ECLI:NL:RBLIM:2026:557

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
03.371103.24
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het vervoeren van heroïne met een gewicht van 6,5 kilo

Op 20 januari 2026 heeft de Rechtbank Limburg in Maastricht uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 19 november 2024 in Nuth, gemeente Beekdaelen, opzettelijk 6.488,90 gram heroïne heeft vervoerd. De verdachte, bijgestaan door zijn advocaat mr. P.W. Szymkowiak, heeft tijdens de zitting op 6 januari 2026 verklaard dat hij dacht hasj te vervoeren, maar dat hij niet heeft gecontroleerd wat hij daadwerkelijk vervoerde. De rechtbank achtte het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, mede op basis van de bekennende verklaring van de verdachte en het proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte strafbaar is en heeft een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke straf, waaronder het meewerken aan schuldhulpverlening en het vinden van betaald werk. De rechtbank heeft ook de in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. De beslissing is gebaseerd op de artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.371103.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 20 januari 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum verdachte] ,
wonende te [adres verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 januari 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte opzettelijk 6.500 gram heroïne heeft vervoerd.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat het precieze gewicht van de vervoerde heroïne 6.488,90 gram is.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank [1]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 19 november 2024 in Nuth opzettelijk 6.488,90 gram heroïne heeft vervoerd. Omdat de verdachte dit feit ter terechtzitting – met de hierna te noemen kanttekening - heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
  • de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 januari 2026;
  • het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van een verborgen ruimte in de auto van verdachte p. 11 en 12, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van bevindingen p. 15, de kennisgevingen van inbeslagneming p. 85 en 105, het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen p. 73-79 en de rapporten NFIdent p. 80 en 81.
De verdachte heeft bekend dat hij verdovende middelen van Rotterdam naar Limburg heeft vervoerd, met dien verstande dat hem zou zijn verteld dat het ging om hasj. Hij heeft verder verklaard dat hij niet heeft gecontroleerd wat hij van Rotterdam naar Limburg vervoerde. Onder deze omstandigheden heeft hij tenminste wetenschap in voorwaardelijke zin gehad van het vervoeren van de aangetroffen heroïne. Doordat de verdachte de drugs in zijn eigen auto vervoerde, had hij ook de beschikkingsmacht daarover.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 19 november 2024 te Nuth, gemeente Beekdaelen, opzettelijk heeft vervoerd 6.488,90 gram heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5.De strafoplegging

5.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 308 dagen voorwaardelijk met proeftijd van twee jaren en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 120 uren, bij niet (goed) uitvoeren te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis.
5.2
Het standpunt van de verdediging
Wanneer de vordering van de officier van justitie niet wordt gevolgd, verzoekt de verdediging een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, zodat daarnaast de maximale taakstraf kan worden opgelegd. De verdachte zal dan in elk geval zijn woning kunnen behouden.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van een forse hoeveelheid van ongeveer 6,5 kilogram heroïne. De rechtbank beschouwt dit als een ernstig feit. Het betreft een hoeveelheid die evident bestemd was voor de verdere handel. Heroïne is een voor de volksgezondheid zeer schadelijke stof en de handel in harddrugs heeft veel gerelateerde vermogens- en andere criminaliteit tot gevolg. Door het vervoeren van de heroïne heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de drugshandel.
De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Het uitgangspunt voor het vervoeren van een hoeveelheid van 6,5 kilogram heroïne voor een
first offenderis een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 28 tot 32 maanden. De rechtbank neemt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt. Hoewel de wijze van het transport van de heroïne - in een verborgen ruimte in de auto van de verdachte - kan duiden op een georganiseerd verband, zal de rechtbank hiervan in het voordeel van de verdachte bij de bepaling van de straf niet uitgaan.
Uit het strafblad van de verdachte van 24 november 2025 volgt dat hij op 2 november 2022 in de Bondsrepubliek Duitsland is veroordeeld voor de invoer van verdovende middelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaren. Dit weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee bij de bepaling van de straf(maat).
De rechtbank heeft ook kennis genomen van het reclasseringsrapport van 4 december 2025. Daarin staat onder meer dat de verdachte na de schorsing van de voorlopige hechtenis werk heeft gevonden en de Cova+ training heeft gevolgd. De verdachte wordt gezien als iemand die kwetsbaar is en extra ondersteuning kan gebruiken. Het recidiverisico wordt laag ingeschat wanneer de betrokken hulpverlening en de stabiliteit op de leefgebieden behouden blijven. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waarbij het toezicht dat bij de schorsing van de voorlopige hechtenis werd bevolen, zal doorlopen en een ambulante behandeling wordt opgestart. Daarnaast luidt het advies als voorwaarden op te nemen het meewerken aan schuldhulpverlening en het vinden en behouden van betaald werk.
De rechtbank acht het met de reclassering van belang dat de verdachte hulp geboden krijgt en zal daarom een deel van de op te leggen straf in voorwaardelijke zin opleggen, met daaraan gekoppeld de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Gelet evenwel op de ernst van het feit en de recidive van de verdachte kan de rechtbank niet volstaan met een straf zoals door de officier van justitie is gevorderd of zoals door de verdediging subsidiair is verzocht. De op te leggen straf dient ertoe om te voorkomen dat de verdachte opnieuw een dergelijk delict pleegt, maar is er ook op gericht om anderen ervan te weerhouden zich in het criminele drugscircuit te begeven (generale preventie) en op vergelding. In soortgelijke zaken worden daarom doorgaans lange gevangenisstraffen opgelegd, ook aan
first offenders,hetgeen de verdachte niet is. De rechtbank is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden in de persoon van de verdachte die ertoe moeten leiden dat hiervan moet worden afgeweken. Het gegeven dat de verdachte tijdens zijn schorsing werk heeft gevonden en een training heeft gevolgd, is weliswaar positief, maar legt onvoldoende gewicht in de schaal als op de andere kant van de balans de ernst van het feit (al helemaal in combinatie met de recidive) ligt.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden opleggen zoals door de reclassering geadviseerd.
De tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

6.Het beslag

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. De auto met de verborgen ruimte kan dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod
- verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
  • veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
  • stelt als bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen, dat de veroordeelde:
zich meldt binnen twee werkdagen dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland (telefoonnummer 088 804 15 01). Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang zij dat nodig vindt;
zich laat behandelen door polikliniek De Rooyse Wissel of een soortgelijke zorg-verlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalings-regelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de veroordeelde:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteits-bewijs ter inzage aanbiedt om zijn identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Beslag
- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:
  • personenauto (goednummer G1756667);
  • 13 stuks verdovende middelen (goednummers G1756887 en G1756677);
  • 13 stuks fusten (goednummers G1760530, G1760531, G1760532, G1760533, G1760534, G1760535, G1760536, G1760537, G1760538, G1760539, G1760540, G1760541 en G1760542).
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter,
mr. H.M.J. Quaedvlieg en mr. S.L.M. van Venrooij, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 20 januari 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 19 november 2024 te Nuth, gemeente Beekdaelen opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 6500 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL 2300-2024188998, gesloten op 7 januari 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 128.