3.3Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van feit 1 primair onder parketnummer 03.047798.25:
Op basis van het dossier is niet vast komen te staan dat er enig goed is weggenomen van het slachtoffer. Nu diefstal niet bewezen is, zal de verdachte vrijgesproken worden van dit feit.
Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 03.047798.25:
Aangever [naam 1] heeft verklaard dat zijn telefoon is weggenomen door een medeverdachte, [naam 4] . Deze verklaring vindt echter onvoldoende steun in het dossier. Aan de hand van het dossier kan daarom niet worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij het wegnemen van de telefoon. Met de raadsman is de rechtbank daarom van oordeel dat feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en zal de verdachte daarvan vrijspreken.
Ten aanzien van feit 1 primair onder parketnummer 03.163504.25:
Aangever [naam 2] heeft verklaard dat hij in zijn woning werd mishandeld door twee mannen en zij een geldbedrag van 1.400,- euro van hem hebben gestolen. Medeverdachte [naam 5] is meermaals gehoord en heeft in het verhoor van 17 september 2024 verklaard dat de verdachten (
de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [naam 3]) tegenover haar hebben toegegeven dat zij het geld op eigen initiatief gestolen hebben. Verdachte [naam 5] is echter niet consistent in haar verklaringen. Haar verklaring ten aanzien van het contact met de verdachte [verdachte] en [naam 3] na de mishandeling wisselt meermaals. Zo zegt zij dat er geen contact meer is geweest na de mishandeling, maar verklaart op een ander moment dat er telefonisch contact was nadien en in een latere verklaring zegt zij dat er een fysieke afspraak geweest zou zijn. Dit maakt dat de verklaringen van [naam 5] niet betrouwbaar zijn en dus niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. De verklaring van aangever dat het geld gestolen is door de verdachte en medeverdachte vindt daardoor onvoldoende steun in het dossier. Nu het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden zal de rechtbank de verdachte voor dit feit vrijspreken.
Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder parketnummer 03.047798.25:
[naam 1]deed
aangifteen verklaarde –zakelijk weergegeven– als volgt:
Plaats delict betreft de [adres 1] , binnen de gemeente
Heerlen. Ik wil aangifte doen van hetgeen er gebeurd is op 14 april 2024, omstreeks 00:00
uur. [naam 6] is een vriendin van mij. Ze was al de hele dag bij mij. Ik had zaterdagavond de voordeur open laten staan en toen kwamen er opeens drie personen binnen stormen. Ik was in de woonkamer en [naam 6] was volgens mij in de keuken. Ik denk dat dit rond 23:00 uur of 00:00 uur zaterdagavond was. De eerste van de drie rende meteen op mij af en begon me te slaan op mijn gezicht. Ik wist deze man middels een heup judo worp weg te duwen. Hierdoor vielen we via de verwarming op de bank. Ik voelde een stekende pijn in mijn linker kuit. Ik zag bloed. Ik wist dat ik gestoken was. Diegene die mij in mijn kuit stak was een andere man dan die met de boksbeugel. Ik had een stekende pijn in mijn kuit en voelde angst. Het was een soort mes waarmee hij stak, het ging zo snel dat ik het mes niet goed kan omschrijven. Ook tegen mijn rechterbeen werd ik geslagen en ik ben toen nog een keer gestoken in mijn linker bovenbeen. Dit was heftig want het bloed spoot eruit. Diegene die mij in mijn kuit stak was een man met kort haar. Ik hoorde in de tussentijd [naam 6] schreeuwen. Ik wist niet wat er met haar gebeurd was. Ik zag bloed uit mijn been spuiten. Ik probeerde dat af te binden met iets. Ik ben naar het balkon gekropen. Nadat ze riepen: "geen politie, anders komen we terug", zijn ze weggegaan. Ik heb zelf mijn been afgebonden. Ik dacht: "Ik bloed leeg". [naam 6] was aan het huilen en was helemaal in paniek. Ik was op het balkon en kreeg geen lucht het was alsof ik geen adem kreeg. Ik heb hulp geroepen en op wanden geklopt en twee dagen later ben ik hier. Een van de mannen die mij mishandeld hebben is [naam 3] . [naam 3] is diegene die mij direct ging slaan met die boksbeugel. De tweede man met kort stekelig fluffie donker grijs haar, was mager, heeft een tenger postuur. Hij is in de 40. 40 a 45 jaar oud. Hij is ongeveer 180 cm. Hij stak mij in mijn been.
