ECLI:NL:RBLIM:2026:5693

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
11800303 CV EXPL 25-2953
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Otto
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 97 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen over wateroverlast en leidingverplaatsing tussen buren

Eisende partijen en gedaagde partijen zijn buren met percelen op een helling, waarbij waterafvoer via een Wadi-systeem speelt. Gedaagde partijen groeven hun perceel af, wat verzakking veroorzaakte bij eisers. Eisers vorderden vergoeding voor kosten van leidingverplaatsing en schade, en een verklaring voor recht dat gedaagden onrechtmatig handelden.

Gedaagden stelden dat het Wadi-systeem niet functioneert en vorderden schadevergoeding en maatregelen van eisers. Beide partijen voerden verweer. De rechtbank oordeelde dat eisers geen belang hadden bij de verklaring voor recht, omdat de situatie gestabiliseerd was door een keermuur en de Wadi functioneert volgens Socotec.

De kosten voor leidingverplaatsing en beplanting blijven voor rekening van eisers, omdat gedaagden onvoldoende bewijs leverden voor hun stellingen. De schadevorderingen van gedaagden werden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband en bewijs. Ook vorderingen over camera’s, hekwerk en negatieve uitlatingen werden afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in hun eigen proceskosten.

Uitkomst: Alle vorderingen van beide partijen worden afgewezen en zij worden elk veroordeeld in hun eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11800303 \ CV EXPL 25-2953
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van

1.[eisende partij 1] ,

te [plaats] ,
2.
[eisende partij 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisende partijen] ,
gemachtigde: mr. D.V.C.J. Laumen,
tegen

1.[gedaagde partij 1] ,

te [plaats] ,
2.
[gedaagde partij 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [gedaagde partijen] ,
gemachtigde: mr. B.A.L.H. Robijns.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 23
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 t/m 9
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 24 t/m 27
- de nagekomen producties 10 t/m 16 aan de zijde van [gedaagde partijen]
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 januari 2026 en de spreekaantekeningen aan de zijde van [eisende partijen] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partijen] wonen aan het adres [adres 1] . [gedaagde partijen] wonen aan het adres [adres 2] . Beiden zijn eigenaren van de gelijknamige percelen. De percelen liggen op een helling en [adres 2] is het lager gelegen perceel. Tussen beide percelen lag een talud. Het talud bevond zich op perceel [adres 2] .
2.2.
Tijdens de bouw van de woning van [eisende partijen] is er een Wadi gerealiseerd. [1] Op het perceel van [eisende partijen] zijn zeven infiltatiekratten geplaatst en aangesloten op een ten tijde van de bouw gelegde leiding. Deze leiding was deels gelegd op het perceel van [gedaagde partijen] en liep aldaar via een 90 graden hoek langs de erfgrens met [adres 1] en [adres 3] .
2.3.
In maart 2023 zijn [gedaagde partijen] begonnen met het afgraven van hun perceel, onder andere om een kelder en zwembad te realiseren. Door deze werkzaamheden is de grond op het perceel van [eisende partijen] verzakt. [eisende partijen] hebben een handhavingsverzoek ingediend bij de gemeente. Op 6 september 2023 heeft een technisch medewerker een inspectie uitgevoerd in de tuin van [eisende partijen] en een instabiele en onveilige situatie geconstateerd. Verder bleek de hiervoor genoemde (oranje) leiding te liggen op het perceel van [gedaagde partijen] . [gedaagde partijen] hebben bureau Top Expertise opdracht gegeven onderzoek te doen naar de herkomst van de leiding. Top Expertise heeft op 28 augustus 2023 ter plekke onderzoek verricht. De bevindingen van Top Expertise in hun rapport van
2 oktober 2023 luiden als volgt:
De oranje buis betreft een rioleringsbuis voor het afvoeren van regenwater vanuit de infiltratiekratten in de achtertuinen van de [straat] .
