ECLI:NL:RBLIM:2026:5868

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/03/346163 / HA ZA 25-439
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • dr. Verhoeven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:84 BWArt. 3:92 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering curator inzake eigendomsvoorbehoud en onrechtmatig handelen AKZO Nobel

De curator van het faillissement van De Voordeelmarkt [plaats] B.V. vordert dat de rechtbank verklaart dat de voorraden die AKZO Nobel op 19 februari 2024 heeft opgehaald onvoorwaardelijk eigendom waren van De Voordeelmarkt [plaats]. Tevens stelt hij dat AKZO Nobel onrechtmatig heeft gehandeld door deze voorraden zonder recht of titel terug te halen en eist hij een schadevergoeding.

AKZO Nobel voert verweer en stelt dat het eigendomsvoorbehoud in haar overeenkomst met [groep] Nederland B.V. rechtmatig is ingeroepen, waardoor de eigendom van de verfproducten onder opschortende voorwaarde bij [groep] berustte. Vervolgens heeft [groep] deze producten onder een nieuw eigendomsvoorbehoud aan De Voordeelmarkt geleverd. Omdat De Voordeelmarkt de facturen niet volledig heeft voldaan, kon [groep] haar eigendomsvoorbehoud uitoefenen en heeft AKZO Nobel rechtmatig de producten teruggehaald.

De rechtbank volgt de uitleg van het arrest Rabobank/Reuser (HR 3 juni 2016) en oordeelt dat de eigendom van de producten onder opschortende voorwaarde bij [groep] bleef en dat deze onder een nieuw eigendomsvoorbehoud aan De Voordeelmarkt zijn geleverd. Hierdoor heeft De Voordeelmarkt geen onvoorwaardelijk eigendomsrecht verkregen. Het beroep van AKZO Nobel op het eigendomsvoorbehoud is rechtmatig en er is geen sprake van onrechtmatig handelen jegens De Voordeelmarkt of haar schuldeisers.

