ECLI:NL:RBLIM:2026:587

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11664390 \ CV EXPL 25-2050
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:119 BWArt. 2:49a lid 2 Algemene Plaatselijke Verordening Venlo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens structurele ernstige overlast door huurder

De huurder huurde sinds mei 2020 een woning in een appartementencomplex van Stichting Antares Woonsservice. Vanaf het begin werden meldingen van overlast ontvangen, die vanaf 2022 toenamen tot ongeveer twee keer per jaar. Diverse gesprekken en huisbezoeken door Antares en politie bevestigden een zorgwekkende situatie met ernstige geluidsoverlast, schreeuwen en bonken, mede veroorzaakt door epileptische aanvallen van de huurder.

Ondanks waarschuwingen en een gedragsaanwijzing van de gemeente Venlo bleef de overlast aanhouden, wat leidde tot een kort geding waarin de ontruiming van de woning werd bevolen. De huurder betwistte in de bodemprocedure de ernst en structurele aard van de overlast, maar de rechtbank oordeelde dat de overlast voldoende was aangetoond en dat de huurder onvoldoende medewerking bood aan hulpverlening.

De kantonrechter stelde vast dat Antares voldoende inspanningen had geleverd om de huurder te ondersteunen, waaronder gesprekken, buurtbemiddeling en een Wonen op Proef-traject dat niet doorging vanwege de voorkeur van de huurder voor een andere begeleider. De belangenafweging wees uit dat het belang van Antares om een veilige en rustige woonomgeving te waarborgen zwaarder woog dan het woonbelang van de huurder.

De huurovereenkomst werd ontbonden en de huurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens structurele ernstige overlast, met veroordeling van de huurder in proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11664390 \ CV EXPL 25-2050
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
[huurder],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. B.C.A. Reijnders te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. B.C.A. Reijnders,
tegen
STICHTING ANTARES WOONSERVICE,
gevestigd te Tegelen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Antares,
gemachtigde: mr. H.M.P.A. Wolters.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het (incidenteel) tussenvonnis van 25 juni 2025,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de brieven van mr. Wolters van 18 september 2025 en 2 december 2025 met een aanvullende producties ten behoeve van de mondelinge behandeling,
- het e-mailbericht van mr. Reijnders van 18 september 2025, met twee bijlages,
- de brief van mr. Wolters van 8 december 2025 met betrekking tot het verwijderen van
een e-mailbericht uit het procesdossier,
- de brief van mr. Reijnders van 8 december 2025 met aanvullende producties,
- de mondelinge behandeling van 16 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De (verdere) feiten in conventie en in reconventie

2.1.
[huurder] huurt met ingang van 15 mei 2020 van Antares de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde) (productie 1 bij de dagvaarding, betreffende de door Antares bij de kort geding dagvaarding in eerste aanleg overgelegde productie 1). De woning is gelegen in een appartementencomplex.
2.2.
Vanaf het begin van de huurovereenkomst ontvangt Antares incidenteel een melding van overlast. Sinds 2022 is dit gestegen naar ongeveer twee keer per jaar (zoals blijkt uit het meldingenoverzicht dat [huurder] heeft ingebracht als productie 1 bij de dagvaarding, betreffende de door Antares bij de kort geding dagvaarding in eerste aanleg overgelegde productie 5). Antares heeft naar aanleiding van deze meldingen contact gehad met [huurder] en hem aangesproken op zijn gedrag.
2.3.
Namens Antares heeft [coördinator 1] , coördinator Woonoverlast bij Antares, ook diverse gesprekken gevoerd met [huurder] . De politie heeft voorts de casus van [huurder] op enig moment ingebracht in het zorgnetwerk, waar ook Antares bij is betrokken.
2.4.
Op basis van de meldingen en de huisbezoeken, heeft de [coördinator 1] vastgesteld dat sprake was van een zorgwekkende situatie. [huurder] had op dat moment al zorgbegelei-ding van B-There. Op basis van de in overleg met [huurder] gekozen constructie zou een alternatieve woonruimte gezocht worden en een huurconstructie Wonen op Proef worden aangegaan. Uiteindelijk is het Wonen op Proeftraject begin 2024 niet doorgegaan.