Het infiltratiesysteem bij de achtertuinen van de drie woningen aan de [straat] vertoont gebreken zoals in het RRS-rapport is vermeld.
(…)
De monteur van RRS stelde dat het een kwestie van tijd was voordat alle aanwezige infiltratiekratten helemaal verzadigd zouden zijn van regenwater.
Alsdan loopt het regenwater over richting de lagergelegen tuinen van onder andere uw cliënten en veroorzaakt daar wateroverlast.
(…)
De buis heeft niets van doen met uw cliënten.
De oranje IT-buis [2] kan worden verwijderd en omgelegd op de percelen van de achterburen. Dit dient te worden uitgevoerd door de achterburen.
Commetaar van uw cliënten
Uw cliënten hebben altijd een drassig terras gehad in de achtertuin. Nu moesten zij continu water in de te realiseren kelder wegpompen. Door de grote wateroverlast hebben zij aanzienlijk meer kosten moeten maken dan was geraamd om de afgegraven tuin vochtvrij te maken.
Wij achten het aannemelijk dat de vochtoverlast voor een groot deel veroorzaakt werd/wordt doordat neerslag minimaal werd afgevoerd door de afwatering die de achterburen in hun tuin hadden gerealiseerd.
2.4.
Bij brief van 12 december 2023 hebben [gedaagde partijen] [eisende partijen] gesommeerd om de leiding te verplaatsen naar het perceel van [eisende partijen] . Verder hebben [gedaagde partijen] [eisende partijen] aansprakelijk gehouden voor de geleden en nog te lijden schade als gevolg van de hoeveelheid hemelwaterafvoer dat wordt geloosd op het perceel [adres 2] , wat volgens [gedaagde partijen] het gevolg is van het gebrekkig water infiltratie systeem van [eisende partijen] .
2.5.
Bij brief van 9 januari 2024 hebben [eisende partijen] hierop gereageerd en deze aansprakelijkheid betwist. Volgens [eisende partijen] zijn de waterproblemen veroorzaakt door de door [gedaagde partijen] gerealiseerde kelder en het afgraven van het talud in combinatie met het feit dat de wijk is gelegen op een helling. Volgens [eisende partijen] dienen [gedaagde partijen] zelf zorg te dragen voor verplaatsing van de leiding en zijn zij bovendien aansprakelijk voor de verzakkingen in de tuin van [adres 1] .
2.6.
Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de gemeente een last onder dwangsom opgelegd aan [gedaagde partijen] , om maatregelen te nemen om de instabiele en onveilige situatie op te heffen.
2.7.
[eisende partijen] hebben vervolgens Socotec opdracht gegeven om onderzoek te doen naar onder andere de geschiktheid van het waterinfiltratiesysteem en de oorzaak van de verzakking op hun perceel. In het kader van dit onderzoek heeft Socotec op 11 juli 2024 een bezoek gebracht aan partijen. In het rapport van Socotec van 27 mei 2024 staan onder meer de volgende conclusies:
  • de infiltratiekratten zijn op de juiste wijze aangebracht en deze voorziening is geschikt voor het doel;
  • door het afsluiten van de leiding op het perceel [adres 2] is waterafvoer niet meer mogelijk en zal het waterpeil in de infiltratiekratten stijgen. Het is Socotec gebleken dat het systeem werkt, omdat bij het openen van de leiding daaruit water stroomde;
  • eventuele wateroverlast is het gevolg van het afdoppen van de leiding;
  • de ontstane verzakking is volgens Socotec het direct gevolg van het ontgraven van het talud. Het talud diende volgens het kavelpaspoort in stand te blijven;
  • het talud dient hersteld te worden om het water- en grondkerend en absorberend vermogen te herstellen;
  • Socotec heeft gevraagd om de rapportage van het bedrijf RRS, maar heeft deze rapportage niet mogen ontvangen.
2.8.
