Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:5891

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/03/24/36 R
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 349a FwArt. 352 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging schuldsaneringsregeling vanwege lopend herzienings- en terugvorderingsbesluit bij bijstandsuitkering

De rechtbank Limburg heeft op 9 juni 2026 uitspraak gedaan over de verlenging van de schuldsaneringsregeling van saniet, die sinds 13 augustus 2024 van kracht is. De verlenging is noodzakelijk vanwege een herzieningsbesluit van de gemeente Roermond over de bijstandsuitkering van saniet, waarin wordt betwist of hij in een bepaalde periode zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Dit leidt tot onzekerheid over het recht op bijstand en een mogelijke terugvordering van € 19.591,30.

De bewindvoerder stelde dat saniet zijn verplichtingen uit de schuldsanering onvoldoende is nagekomen, met name vanwege een boedelachterstand van € 4.077,74 en het niet voldoen van afdrachten over twee weken. Saniet gaf aan dat hij de bedragen op zijn bankrekening had staan, maar kon dit niet aantonen met bankafschriften. Daarnaast was er discussie over het inkomen dat in de VTLB-berekening was opgenomen.

De rechtbank oordeelt dat het te vroeg is om saniet een schone lei te verlenen zolang het herzienings- en terugvorderingsbesluit nog niet definitief is. De schuldsaneringsregeling wordt daarom verlengd tot vijf jaar of korter indien het besluit eerder onherroepelijk wordt. Saniet moet de boedelachterstand inlopen en blijft gehouden aan zijn informatieplicht. De boedelbijdrage wordt vanaf 13 juni 2026 beperkt tot het salaris van de bewindvoerder.

Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van saniet wordt verlengd tot vijf jaar of korter totdat het herzienings- en terugvorderingsbesluit onherroepelijk is en de boedelachterstand is ingelopen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht verlenging looptijd
Toezicht / insolventies
Vonnis van 9 juni 2026
insolventienummer: C/03/24/36 R
Bij vonnis van deze rechtbank van 13 augustus 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van
[saniet] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
wonende: [adres] , [woonplaats] ,
saniet.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft conform artikel 352 van Pro de Faillissementswet (Fw) een zitting bepaald waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld.
1.2.
Ter zitting van 28 mei 2026 zijn verschenen:
- saniet bijgestaan door zijn gemachtigde mr. D. Dronkers;
- [naam bewindvoerder] , bewindvoerder.
1.3.
Op 27 mei 2026 is het verweer van de gemachtigde van saniet ontvangen.

