Uitspraak
1.De procedure
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord,
- de brief van 23 februari 2026 waarin is medegedeeld dat een mondelinge behandeling is
2.De feiten
3.Het geschil
- de huurovereenkomst ontbindt,
- [huurder] veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde,
- [huurder] veroordeelt tot betaling van € 2.314,37, waarin een bedrag van € 76,79 aan wettelijke rente is begrepen en een bedrag van € 272,23 aan incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 1.965,35 vanaf 5 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling,
- [huurder] met ingang van 1 februari 2026 veroordeelt tot betaling van € 465,51 per maand aan huur c.q. gebruiksvergoeding voor iedere maand of gedeelte daarvan dat [huurder] in gebreke blijft met ontruiming van het gehuurde zulks onder voorbehoud van de eventuele (wettelijk) toegestane huurverhogingen,
- [huurder] veroordeelt in de proceskosten.