Bij e-mail van 13 september 2024 hebben [eisende partijen] aan [gedaagde partijen] gevraagd wanneer hekwerk en beplanting zou worden teruggeplaatst. Verder hebben [eisende partijen] aangekondigd zelf voor het verplaatsen van de leiding te zullen zorgen, maar dat de kosten daarvan voor rekening van [gedaagde partijen] behoren te komen. [gedaagde partijen] hebben daarop gereageerd en meegedeeld dat deze kosten voor rekening van [eisende partijen] komen.
2.9.
[gedaagde partijen] hebben bezwaar gemaakt tegen deze beslissing tot oplegging van een last onder dwangsom, welk bezwaar bij besluit van 18 september 2024 ongegrond is verklaard.
2.10.
[gedaagde partijen] hebben op hun perceel een keermuur aangebracht
om verdere verzakking te voorkomen. Hierdoor is de grond in de tuin van [eisende partijen] niet verder verzakt. [gedaagde partijen] hebben grond laten storten op het perceel van [eisende partijen] op de plek van de verzakking.
2.11.
Op 30 september 2025 heeft de gemeente meegedeeld dat [gedaagde partijen] hebben voldaan aan de last onder dwangsom en het handhavingsdossier wordt gesloten.
2.12.
[eisende partijen] hebben opdracht gegeven tot verplaatsing van de leiding, waardoor de buis niet meer over het perceel van [gedaagde partijen] loopt. [eisende partijen] hebben [gedaagde partijen] op 25 oktober 2024 verzocht om de kosten van het verplaatsen van de leiding te betalen. [gedaagde partijen] hebben niet betaald.
2.13.
In een e-mail van 2 december 2024 hebben [eisende partijen] [gedaagde partijen] voorgesteld om een punt achter de discussie te zetten op voorwaarde dat partijen over en weer geen rechtsmaatregelen zouden treffen. [gedaagde partijen] hebben niet op dit voorstel gereageerd.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[eisende partijen] vorderen, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
een verklaring voor recht dat [gedaagde partijen] onrechtmatig hebben gehandeld door te handelen in strijd met (een) kwalitatieve verplichting(en) zoals genoemd onder 2.4 en 2.5 van de dagvaarding en dat [gedaagde partijen] daardoor aansprakelijk zijn voor de bij [eisende partij 1] ontstane schade;
een verklaring voor recht dat [gedaagde partijen] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade;
[gedaagde partijen] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van
€ 239,99 (kosten verplaatsen leiding), te vermeerderen met wettelijke rente;
4. [gedaagde partijen] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 278,- (o.a. beplanting);
5. [gedaagde partijen] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 77,70 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
6. [gedaagde partijen] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[gedaagde partijen] voeren verweer.
In reconventie
3.3.
[gedaagde partijen] vorderen:
1. [eisende partijen] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van
€ 58.995,-, te vermeerderen met rente;
2. dat [eisende partij 1] zich onthoudt van het richten van opnameapparatuur op het erf van [gedaagde partijen] ;
3. dat [eisende partijen] zich onthouden van het verwijderen van ‘privacymaatregelen’ die [gedaagde partijen] aan het mandelige hek bevestigen;
4. dat [eisende partij 1] zich onthoudt van het doen van negatieve uitlatingen en bedreigingen tegen [gedaagde partijen] en zijn kinderen;
5. [eisende partijen] te veroordelen om binnen 30 dagen na het vonnis ervoor zorg te dragen dat de regenwaterafvoer deugdelijk is aangesloten op de riolering zodat deze niet meer afwatert richting het perceel van [gedaagde partijen] ;
6. [eisende partijen] te veroordelen om voldoende irrigatiemaatregelen te treffen zodat het water op het erf van [eisende partijen] voldoende in de grond kan infiltreren en ook via het Wadi-systeem kan worden afgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van Top Expertise;
7. [eisende partijen] te veroordelen tot betaling van dwangsommen indien zij zich niet houden aan de veroordelingen onder 3 tot en met 5;
8. [eisende partijen] te veroordelen in de proceskosten.