2.5.
Antares ontving vervolgens vanaf medio 2024 steeds meer klachten van omwonenden over overlast door [huurder] .
2.6.
Op 9 oktober 2024 is de heer [coördinator 2] , eveneens coördinator Woonoverlast bij Antares, naar aanleiding van overlastmeldingen bij [huurder] op huisbezoek geweest. Hij rapporteert het volgende:
"
Vandaag rond 17 uur bezocht, samen met [naam 11] [werkzaam bij Antares] na meldingen omwonenden. We werden op de galerij al gewaarschuwd voor het onvoorspelbare gedrag van [huurder] . Meneer was duidelijk onder invloed, erg onrustig en onverzorgd maar redelijk aanspreekbaar. Hij verklaarde geen drugs te gebruiken en epileptische aanvallen te hebben. Die nacht is er volgens omwonenden nog iemand in het appartement geweest. Vanmorgen vanaf 6 uur was hij luid aan het schreeuwen in zijn woning. Dat was hoorbaar op de begane grond. De politie heeft hem hiervoor kennelijk bekeurd want dat gaf [huurder] zelf aan. (…) We maken ons grote zorgen over zijn welzijn en veiligheid maar verder ingrijpen is nu voor ons niet mogelijk. Bemoeizorg op de hoogte gebracht.”
2.7.
Op 21 oktober 2024 ontvangt Antares de volgende schriftelijke melding van de buurman van [huurder] :

Hele goede dag ik heb paar weken terug met uw medewerker gesproken over buurman die bij mij op de galerij woon [adres]
Smorgens om 00.05 uur is mijn dochter de duur uit gegaan naar werk maar ze konde niet ver komen omdat de man die bij [adres] zo veel lawaai maakte dat ze bang na huis terug gelopen is en dat is al een keer bij me dochter en paar keer heb ik mee gemaakt heb daar bij 112 gebeld laaste keer en die zeggen ook niks kunnen doen als woning bouw wil ik dat jullie daar iets aan doen
2.8.
Op 5 november 2024 heeft [coördinator 1] van Antares samen met de wijkagent een huisbezoek aan [huurder] gebracht, naar aanleiding van meerdere meldingen van huurders over het blaffen van de hond van [huurder] . Hij rapporteert onder meer het volgende:

Meneer schreeuwt wederom alles bij elkaar. (..). Geeft aan dat hij last heeft van psychoses en epilepsie (..). Meneer heeft de broek op de enkels, badjas half aan, ogen vuurrood en gezicht kapot. (..)
2.9.
Op 21 november 2024 heeft Antares (in elk geval in de persoon van [coördinator 1] en met [naam 12] van Leefbaarheid) wederom tezamen met de politie [huurder] bezocht. [huurder] schreeuwde en bonkte hard tegen de deuren en herhaalde dat hij last had van epilepsieaanvallen.
2.10.
Enkele dagen later, 25 november 2024, is er wederom een bezoek gebracht aan [huurder] in verband met meldingen over geluidsoverlast (harde muziek). Bij dit bezoek waren ook de heer [naam 2] (B-There) en de heer [naam 3] (politie) aanwezig.
2.11.
Bij brief van 17 december 2024 deelt de gemeente Venlo aan [huurder] mee voornemens te zijn om een gedragsaanwijzing op te leggen in de vorm van een last onder dwangsom ex artikel 2:49a lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening. [huurder] mag geen geluidsoverlast vanuit de woning veroorzaken (waaronder bonken op goederen, schreeuwen en schelden) en dient mee te werken aan de hulpverlening die wordt aangereikt. Ook wordt [huurder] gewaarschuwd dat in het uiterste geval een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd.
2.12.