[naam 1]werd op 19 juni 2024 opnieuw gehoord, hij
verklaarde– zakelijk weergegeven– als volgt:
Ik was in mijn woning met [naam 6] samen. Ik keek naar links en zag ineens dat [naam 3] op me af kwam lopen. Ik zag nog net in een ooghoek dat [naam 3] mij met zijn vuist sloeg. Ik voelde dat hij mij raakte op mijn linker oor en linker wang. Ik voelde echt een hele harde klap tegen de linkerkant van mijn gezicht. Direct nadat [naam 3] mij raakte voelde ik een pijn. Het was echt een harde klap Ik kon nog net overeind blijven staan. Uit reactie pakte ik [naam 3] vast en gooide hem met een soort heupworp over de bank heen en hij viel op de verwarming achter de tweezitsbank in de woonkamer. Doordat we elkaar vast hadden, viel ik bovenop [naam 3] Ik heb hierna direct van me af geslagen. Ik sloeg [naam 3] en voelde op een gegeven moment een pijnscheut in mijn linkerbeen bij mijn kuit ongeveer. Ik voelde hierna nog een keer zo’n pijnscheut, nu weer in hetzelfde been. Ik viel door de pijn hierdoor naar achteren en belandde in de tweezitsbank Ik keek toen wie er stond en zag [naam 7] en die [verdachte] staan. Ik zag dat [verdachte] een mes vast had. Ik zag dat het mes ongeveer 20 centimeter lang was zonder het handvat. mes. Ik kon het handvat niet zien omdat hij daar zijn hand omheen.
Ik hoorde dat [naam 3] als een bezetene schreeuwde en riep “sla hem.” Ik werd nog een keer of twee gestoken 1 keer in mijn arm en de andere in mijn bovenbeen. Ik zag mijn bloed als een fontein uit mijn been spuiten. Dat was het moment dat ik dacht dat ik dood zou gaan. Toen was ik klaar. Daarna hoorde ik wel die [naam 8] roepen “schatje [verdachte] ." Die [naam 8] stond eigenlijk de hele tijd in een andere ruimte geloof ik. Die [verdachte] heeft mij in mijn bovenbeen gestoken. Ze hebben me nog bedreigd en geslagen. Vooral die [verdachte] die sloeg me zo vaak.
Het
proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2024vermeldt –zakelijk weergegeven–:
Op 14 april 2024, omstreeks 00.50 uur, kreeg een politiepatrouille de opdracht om te rijden naar de [adres 2] in Hoensbroek. Daar had zojuist een steekpartij plaats gevonden. Men trof het slachtoffer liggend aan op de grond, voor huisnummer [nummer] . Dit bleek later ook het adres te zijn van het slachtoffer. Men zag dat het slachtoffer flink onder het bloed zat. Door de politiepatrouille werden direct levensverlengend handelen toegepast. Men zag dat er een diepe steekwond in het linkerbeen van het slachtoffer zat. Ik, [naam 9] , paste direct levensverlengend handelen toe. Ik zag dat er een diepe steekwond in het rechterbeen van het slachtoffer zat. Ik voorzag het rechterbeen van een tourniquet. Collega [naam 10] sloot vervolgens aan. Wij zagen dat het rechterbeen niet stopte met bloeden. Wij paste nog een tourniquet toe op het been van het slachtoffer. In de wond stopten wij propgaas en hier deden wij een drukverband omheen. Wij zagen dat er ook een steekwond in het linkerbeen zat. Hier pasten wij ook een tourniquet toe. De wond was te klein om propgaas in te doen. Wij pasten hier een drukverband toe. Wij zagen dat er ook een steekwond in de rechterpols van het slachtoffer zat. Wij pasten ook een tourniquet toe bij deze arm. In de tussentijd kwamen collega's van de ambulance.
De
geneeskundige verklaringvan 29 juli 2024 vermeldt:
Diepe hemorragische shock door multipele steekverwondingen bovenbenen, rechter onderarm en gelaat. Er is sprake van ernstig uitwendig bloedverlies en shock. Op SEH geïntubeerd bij onrust en verminderd bewustzijn.