3.4.
[eisende partijen] voeren verweer tegen de reconventionele vorderingen.
In conventie en reconventie
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie
Verklaring voor recht; standpunten partijen
4.1.
[eisende partijen] stellen dat [gedaagde partijen] door het afgraven van het talud en het afdoppen van een drainagebuis een onrechtmatige gedragingen hebben begaan. [gedaagde partijen] hebben hierdoor immers in strijd met meerdere kwalitatieve verplichtingen gehandeld. Deze kwalitatieve verplichtingen houden volgens [gedaagde partijen] in om het talud te dulden en niet te verwijderen en om in, op of boven het verkochte pijpleidingen en andere werken van openbare doeleinden te gedogen. Subsidiair stellen [eisende partijen] zich op het standpunt dat [gedaagde partijen] hebben gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Door het afgraven van het talud is een gedeelte van de tuin van [eisende partijen] verzakt en tot heden niet in oude staat teruggebracht. Hoewel er op dit moment nog geen problemen zijn ondervonden door [eisende partijen] , vrezen zij wel dat de huidige constructie in de toekomst problemen kan opleveren. Doordat het absorberend talud is weggenomen en een keerwand is geplaatst, kan overtollig hemelwater niet geabsorbeerd worden en is het aannemelijk dat dit op lager gelegen percelen zal belanden.
4.2.
[gedaagde partijen] betogen dat [eisende partijen] zich niet kunnen beroepen op de door hen benoemde contractuele afspraken. [eisende partijen] zijn immers niet verkoper van het perceel [adres 2] . Over het talud merken [gedaagde partijen] op dat er een vergunning is verleend voor het aanbrengen van een keermuur.
[gedaagde partijen] stellen dat uit het kavelpaspoort volgt dat zij geen leidingen te dulden hebben op hun perceel en dus niet aansprakelijk zijn voor de kosten van verplaatsing van de leiding. Socotec heeft in het geheel geen onderzoek uitgevoerd naar het systeem dat onder de grond ligt en is alleen ter plekke komen kijken. Van de conclusies van Socotec kan daarom niet worden uitgegaan. [gedaagde partijen] blijven daarom bij de stelling dat het infiltratiesysteem op het perceel van [eisende partijen] niet naar behoren werkt. Verder is een keerwand pas geplaatst na afronding van de verbouwingswerkzaamheden. De tuin van [eisende partijen] is niet verder verzakt. Inmiddels is grond bijgestort.
Geen belang bij afgifte verklaring voor recht
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partijen] geen belang hebben bij de door hen gevorderde verklaring voor recht. [eisende partijen] erkennen immers dat sinds de plaatsing van de keerwand er geen verdere verzakking meer heeft plaatsgevonden van de grond in hun tuin. [3] [eisende partijen] stellen weliswaar dat de tuin niet in de oude staat is hersteld, maar uit de foto’s die zij onder productie 20 hebben overlegd blijkt niet wat er dan nog in oude staat hersteld dient te worden. [eisende partij 1] heeft ter zitting op de vraag welk belang hij nog heeft bij de gevorderde verklaring voor recht geantwoord dat dit belang is gelegen in een mogelijke toekomstige vordering als gevolg van mogelijk schade doordat er thans een keerwand is aangebracht die geen water absorberend vermogen heeft. De kantonrechter stelt echter vast dat de Wadi volgens Socotec functioneert en de gemeente het handhavingstraject heeft gesloten omdat de door [gedaagde partijen] genomen maatregelen voldoende werden geacht. Op dit moment zijn er te weinig aanknopingspunten om te oordelen dat er alsnog schade zal ontstaan waarvoor [eisende partijen] verantwoordelijk moeten worden geacht. De keerwand hebben [gedaagde partijen] laten aanbrengen en als dit tot gevolg heeft dat er meer water afvloeit op het perceel van [gedaagde partijen] , dan is dit het gevolg van een handeling van henzelf. Dit betekent dat de gevorderde verklaringen voor recht zullen worden afgewezen.