De vorderingen van de curator worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank bepaalt de proceskosten op € 12.820,00 en wijst de wettelijke rente over deze kosten toe.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en veroordeelt hem in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/346163 / HA ZA 25-439
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
mr. [curator] Q.Q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Voordeelmarkt [plaats] B.V.,
te Voerendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: de Curator,
advocaat: mr. T.J.A. Caron;
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AKZO NOBEL DECORATIVE COATINGS B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: AKZO Nobel,
advocaat: mr. S.R. Effting.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 25;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 8;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de door de Curator in het geding gebrachte producties 26 t/m 29;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 april 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij vonnis van 26 maart 2024 van deze rechtbank is de besloten vennootschap De Voordeelmarkt [plaats] B.V. (verder te noemen: De Voordeelmarkt [plaats]) failliet verklaard met benoeming van de Curator tot curator. De Voordeelmarkt [plaats] verkocht verf en aanverwante artikelen als groothandel en als detailhandel.
2.2.
De Voordeelmarkt [plaats] maakt onderdeel uit van [groep] (verder te noemen: [groep]), en is ondergebracht in De Voordeelmarkt B.V. De heer [persoon] (verder te noemen: [persoon]) is indirect bestuurder van [groep] als ook van De Voordeelmarkt [plaats].
2.3.
De groothandelsactiviteiten van [groep] zijn ondergebracht in [groep] Nederland B.V. [groep] is de exclusieve leverancier van De Voordeelmarkt-entiteiten (lees: diverse filialen), waarvan De Voordeelmarkt [plaats] er een is. [groep] betrekt sinds 2012, op basis van opeenvolgende distributieovereenkomsten met AKZO Nobel, op haar beurt een deel van haar producten via AKZO Nobel. De Voordeelmarkt [plaats] kocht al haar producten in bij [groep].
2.4.
Onbetwist staat vast dat op de rechtsverhouding tussen [groep] en De Voordeelmarkt [plaats] de algemene voorwaarden van [groep] van toepassing zijn. Die voorwaarden bepalen in artikel 10 het Pro volgende:
“Artikel 10. Eigendomsvoorbehoud
1.
Alle door [groep] Nederland geleverde producten blijven eigendom van [groep] Nederland totdat u het volledig verschuldigde bedrag betaald heeft.
2.
U mag deze onder eigendomsvoorbehoud geleverde producten niet verpanden, verhuren, de eigendom overdragen of op een andere manier bezwaren.
3.
U bent verplicht om, indien mogelijk, de onder eigendomsvoorbehoud geleverde producten te verzekeren en verzekerd te houden tegen brand, ontploffing, en waterschade alsmede tegen diefstal. Als [groep] Nederland hierom vraagt, mag [groep] Nederland de polis van de verzekering inzien.
4.
Het is u niet toegestaan om de producten zodanig met uw grond en/of gebouw of met enige andere roerende of onroerende zaak te verbinden, dat het product zijn zelfstandigheid verliest door bestanddeel van een andere zaak te worden.
5.
U bent verplicht om tegenover derden, zoals beslag leggende schuldeisers, te doen blijken van het eigendomsrecht van [groep] Nederland op de producten, zodra het gevaar bestaat, dat een derde de geleverde producten gaat beschouwen als eigendom van u. Wanneer een derde beslag wil leggen of een recht wil vestigen op het onder eigendomsvoorbehoud geleverde product, dan moet u dit zo snel mogelijk aan [groep] Nederland laten weten.
Kosten gemaakt ter waarborging van de rechten van [groep] Nederland tegenover derden, komen voor uw rekening.”
2.5.
In verband met aanzienlijke betalingsachterstanden van [groep] heeft AKZO Nobel een beroep gedaan op een eigendomsvoorbehoud in haar overeenkomst met [groep]. In overleg met [persoon] is een retouractie opgezet van door AKZO Nobel aan [groep] verkochte en geleverde, maar door deze niet-betaalde, verfproducten. Op 16 februari 2024 heeft [persoon] bevestigd dat de producten van AKZO Nobel uit de winkel zouden worden gehaald en niet langer zouden worden aangeboden.
2.6.
AKZO Nobel heeft vervolgens op 19 februari 2024, derhalve een vijftal weken vóór het faillissement van De Voordeelmarkt [plaats], de winkelvoorraad die zij – indirect, door tussenkomst van [groep] – aan De Voordeelmarkt [plaats] had geleverd teruggehaald met een beroep op een eigendomsvoorbehoud. [persoon] en medewerkers van [groep] en van De Voordeelmarkt [plaats] hebben meegewerkt aan het retourneren van de producten aan AKZO Nobel.
2.7.
Op de dag van de faillietverklaring waren in de winkel van De Voordeelmarkt [plaats] geen voorraden meer aanwezig.
2.8.
AKZO Nobel heeft de teruggenomen verfproducten aan [groep] geleverd op basis van een met [groep] gesloten distributieovereenkomst. Artikel 4.2 van die overeenkomst luidt als volgt:
“Het eigendom van de Producten blijft berusten bij AkzoNobel tot Distributeur alle
gefactureerde en aan AkzoNobel verschuldigde bedragen volledig heeft voldaan.
AkzoNobel heeft het recht om de bedrijfsruimten van Distributeur te betreden om
Producten op te halen waarop zij het eigendomsrecht heeft ingevolge deze Paragraaf 4.2. Distributeur mag de Producten verkopen in het kader van de normale uitoefening van zijn activiteiten, maar mag voorafgaand aan volledige betaling van alle gefactureerde en aan AkzoNobel verschuldigde bedragen de Producten niet verpanden, hypothekeren of anderszins bezwaren.”
2.9.
Op 19 juni 2024 heeft de Curator een beroep gedaan op het eigendomsrecht van De Voordeelmarkt [plaats] ten aanzien van de geretourneerde producten.

