hebben genomen,
- huurders zich niet meer laten begeleiden door een schuldhulpverlener,
6.7.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de hierin opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en
6.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.