Kosten voor verplaatsen leiding&beplanting blijven voor [eisende partijen]
4.4.
[eisende partijen] hebben de drainagebuis laten herstellen en verplaatsen en dit heeft € 239,99 gekost. Verder hebben [gedaagde partijen] volgens [eisende partijen] hekwerk, antiworteldoek, steensplit en beplanting verwijderd, terwijl deze zaken eigendom waren van [eisende partijen] . Ook hiervoor hebben [eisende partijen] kosten gemaakt, omdat [gedaagde partijen] enkel het hek hebben teruggeplaatst, maar niet de beplanting, antiworteldoek en steensplit. Deze kosten bedragen € 278,-. Verder stellen [eisende partijen] dat de leiding er al lag toen zij de woning kochten en dat [gedaagde partijen] de leiding niet had mogen afsluiten.
4.5.
[gedaagde partijen] voeren aan dat zij op grond van het kavelpaspoort geen leidingen hoeven te dulden op hun perceel. [eisende partijen] hebben het Wadi-systeem volgens [gedaagde partijen] niet overeenkomstig het kavelpaspoort aangelegd. [gedaagde partijen] stellen eigenaar te zijn van de beplanting en dat het hekwerk mandelig is en precies op hetzelfde punt is teruggeplaatst. Volgens [gedaagde partijen] volgt uit de foto’s dat zij zelf eigenaar waren van de beplanting. Aan [eisende partijen] komt dus geen vergoeding toe voor kosten van de beplanting e.d.. [gedaagde partijen] verwijzen naar het rapport van Top Expertise waarin staat dat de leiding één meter te ver naar achter is geplaatst, waardoor deze zich op het perceel van [gedaagde partijen] bevindt. [4]
4.6.
De stelling van [gedaagde partijen] dat de leiding die is verbonden met het Wadi-systeem van [eisende partijen] ten onrechte op het perceel van [gedaagde partijen] is aangelegd, is door [eisende partijen] onvoldoende weersproken. [gedaagde partijen] betwisten dat zij klimop van [eisende partijen] hebben verwijderd. Met de foto’s onder productie 18 en de technische omschrijving van Plan Park Hoogveld onder productie 19 hebben [eisende partijen] niet aangetoond dat [gedaagde partijen] wel klimopbeplanting van [eisende partijen] hebben verwijderd. De kosten voor het verplaatsen van de leiding en de beplanting dienen daarom voor [eisende partijen] te blijven. Deze vorderingen zullen daarom worden afgewezen.
Buitengerechtelijke kosten worden afgewezen
4.7.
Omdat de hiervoor beoordeelde vorderingen worden afgewezen, is er geen grond om [gedaagde partijen] te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten.
Proceskosten
4.8.
[eisende partijen] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partijen] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
360,00
In reconventie
Kantonrechter absoluut bevoegd
4.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter verzet de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie zich tegen afzonderlijke behandeling en zal de kantonrechter (dus) ook beslissen op de vordering in reconventie. [5]
Niet aangetoond dat Wadi niet functioneert
4.10.
[gedaagde partijen] baseren hun vordering tot schadevergoeding op de stelling dat het Wadi-systeem van [eisende partijen] niet deugdelijk functioneert. Als bewijs van deze stelling verwijzen zij naar het rapport van Top Expertise. Volgens [gedaagde partijen] maakt het rapport van Socotec dit niet anders, omdat Socotec geen deugdelijk onderzoek heeft verricht, maar zich heeft beperkt tot een visuele inspectie. Omdat het Wadi-systeem van [eisende partijen] verkeerd is aangelegd, kan het water onvoldoende worden opgevangen op het perceel van [eisende partijen] waardoor er wateroverlast ontstaat voor [gedaagde partijen] . [gedaagde partijen] stellen dat de stabiliteit en kwaliteit van de grond door een gebrekkige afwatering op het perceel van [eisende partijen] is aangetast. Hierdoor hebben [gedaagde partijen] extra (verstevigende) maatregelen moeten treffen, waardoor de bouw vertraging heeft opgelopen. De kosten daarvan bedragen volgens [gedaagde partijen]
€ 58.995,-. [gedaagde partijen] verwijzen naar een schriftelijke verklaring van [persoon] die verantwoordelijk was voor de afgraafwerkzaamheden. Daarnaast verwijzen zij naar een rapport van een geotechnisch bureau. [6]
4.11.