Bij schriftelijk besluit van 31 januari 2025 legt de gemeente Venlo de voorgenomen gedragsaanwijzing daadwerkelijk op aan [huurder] . De brief vermeldt onder andere het volgende:

Al geruime tijd ontvangen politie en Antares van omwonenden van [adres] , overlastmeldingen over u. Het gaat hierbij om ernstige en herhaaldelijke hinder die door uw gedragingen worden veroorzaakt in en rondom de woning gelegen aan [adres] . Hiervoor heeft u op 25 november 2024 een waarschuwing ontvangen. Desondanks blijven zowel politie als Antares wekelijks dan wel dagelijks overlastmeldingen ontvangen. Hierdoor handelt u in strijd met artikel 2:49a lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Venlo (hierna: de APV).”
2.13.
Op 2 februari 2025 ontvangt Antares een schriftelijke melding van ernstige overlast van de onderbuurvrouw van [huurder] die stelt herhaaldelijk de politie te hebben gebeld. Zij sluit de mail als volgt af:
“(…) Daarna nog een keer gebeld omdat hij nog bezig was met schreeuwen en bonken en daar zijn ze tot op heden nog niet voor geweest. Het was net echt heel heftig en net of hij de flat aan het afbreken was. Buurman paar deuren verder zit momenteel bij hem. Momenteel is het weer rustig.
Mocht er dinsdag geen positieve uitslag uit de ingediende klacht komen ben ik van voornemens om mijn advocaat weer te gaan inschakelen. Dit kan zo niet langer meer.
2.14.
Op 5 februari 2025 ontvangt Antares een schriftelijke melding van een andere bewoner in het appartementencomplex met onder meer de volgende inhoud:

Bij deze wil ik weer een klacht indienen over [adres] .
Afgelopen 2 weken is de politie al 6 keer weer aanwezig geweest ivm met hevige overlast van deze gast.
Gisteren om 18:00 uur was er weer veel geschreeuw en gooien met deuren en voorwerpen ook op het Balkon.
De politie was weer aanwezig en ook is er een 2de eenheid opgeroepen omdat het maar bezig bleef zeer hevig zelfs.
Uiteindelijk is er ook een ambulance opgeroepen en is hij om omstreeks 21:00 mee genomen naar het ziekenhuis omdat hij waarschijnlijk in een hevige trip zat.
Echter was hij alweer vrij snel thuis (wellicht zoals andere keren weggelopen uit het ziekenhuis) Schijnbaar wil hij geen hulp aannemen.
Mijn vrouw en ik voelen ons niet meer veilig en zijn bang dat er een dag komt dat hij een stoel of wasrek waar hij vaker mee gooit op het balkon door de glazen afscheiding gaat.
Je hoort nu ook steeds vaker op het nieuws dat dit soort dingen nog heftiger escaleert en daar willen wij geen onderdeel van zijn.
Voor ons is het woongenot ver te zoeken op het moment omdat dit geen uitzondering meer is maar de uitzondering is dat het eens rustig is. (…) Onze mening is dat Antares dit moet aanpakken met hoogste prioriteit ik klaag niet over een buurman die soms de radio te hard heeft staan maar over iemand die een serieuze bedreiging is voor zichzelf en voor anderen.”
2.15.
Op 10 februari 2025 ontvangt Antares een schriftelijke melding van overlast van een andere bewoner met onder meer de volgende inhoud:

(...) Een thuis moet uiteraard veilig voelen, voor iedereen. Deze rust mag, vind ik, niet verstoord worden door iemand die soms uren erg psychotisch overkomt, op te balkon aan het schreeuwen is en met deuren gaat slaan dus een gevaar voor zichzelf is en op lange termijn misschien ook voor andere, aangezien dat hij ook zijn hond niet onder controle heeft.
Na al die tijd is er helaas ook geen verbetering in gekomen en de politie en/of ambulance moet regelmatig en steeds vaker opdagen. (...).
2.16.
Op 10 februari, 13 februari, en het weekend van 15 maart 2025 ontvangt Antares (weer) schriftelijke meldingen van mevrouw [naam 4] van (geluids)overlast van [huurder] .
