Uitspraak
1.De procedure
- het mondeling antwoord
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Limburg
FBTO Zorgverzekeringen vordert betaling van achterstallige zorgpremies van de gedaagde, die aanvullend verzekerd was bij Achmea. De premies over drie maanden zijn niet betaald, ondanks facturen en deurwaardersinterventie. Na gedeeltelijke betaling resteert een bedrag van €343,31.
De gedaagde betwist de identiteit en beroept zich op artikel 30 EVRM Pro, maar ontkent niet de openstaande premies. De rechtbank oordeelt dat FBTO voldoende bewijs heeft geleverd van de vordering en dat de gedaagde in verzuim is, waardoor rente en incassokosten terecht zijn berekend.
De betaling na deurwaardersinterventie wordt eerst verrekend met rente en incassokosten conform artikel 6:44 BW Pro. De buitengerechtelijke incassokosten zijn volgens de wettelijke normen en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten correct vastgesteld. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van het restantbedrag met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €343,31 plus rente en proceskosten.