3.Het geschil

3.1.
De Curator stelt dat AKZO Nobel ten onrechte een beroep heeft gedaan op het eigendomsvoorbehoud ten aanzien van de voorraden die zich bij De Voordeelmarkt [plaats] bevonden. Volgens de Curator was De Voordeelmarkt [plaats] eigenaar van die voorraden, nu deze bevoegd aan laatstgenoemde zijn verkocht en geleverd door [groep]. [groep] heeft als tussenpersoon de eigendom overgedragen aan De Voordeelmarkt [plaats], zonder dat zij hierbij - vanwege het eigendomsvoorbehoud van AKZO Nobel - op enig moment zelf eigenaar van de voorraden is geweest..
3.2.
AKZO Nobel heeft volgens de Curator onrechtmatig gehandeld, door op 19 februari 2024 een grote hoeveelheid voorraden zonder recht of titel bij De Voordeelmarkt [plaats] op te halen die eigendom waren van De Voordeelmarkt [plaats]. Omdat AKZO Nobel die voorraden – naar eigen zeggen – al heeft verkocht aan derden, is AKZO Nobel volgens de Curator gehouden om een schadevergoeding aan De Voordeelmarkt [plaats] te betalen.
3.3.
Die schade bestaat niet alleen uit het geleden verlies als gevolg van het feit dat de voorraden aan haar vermogen zijn onttrokken, maar omvat volgens de Curator ook de gederfde winst die De Voordeelmarkt [plaats] met de verkoop van de voorraden had kunnen krijgen.
3.4.
De vermogensschade moet volgens de Curator worden begroot op € 184.155,76.
3.5.
Subsidiair stelt de Curator zich op het standpunt dat AKZO Nobel onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers van De Voordeelmarkt [plaats]. Doordat AKZO Nobel de voorraden heeft opgehaald bij De Voordeelmarkt [plaats], zonder dat zij daartoe gerechtigd was, zijn de verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers van De Voordeelmarkt [plaats] onrechtmatig beperkt. Ook de schade op grond van deze grondslag moet volgens de Curator worden begroot op € 184.155,76.
3.6.
Op grond van het vorenstaande vordert de Curator dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat de voorraden die AKZO Nobel op 19 februari 2024 bij De Voordeelmarkt [plaats] heeft opgehaald op dat moment onvoorwaardelijk eigendom waren van De Voordeelmarkt [plaats] en dat zodoende AKZO Nobel inbreuk heeft gemaakt op dat eigendomsrecht van De Voordeelmarkt [plaats];
II. a. primair voor recht verklaart dat AKZO Nobel jegens De Voordeelmarkt [plaats] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade van De Voordeelmarkt [plaats] als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro;
b. subsidiair voor recht verklaart dat AKZO Nobel jegens de gezamenlijke schuldeisers van De Voordeelmarkt [plaats] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade van die schuldeisers als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro (Peeters/Gatzen-vordering);
III. AKZO Nobel veroordeelt om aan de Curator een schadevergoeding te betalen ter
hoogte van € 184.155,76, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, althans een bedrag op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 februari 2024 althans de datum der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. AKZO Nobel veroordeelt om aan de Curator de buitengerechtelijke incassokosten te
betalen ter hoogte van € 2.626,56, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 29 maart 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
V. AKZO Nobel veroordeelt om aan de Curator te betalen de kosten van deze procedure inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro
vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;
VI. voor zover de rechtbank een andere beslissing rechtvaardig acht, een zodanige
beslissing neemt als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.
3.7.
AKZO Nobel voert verweer. AKZO Nobel concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de Curator, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Curator in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De Curator stelt zich op het standpunt dat uit de laatste zin van artikel 4.2 van de distributieovereenkomst (zie hierboven onder 2.8.) volgt dat [groep] de producten mocht verkopen in de normale uitoefening van haar activiteiten, waaronder begrepen het verkopen van producten aan De Voordeelmarkt [plaats]. Omdat [groep] aldus beschikkingsbevoegd was en omdat voorts geldt dat [groep] aan Voordeelmarkt [plaats] het bezit van de voorraden heeft verschaft op grond van een geldige titel, is De Voordeelmarkt [plaats] volgens de Curator op grond van het bepaalde in artikel 3:84 lid 1 BW Pro onvoorwaardelijk eigenaar geworden van de voorraden. Het eigendomsvoorbehoud dat AKZO Nobel in de distributieovereenkomst met [groep] was overeengekomen, is ten gevolge van deze geldige eigendomsoverdracht aan De Voordeelmarkt [plaats] van rechtswege teniet gegaan.