2.17.
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg heeft op 24 maart 2025 geoordeeld dat [huurder] het gehuurde moet ontruimen (productie 2 van [huurder] ).
Dit vonnis is in hoger beroep, bij arrest van 11 november 2025, bekrachtigd (productie 5 van Antares).
2.18.
De ontruiming op basis van het kort geding vonnis heeft plaatsgevonden op 1 mei 2025. [huurder] verbleef daarna op verschillende plekken, waaronder bij mensen thuis en in woningen die verhuurd worden via Airbnb.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De kantonrechter verwijst, om herhaling te voorkomen, voor de vordering in conventie naar overweging 3.1. van het tussenvonnis van 25 juni 2025.
3.2.
Antares voert verweer. Antares concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [huurder] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [huurder] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [huurder] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Antares vordert - samengevat - de tussen partijen formeel nog bestaande huurovereenkomst te ontbinden, met veroordeling van [huurder] in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente.
3.5.
[huurder] voert verweer. [huurder] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Antares, met veroordeling van Antares in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en reconventie

4.1.
De kantonrechter zal de eis in conventie en eis in reconventie hierna gezamenlijk beoordelen, vanwege de samenhang tussen de vorderingen.
Ontbinding van de huurovereenkomst
4.2.
De kern van het geschil tussen partijen is of de huurovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden (en [huurder] de woning ontruimd moet houden).
4.3.
Het uitgangspunt is dat [huurder] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [huurder] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Als [huurder] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1]
4.4.
Volgens Antares is sprake van een tekortkoming die ziet op ernstige overlast van [huurder] . De overlast is veelvuldig besproken en beschreven in de kortgedingprocedure, waarin bij vonnis van 24 maart 2025 de ontruiming van het gehuurde is toegewezen.
Dit oordeel van de voorzieningenrechter is in hoger beroep in stand gebleven. Het hof acht de ernst van de overlast, zoals weergegeven in de feiten in overweging 3.2.3 tot en met 3.2.14 van het arrest van 11 november 2025, van zodanige aard dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat het belang van Antares om een veilige woonomgeving en rustig woongenot te verschaffen aan de bewoners van het appartementencomplex prevaleert boven het belang van [huurder] bij voortzetting van de huurovereenkomst.
4.5.
[huurder] betwist in deze bodemprocedure dat er sprake is geweest van structureel ernstige geluidsoverlast, die zodanig is dat de huurovereenkomst moet worden ontbonden.
[huurder] stelt zich daarnaast op het standpunt dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard, de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt en beroept zich op de tenzij clausule van artikel 6:265 BW Pro.
Ter mondelinge behandeling heeft [huurder] toegelicht dat de bijzondere aard ziet op het feit dat, voor zover er sprake is van overlast, deze terug te voeren is op de epileptische aanvallen als gevolg van onjuist voorgeschreven medicatie en dat hij na het wijzigen van de medicatie geen aanvallen meer heeft gehad.
Ernst van de overlast
4.6.
[huurder] verwijst naar een document dat hij zelf heeft opgesteld, waarin hij puntsgewijs aan de hand van de dagvaarding in kort geding de stellingen van Antares bespreekt en gemotiveerd betwist. [huurder] heeft ook een e-mailbericht van 11 maart 2025 overgelegd van [naam 5] waarin deze verklaart dat een overlastmelding van mw. [naam 4] van 2 augustus vals zou zijn. Dit emailbericht heeft [huurder] ook in de appeldagvaarding in de kort geding procedure ingebracht.
[huurder] heeft als productie 4 bij de conclusie van antwoord in reconventie nog een aanvullende verklaring van de heer [naam 5] overgelegd over een aantal data waarop er beweerdelijk overlast was van [huurder] en hij op dat moment bij hem aanwezig was. Daarnaast heeft [huurder] nog een aanvullende verklaring overgelegd van de heer [naam 5] van 5 december 2025.
