Uitspraak
1.[verzoekster 1] ,
2.
[verzoekster 2],
3.
[verzoekster 3],
Rechtbank Limburg
Op 23 januari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een zaak waarin drie erfgenamen verzoeken om het ontslag van de executeur in de nalatenschap van hun moeder wegens gewichtige redenen. De executeur werd verweten zijn verplichtingen niet na te komen, zoals het niet opstellen van een volledige boedelbeschrijving, het nalaten van beheer en verkoop van de woning, en het niet verstrekken van informatie aan de erfgenamen.
De executeur was niet verschenen op de zittingen en voerde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de executeur behoorlijk was opgeroepen en dat het niet verschijnen voor zijn risico kwam. Op grond van de feiten en de wettelijke bepalingen over de taken en verplichtingen van een executeur, oordeelde de kantonrechter dat er gewichtige redenen waren om de executeur te ontslaan.
Vervolgens werd de dochter die in het testament als opvolgend executeur was benoemd, erkend als opvolgend executeur met de bevoegdheid het beheer over de nalatenschap te voeren en schulden te voldoen. De ontslagen executeur werd verplicht binnen twee weken na betekening rekening en verantwoording af te leggen, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werd een beheersregeling getroffen waarbij de opvolgend executeur ook het beheer krijgt over de nalatenschap van de vader en de ontbonden gemeenschap van goederen.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot meer of anders werd afgewezen.
Uitkomst: De executeur is ontslagen wegens nalatigheid en de opvolgend executeur is benoemd met het volledige beheer over de nalatenschap en ontbonden gemeenschap.