4.2.
AKZO Nobel heeft onder andere het verweer gevoerd dat op grond van het door haar bedongen eigendomsvoorbehoud in haar relatie met [groep], [groep] eigenaar is geworden van de bedoelde partij verf onder de opschortende voorwaarde van betaling daarvan. Bij de doorlevering daarvan door [groep] aan De Voordeelmarkt [plaats] is volgens AKZO Nobel een nieuw eigendomsvoorbehoud bedongen, nu door [groep] ten opzichte van De Voordeelmarkt [plaats]. De facturen betreffende die partij waren door De Voordeelmarkt [plaats] niet volledig voldaan, zodat [groep] een beroep kon doen op haar eigendomsvoorbehoud. Ook [groep] stelt zich volgens AKZO Nobel op het standpunt dat zij jegens De Voordeelmarkt [plaats] terecht een beroep gedaan op het eigendomsvoorbehoud, zodat De Voordeelmarkt [plaats] geen eigenaar is geworden van de partij verf.
4.3.
De rechtbank overweegt het volgende. In het arrest Rabobank/Reuser [1] heeft de Hoge Raad – onder andere – bepaald dat: “
de verkrijger onder eigendomsvoorbehoud als bedoeld in art. 3:92 lid 1 BW Pro uit hoofde van de voltooide levering een positie verkrijgt waarin de uitgroei tot een onvoorwaardelijk eigendomsrecht uitsluitend nog afhankelijk is van de vervulling van de opschortende voorwaarde, welke wordt bewerkstelligd door voldoening van de (restant)prestatie. Zolang de voorwaarde niet is vervuld, zijn zowel de vervreemder als de verkrijger voorwaardelijk eigenaar, de vervreemder onder ontbindende voorwaarde en de verkrijger onder opschortende voorwaarde, en is hun beider beschikkingsbevoegdheid ten aanzien van de desbetreffende zaken dienovereenkomstig beperkt.
4.4.
Toegepast op onderhavig geschil volgt naar het oordeel van de rechtbank uit dat arrest dat [groep] de eigendom van de door AKZO Nobel geleverde voorraden heeft verkregen, zij het onder opschortende voorwaarde. De aldus door haar onder eigendomsvoorbehoud verkregen partij verf kon zij op haar beurt onder (een door haar bedongen) eigendomsvoorbehoud doorleveren aan De Voordeelmarkt [plaats]. Omdat De Voordeelmarkt [plaats] de facturen voor de levering ten dele onbetaald liet, kon [groep] haar eigendomsvoorbehoud uitoefenen. [groep] heeft dat recht van eigendomsvoorbehoud uitgeoefend door met De Voordeelmarkt [plaats] af te spreken dat laatstgenoemde de geleverde partij verf zou klaar zetten en het vervolgens aan AKZO Nobel toe te staan om die partij te laten ophalen bij De Voordeelmarkt [plaats].
4.5.
Uit een en ander volgt dat door het inroepen van het eigendomsvoorbehoud door [groep] De Voordeelmarkt [plaats] uiteindelijk geen onvoorwaardelijk eigendomsrecht heeft verkregen ten aanzien van de partij verf. AKZO Nobel heeft rechtmatig haar eigendomsvoorbehoud ingeroepen jegens [groep]. De gevorderde verklaring voor recht, inhoudende dat de voorraden onvoorwaardelijk eigendom waren van De Voordeelmarkt [plaats], moet om die reden worden afgewezen. Van onrechtmatig handelen jegens de schuldeisers door AKZO Nobel is evenmin sprake. De in dat kader ingestelde subsidiaire vordering moet eveneens worden afgewezen. Hieruit volgt dat de overige vorderingen en stellingen van de Curator en de verweren van AKZO Nobel onbesproken kunnen blijven.
4.6.
De Curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van AKZO Nobel worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00;
- salaris advocaat
5.770,00;
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
189,00;
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal
12.820,00.
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst de vorderingen van de Curator af;
5.2.
veroordeelt de Curator in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Curator niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de Curator tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. dr. Verhoeven, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Voetnoten

1.HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1046.