De
verdachte verklaardeter terechtzitting – zakelijk weergegeven– als volgt:
Het klopt dat ik het slachtoffer gestoken heb.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte samen met zijn medeverdachte en twee anderen naar de woning van aangever is gegaan, die woning is binnengestormd en direct na binnenkomst in die woning fors geweld heeft gebruikt jegens het slachtoffer. Het slachtoffer werd geslagen en gestoken. De verdachte heeft bekend dat hij het slachtoffer heeft gestoken. Uit de verklaring van aangever volgt dat dit in eerste instantie gebeurde terwijl zijn medeverdachte in worsteling was met aangever. Aangever heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een mes vast had en dat de medeverdachte ‘steek, steek’ en ook ‘sla hem’ heeft geroepen waarna aangever nog één of twee keer gestoken is. Verdachte heeft daarmee een actieve bijdrage geleverd aan het gebruikte geweld door aangever meerdere keren te steken. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte en de medeverdachte bewust hebben samengewerkt hetgeen kan worden gekwalificeerd als medeplegen. Niet van belang daarbij is welke verdachte welke geweldshandelingen heeft verricht.
Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat het slachtoffer meerdere steekwonden had in zijn benen en pols en hij hierdoor hevig bloedde. De politie heeft acuut levensverlengend handelen moeten toepassen en was genoodzaakt om maar liefst vier tourniquets aan te brengen op het lichaam van het slachtoffer om dit hevige bloeden te stoppen Uit de medische verklaring blijkt dat het slachtoffer in diepe hemorragische shock is geraakt door zijn verwondingen en er een verminderd bewustzijn is geconstateerd. In zijn aangifte verklaarde [naam 1] dat het mes waarmee hij gestoken werd een lemmet van 20 centimeter had.
De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer onder meer tijdens een schermutseling op zeer korte afstand meermalen in zijn been en eenmaal in zijn pols gestoken is waardoor er sprake was van veel bloedverlies, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot de diepe hemorragische shock en verminderd bewustzijn. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte minst genomen het voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van aangever. De rechtbank overweegt daartoe dat zich in de bovenbenen en in de pols (slag)aders bevinden. Door met een dergelijk groot mes in deze lichaamsdelen van aangever te steken had aangever als gevolg van de daardoor ontstane verwondingen kunnen overlijden. Dat dit gevaar zich in deze zaak ook concreet heeft voorgedaan, blijkt wel uit de medische informatie waaruit volgt dat aangever in een hemorragische shock is geraakt. Bovendien kan geen sprake zijn van controle over bedoelde steeklocaties en perforatiedieptes door in een dergelijke, dynamische, ongecontroleerde en chaotische situatie met een mes met een lemmet van 20 cm te steken. Hierdoor is het tijdens een dergelijke schermutseling zeer wel mogelijk dat ook delen buiten het bevonden letselgebied beschadigd
zouden kunnen worden. Gelet op het voorgaande was de kans dat [naam 1] door het handelen van de verdachte en de medeverdachte zou komen te overlijden hierdoor aanmerkelijk, hetgeen temeer klemt, daar zij het slachtoffer in hulpeloze toestand hebben achtergelaten. Alleen door snel medisch ingrijpen van derden is voorkomen dat het slachtoffer daadwerkelijk overleed.
De verdachte moet zich – evenals ieder weldenkend mens – bewust zijn geweest van die aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gedragingen– het ogenschijnlijk doelbewust met een groot en scherp mes aanvallen van het slachtoffer en hem meermalen op verschillende locaties in het lichaam te steken – naar hun aard en uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op de dood van het slachtoffer, dat het – behoudens aanwijzingen van het tegendeel – niet anders kan zijn dan dat de verdachte die kans bewust heeft aanvaard. Van dergelijke aanwijzingen van het tegendeel is de rechtbank niet gebleken.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag in vereniging gepleegd, tenlastegelegd als feit 1 subsidiair.
Op basis van het dossier is niet vast komen te staan dat de verdachte en de medeverdachte gebruik gemaakt hebben van een boksbeugel, knuppel of enig voorwerp om aangever op zijn hoofd te slaan. De verdachte zal hiervan partieel vrijgesproken worden.
Ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 03.163504.25:
[naam 2] deed
aangifteen verklaarde –zakelijk weergegeven– als volgt:
Op 7 augustus 2024 was ik in mijn woning aan de [adres 3] te Heerlen.