De kantonrechter is van oordeel dat, zelfs in het geval dat de verklaringen van de heer [naam 5] (deels) juist zouden zijn en een aantal overlastmeldingen niet (volledig) juist zijn geweest, dit niet maakt dat er over het geheel gezien geen sprake is geweest van structurele (ernstige) overlast van [huurder] . Er is, naast de veelvuldige overlastmeldingen van mevrouw [naam 4] (productie 1 van de dagvaarding, zijnde productie 4 in de kortgedingprocedure, en later ingebrachte producties), door meerdere bewoners van het appartementencomplex overlast van [huurder] waargenomen. De in de meldingen omschreven overlast kan gekwalificeerd worden als ernstige overlast en is niet incidenteel geweest. Het bewijsaanbod van [huurder] tot het horen van getuigen over zijn stelling dat hij geen overlast heeft veroorzaakt, waaronder de heer [naam 5] , wordt afgewezen, nu deze getuige niets kan verklaren over de overlastmeldingen op de dagen dat hij niet bij [huurder] aanwezig was en de overlastmeldingen voor die dagen al voldoende duidelijk maken dat sprake is van structurele (ernstige) overlast.
Daarnaast is niet alleen Antares (veelvuldig en langdurig) betrokken geweest bij de overlast, maar ook de gemeente en de politie. [huurder] heeft ook geen gehoor gegeven aan de bestuurlijk opgelegde waarschuwingen en is daarna overlast blijven veroorzaken. Uit de gedragsaanwijzing van de gemeente Venlo van 31 januari 2025 volgt dat het besluit is gebaseerd op een drietal opgemaakte bestuurlijke rapportages over de overlast, waarbij in de periode van 28 september 2023 tot en met 30 januari 2025 in het systeem van de politie 25 registraties van overlast zijn vastgelegd. Daarnaast blijkt uit het besluit dat sinds november 2024 nog 16 registraties zijn vastgelegd.
De stelling van [huurder] dat het besluit van de gemeente gebaseerd is op dezelfde meldingen als die bij Antares zijn gedaan, is door Antares gemotiveerd betwist.
4.7.
De conclusie is dat de tekortkoming van [huurder] zodanig ernstig is dat deze in beginsel grond voor ontbinding van de huurovereenkomst oplevert. Het feit dat er geen sprake is van een huurachterstand en [huurder] naar zijn zeggen niet (meer) verslaafd was aan drugs ten tijde van de overlast, maakt dit niet anders.
Had Antares meer moeten doen voor [huurder]
4.8.
[huurder] heeft een verklaring overgelegd van de heer [naam 6] van 28 juni 2025 die, nadat [huurder] de woning op 1 mei 2025 heeft ontruimd, getuige is geweest van meerdere epileptische aanvallen van [huurder] (productie 6 bij de conclusie van antwoord in reconventie).
[huurder] heeft ook een verslag overgelegd van een bespreking op 29 juni 2025 tussen de heer [naam 7] en de heer [naam 8] . De heer [naam 8] geeft in zijn verklaring aan vier maal getuige te zijn geweest van een episode bij [huurder] . Ook is hij getuige geweest van een psychose, waarbij [huurder] schreeuwde.
De heer [naam 8] geeft aan dat een episode ongeveer 30-45 minuten duurt en lijkt op een delier. Het begint met stommelend rondlopen, en het uiten van klanken. In veel gevallen is geen sprake van schreeuwen, volgens de heer [naam 8] (productie 7 bij de conclusie van antwoord in reconventie). De kantonrechter begrijpt dat de episodes die de heer [naam 8] heeft waargenomen zien op de periode dat [huurder] nog in het gehuurde verbleef.
