Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De verdere procedure
2.De feiten
3.Het geschil
I. Aan de hand van de door [broer] in het incident te verstrekken bescheiden bij wijze van verklaring voor recht de omvang van de legitimaire massa en de legitieme portie van eiseres vast zal stellen;
IV. Bij wijze van verklaring voor recht de omvang van de legitieme portie van [zus] vast te stellen op € 300.000,00 dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; en
I. voor recht verklaart dat [broer] een vordering op de nalatenschap heeft van € 167.740,72, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
4.De beoordeling
De vraag die in dit verband moet worden beantwoord is wat de waarde van de woning op het moment van overlijden was.
- De saldi per [datum] 2023 van de bank- en girorekeningen en de nummers van deze rekeningen;
- De belastingaanslagen, met name de Inkomstenbelasting;
- Bankafschriften te verstrekken die zijn op de periode van vijf jaren voorafgaand aan het overlijden van moeder op [datum] 2023.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering om meerdere redenen moet worden afgewezen.
Daarmee wordt de gevorderder verklaring voor recht afgewezen.
- Deurwaarderskosten € 320,37
- Griffierecht € 320,00
- Kosten advocaat € 1214,00 (1 punt, waarde tarief anno 2024)