Op 7 augustus 2024, omstreeks 23.00 uur, werd er hard op de deur van mijn kamer
gebonkt. Ik opende de deur en werd direct naar de grond gewerkt door een man zeker
een kop groter dan ik. Dit ging zo ontzettend snel dat ik niet had gezien wie dat was. Ik voelde direct hevige pijn. Ik werd in mijn gezicht geslagen. Ik kan u niet vertellen hoe dat dit is gegaan. Ik heb wel een bebloede lip. Ik voelde ook dat er in mijn rug werd geprikt met een scherp voorwerp.
Het
proces-verbaal van bevindingenvan 7 augustus 2024 vermeldt:
Op 7 augustus 2024 omstreeks 13:15 uur, gingen wij langs de woning van slachtoffer [naam 2] , om te kijken hoe het met hem ging en om te vragen of hij nog aanvullende informatie voor het onderzoeksteam had. Wij zagen dat [naam 2] zichtbaar gespannen/angstig was op het moment dat hij sprak over zijn ex-vriendin [naam 5] . Wij zagen dat [naam 2] nog een opgezwollen lip had en enkele striemen/ rode vegen over zijn lichaam had. In de halsstreek en op zijn schouderblad had [naam 2] een puntje/verwoning, [naam 2] gaf aan dat
dit kwam door het mes welke de verdachten bij zich hadden en waar ze [naam 2] mee gedreigd
hadden. Ook lag er nog bloed op de grond in de kamer van [naam 2] .
Medeverdachte
[naam 5]werd op 22 mei 2025 gehoord en
verklaarde– zakelijk weergegeven– als volgt:
M: In jouw eerdere verklaringen zei je dat je met één persoon een afspraak had gemaakt om je ex, [naam 2] , te bedreigen en als hij zou tegenstribbelen hem dan een klap te geven. Aanleiding hiervoor was dat [naam 2] je chanteerde en jouw leven volledig wilde bepalen, terwijl jullie uit elkaar waren.
V: Als ik dit zo heel kort samenvat, heb ik dat dan correct verwoord?
A: Ja, dat klopt.
M: Jouw intentie kan wel mogelijk blijken uit het bericht: “Iemand klap verkopen dat is alles’’ Dat is echter wat wij kunnen lezen en zegt niets over wat er misschien nog in de auto is besproken of afgesproken, toen je beide mannen naar Heerlen hebt gereden, naar de woning van [naam 2]
V: Waarover is gesproken in de auto toen je beiden mannen naar Heerlen hebt gereden?
A: Letterlijk over mijn situatie thuis, dat ik getreiterd werd en dat ik helemaal op was en dat het moest stoppen.
V: Wat werd er tegen jou gezegd?
A: Dat ze hem even goed hadden aangesproken en dat [naam 2] onder de indruk was.
V: Wie zei dat?
A: Hij.
V: Wie bedoel je met hij?
A: Het is nu toch al te laat. Die [naam 11] .
M: We weten dat [naam 3] één van de daders was en dat hij nog iemand heeft meegenomen voor hulp.
V: Wat kun je over die persoon vertellen? Hoe heet hij, hoe werd hij genoemd, hoe zag hij uit?
A: Ik vond het echt als een junk uitzien. Ik kan hem ook verder niet omschrijven omdat ik hem maar 1 keer heb gezien.
De
verdachte verklaardeter terechtzitting– zakelijk weergegeven– als volgt:
Het klopt dat ik een van de mannen was die aanwezig was in de woning van aangever ten tijde van de mishandeling. Ik ging mee, omdat we niet wisten of hij alleen zou zijn.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de verdachte en zijn medeverdachte [naam 3] op verzoek van [naam 5] naar het huis van het slachtoffer zijn gegaan, omdat [naam 5] wilde dat zij het slachtoffer een klap zouden verkopen. De verdachte heeft op zitting verklaard dat hij mee ging naar het huis van het slachtoffer, omdat niet bekend was of het slachtoffer alleen zou zijn. De verdachte was op de hoogte van het plan om geweld te gebruiken tegen het slachtoffer en diende als versterking in geval het slachtoffer bezoek zou hebben. Er was sprake van voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen beide verdachten, nu zij samen naar het huis van het slachtoffer gingen met het doel om hem te mishandelen. Niet van belang daarbij is wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. Door het slachtoffer met twee personen in zijn woning te overvallen met geweld is eveneens sprake van een materiële bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het in vereniging mishandelen van het slachtoffer.