Volgens [huurder] kan Antares worden verweten dat zij niet een persoonlijk aanpak van zijn situatie heeft gehanteerd. [huurder] verwijst naar een tweetal verklaringen van de heer [naam 7] van Humanitas, die overgelegd zijn als productie 5 bij de conclusie van antwoord in reconventie. De heer [naam 7] verklaart hierin dat een detectiesysteem had kunnen worden gebruikt zoals in de ouderenzorg, waarbij direct actie kan worden ondernomen. Ook had vloerisolatie kunnen worden aangebracht, om het geluid te dempen.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat Antares voldoende heeft ondernomen om [huurder] te helpen. Antares heeft diverse gesprekken met [huurder] gevoerd over de situatie, al dan niet tezamen met de wijkagent, en heeft ook buurtbemiddeling ingeschakeld. Antares noemt in haar conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie de gesprekken die met [huurder] zijn gevoerd op 27 september 2024, 9 oktober 2024, 5 november 2024, 21 november 2024, 25 en 26 november 2024 en 24 januari 2025.
In overleg met [huurder] had [huurder] gekozen voor begeleiding door Leger des Heils en het verhuizen naar een andere woning op basis van Wonen op Proeftraject. Antares heeft gesteld dat het WOP-traject niet is doorgegaan omdat [huurder] enkel begeleiding wilde van B-There ( [naam 2] ) met wie Antares geen WOP-trajecten doet. Antares heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangegeven dat het niet doorgaan van het WOP-traject niets te maken heeft gehad met het verhaal van [coördinator 1] dat [huurder] in zijn onderbroek buiten het gebouw zou hebben rondgelopen, zoals [huurder] stelt.
Uit productie 4 bij de kort geding dagvaarding (die op haar beurt als productie 1 in deze procedure is overgelegd) blijkt dat [naam 9] van het Leger des Heils de lezing van Antares bevestigt. Het WOP-traject is gestaakt omdat [huurder] zich niet kon vinden in de begeleiding door het Leger des Heils en de onmogelijkheid om het traject via B-There te laten verlopen. Het weigeren van een dergelijk WOP-traject, dat [huurder] daadwerkelijk had kunnen helpen, kan [huurder] worden aangerekend.
Belangenafweging
4.10.
De kantonrechter moet ook rekening houden met de omstandigheden van het geval en een afweging maken tussen enerzijds het belang van Antares bij ontbinding van de
huurovereenkomst en anderzijds het belang van [huurder] bij behoud van de woning.
In een zaak als deze moet bovendien niet alleen rekening worden gehouden met de belangen van de huurder en verhuurder, maar ook met het belang van de omwonenden om gevrijwaard te blijven van overlast. [2] Overwogen wordt als volgt.
[huurder] stelt zich op het standpunt dat hij epilepsieaanvallen heeft gekregen van de medicatie die hij voorgeschreven had gekregen (Quitiapine). In het geval ervan uit moet worden gegaan dat de overlast uitsluitend is veroorzaakt vanwege de epileptische aanvallen van [huurder] , staat dit een belangenafweging niet in de weg. Toerekenbaarheid van een tekortkoming is geen voorwaarde voor toewijzing van een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.
4.11.
[huurder] stelt dat hij bekend is met een drugsverleden waar hij al jaren clean van is, waar wel een medicijnverslaving aan was verbonden, met daarbij epileptische episoden. Volgens [huurder] waren die op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding in de bodemprocedure al twee maanden onder controle, na een (recent) gevonden balans in de medicatie.
[huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij begin 2025 is gestopt met het medicijn waar hij de aanvallen van kreeg. [huurder] stelt in zijn schriftelijke verklaring die als productie 4 is overgelegd, dat er sinds 4 februari 2025 geen voorvallen meer zijn geweest. Het tegendeel blijkt echter uit de verklaring van de heer [naam 6] van 28 juni 2025, nu deze meerdere aanvallen van [huurder] heeft waargenomen in juni 2025.
Dat [huurder] nog aanvallen heeft gehad na 4 februari 2025 blijkt ook uit het geschreven stuk van Veilig Thuis, dat is bijgevoegd bij het uitstelverzoek van mr. Reijnders van 18 september 2025. In het schriftelijk stuk van Veilig Thuis wordt opgemerkt dat de heer [naam 7] onder meer het volgende bij haar heeft gemeld: “
Er treden nog steeds epileptische aanvallen op en een neurologisch onderzoek lijkt nodig. Sinds half april verblijft [huurder] met zijn hond bij een M in [plaats 2] . [huurder] heeft een toenemende mate last gekregen van epileptische aanvallen en schemertoestanden met psychotische elementen (..)
