Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:5705

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
03/260540-23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 36f SrArt. 45 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplichtigheid aan bankhelpdeskfraude met schadevergoeding

De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld voor medeplichtigheid aan bankhelpdeskfraude waarbij een kwetsbaar slachtoffer meer dan €19.000 aan geld en sieraden verloor. De verdachte reed de mededaders rond en zette hen op verschillende locaties af, maar leverde geen actieve bijdrage aan de uitvoering van de fraude. Voor de feiten van afpersing en andere oplichtingszaken is verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid.

De rechtbank oordeelde dat de bijdrage van de verdachte onvoldoende was voor medeplegen, maar wel voldoende voor medeplichtigheid aan diefstal met een valse sleutel, oplichting en poging daartoe. De strafmaat werd bepaald rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn positieve ontwikkeling en lage recidiverisico.

De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 39 dagen, gelijk aan het voorarrest, en een taakstraf van 60 uur opgelegd. Daarnaast werd een schadevergoeding van €19.204 toegewezen aan het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk samen met zijn mededaders. Verder werd een bedrag van €1.000 in beslag teruggegeven aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 39 dagen gevangenisstraf en 60 uur taakstraf voor medeplichtigheid aan bankhelpdeskfraude met toewijzing van €19.204 schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/260540-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 juni 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2002,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8 en 13 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [benadeelde] is op de zitting gehoord mr. L.P. Kabel. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
De benadeelde partij [slachtoffer 3] is op zitting verschenen, bijgestaan door mr. K. Haak. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 03/260574-23) en [medeverdachte 2] (parketnummers 03/260501-23, 03/201431-24 en 03/086324-25).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er – na wijziging tenlastelegging – kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:op 6 oktober 2023 al dan niet samen met anderen [slachtoffer 1] heeft afgeperst (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair) dan wel dat hij € 80.000,00 heeft witgewassen (
meer subsidiair);
Feit 2:op 26 september 2023 al dan niet samen met anderen [slachtoffer 2] heeft opgelicht (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair);
Feit 3:op 26 september 2023 al dan niet samen met anderen geld heeft gestolen van [slachtoffer 2] door met een gestolen pinpas geld te pinnen;
Feit 4:op 14 juni 2023 al dan niet samen met anderen geld heeft gestolen van [slachtoffer 3] door met een gestolen pinpas geld te pinnen (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair);
Feit 5:op 14 juni 2023 al dan niet samen met anderen [slachtoffer 3] heeft opgelicht (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair);
Feit 6:op 14 juni 2023 samen met anderen heeft geprobeerd om geld te stelen van [slachtoffer 3] door met een gestolen pinpas te gaan pinnen (
primair) dan wel dat hij bij deze poging behulpzaam is geweest (
subsidiair);
Feit 7: op 6 oktober 2023 al dan niet samen met anderen € 80.000,00 heeft gestolen van [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair).
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
Onderzoek Padua
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft hij naar voren gebracht dat – hoewel de verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht en geen contact heeft gehad met het slachtoffer – de verdachte toch als medepleger van de afpersing kan worden aangemerkt, omdat hij de medeverdachten heeft rondgereden, hen op verschillende locaties heeft afgezet, contact met hen heeft onderhouden rond het feit en zelf een aanzienlijk deel van de buit heeft ontvangen. De verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit 7, omdat er geen sprake was van een wegnemingshandeling en het dus niet een diefstal was, maar een afpersing.
Onderzoek Uralrex
Ten aanzien van het tenlastegelegde feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het primair tenlastegelegde medeplegen moet worden vrijgesproken. De subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid aan oplichting kan wel worden bewezen, omdat de verdachte – ondanks dat hij niet was betrokken bij de uitvoering – een rol heeft gehad en wist wat er ging gebeuren. Ook het tenlastegelegde feit 3 kan worden bewezen, omdat de verdachte op zijn telefoon een pincode behorende bij een pinpas van het slachtoffer heeft ontvangen en daarom als medepleger kan worden aangemerkt.
Onderzoek Steranijs
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 4, 5 en 6 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, maar dat het subsidiair ten laste gelegde – de medeplichtigheid aan deze feiten – wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Onderzoek Padua
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van zowel het primair, het subsidiair als het meer subsidiair tenlastegelegde feit 1 moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft verricht, niet betrokken is geweest bij het maken van plannen en dat op basis van het dossier niet kan worden bewezen dat hij wetenschap had van de afpersing. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] – dat de verdachte een aanzienlijk deel van de buit heeft ontvangen – is onvoldoende betrouwbaar en de tapgesprekken tussen de verdachte en [medeverdachte 2] zijn onvoldoende concreet. Ook van het tenlastegelegde feit 7 moet de verdachte worden vrijgesproken.
