ECLI:NL:RBLIM:2026:5535

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/03/352304 / KG ZA 26-178
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen straatverbod en verstekvonnis in kort geding

In deze kort geding procedure heeft eiser verzet aangetekend tegen een eerder gewezen verstekvonnis waarin een straatverbod was opgelegd onder verbeurte van een dwangsom. De procedure omvatte schriftelijke stukken, waaronder dagvaarding en producties, en een mondelinge behandeling op 4 juni 2026.

De voorzieningenrechter heeft het verzet beoordeeld en geoordeeld dat het ongegrond is. Het verstekvonnis van 15 april 2026 wordt derhalve integraal in stand gelaten. Daarnaast is eiser veroordeeld in de proceskosten, die binnen veertien dagen voldaan dienen te worden, met een vermeerderen van kosten bij niet-tijdige betaling.

De uitspraak is mondeling gedaan op 4 juni 2026 en de schriftelijke motivering zal uiterlijk op 18 juni 2026 volgen. Hiermee is het straatverbod definitief bevestigd en blijft de dwangsomregeling van kracht.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis met straatverbod blijft integraal in stand.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/352304 / KG ZA 26-178
Vonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
[persoon 1],
wonende te [plaats 1] ,
eiser/oppossant,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
advocaat: mr. B. Coomans,
tegen
[persoon 2],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde/geopposseerde,
hierna te noemen: [persoon 2] ,
advocaat: mr. R.P.H.W. Haas.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de onderhavige verzetprocedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met de producties 1 tot en met 4,
- de brief met de producties 19 tot en met 24 van [persoon 2] ,
- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026 met de spreekaantekeningen van mr. Haas.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag, zulks mondeling ter zitting. De schriftelijke motivering van deze uitspraak zal nader, uiterlijk op 18 juni 2026, volgen.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter
2.1.
verklaart het verzet ongegrond,
2.2.
laat het gewezen verstekvonnis van 15 april 2026 onder zaaknummer C/03/350724 / KG ZA 26-103 integraal in stand,
2.3.
veroordeelt [persoon 1] in de proceskosten van € 1.707,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [persoon 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 om 14:18 uur