Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- het vonnis in incident van 24 december 2025,
- de brief waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het verzoek van Smeets Loopcomfort Beheer tot het verlenen van verlof tot het instellen van tussentijds hoger beroep tegen het vonnis van 24 december 2025,
- de reactie op voormeld verzoek van Novum,
- de beslissing van de rechtbank houdende de afwijzing van voormeld verzoek,
- de conclusie houdende de incidentele vordering tot aanhouding van Smeets Loopcomfort Beheer met productie 1,
- de conclusie van antwoord in het incident met productie 47.
2.De vordering in het incident en de beoordeling daarvan
in dat kader gegevenbeslissing op het verzoek tot inzage staat op grond van artikel 200 lid 1 Rv Pro hoger beroep open. Deze bepaling geldt niet voor een op grond van artikel 195 Rv Pro gewezen incidenteel tussenvonnis [1] , waartegen – behoudens daartoe verleend verlof – geen hoger beroep openstaat. Het alsnog ingesteld beroep en voormelde overweging van het hof geven daarom geen aanleiding deze procedure aan te houden.
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt x tarief II),
- nakosten