ECLI:NL:RBLIM:2026:5706

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
11845652\ CV EXPL 25-3344
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:208 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens gebreken woning door onvoldoende onderbouwing

De huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, vorderde schadevergoeding wegens vocht- en schimmelproblemen in de gehuurde woning, waaronder extra energiekosten en beschadiging van kleding en apparatuur. De huurder stelde dat de gebreken sinds 2022 bestonden en dat het herstel drie jaar duurde.

De verhuurder, Woningstichting HEEMwonen, voerde gemotiveerd verweer en betwistte de stellingen van de huurder met onderbouwing, waaronder correspondentie waaruit blijkt dat de eerste melding pas in maart 2024 plaatsvond en dat het raam in de badkamer door de huurder zelf vernield werd. Er werd geen bouwtechnische oorzaak voor de schimmel vastgesteld.

De kantonrechter oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs en onderbouwing had geleverd, zoals e-mails, foto’s of deskundigenverklaringen, en dat het causaal verband tussen de gestelde schade en de gebreken niet was aangetoond. De vorderingen werden daarom afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van de huurder tot schadevergoeding wegens gebreken in de woning worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gemotiveerde betwisting door de verhuurder.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11845652 \ CV EXPL 25-3344
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eisende partij] V.O.F.,IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE ZAKEN DIE ZULLEN TOEBEHOREN AAN
[huurder],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder en of [huurder] / de bewindvoerder
gemachtigde: mr. S.X.J. Zuidema,
tegen
WONINGSTICHTING HEEMWONEN,
te Kerkrade,
gedaagde partij,
hierna te noemen: HEEMwonen,
gemachtigde: mr. C.J.P. Schellekens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Sinds 16 december 2016 verhuurt Heemwonen aan de heer [huurder] , de rechthebbende, de woning aan de [adres] te [plaats] .
2.2.
Bij beschikking van 4 november 2015 zijn de goederen van [huurder] onder bewind gesteld.

3.Het geschil

3.1.
[huurder] stelt sinds 2022 last te hebben gehad van vocht en schimmel in de woning, met name in de badkamer. In april 2023 is ook het scharnier van het raam in de badkamer afgebroken (door het vochtprobleem). Gedurende maanden zat er geen raam in de badkamer, waardoor het op de bovenverdieping bijzonder koud was. De energiekosten zijn hierdoor flink opgelopen. Het heeft drie jaren geduurd voordat de gebreken door HEEMwonen zijn verholpen. [huurder] stelt dat hij over de maanden december 2022 tot december 2023 ruim € 4.000,00 meer gas verbruikte dan in de jaren 2021, 2022 en 2024 door deze gebreken in zijn woning. Ook kleding en elektrische apparatuur is verloren gegaan, [huurder] begroot die schade op een bedrag van € 500,00.
3.2.
De bewindvoerder vordert om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. HEEMwonen te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [huurder] tot het betalen van het bedrag van € 4.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der aanzegging, zijnde 16 januari 2025, althans vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
II. HEEMwonen te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [huurder] tot het betalen van het bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der aanzegging, zijnde 16 januari 2025, althans van af de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
III. HEEMwonen te veroordelen tegen behoorlijke bewijs van kwijting aan [huurder] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 575,-;
IV. Heemwonen te veroordelen in de kosten van de procedure, vermeerderd met de nakosten alsmede de wettelijke rente gerekend vanaf twee weken na het in dezen te wijzen vonnis.
3.3.
HEEMwonen voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de bewindvoerder.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Weliswaar wordt door [huurder] /de bewindvoerder gesteld dat [huurder] al sinds 2022 zou hebben geklaagd over vocht en schimmel in de woning, doch in het licht van de gemotiveerde betwisting door HEEMwonen ontbreekt elke onderbouwing daarvan. Zo ontbreken (bijvoorbeeld) (e mail) berichten, notities, foto’s van de schimmel en het kapotte raam, (deskundigen) verklaringen en specificaties van de gestelde schade.
4.2.
Volgens HEEMwonen volgt de eerste melding pas op 27 maart 2024, zoals ook volgt uit de door de bewindvoerder zelf overgelegd correspondentie (productie 4 bij dagvaarding). Op 2 april 2024 volgt dan al een huisbezoek door een vochtspecialist. Op 8 april 2024 komt vervolgens een reparateur namens HEEMwonen het raam herstellen. HEEMwonen overlegt een verklaring (productie 2 bij conclusie van antwoord), waaruit volgt dat [huurder] - hoewel succesvol - geen reparatie van het raam wenst en vervolgens in het bijzijn van die reparateur zelf het raam volledig vernielt. Het raam is uiteindelijk wel vervangen. Er wordt door HEEMwonen verder geen bouwtechnische oorzaak geconstateerd voor de schimmel. [huurder] wordt in verschillende brieven wel gewaarschuwd wegens zijn agressieve houding.
4.3.
Weliswaar worden de jaarafrekeningen over 2021 tot en met 2024 overgelegd, doch daaruit volgt geen enkel causaal verband tussen de gestelde schade (gestelde extra stookkosten in de periode december 2022 en december 2023) en de door [huurder] gestelde oorzaak (het kapotte badkamerraam in 2024). [huurder] / de bewindvoerder stelt in de dagvaarding overigens dat dit badkamerraam in 2023 kapot zou zijn gegaan, doch dit correspondeert niet met de door [huurder] / de bewindvoerder zelf overgelegde correspondentie en de met verklaringen onderbouwde betwisting door HEEMwonen. Het raam is door [huurder] zelf (volledig) vernield op 8 april 2024 (productie 2 bij conclusie van antwoord), en kan ook reeds om die reden niet gelden als een gebrek in de zin van art. 7:208 BW Pro nu dit niet aan de verhuurder te wijten valt. Elke onderbouwing en specificatie ontbreekt eveneens met betrekking tot de gestelde schade aan kleding en elektronica.
4.4.
Gezien de gemotiveerde en onderbouwde betwisting door HEEMwonen, mocht van [huurder] / de bewindvoerder verwacht worden dat deze diens stellingen nader zou onderbouwen. Nu die onderbouwing volledig ontbreekt, ziet de kantonrechter daarin geen aanleiding [huurder] / de bewindvoerder toe te laten tot het bewijs van diens stellingen. De vorderingen van [huurder] / de bewindvoerder worden afgewezen.
4.5.
[huurder] / de bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting HEEMwonen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punt × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen de bewindvoerder af,
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.