2.De beoordeling

2.1.
Naar het oordeel van de bewindvoerder is de saniet de uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen onvoldoende nagekomen. De rechter-commissaris heeft zich bij dit oordeel aangesloten.
2.2.
De rechtbank beperkt zich tot de kern van de aan de saniet gemaakte verwijten. In de eerste plaats is gebleken dat de saniet een boedelachterstand heeft van € 4.077,74. Daar komen de afdrachten van week 21 en 22 nog bij. De saniet weigert de afdrachten te voldoen, maar zegt wel dat hij deze bedragen op zijn bankrekening heeft staan. Dit wordt echter niet bij de bewindvoerder aangetoond met een bankafschrift. Ter zitting legt de saniet uit dat hij de afdrachten niet heeft gedaan, omdat hem niet duidelijk was wat hij moest afdragen en de bewindvoerder niet reageerde op zijn verzoeken om antwoord hierop. Daarnaast is er een veel te hoog inkomen in de VTLB-berekening opgenomen. Na uitleg van de bewindvoerder heeft de saniet ter zitting aan de rechter zijn bankrekening op zijn mobiel getoond. Er is voldoende saldo op de bankrekening van de saniet aanwezig om de boedelachterstand in een keer in te lopen.
2.3.
Het andere punt betreft het herzieningsbesluit van de gemeente Roermond van
23 maart 2026, waarbij naar aanleiding van een onderzoek naar de hoofdverblijfplaats van de saniet volgens de gemeente is gebleken dat de saniet in de periode 11 januari 2024 tot
14 januari 2025 zijn hoofdverblijf niet heeft gehad op het adres [adres] te [woonplaats] . Als gevolg hiervan kan de gemeente niet bepalen of de saniet gedurende deze periode behoort tot de kring der rechthebbenden. Als gevolg daarvan kan het recht op bijstand over de periode 11 januari 2024 tot en met 14 januari 2025 niet worden vastgesteld en is de uitkering medio juli 2025 beëindigd. Het benadelingsbedrag is vastgesteld op
€ 19.591,30. De gemeente zal een apart terugvorderingsbesluit nemen en er zal een boeteonderzoek gaan plaatsvinden. Tegen het herzieningsbesluit heeft de saniet bezwaar ingesteld. Volgens de gemachtigde is hiervoor een zitting geagendeerd op 30 juni 2026, maar kan de gemeente nog uitstel vragen. Daarna volgt er mogelijk nog een apart terugvorderingsbesluit en ook daar kunnen procedures tegen worden gevoerd. Het is onduidelijk hoelang het gaat duren voordat er een definitieve beslissing is genomen.
2.3.1.
De bewindvoerder is van mening dat zolang er geen duidelijkheid is over het herzienings- en terugvorderingsbesluit er ook geen schone lei aan de saniet verleend kan worden. De bewindvoerder adviseert daarom om de schuldsaneringsregeling te verlengen totdat deze duidelijkheid er wel is. De gemachtigde van de saniet vindt dit een onwenselijke situatie voor de saniet en de schuldeisers, aangezien onduidelijk is hoelang het gaat duren voordat er een definitieve beslissing is genomen. Er wordt dan ook verzocht om een beslissing op dit moment te nemen en dat zou dan de verlening van een schone lei moeten zijn, omdat de saniet aan de (overige) verplichtingen heeft voldaan.
2.4.
De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment te vroeg is om een schone lei aan de saniet te kunnen geven. Er zal eerst meer duidelijkheid dienen te komen over het herzieningsbesluit en een eventuele terugvordering van de bijstand. Indien de gemeente in het gelijk wordt gesteld, kan hieruit worden afgeleid dat de saniet ook niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht in de schuldsaneringsregeling en dienen er mogelijk ook herberekeningen van het VTLB plaats te vinden met alle gevolgen van dien. Dit alles nog los van de nieuwe schuld die dan definitief vaststaat. De rechtbank heeft begrip voor het verzoek van de gemachtigde om de saniet niet zo lang in onzekerheid te laten zitten, maar het alternatief, het niet verstrekken van de schone lei aan de saniet, is evenmin in het belang van de saniet. De jurisprudentie toont aan dat in soortgelijke gevallen wordt gewacht met het nemen van een beslissing totdat het herzienings- en terugvorderingsbesluit onherroepelijk zijn geworden. Hoewel dat enige tijd kan duren, is de rechtbank van oordeel dat het in ieders belang is om ook in dit dossier te wachten totdat dit het geval is.
2.5.
De rechtbank zal daarom, ingevolge artikel 349a Fw de termijn wijzigen gedurende welke de schuldsaneringsregeling van kracht is. Zij zal de termijn vaststellen op vijf jaar of zoveel korter als nodig is totdat het herzienings- en terugvorderingsbesluit onherroepelijk zijn geworden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuld-saneringsregeling. Tijdens de verlengde periode dient de saniet de boedelachterstand van in ieder geval € 4.077,74 (vermeerderd met de afdracht van de weken 21 en 22) in te lopen. Daarnaast blijft de informatieplicht gelden. De saniet dient uit zichzelf de bewindvoerder te informeren over het verloop van de herzienings- en terugvorderingsprocedure.
2.6.
De rechtbank zal met ingang van 13 juni 2026 de boedelbijdrage beperken tot de hoogte van het salaris van de bewindvoerder.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet;
3.2.
wijzigt de termijn van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, en stelt deze vast op vijf jaar of zoveel korter als nodig totdat het herzienings- en terugvorderingsbesluit onherroepelijk zijn geworden en de boedelachterstand van in ieder geval € 4.077,74 (vermeerderd met de afdracht van de weken 21 en 22) is ingelopen, derhalve tot
13 augustus 2029;
3.3.
bepaalt dat de saniet met ingang van 13 juni 2026 maandelijks een boedelbijdrage voldoet ter hoogte van het salaris van de bewindvoerder.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026 in tegenwoordigheid van de N.W.M. Clement, griffier.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.