De verklaring van de heer [naam 7] is weliswaar niet gedateerd, maar in de verklaring wordt gesproken over een melding bij Veilig Thuis van 16 juli (2025). De kantonrechter concludeert daarom dat de verklaring van de heer [naam 7] van ná 16 juli 2025 moet zijn. Dit betekent dat [huurder] , ondanks het stoppen met de medicatie, ook na 4 februari 2025 nog steeds last had (en mogelijk heeft) van epileptische aanvallen. Dit is tegenstrijdig met de verklaring van [huurder] zelf.
Dat betekent dat, in het geval de kantonrechter de ontbinding van de huurovereenkomst afwijst en [huurder] het gehuurde weer betrekt, de kans aanwezig is dat er weer overlast wordt veroorzaakt ten gevolge van de nog steeds bestaande aanvallen.
Verder heeft [huurder] tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het traject bij Vincent van Gogh niet van start is kunnen gaan omdat hij geen vast woonadres heeft. Dat betekent dat [huurder] momenteel niet onder behandeling staat en er daarom op korte termijn geen zekerheid is over een verbetering in zijn situatie.
4.12.
[huurder] heeft een verklaring overgelegd van [naam 10] van Maatschappelijk Opvang Moveoo, waarin zij onder meer schrijft dat [huurder] ondersteuning van Moveoo krijgt bij het vinden van nieuwe huisvesting en zij zich zorgen maken over zijn mentale en fysieke gezondheid als hij geen geschikte huisvesting vindt. [huurder] staat op een “zwarte lijst” waardoor het onmogelijk wordt om geschikte huisvesting te vinden.
[huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij momenteel woningen via Airbnb boekt, zodat hij op dit moment niet dakloos is.
Antares heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat een WOP-traject nog steeds tot de mogelijkheden behoort, alleen niet via haar. Volgens Antares kan het Leger des Heils of Moveoo hiervoor zorgen, ondanks een negatieve huurdersverklaring. Een WOP-traject is er juist voor personen die een tweede kans nodig hebben na een eerdere ontbinding. Ook bestaat volgens Antares de mogelijkheid om via een zorgpartij een tweede kans-huurovereenkomst af te sluiten of een zorg/begeleidingsovereenkomst met wonen. Antares heeft aangegeven bereid te zijn om over de mogelijkheden buiten haar om met [huurder] te spreken.
Conclusie
4.13.
Op grond van het voorgaande rechtvaardigt de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst. Het woonbelang van [huurder] is een fundamenteel belang, maar afgewogen tegen het belang van Antares tot het waarborgen van een veilige woonomgeving en rustig woongenot voor al haar huurders in het appartementencomplex, weegt het belang van Antares in dit geval zwaarder. Dat betekent dat de vordering van [huurder] wordt afgewezen.
4.14.
De tegenvordering van Antares tot ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen.
Proceskosten in conventie en in reconventie
4.15.
In het tussenvonnis van 25 juni 2025 is overwogen dat de beslissing in de proceskosten in het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis. [huurder] is in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.16.
[huurder] is ook in de hoofdzaak in de conventie en de reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
4.17.
De proceskosten van Antares worden begroot op:
- salaris gemachtigde conventie € 408,00 (2 punten x € 204,00)
- salaris gemachtigde reconventie € 102,00 (0,5 punt x € 204,00)
- salaris gemachtigde incident € 135,00 (1 punt x € 135,00)
- nakosten hoofdzaak € 102,00
- nakosten incident €
67,50
Totaal € 814,50, plus de kosten van betekening
zoals vermeld in de beslissing.
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 814,50, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.Vgl. Hoge Raad 19 mei 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1734, rov. 3.3.