[eisende partijen] weerspreken dat zij aansprakelijk zijn voor de gestelde schade. Onder verwijzing naar het rapport van Socotec stellen zij dat sprake is van een deugdelijk werkend Wadi-systeem. [eisende partijen] stellen dat de woningen zich bevinden in een landschap met aanzienlijke hoogteverschillen en dat bekend is dat lager gelegen percelen een verhoogde kans hebben op wateroverlast. In 2023 waren er zeer natte weersomstandigheden. [eisende partijen] betwisten het causale verband tussen de vermeende wateroverlast, het Wadi-systeem en de gevorderde schade. Bovendien lijken de facturen die [gedaagde partijen] ter onderbouwing van de schade hebben overlegd eerder verband te houden met de reguliere verbouwingskosten.
4.12.
De kantonrechter overweegt als volgt. De conclusies van Top Expertise zijn voornamelijk gebaseerd op het onderzoek door RRS. Het rapport van RRS is bij de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie overgelegd. In dit rapport staat het volgende over het Wadi-systeem:
Over de functionaliteit van het stelsel kan men redelijk wat vragen stellen. Het stelsel is gelegd in een gebied wat voornamelijk bestaat uit klei, ondanks dat er wel een zandlaag gestort is geweest bij het leggen kan men de vraag stellen of dit effectief genoeg is gezien de geconstateerde problemen. Er is geen mogelijkheid om het stelsel te reinigen zonder grote delen algeheel vrij te graven mochten er problemen voorkomend doordat het stelsel verzadigd raakt met klei en modder zoals evident uit de opnames.
RRS vervolgt verder dat de gebruikte materialen niet geschikt zijn voor een stelsel dat is bedoeld voor het afvoeren van water. RRS benoemt de volgende oorzaken voor wateroverlast en modderstromen voor de lagergelegen huizen: de helling waarop de wijk is gebouwd, het feit dat veel hemelwaterafvoeren los lozen over de tuinen en de kleigrond.
RRS heeft met een camera de leidingen geïnspecteerd.
4.13.
Uit het rapport van Socotec volgt dat uit afbeeldingen blijkt dat de infiltratiekratten op de juiste wijze zijn aangebracht en geschikt zijn voor het afvoeren van water. Socotec benoemt verder dat door het afsluiten van de leiding die over het perceel van [gedaagde partijen] liep, het water niet meer afgevoerd kon worden als de infiltratiekratten vol waren. Dat het systeem wel functioneel was blijkt volgens Socotec uit het feit dat er water uit de buis stroomde toen deze werd ontsloten. Volgens Socotec blijkt uit afbeeldingen dat de infiltratiekratten leeg waren en ten opzichte van de Wadi zijn afgestort met grof zand. De door [gedaagde partijen] ervaren wateroverlast is volgens Socotec het gevolg van het handelen van [gedaagde partijen] zelf.
4.14.
Socotec stelt te hebben verzocht om de rapportage van RRS, maar dat zij deze niet hebben gekregen. [eisende partijen] hebben ook geen reactie van Socotec op het nadien wel overgelegde rapport van RRS in het geding gebracht. De kantonrechter kan dus niet beoordelen of de bevindingen van RRS tot andere conclusies van Socotec zou hebben geleid. Wel zijn de bevindingen van RRS vrijwel letterlijk overgenomen in het rapport van Top Expertise. In die zin heeft Socotec daar toch kennis van genomen.
