Uitspraak
RECHTBANK Limburg
[gedaagde],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [eiser].
Rechtbank Limburg
Eiser is lid van een golfclub en kreeg op 21 november 2025 zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opgezegd door het bestuur van de vereniging. Tegen dit besluit tekende hij beroep aan bij de interne Commissie van Beroep, die volgens de statuten binnen zes weken uitspraak moet doen. Door omstandigheden is deze termijn ruimschoots overschreden en is de Commissie van Beroep zelfs afgetreden.
Eiser vordert in kort geding vernietiging van het bestuursbesluit en/of schorsing daarvan, en dat hij weer toegang krijgt tot het golfcomplex. De voorzieningenrechter oordeelt dat vernietiging in kort geding niet mogelijk is vanwege het declaratoire karakter, maar dat schorsing wel kan worden toegewezen vanwege het spoedeisend belang van eiser. Het lidmaatschap is immers geschorst en er is geen concreet uitzicht op een spoedige beslissing van een nieuwe Commissie van Beroep.
De rechter wijst de schorsing toe en beveelt dat eiser weer toegang krijgt tot het complex totdat de Commissie van Beroep een beslissing neemt. De kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het besluit tot opzegging van het lidmaatschap wordt geschorst en eiser krijgt weer toegang tot het golfcomplex totdat de Commissie van Beroep beslist.