Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:5703

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
03/260574-23
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen en medeplichtigheid afpersing en bankhelpdeskfraude

De rechtbank Limburg heeft op 15 juni 2026 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan afpersing, oplichting en diefstal met een valse sleutel. De zaak betrof twee onderzoeken: Padua (afpersing van een 15-jarige jongen) en Uralrex (bankhelpdeskfraude).

De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te stellen dat verdachte de persoon 'Muis' is die door een medeverdachte werd genoemd. Het signalement van verdachte komt niet overeen met de omschrijving van 'Muis'. Daarnaast is er geen bewijs dat verdachte op de hoogte was van de afpersing of daarbij betrokken was. Ook voor de bankhelpdeskfraude kon niet worden vastgesteld dat verdachte een strafbare bijdrage heeft geleverd, ondanks dat hij op de dag van de feiten in de auto zat met medeverdachten.

De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder medeplegen en medeplichtigheid aan afpersing, oplichting en diefstal. Tevens werden de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet werd veroordeeld. Het in beslag genomen bedrag van €920,- werd teruggegeven aan verdachte. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs en onverenigbaarheid signalement.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/260574-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 15 juni 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2002,
wonende te [adres] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.H.L. Antonides, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 8 en 13 mei 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [benadeelde] is op de zitting gehoord mr. L.P. Kabel. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
De benadeelde partij [slachtoffer 2] is niet op zitting verschenen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 03/260540-23 ) en [medeverdachte 2] (parketnummers 03/260501-23, 03/201431-24 en 03/086324-25).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er – na wijziging tenlastelegging – kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1:op 6 oktober 2023 al dan niet samen met anderen [slachtoffer 1] heeft afgeperst (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair) dan wel dat hij € 80.000,00 heeft witgewassen (
meer subsidiair);
Feit 2:op 26 september 2023 al dan niet samen met anderen [slachtoffer 2] heeft opgelicht (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair);
Feit 3:op 26 september 2023 al dan niet samen met anderen geld heeft gestolen van [slachtoffer 2] door met een gestolen pinpas geld te pinnen;
Feit 4: op 6 oktober 2023 al dan niet samen met anderen € 80.000,00 heeft gestolen van [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] (
primair) dan wel dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest (
subsidiair).
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
Onderzoek Padua
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft hij naar voren gebracht dat de verdachte er die nacht bij was vanaf het moment dat medeverdachte [medeverdachte 3] werd opgehaald, dat de verdachte met de medeverdachten is meegelopen naar het perceel van [benadeelde] , dat hij – nadat medeverdachte [medeverdachte 3] het geld had opgehaald – in het speeltuintje was waar de kussensloop werd verbrand en het geld werd verdeeld waarbij hij een aanzienlijk deel van de buit heeft ontvangen. De verdachte moet integraal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit 4, omdat er geen sprake was van een wegnemingshandeling en het dus niet een diefstal is, maar een afpersing.
Onderzoek Uralrex
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 2 en 3 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld welke rol de verdachte heeft gehad bij de bankhelpdeskfraude. Het enige wat kan worden vastgesteld is dat de verdachte ten tijde van de feiten in de auto zat.
3.2
Het standpunt van de verdediging
Onderzoek Padua
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken van zowel het tenlastegelegde feit 1 als feit 4. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte niet ‘ Muis ’ is waarover medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard en dat – als de verdachte ‘ Muis ’ zou zijn geweest – hij geen strafbare rol heeft gehad. Hij heeft geen bijdrage van enig gewicht aan het strafbare feit geleverd. Er is dan ook geen sprake van medeplegen en ook niet van medeplichtigheid, omdat de enkele aanwezigheid daarvoor onvoldoende is.
Onderzoek Uralrex
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de tenlastegelegde feiten 2 – zowel primair als subsidiair – en 3 moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte strafbare gedragingen heeft verricht of een bijdrage van enig gewicht heeft geleverd aan een strafbaar feit om te kunnen spreken van medeplegen of medeplichtigheid. Het enkel aanwezig zijn is daarvoor onvoldoende.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1
Onderzoek Padua
Vrijspraak – feit 1 primair, subsidiair, meer subsidiair
Aangever [slachtoffer 1] is in de periode van 1 mei 2023 tot 28 september 2023 afgedreigd door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Aanleiding hiervoor was dat medeverdachte [medeverdachte 2] door [slachtoffer 1] in de problemen was gekomen nadat [slachtoffer 1] rond was gaan vragen of het geld van de overval op [naam 1] bij medeverdachte [medeverdachte 2] lag. Medeverdachte [medeverdachte 2] wist dat [slachtoffer 1] geld stal van het bedrijf van zijn vader en opa en heeft dit geheim – samen met medeverdachte [medeverdachte 3] – gebruikt om [slachtoffer 1] te dwingen tot het afgeven van geld, horloges en sieraden. Op enig moment is deze afdreiging overgegaan in afpersing.
Op 1 oktober 2023 liet medeverdachte [medeverdachte 2] aan [slachtoffer 1] weten dat medeverdachte [medeverdachte 3] een vuurwapen had gekocht en dat hij het broertje en de vriendin van [slachtoffer 1] zou beschieten. [slachtoffer 1] kreeg de opdracht om foto’s van de inhoud van de kluis van het bedrijf van zijn vader en opa te sturen. Op 4 oktober 2023 moest [slachtoffer 1] opnieuw foto’s van de inhoud van de kluis sturen en op 5 oktober 2023 liet medeverdachte [medeverdachte 2] aan [slachtoffer 1] weten dat medeverdachte [medeverdachte 3] het vandaag wilde doen. In de nacht van 5 op 6 oktober 2023 kreeg [slachtoffer 1] de opdracht om alles klaar te leggen. Uit angst dat zijn broertje en vriendin iets zou worden aangedaan, heeft [slachtoffer 1] geld uit de kluis gepakt, dit in een kussensloop gedaan en uit het raam gegooid. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft de kussensloop opgepakt en meegenomen en die vervolgens aan medeverdachte [medeverdachte 2] gegeven. De verbrande resten van het kussensloop zijn aangetroffen in speeltuin [naam 2] .
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte als medepleger van deze afpersing kan worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat er voor medeplegen sprake moet zijn van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen, gericht op de totstandkoming van het delict. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De bijdrage aan het delict dient van voldoende intellectueel of materieel gewicht te zijn. Voor een bewezenverklaring van medeplegen is daarnaast vereist dat de verdachte niet alleen opzet had op de samenwerking met de betrokken personen, maar dat hij ook opzet had op het delict.
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en ‘ Muis ’ in de nacht van 5 op 6 oktober 2023 samen in de auto hebben gezeten naar Venlo-Zuid. Medeverdachte [medeverdachte 3] is vervolgens samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en ‘ Muis ’ door een bos gelopen. Medeverdachte [medeverdachte 3] is door een opengeknipt hekwerk gegaan en heeft de kussensloop – om 03.12 uur – gepakt. Vervolgens heeft hij deze kussensloop aan medeverdachte [medeverdachte 2] gegeven waarna medeverdachten [medeverdachte 2] en ‘ Muis ’ zijn weggerend. Hij is daarna naar speeltuin [naam 2] gegaan waar de kussensloop werd verbrand. Daarbij waren ook medeverdachten [medeverdachte 2] en ‘ Muis ’ aanwezig. Verder blijkt uit het dossier dat het telefoonnummer van de verdachte die nacht om 00.44 uur een mast aanstraalde waaronder ook de locatie van [benadeelde] in het bereik valt en dat zijn telefoonnummer om 00.45 uur en om 01.33 uur een mast aanstraalde waaronder ook de locatie van speeltuin [naam 2] in het bereik valt.
De rechtbank is, met de raadsman, van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ‘ Muis ’ is waarover medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft ‘ Muis ’ omschreven als een jongen met gemillimeterd blond/rood haar, een witte huidskleur, een rode sik en een kleine dunne blonde/rode snor, zwarte kleine ogen en een Cartier bril. De rechtbank stelt vast dat het signalement van de verdachte niet past bij deze omschrijving.
Ten overvloede is de rechtbank van oordeel dat – mocht de verdachte toch ‘ Muis ’ zijn – de handelingen die hij heeft verricht, namelijk het meelopen naar [benadeelde] , het meegaan naar speeltuin [naam 2] en het aanwezig zijn bij het verbanden van de kussensloop, geen medeplegen kunnen opleveren. Dit geldt ook voor de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid. De rechtbank is namelijk van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte wetenschap – in de zin van dubbel opzet – had van de afpersing. Hoewel de verdachte die nacht deels samen zou zijn opgetrokken met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op de hoogte was van de afpersing of dat hij daar op enigerlei wijze bij betrokken was. Uit het dossier volgt juist dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] al enige tijd samenwerkten om [slachtoffer 1] geld en kostbare spullen afhandig te maken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte van zowel het primair tenlastegelegde medeplegen als van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid vrijspreken.
De rechtbank is voorts van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte een deel van de buit van de afpersing heeft ontvangen. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] dat de verdachte een aanzienlijk deel van de buit heeft ontvangen acht de rechtbank – gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen en gelet op de wisselende verklaringen van [medeverdachte 2] – ongeloofwaardig en onbetrouwbaar.
De rechtbank spreekt de verdachte daarom ook vrij van het meer subsidiair tenlastegelegde witwassen.
Vrijspraak – feit 4
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat geen sprake was van diefstal, omdat er geen sprake was van een wegnemingshandeling. Alleen al om die reden spreekt de rechtbank de verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit 4.
3.3.2
Onderzoek Uralrex
Vrijspraak – feit 2 primair en subsidiair en feit 3
De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat het tenlastegelegde medeplegen van oplichting (feit 2 primair), de tenlastegelegde medeplichtigheid aan oplichting (feit 2 subsidiair) en het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met een valse sleutel (feit 3) niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De rechtbank overweegt als volgt.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 26 september 2023 samen met medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de auto naar Maastricht heeft gezeten. Medeverdachte [medeverdachte 3] was die dag ‘de chauffeur’ en heeft de auto bestuurd, medeverdachte [medeverdachte 1] was bijrijder en medeverdachte [medeverdachte 2] was die dag ‘de koerier’ en ‘de pinner’. Medeverdachte [medeverdachte 2] is – zogenaamd als bankmedewerker – twee keer naar het huis van de aangever en zijn vrouw gegaan en heeft daar telefoons, pinpassen en € 30.000,00 aan contant geld meegenomen. Vervolgens heeft hij met die pinpassen geld gepind. Anders dan dat de verdachte die dag ten tijde van de feiten in de auto heeft gezeten met de medeverdachten, biedt het dossier geen aanknopingspunten voor enige betrokkenheid van de verdachte bij de oplichting of bij de diefstal met de valse sleutel.
De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd om van het tenlastegelegde medeplegen of van de tenlastegelegde medeplichtigheid aan oplichting te kunnen spreken. Dit geldt ook voor het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met een valse sleutel.
De rechtbank spreekt de verdachte dan ook vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit 2, alsook van het tenlastegelegde feit 3.

4.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

4.1
De vordering van de benadeelde partij
Onderzoek Padua
De
benadeelde partij [slachtoffer 1]heeft ten aanzien van feit 1 een schadevergoeding gevorderd van € 12.250,00. Deze vordering bestaat voor € 11.000,00 aan materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 1.000,00 geleend;
€ 10.000,00 sieraden.
De vordering bestaat daarnaast voor € 1.250,00 aan immateriële schade.
De
benadeelde partij [benadeelde]heeft ten aanzien van feit 1 een schadevergoeding gevorderd van € 90.000,00. Deze vordering bestaat uit materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 80.000,00 contant geld (op 6 oktober 2023);
€ 1.000,00 contant geld (vóór 6 oktober 2023).
Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding van de advocaatkosten (het eigen risico van de rechtsbijstandsverzekering) ter hoogte van € 500,00 gevorderd.
Onderzoek Uralrex
De
benadeelde partij [slachtoffer 2]heeft ten aanzien van feit 2 en 3 een schadevergoeding gevorderd van € 31.628,82. Deze vordering bestaat uit materiële schade en is opgebouwd uit de posten:
€ 800,00 gepind bedrag ICS;
€ 828,82 kosten nieuwe telefoons;
€ 30.000,00 contant geld.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
Onderzoek Padua
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 1]op het standpunt gesteld dat – omdat de verdachte niet betrokken is geweest bij de afpersing en afdreiging vóór 6 oktober 2023 – enkel de gevorderde immateriële schade, gelet op de onderbouwing, kan worden toegewezen. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [benadeelde]op het standpunt gesteld dat – omdat er veel onduidelijk is over het daadwerkelijke afgegeven geldbedrag – gebruik moet worden gemaakt van de schattingsbevoegdheid en dat in ieder geval een bedrag van € 70.000,00 kan worden vastgesteld en kan worden toegewezen. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. Daarnaast kunnen ook de gevorderde advocaatkosten van € 500,00 worden toegewezen.
De officier van justitie heeft verzocht om vermeerdering van de toe te wijzen bedragen met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de vorderingen hoofdelijk op te leggen.
Onderzoek Uralrex
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de
benadeelde partij [slachtoffer 2]op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de gerekwireerde vrijspraak.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vanwege de bepleite vrijspraken zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [benadeelde]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Omdat aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, zal de rechtbank de benadeelde niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

5.Het beslag

Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat onder de verdachte een geldbedrag van € 920,00 in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven. Omdat met betrekking tot dit goed niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering, dient dit te worden teruggegeven aan de rechthebbende, te weten de verdachte.

6.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, 2 primair, subsidiair, 3 en 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
  • verklaart de
  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;
Beslag
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:
€ 920,00;

Voorlopige hechtenis

-
heft ophet geschorste bevel tot
voorlopige hechtenismet ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.E.G. Peters, voorzitter, mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. I.T.H.L. van de Bergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Stuurman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 juni 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging – ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 80.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] en/of en/of een derde toebehoorde(n) door - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal te bedreigen met een vuurwapen en/of hem daarbij dreigend de woorden toe te voegen dat er geschoten zou worden op de vriendin en/of het broertje van die [slachtoffer 1] als hij niet mee zou werken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van ongeveer 80.000 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde toebehoorde(n), door - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal te bedreigen met een vuurwapen en/of hem daarbij dreigend de woorden toe te voegen dat er geschoten zou worden op de vriendin en/of het broertje van die [slachtoffer 1] als hij niet mee zou werken
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] te zeggen dat hij mee moest gaan en/of door aanwezig te zijn bij het ophalen van voornoemd geldbedrag
en/of door aanwezig te zijn tijdens het verbranden/wegmaken van bewijsmateriaal;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, althans in Nederland
80.000 euro, althans enig geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat geldbedrag
onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf, althans uit eigen misdrijf;
2
hij op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen
van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meerdere bankpassen/digipassen, cash geld, (pin)codes en/of een of meerdere telefoons, door:
- die [slachtoffer 2] een bericht te sturen uit naam van F van Lanschotbank en/of
- die [slachtoffer 2] opdracht te geven contact op te nemen met het nummer in voornoemd bericht en/of
- zich tijdens dit gesprek voor te doen als een medewerker van een bank en/of FIOD en/of
- te vragen om de pincode(s) en/of
- aan te geven dat de bankpassen, telefoons en/of cash geld opgehaald zouden worden door een koerier en/of
- naar het adres van die [slachtoffer 2] te gaan en/of zich voor te doen als koerier en/of voornoemde goederen op te halen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of één en/of meer onbekend gebleven pers o(o)n(en) op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een of meerdere bankpassen/digipassen, cash geld, (pin)codes en/of een of meerdere telefoons, door:
- die [slachtoffer 2] een bericht te sturen uit naam van F van Lanschotbank en/of
- die [slachtoffer 2] opdracht te geven contact op te nemen met het nummer in voornoemd bericht en/of
- zich tijdens dit gesprek voor te doen als een medewerker van een bank en/of FIOD en/of
- te vragen om de pincode(s) en/of
- aan te geven dat de bankpassen, telefoons en/of cash geld opgehaald zouden worden door een koerier en/of
- naar het adres van die [slachtoffer 2] te gaan en/of zich voor te doen als koerier en/of voornoemde goederen op te halen;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door de medeverdachte naar de woning van voornoemde [slachtoffer 2] en/of de betaalautomaat waar gepind is geworden met de bankpas van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [naam 3] te begeleiden en/of door de medeverdachte van kleding en/of attributen te voorzien en/of door de medeverdachte
aanwijzingen en/of opdrachten te geven;
3
hij op of omstreeks 26 september 2023 te Maastricht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder
zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel door onbevoegd gebruik te maken van een of meer bankpassen en/of (bijbehorende) pincodes;
4
hij op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van ongeveer 80.000 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag van ongeveer 80.000 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 6 oktober 2023 te Tegelen, gemeente Venlo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door tegen die [medeverdachte 3] te zeggen dat hij mee moest gaan en/of door aanwezig te zijn bij het ophalen van voornoemd geldbedrag en/of door aanwezig te zijn tijdens het verbranden/wegmaken van bewijsmateriaal;