4.15.
De kantonrechter komt op basis van hetgeen uit de rapporten blijkt en de stellingen van partijen en onderbouwing daarvan tot het oordeel dat niet als vaststaand kan worden aangenomen dat het Wadi-systeem in onvoldoende mate functioneert. Al zou worden aangenomen dat het Wadi-systeem niet optimaal functioneert, dan kan ook dan niet worden aangenomen dat dit de enige of voornaamste oorzaak is van de door [gedaagde partijen] gestelde/ervaren wateroverlast en extra bouwkosten.
4.16.
RRS stelt vragen bij de functionaliteit van het stelsel, maar komt ook niet tot de conclusie dat het systeem in het geheel niet werkt. Volgens RRS kan de vraag worden
gesteldof het systeem effectief genoeg is. Dat dit zo is, heeft RRS dus niet met zekerheid kunnen vaststellen. Bovendien benoemt RRS andere oorzaken van mogelijke wateroverlast. Weliswaar heeft RRS de leidingen geïnspecteerd, maar niet de kratten zelf. Daarbij is de conclusie van RRS gebaseerd op de onmogelijkheden (beter gezegd: de obstakels) om het systeem te reinigen, maar uit de foto’s blijkt niet dat de leidingen verstopt waren; er lag een laagje modder in, meer niet. Volgens Socotec is het systeem wel effectief en dit is ook gebleken omdat er water stroomde uit de ontsloten leiding.
4.17.
Daarbij is de wijk gelegen op een helling. [gedaagde partijen] hadden dus sowieso rekening moeten houden met het gegeven dat lagergelegen percelen het water dat van bovenaf komt moeten kunnen verwerken, ook los van het Wadi-systeem van [eisende partijen] . [gedaagde partijen] hadden de leiding niet moeten afsluiten. Door dit wel te doen, hebben zij het risico genomen dat meer water zou toestromen naar hun perceel, dan in het geval zij dit niet hadden gedaan. Het is aannemelijk dat een onderkeldering, het afgraven van een talud en dit vervangen door een keermuur, het aanleggen van een zwembad gevolgen heeft voor het waterabsorberend vermogen van het perceel van [gedaagde partijen] . De keuze voor die bouwplannen, in een tijd waarin er meer dan voorheen heftigere buien voorkomen en natte perioden langer voortduren, komt voor rekening van [gedaagde partijen] zelf.
4.18.
[gedaagde partijen] hebben facturen en werkbonnen overgelegd voor de afvoer van grond, huur van materieel en de aanschaf van materialen, advocatenrekeningen, een factuur voor de uitbreiding van de woning (waaronder het plaatsen van een zwembad). [gedaagde partijen] hebben niet aangetoond dat deze facturen bestaan uit meerkosten als gevolg van het gestelde niet effectieve Wadi-systeem.
4.19.
De schriftelijke verklaring van [persoon] leidt niet tot een andere conclusie. In die verklaring staat dat de grond in verband met het afvoersysteem achter de tuin van [adres 2] zodanig waterig was geworden, dat deze naar een andere eindafvoerder moest worden gebracht en in verband met het afgraven een speciale boor benodigd was. Zoals hiervoor is overwogen is de kantonrechter er niet van overtuigd dat dit alles het gevolg is van een gebrekkig functionerend Wadi-systeem. De e-mail van het geotechnisch adviesbureau bevat technische gegevens in verband met een diepere ontgraving en zegt dus ook niets over een mogelijk causaal verband tussen het Wadi-systeem en gestelde schade.
Regenwaterafvoer
4.20.
[gedaagde partijen] vorderen dat [eisende partijen] de regenafvoer dient aan te sluiten op het riool. [eisende partijen] stellen dat hun dit niet is toegestaan op grond van de leveringsakte. In de leveringsakte is in artikel 10 bepaald Pro dat het koper niet is toegestaan om hemelwater te lozen op het openbare rioolstelsel anders dan omschreven in een bijlage bij de koopovereenkomst. [gedaagde partijen] hebben op deze stelling niet meer concreet gereageerd. De vordering onder 6 zal dan ook worden afgewezen.