Onderzoek Uralrex
Ook ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 2 – zowel primair als subsidiair – en 3 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. De verdachte zat enkel in de auto met de medeverdachten en heeft geen verdere rol gehad. De door de verdachte ontvangen pincode was niet instrumenteel voor de oplichting en was van te weinig gewicht voor de diefstal met een valse sleutel.
Onderzoek Steranijs
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 4, 5 en 6 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte telkens van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken en heeft hij zich ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
Onderzoek Padua
Vrijspraak – feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair
Aangever [slachtoffer 1] is in de periode van 1 mei 2023 tot 28 september 2023 afgedreigd door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Aanleiding hiervoor was dat medeverdachte [medeverdachte 2] door [slachtoffer 1] in de problemen was gekomen nadat [slachtoffer 1] rond was gaan vragen of het geld van de overval op [naam 1] bij medeverdachte [medeverdachte 2] lag. Medeverdachte [medeverdachte 2] wist dat [slachtoffer 1] geld stal van het bedrijf van zijn vader en opa en heeft dit geheim – samen met medeverdachte [medeverdachte 3] – gebruikt om [slachtoffer 1] te dwingen tot het afgeven van geld, horloges en sieraden. Op enig moment is deze afdreiging overgegaan in afpersing.
Op 1 oktober 2023 liet medeverdachte [medeverdachte 2] aan [slachtoffer 1] weten dat medeverdachte [medeverdachte 3] een vuurwapen had gekocht en dat hij het broertje en de vriendin van [slachtoffer 1] zou beschieten. [slachtoffer 1] kreeg de opdracht om foto’s van de inhoud van de kluis van het bedrijf van zijn vader en opa te sturen. Op 4 oktober 2023 moest [slachtoffer 1] opnieuw foto’s van de inhoud van de kluis sturen en op 5 oktober 2023 liet medeverdachte [medeverdachte 2] aan [slachtoffer 1] weten dat medeverdachte [medeverdachte 3] het vandaag wilde doen. In de nacht van 5 op 6 oktober 2023 kreeg [slachtoffer 1] de opdracht om alles klaar te leggen. Uit angst dat zijn broertje en vriendin iets zou worden aangedaan, heeft [slachtoffer 1] geld uit de kluis gepakt, dit in een kussensloop gedaan en uit het raam gegooid. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft de kussensloop opgepakt en meegenomen en die vervolgens aan medeverdachte [medeverdachte 2] gegeven. De verbrande resten van het kussensloop zijn aangetroffen in speeltuin [naam 2] .
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte als medepleger van deze afpersing kan worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat er voor medeplegen sprake moet zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De bijdrage aan het delict dient van voldoende intellectueel of materieel gewicht te zijn. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is daarnaast vereist dat de verdachte niet alleen opzet had op de samenwerking met de betrokken personen, maar dat hij ook opzet had op het delict.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte in de nacht van 5 op 6 oktober 2023 de auto bestuurde waarin medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en ‘Muis’ zaten en dat hij de medeverdachten ergens in Venlo-Zuid heeft afgezet. Verder blijkt uit het dossier dat medeverdachte [medeverdachte 2] de verdachte om 01.39 uur heeft gebeld en dat het telefoonnummer van de verdachte op dat moment een mast aanstraalde waaronder ook de locatie van speeltuin [naam 2] in het bereik valt. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat – terwijl hij om 03.12 uur de kussensloop bij [benadeelde] ophaalde – de verdachte ter hoogte van de snelweg is blijven wachten en dat de verdachte nadien aanwezig was in speeltuin [naam 2] toen de kussensloop werd verbrand.
De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat bovengenoemde handelingen van de verdachte geen medeplegen kunnen opleveren. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte wetenschap – in de zin van dubbel opzet – had van de afpersing. Hoewel de verdachte die nacht deels samen optrok met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op de hoogte was van de afpersing of dat hij daar op enigerlei wijze bij betrokken was. Uit het dossier volgt juist dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] al enige tijd samenwerkten om [slachtoffer 1] geld en kostbare spullen afhandig te maken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte van zowel het primair tenlastegelegde medeplegen als van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid vrijspreken.
De rechtbank is voorts van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte een deel van de buit van de afpersing heeft ontvangen. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , die stelt dat de verdachte een aanzienlijk deel van de buit heeft ontvangen, acht de rechtbank – gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen en gelet op de wisselende verklaringen van [medeverdachte 2] – ongeloofwaardig en onbetrouwbaar.
De rechtbank spreekt de verdachte daarom ook vrij van het meer subsidiair tenlastegelegde witwassen.
Vrijspraak – feit 7
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat geen sprake was van diefstal, omdat geen sprake was van een wegnemingshandeling. Alleen al om die reden spreekt de rechtbank de verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit 7.
3.3.2
Onderzoek Uralrex
Vrijspraak – feit 2 primair en subsidiair en feit 3
De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat het tenlastegelegde medeplegen van oplichting (feit 2 primair), de tenlastegelegde medeplichtigheid aan oplichting (feit 2 subsidiair) en het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met een valse sleutel (feit 3) niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De rechtbank overweegt als volgt.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 26 september 2023 als bijrijder samen met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de auto naar Maastricht heeft gezeten. Medeverdachte [medeverdachte 3] was die dag ‘de chauffeur’ en heeft de auto bestuurd en medeverdachte [medeverdachte 2] was die dag ‘de koerier’ en ‘de pinner’. Medeverdachte [medeverdachte 2] is – zogenaamd als bankmedewerker – twee keer naar het huis van de aangever gegaan en heeft daar telefoons, pinpassen en € 30.000,00 aan contant geld meegenomen. Vervolgens heeft hij met die pinpassen geld gepind. Anders dan dat de verdachte die dag in de auto heeft gezeten met de medeverdachten en dat hij om 18.12 uur een appje van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft ontvangen met: ‘3160’ – de pincode van de bankpas van de vrouw van aangever– biedt het dossier geen aanknopingspunten voor enige betrokkenheid van de verdachte bij de oplichting of bij de diefstal met de valse sleutel.
De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat de verdachte geen enkele bijdrage heeft geleverd om van het tenlastegelegde medeplegen of van de tenlastegelegde medeplichtigheid aan oplichting te kunnen spreken. Dit geldt ook voor het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met een valse sleutel. De verdachte heeft enkel een pincode ontvangen en verder geen actieve bijdrage geleverd om te kunnen spreken van de voor medeplegen vereiste materiële bijdrage van voldoende gewicht.
De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit 2, alsook van het tenlastegelegde feit 3.
3.3.3
Onderzoek Steranijs [1]
Vrijspraak – feit 4 primair
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het tenlastegelegde
medeplegenvan diefstal met een valse sleutel niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 14 juni 2023 de ‘chauffeur’ is geweest ten tijde van de diefstal en dat hij medeverdachte [naam 3] op verschillende locaties heeft afgezet, zodat de medeverdachte met de gestolen pinpas betalingen kon verrichten. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor verdere betrokkenheid van de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat deze bijdrage van de verdachte – het rondrijden en afzetten van de medeverdachte – van onvoldoende gewicht is om te kunnen spreken van
medeplegenvan diefstal met een valse sleutel. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit 4.
De bewijsmiddelen – feit 4 subsidiair
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan
medeplichtigheidaan diefstal met een valse sleutel gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 8 mei 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte
- het proces-verbaal van bevindingen [3] ;
- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 3] . [4]
Vrijspraak – feit 5 primair
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het tenlastegelegde
medeplegenvan oplichting niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 14 juni 2023 de ‘chauffeur’ is geweest ten tijde van de oplichting en dat hij de onbekend gebleven medeverdachte – die de rol van ‘koerier’ vervulde – en medeverdachte [naam 3] die de rol van ‘pinner’ vervulde, op verschillende locaties in Maastricht heeft afgezet. Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor verdere betrokkenheid van de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat deze bijdrage van de verdachte – het rondrijden en afzetten van de medeverdachten – van onvoldoende gewicht is om te kunnen spreken van
medeplegenvan oplichting. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit 5.
De bewijsmiddelen – feit 5 subsidiair
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan
medeplichtigheidaan oplichting gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 8 mei 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte
- het proces-verbaal van bevindingen [6] ;
- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 3] . [7]
Vrijspraak – feit 6 primair
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat – gelet op hetgeen de rechtbank zojuist heeft overwogen ten aanzien van de voltooide diefstal onder feit 4 primair – het tenlastegelegde
medeplegenvan poging tot diefstal met een valse sleutel niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit 6.
De bewijsmiddelen – feit 6 subsidiair
De rechtbank acht, evenals de officier van justitie, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan
medeplichtigheidaan poging tot diefstal met een valse sleutel gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 8 mei 2026;
  • het proces-verbaal van aangifte
- het proces-verbaal van bevindingen [9] ;
- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [naam 3] . [10]
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
feit 4 subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen en de medeverdachte op een of meer tijdstip(pen) op 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, een of meer geldbedrag(en) (te weten 2400 euro), dat aan een ander dan aan die onbekend gebleven personen en de medeverdachte en aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven personen en de medeverdachte dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten door met een wederrechtelijk verkregen bankpas en pincode een of meer pintransactie(s) te verrichten bij een betaalautomaat en/of bij een winkel voor de aanschaf van goederen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door de auto te besturen naar de betaalautomaat en de winkel waar gepind is met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] ;
feit 5 subsidiair
één of meer onbekend gebleven daders op 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifte van haar bankpas en sieraden en contant geld, en het ter beschikking stellen van haar pincode(s), door
- voornoemde [slachtoffer 3] te bellen en zich voor te doen als een bankmedewerker en
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat een geldbedrag van haar bankrekening af was gehaald en/of er een virus op haar bankrekening en telefoon zat en
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar haar pincode(s) en
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar sieraden en/of contant geld en
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat zij haar bankpas en sieraden en contant geld moest meegeven aan de bankmedewerker en
- zich naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] te begeven, en
- bij voornoemde [slachtoffer 3] aan te bellen en
- zich aan de deur voor te doen als bankmedewerker en de koerier en
- een toegangscode/controlecode te noemen, en
- de woning te betreden en uiteindelijk een bankpas en sieraden en contant geld mee te nemen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door de auto te besturen naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] en de betaalautomaat en de winkel waar gepind is met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] ;
feit 6 subsidiair
één of meer onbekend gebleven daders en medeverdachte op 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door één of meer onbekend gebleven daders en medeverdachte voorgenomen misdrijf om een giraal geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel te weten door een wederrechtelijk verkregen bankpas op naam van [slachtoffer 3] hebben aangeboden bij de betaalautomaat op de Helmstraat terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door de auto te besturen naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] en de betaalautomaat en de winkel waar gepind is met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
feit 4 subsidiair
medeplichtigheid aan diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
feit 5 subsidiair
medeplichtigheid aan oplichting;
feit 6 subsidiair
medeplichtigheid aan de poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen waarvan 326 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van het voorarrest. Daarnaast dient aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 240 uur te worden opgelegd. In zijn strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie ziet geen aanleiding voor toepassing van het adolescentenstrafrecht.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er – gelet op het advies van de reclassering – toepassing moet worden gegeven aan artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (toepassing jeugdstrafrecht) en dat – mocht de rechtbank overgaan tot oplegging van een gevangenisstraf – de gevangenisstraf niet langer zou moeten duren dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de door de officier van justitie geëiste taakstraf zou moeten worden gematigd gelet op de stappen die de verdachte heeft gezet en gelet op de hoge belasting die dat zou opleveren naast zijn werk.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het behulpzaam zijn bij bankhelpdeskfraude. Door het besturen van de auto en door medeverdachten op verschillende locaties af te zetten is de verdachte medeplichtig aan oplichting, diefstal met een valse sleutel en een poging daartoe. Het slachtoffer – een dame op leeftijd en daarmee kwetsbaar – werd op slinkse en geraffineerde wijze gemanipuleerd om haar bankpas, pincode, telefoon, cashgeld en voor ruim € 18.000,00 aan sieraden met tevens een hoge emotionele waarde af te geven aan een medeverdachte die zich voordeed als bankmedewerker en die beloofde de spullen veilig op te bergen in een kluis van de bank. Vervolgens heeft een andere medeverdachte met die pinpas voor € 2400,10 aan betalingen verricht en heeft hij geprobeerd om nog eens € 1.000,00 bij een betaalautomaat te pinnen.
Dit soort feiten treft slachtoffers niet alleen in financiële zin, maar ook in hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens dat ernstig wordt aangetast. Dit blijkt ook uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Het slachtoffer is – bijna 3 jaar later – nog steeds dagelijks met het voorval bezig. Ze is nog steeds angstig, voelt zich onveilig in haar eigen huis, heeft geen thuisgevoel meer, vermijd sociale contacten en heeft wantrouwen naar onbekenden. Ook hadden de weggenomen sierraden een grote emotionele betekenis voor haar. Door dit alles is haar levensvreugde aangetast.
Blijkens zijn uittreksel justitiële documentatie van 26 maart 2026 is de verdachte niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit.
Uit het reclasseringsadvies van 20 april 2026 blijkt dat het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De verdachte heeft de afgelopen twee jaar – terwijl hij in een schorsingstoezicht liep – een duidelijke ontwikkeling richting volwassenheid doorgemaakt. Hij heeft zijn opleiding afgerond, werk gevonden en is zelfstandig gaan wonen. Gelet op de leeftijd en het functioneren van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten, ziet de reclassering aanknopingspunten om het jeugdstrafrecht toe te passen. Hoewel de reclassering concludeert dat interventies die alleen via het jeugdstrafrecht beschikbaar zijn niet meer zijn geïndiceerd, acht zij toepassing van het jeugdstrafrecht wel geïndiceerd.
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het recht van de verdachte op een berechting binnen een redelijke termijn van 2 jaar waarbinnen een strafzaak in eerste aanleg afgerond hoort te zijn, met ruim 7 maanden is overschreden.
Met deze overschrijding zal de rechtbank rekening houden bij de bepaling van de straf, nu deze overschrijding niet aan de verdediging te wijten valt.
Alles afwegende zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 39 dagen met aftrek van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 60 uur opleggen. De verdachte heeft inmiddels zijn leven goed op orde en heeft een duidelijke ontwikkeling richting volwassenheid gemaakt. Gelet hierop en omdat geen interventies zijn geadviseerd die enkel kunnen worden opgelegd in het kader van het jeugdstrafrecht, ziet de rechtbank geen aanleiding om – tweeënhalf jaar later – nog het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, minder feiten bewezen en komt daardoor tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1
De vordering van de benadeelde partij
Onderzoek Padua
De
benadeelde partij [slachtoffer 1]heeft ten aanzien van feit 1 een schadevergoeding gevorderd van € 12.250,00. Deze vordering bestaat voor € 11.000,00 aan materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 1.000,00 geleend;
€ 10.000,00 sieraden.
De vordering bestaat daarnaast voor € 1.250,00 aan immateriële schade.
De
benadeelde partij [benadeelde]heeft ten aanzien van feit 1 een schadevergoeding gevorderd van € 90.000,00. Deze vordering bestaat uit materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 80.000,00 contant geld (op 6 oktober 2023);
€ 1.000,00 contant geld (vóór 6 oktober 2023).
Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding van de advocaatkosten (het eigen risico van de rechtsbijstandsverzekering) ter hoogte van € 500,00 gevorderd.
Onderzoek Uralrex
De
benadeelde partij [slachtoffer 2]heeft ten aanzien van feit 2 en 3 een schadevergoeding gevorderd van € 31.628,82. Deze vordering bestaat uit materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 800,00 gepind bedrag ICS;
€ 828,82 kosten nieuwe telefoons;
€ 30.000,00 contant geld.
Onderzoek Steranijs
De
benadeelde partij [slachtoffer 3]heeft ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6 een schadevergoeding gevorderd van € 19.204,00. Deze vordering bestaat uit materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 484,00 EMDR-therapie;
€ 100,00 iPhone;
€ 13.870,00 juwelen;
€ 2.250,00 contant geld.
De vordering bestaat daarnaast voor € 2.500,00 aan immateriële schade.
Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding van de proceskosten ter hoogte van € 812,00 gevorderd.
De benadeelde partijen hebben allemaal verzocht om vermeerdering van de toe te wijzen bedragen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
Onderzoek Padua
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 1]op het standpunt gesteld dat – omdat de verdachte niet betrokken is geweest bij de afpersing en afdreiging vóór 6 oktober 2023 – enkel de gevorderde immateriële schade, gelet op de onderbouwing, kan worden toegewezen. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [benadeelde]op het standpunt gesteld dat – omdat er veel onduidelijk is over het daadwerkelijke afgegeven geldbedrag – gebruik moet worden gemaakt van de schattingsbevoegdheid en dat in ieder geval een bedrag van € 70.000,00 kan worden vastgesteld en kan worden toegewezen. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. Daarnaast kunnen ook de gevorderde advocaatkosten van € 500,00 worden toegewezen.
Onderzoek Uralrex
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 2]op het standpunt gesteld dat deze voldoende is onderbouwd en volledig kan worden toegewezen.
Onderzoek Steranijs
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de materiële schade alle posten kunnen toegewezen, met uitzondering van post d.: ‘contant geld’. Dit bedrag moet worden gematigd tot € 500,00. De gevorderde immateriële schade kan volledig worden toegewezen. Ook de proceskoten van € 812,00 kunnen worden toegewezen.
De officier van justitie heeft verzocht om vermeerdering van de toe te wijzen bedragen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de vorderingen hoofdelijk op te leggen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
Onderzoek Padua
De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 1]primair op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade moet worden afgewezen, omdat deze ziet op afgifte van geld en goederen vóór de pleegdatum van 6 oktober 2023. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat – mocht de rechtbank de verdachte voor medeplichtigheid veroordelen – de immateriële schade moet worden vastgesteld op nihil.
De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [benadeelde]primair op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat – indien de rechtbank de verdachte voor medeplegen zal veroordelen – de materiële schade moet worden gematigd en enkel een bedrag van € 40.000,00 kan worden toegewezen en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Meer subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat – mocht de rechtbank de verdachte voor medeplichtigheid veroordelen – de materiële schade nog meer moet worden gematigd.
Onderzoek Uralrex
De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 2]op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak.
Onderzoek Steranijs
De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 3]primair op het standpunt gesteld dat deze voor wat betreft de materiële schade niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om – bij toewijzing van dit deel van de vordering – aansluiting te zoeken bij de uitspraak van medeverdachte [naam 3] waarin een bedrag van € 6.684,00 is toegekend. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze moet worden gematigd gelet op de beperkte rol die de verdachte bij de strafbare feiten heeft gespeeld.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [benadeelde]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
De rechtbank is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van de onder 4, 5 en 6 subsidiair bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden.
Op grond van de onderbouwing van de schadeposten in (de bijlagen bij) het voegingsformulier en hetgeen ter terechtzitting namens de benadeelde partij naar voren is gebracht acht de rechtbank de schade onder de posten a., b., c. en d. aannemelijk. Ten aanzien van schadepost c. – de juwelen – overweegt de rechtbank dat hoewel het beter was geweest als ook de onderliggende stukken van het expertiserapport aan de vordering waren toegevoegd, de rechtbank geen reden heeft om te twijfelen aan het onderzoek dat expertisebureau Dekra – in opdracht van de verzekering – heeft uitgevoerd. De rechtbank wijst daarom een bedrag van € 16.704,00 toe.
De rechtbank is verder van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij ernstige nadelige geestelijke gevolgen heeft ondervonden van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de benadeelde partij in haar eigen huis is bewogen tot de afgifte van haar bankpas, pincode, telefoon, cashgeld en voor ruim € 18.000,00 aan sieraden met een hoge emotionele waarde. De benadeelde partij had het volste vertrouwen in de goede bedoelingen van de verdachte en zijn medeverdachten, maar is daarin bedrogen uitgekomen. In de vordering wordt beschreven dat de benadeelde partij EMDR-therapie heeft ondergaan bij een psycholoog. Er is sprake van gederfde levensvreugde. Gelet op de aard en ernst van de normschending en de aard en ernst van de gevolgen daarvan voor de benadeelde is sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in eer of goede naam. De verdediging heeft het verzoek tot immateriële schadevergoeding ook niet weersproken. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Dat de verdachte medeplichtig is geweest en een kleinere rol vervulde in het geheel, staat toewijzing van het gehele gevorderde bedrag niet in de weg. De verdachte heeft een bijdrage geleverd aan het strafbare feit en is daardoor naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de geleden schade. De rechtbank wijst een bedrag van € 2.500,00 toe.
De rechtbank komt aldus tot toewijzing van de schadevergoedingsvordering van [slachtoffer 3] tot een bedrag van
€ 19.204,00bestaande uit € 16.704,00 aan materiële schade en € 2.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juni 2023.
De verdachte is naar burgerlijk recht samen met zijn mededader aansprakelijk voor deze schade.
Proceskosten
Nu de vordering gedeeltelijk zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij ter zake van de vordering heeft gemaakt, begroot op € 812,00.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal ter zake de toegewezen schadeposten de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.
Hoofdelijke aansprakelijkheid
De rechtbank acht in deze zaak de medeplichtigheid wettig en overtuigend bewezen. Dit maakt dat niet alleen de verdachte een schadevergoedingsplicht heeft jegens het slachtoffer, maar ook zijn mededaders. Dit maakt dat de rechtbank uitgaat van een hoofdelijke aansprakelijkheid.

8.Het beslag

Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat onder verdachte een geldbedrag van € 1.000,00 in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven. Nu met betrekking tot dit goed niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dient dit te worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten de verdachte.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 45, 48, 49, 57, 63, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde feit 1, het primair en subsidiair tenlastegelegde feit 2, het tenlastegelegde feit 3, het primair ten laste gelegde onder feit 4, 5 en 6 en het primair en subsidiair tenlastegelegde feit 7;
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte voor het subsidiair ten laste gelegde onder feiten 4, 5 en 6 tot een
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt de verdachte tot een
  • beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
  • wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot
  • veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op € 812,00 en in de proceskoten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
  • legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 19.204,00, bestaande uit materiële en immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode van 14 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 121 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de verplichting tot betaling niet opheft;
  • bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
Beslag
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:
€ 1.000,00;
Voorlopige hechtenis
-
heft ophet geschorste bevel tot
voorlopige hechtenismet ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. I.T.H.L. van de Bergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juni 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging – ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 80.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] en/of en/of een derde toebehoorde(n) door - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal te bedreigen met een vuurwapen en/of hem daarbij dreigend de woorden toe te voegen dat er geschoten zou worden op de vriendin en/of het broertje van die [slachtoffer 1] als hij niet mee zou werken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 80.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n), door - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal te bedreigen met een vuurwapen en/of hem daarbij dreigend de woorden toe te voegen dat er geschoten
zou worden op de vriendin en/of het broertje van die [slachtoffer 1] als hij niet mee zou werken
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] te zeggen dat hij mee moest gaan en/of door voornoemde verdachten rond te rijden, althans door zijn auto ter beschikking te stellen en/of door op de uitkijk te staan en/of door aanwezig te zijn tijdens het verbranden/wegmaken van bewijsmateriaal;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, althans in Nederland 80.000 euro, althans enig geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf, althans uit eigen misdrijf;
2
hij op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of
het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meerdere bankpassen/digipassen, cash geld, (pin)codes en/of een of meerdere telefoons, door:
- die [slachtoffer 2] een bericht te sturen uit naam van F van Lanschotbank en/of
- die [slachtoffer 2] opdracht te geven contact op te nemen met het nummer in voornoemd bericht en/of
- zich tijdens dit gesprek voor te doen als een medewerker van een bank en/of FIOD en/of
- te vragen om de pincode(s) en/of
- aan te geven dat de bankpassen, telefoons en/of cash geld opgehaald zouden worden door een koerier en/of
- naar het adres van die [slachtoffer 2] te gaan en/of zich voor te doen als koerier en/of voornoemde goederen op te halen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of één en/of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meerdere bankpassen/digipassen, cash geld, (pin)codes en/of een of meerdere telefoons, door:
- die [slachtoffer 2] een bericht te sturen uit naam van F van Lanschotbank en/of
- die [slachtoffer 2] opdracht te geven contact op te nemen met het nummer in voornoemd bericht en/of
- zich tijdens dit gesprek voor te doen als een medewerker van een bank en/of FIOD en/of
- te vragen om de pincode(s) en/of
- aan te geven dat de bankpassen, telefoons en/of cash geld opgehaald zouden worden door een koerier en/of
- naar het adres van die [slachtoffer 2] te gaan en/of zich voor te doen als koerier en/of voornoemde goederen op te halen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de medeverdachte naar de woning van voornoemde [slachtoffer 2] en/of de betaalautomaat waar gepind is geworden met de
bankpas van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [naam 4] te begeleiden en/of door de medeverdachte van kleding en/of attributen te voorzien en/of door de medeverdachte aanwijzingen en/of opdrachten te geven;
3
hij op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht tezamen en in vereniging met
een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [naam 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde (n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel door onbevoegd gebruik te maken van een of meer bankpassen en/of (bijbehorende) pincodes;
4
hij, op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en) (te weten 2400 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van valse sleutel te weten
door met een valselijk en/of wederrechtelijk verkregen bankpas en/of pincode een of meer pintransactie(s) te verrichten bij een betaalautomaat en/of bij een winkel voor de aanschaf van goederen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen en/of de medeverdachte op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, een of meer geldbedrag(en) (te weten 2400 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of de medeverdachte en/of aan verdachte toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of medeverdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun/haar bereik heeft/hebben gebracht door middel van valse sleutel te weten te weten door met een valselijk en/of wederrechtelijk
verkregen bankpas en/of pincode een of meer pintransactie(s) te verrichten bij een betaalautomaat en/of bij een winkel voor de aanschaf van goederen bij en/of tot het
plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de auto te besturen naar de betaalautomaat en/of de winkel waar gepind is geworden met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] ;
5
hij, op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van haar bankpas en/of sieraden en/of contant geld, en/of het ter beschikking stellen van haar pincode(s), door
- voornoemde [slachtoffer 3] te bellen en zich voor te doen als een bankmedewerker en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat een geldbedrag van haar bankrekening af was gehaald en/of er een virus op haar bankrekening en telefoon zat en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar haar pincode(s) en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar sieraden en/of contant geld en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat zij haar bankpas en/of sieraden en/of contant geld moest meegeven aan de bankmedewerker en/of
- zich naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] te begeven, en/of
- bij voornoemde [slachtoffer 3] aan te bellen en/of
- zich aan de deur voor te doen als bankmedewerker en/of de koerier en/of
- een toegangscode/controlecode te noemen, en/of
- de woning te betreden en/of uiteindelijk een bankpas en/of sieraden en/of contant geld mee te nemen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
één en/of meer onbekend gebleven dader(s) op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van haar bankpas en/of sieraden en/of contant geld, en/of het ter beschikking stellen van haar pincode(s), door
- voornoemde [slachtoffer 3] te bellen en zich voor te doen als een bankmedewerker en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat een geldbedrag van haar bankrekening af was
gehaald en/of er een virus op haar bankrekening en telefoon zat en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar haar pincode(s) en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vragen naar sieraden en/of contant geld en/of
- voornoemde [slachtoffer 3] te vertellen dat zij haar bankpas en/of sieraden en/of contant
geld moest meegeven aan de bankmedewerker en/of
- zich naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] te begeven, en/of
- bij voornoemde [slachtoffer 3] aan te bellen en/of
- zich aan de deur voor te doen als bankmedewerker en/of de koerier en/of
- een toegangscode/controlecode te noemen, en/of
- de woning te betreden en/of uiteindelijk een bankpas en/of sieraden en/of contant geld mee te nemen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de auto te besturen naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] en/of de betaalautomaat en/of de winkel waar gepind is geworden met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] ;
6
hij, op of omstreeks 14 juni 2023, in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om een giraal geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel toebehorende aan [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel te weten door een valselijk en/of wederrechtelijk verkregen bankpas op naam van [slachtoffer 3] heeft/hebben aangeboden bij de betaalautomaat op de Helmstraat terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
één en/of meer onbekend gebleven dader(s) en/of medeverdachte op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door één en/of meer onbekend gebleven dader(s) en/of medeverdachte voorgenomen misdrijf om een giraal geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel toebehorende aan [slachtoffer 3] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel te weten door een valselijk en/of wederrechtelijk verkregen bankpas op naam van [slachtoffer 3] heeft/hebben aangeboden bij de betaalautomaat op de Helmstraat terwijl de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 juni 2023 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de auto te besturen naar de woning van voornoemde [slachtoffer 3] en/of de betaalautomaat en/of de winkel waar gepind is geworden met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 3] ;
7
hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van ongeveer 80.000 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van ongeveer 80.000 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] te zeggen dat hij mee moest gaan en/of door voornoemde verdachten rond te rijden, althans door zijn auto ter beschikking te stellen en/of door op de uitkijk te staan en/of door aanwezig te zijn tijdens het verbranden/wegmaken van bewijsmateriaal;

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Zuid-West-Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2023091602, gesloten d.d. 1 mei 2024, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 227.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 juni 2023 p. 33-39.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2023 p. 75-89.
4.Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 3] d.d. 3 april 2024 p. 191-202.
5.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 juni 2023 p. 33-39.
6.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2023 p. 75-89.
7.Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 3] d.d. 3 april 2024 p. 191-202.
8.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] d.d. 14 juni 2023 p. 33-39.
9.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2023 p. 75-89.
10.Proces-verbaal verhoor verdachte [naam 3] d.d. 3 april 2024 p. 191-202.