4.21.
De vordering van € 58.995,- alsook de vorderingen onder 6 en 7 zullen worden afgewezen.
Camera/begluren
4.22.
[gedaagde partijen] stellen dat [eisende partij 1] hen begluurt en dat het door [eisende partijen] aangebrachte camerasysteem gericht is op hun tuin en woning. [eisende partijen] hebben dit betwist; volgens hen is het camera-systeem niet gericht op het perceel van [gedaagde partijen] . Volgens [eisende partijen] is er slechts één camera en die dient ter beveiliging van hun eigen perceel.
4.23.
[gedaagde partijen] vorderen een verbod om opnameapparatuur te richten op het erf van [gedaagde partijen] . Hoewel het maken van video-opnames een stap verder gaat dan het begluren, is de vordering niet gebaseerd op de stelling dat [eisende partij 1] de familie [gedaagde partij 1] begluurt. Gelet daarop en gelet op de betwisting van [eisende partijen] dat sprake is van begluren, ziet de kantonrechter geen aanleiding het gevorderde verbod op straffe van een dwangsom toe te wijzen. [gedaagde partijen] hebben niet aangetoond dat sprake is van een onrechtmatige situatie.
Hekwerk
4.24.
[gedaagde partijen] stellen dat sprake is van een mandelig hekwerk en [eisende partij 1] zich onrechtmatig gedraagt door het op het hekwerk door [gedaagde partij 1] aangebrachte doek te verwijderen en los te knippen. [eisende partijen] stellen dat het hekwerk volledig op hun perceel staat en voor zover sprake zou zijn van mandeligheid is het [gedaagde partijen] niet zonder meer toegestaan om enige een doek zonder toestemming van [eisende partijen] aan dit hekwerk te bevestigen. De kantonrechter is van oordeel dat, uitgaande van mandeligheid van het hekwerk, het [gedaagde partijen] niet is toegestaan om een doek daarop aan te brengen. Bovendien is inmiddels een schutting gerealiseerd tussen beide percelen. De vordering onder 7 zal worden afgewezen.
Negatieve uitlatingen
4.25.
[gedaagde partijen] stellen dat [eisende partij 1] zich met enige regelmaat schuldig heeft gemaakt aan het uitschelden van bouwvakkers, het achterlaten van negatieve recensies en het uitschelden van de moeder van [gedaagde partij 1] . [eisende partijen] betwisten deze stelling. De kantonrechter zal deze vordering dan ook afwijzen. De verbouwing is inmiddels afgerond en de stelling dat [eisende partij 1] de moeder van [gedaagde partij 1] heeft uitgescholden is niet geconcretiseerd en bovendien betwist door [eisende partijen] .
Dwangsommen
4.26.
De vordering tot het opleggen van dwangsommen zal eveneens worden afgewezen.
Proceskosten
[gedaagde partijen] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partijen] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
866,00
(2 punten × € 433,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.010,00
4.27.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eisende partijen] af,
5.2.
veroordeelt [eisende partijen] in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partijen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
In reconventie
5.3.
wijst de vorderingen van [gedaagde partijen] af,
5.4.
veroordeelt [gedaagde partijen] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.010,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partijen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
In conventie en reconventie
5.6.
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Voetnoten

1.Wadi = een Water Afvoer Drainage en Infiltratiesysteem.
2.IT riolering = Infiltratie Krat riolering.
3.Randnummer 2.31 van de dagvaarding. Socotec meldt in haar rapport van 27 mei 2024 dat nog geen sprake was van een stabiele situatie, maar sindsdien hebben zich (dus) geen verdere verzakkingen voorgedaan.
4.Rapport Top Expertise, pagina 10.
5.Artikel 97 lid Pro Rv.
6.Productie 7 t/m 9 bij de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie.