ECLI:NL:RBLIM:2026:5449

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/03/350945 / KG ZA 26-116
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • De Bruijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.10 Aanbestedingswet 2012Art. 2.96 Aanbestedingswet 2012Art. 2.102 Aanbestedingswet 2012Art. 4.15 Aanbestedingswet 2012Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot gunning na intrekking voorlopige gunning wegens ontbreken ISO 9001-certificaat

De Gemeente Maastricht organiseerde een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de vervanging van de openbare verlichting. Consul Infra deed mee en kreeg een voorlopige gunning, onder de voorwaarde dat zij binnen tien dagen een geldig ISO 9001-certificaat zou overleggen. In plaats daarvan leverde zij een intern kwaliteitshandboek aan, waarop de Gemeente de voorlopige gunning introk omdat dit niet voldeed aan de geschiktheidseis.

Consul Infra stelde dat de eis disproportioneel was, dat haar kwaliteitshandboek gelijkwaardig was aan het certificaat en dat de Gemeente het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had geschonden door de toetsing pas na de voorlopige gunning uit te voeren. De rechtbank oordeelde dat de eis van een ISO 9001-certificaat proportioneel was gezien de omvang en complexiteit van de opdracht en dat de Gemeente een ruime beoordelingsvrijheid had.

Verder was er geen aanleiding om het kwaliteitshandboek als gelijkwaardig te beschouwen omdat Consul Infra niet aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van het certificaat haar niet kon worden aangerekend. De toetsing na de voorlopige gunning was toegestaan en de motivering van de intrekking was voldoende. De vorderingen van Consul Infra werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt de intrekking van de voorlopige gunning wegens het ontbreken van een geldig ISO 9001-certificaat.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/350945 / KG ZA 26-116
Vonnis in kort geding van 4 juni 2026
in de zaak van
CONSUL INFRA GROUP B.V.,
gevestigd te Heerlen,
eisende partij,
hierna te noemen: Consul Infra,
advocaat: mr. B. de Smit,
tegen
GEMEENTE MAASTRICHT,
zetelend te Maastricht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaten: mrs. P. Courtens en L.G.L Hartman-Ohnesorge.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 5,
- de door Consul Infra overgelegde producties 6 tot en met 8,
- de mondelinge behandeling van 21 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Consul Infra,
- de pleitnota van Gemeente.

2.De feiten

2.1.
De Gemeente heeft op 4 december 2025 een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor - kort gezegd - een projectteam voor de vervanging van de openbare verlichting in de gemeente Maastricht aangekondigd en tegelijk de aanbestedingsstukken gepubliceerd, waaronder:
- Deel A: het beschrijvend document (productie 1 dagvaarding, hierna ook: deel A)
- Deel B: de aanbestedingsvoorwaarden (productie 1 dagvaarding, hierna ook: deel B)
- Deel C de aanbestedingsprocedure (productie 1 dagvaarding, hierna ook: deel C).
2.2.
De geschiktheidseisen staan onder 3.2. van deel A vermeld. Daarin staat onder andere:
A.5 Kwaliteitsborgingsregelingen
De ondernemer dient aantoonbaar op de dag van inschrijving (en middels afschriften in te dienen op verzoek van de Opdrachtgever) te beschikken over de volgende, geldige certificeringen (of daaraan gelijkwaardige certificeringen):
• ISO 9001 voor Kwaliteit.
Door het ondertekenen van het UEA geeft u aan dat u aan deze eisen voldoet.
Indien u in aanmerking komt voor gunning dient u op verzoek van de aanbestedende dienst een kopie van een geldig ISO 9001 certificaat (of daaraan gelijkwaardig certificaat) te overleggen.’
2.3.
In deel C is onder meer de planning van de procedure vermeld, en wel als volgt:
2.4.
Consul Infra heeft zich ingeschreven op deze aanbesteding.
2.5.
Op 25 februari 2026 heeft de Gemeente aan Consul Infra meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht aan haar te gunnen, met het volgende verzoek:
‘Alvorens opdrachtgever kan overgaan tot een mogelijke definitieve gunning aan uw organisatie, dient u de benodigde bewijsmiddelen, ter onderbouwing van het door u bij uw inschrijving ingediende en ondertekende Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA), te verzenden binnen zeven (10) kalenderdagen via de berichtenmodule van Mercell. Het betreft onderstaande documenten (de paragraaf aanduiding verwijst naar de betreffende paragrafen in de aanbestedingsleidraad):
(…)

ISO-9001 certificaat of hiermee vergelijkbaar, zie paragraaf A.5. (…).’
2.6.
Bij brief van 12 maart 2026 heeft de Gemeente het gunningsvoornemen ingetrokken en in dat kader het volgende aan Consul Infra medegedeeld:
‘Bij de inhoudelijke controle van de bewijsmiddelen is gebleken dat uw organisatie niet voldoet aan de geschiktheidseis zoals opgenomen in paragraaf A.5 van de aanbestedingsleidraad en welke inhoudt dat uw organisatie op de dag van inschrijving dient te beschikken over een ISO 9001 certificaat of daaraan gelijkwaardig certificaat. In plaats van een ISO 9001 certificaat of gelijkwaardig certificaat is als bewijsmiddel een eigen kwaliteitshandboek ingediend. Conform hetgeen opgenomen op pagina 49 van het kwaliteitshandboek beschikt Consul Infra niet over een ISO 9001 certificaat, maar streeft
ernaar om in de toekomst het certificaat te behalen.
De aanbestedingsleidraad stelt uitdrukkelijk als geschiktheidseis dat de inschrijver op de dag van inschrijving aantoonbaar dient te beschikken over een geldig ISO 9001-certificaat, dan wel een daaraan gelijkwaardig certificaat. De door u aangeleverde documentatie betreft een intern kwaliteitshandboek. Een dergelijk intern document kwalificeert niet als een ISO 9001-certificaat en kan evenmin worden beschouwd als een daaraan gelijkwaardig certificaat. Een kwaliteitshandboek is een intern instrument en vormt geen bewijs van een door een geaccrediteerde instantie uitgevoerde en gevalideerde kwaliteitsborgingsaudit, zoals vereist onder ISO 9001. Daarmee voldoet het aangeleverde document niet aan de gestelde geschiktheidseis.
Daarnaast is van belang dat de eis expliciet voorschrijft dat de inschrijver op het moment van inschrijving aan deze certificeringseis moet voldoen. Het achteraf alsnog verkrijgen van een certificaat, of het overleggen van interne kwaliteitsdocumentatie ter vervanging daarvan, kan deze tekortkoming niet herstellen. Het betreft een knock-out-eis die ziet op de geschiktheid van de inschrijver op het tijdstip van inschrijving, en niet op een toekomstige of voorwaardelijke situatie. Gelet op het voorgaande kan het aangeleverde kwaliteitshandboek niet worden aangemerkt als een geldig ISO 9001-certificaat of een gelijkwaardig certificaat. Uw inschrijving voldoet derhalve niet aan de gestelde geschiktheidseis en kan om die reden niet in aanmerking komen voor definitieve gunning.
Wij merken daarbij op dat u gedurende de nota van inlichtingen rondes geen vragen heeft gesteld met betrekking tot de gestelde geschiktheidseis omtrent het beschikken over een geldig ISO 9001-certificaat.
Met inachtneming van bovenstaande delen wij u middels onderhavig schrijven mede dat wij de aan u gerichte voorgenomen gunning zoals geuit per brief d.d. 25 februari jongstleden intrekken. Wij brengen u middels dit schrijven tevens formeel op de hoogte van het feit dat wij, conform de in de aanbestedingsstukken vastgestelde systematiek en rangorde (paragraaf C.8, lid c), overgaan tot het voornemen van gunning aan de inschrijver die als tweede in rangorde is geëindigd, te weten Haskoning Nederland B.V.
(…).’
2.7.
Consul Infra heeft de Gemeente verzocht de gunning te herzien, maar de Gemeente was daartoe niet bereid.

3.Het geschil

3.1.
Consul lnfra vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1.
Primair - Gebod tot gunning aan Consul lnfra
Het gunningsbesluit van de Gemeente van 12 maart 2026, waarbij de opdracht aan een derde is gegund, te schorsen en onverbindend te verklaren, en de Gemeente te gebieden de opdracht alsnog aan Consul lnfra te gunnen, nu Consul lnfra bij rechtmatige toepassing van de aan bestedingsstukken en de aanbestedingsbeginselen als economisch meest voordelige inschrijver had moeten worden aangemerkt.
2.
Subsidiair - Herstel met verplichting tot herbeoordeling
Indien de voorzieningenrechter het primair gevorderde niet toewijsbaar acht: De Gemeente te gebieden de aanbestedingsprocedure te herstellen, in die zin dat:
  • de inschrijving van Consul lnfra opnieuw en volledig wordt beoordeeld,
  • zonder toepassing van de disproportionele en onrechtmatig gehanteerde ISO-eis,
  • met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit, transparantie en gelijke
behandeling en de Gemeente te verbieden de opdracht aan een derde te gunnen voordat een rechtmatige herbeoordeling heeft plaatsgevonden.
3.
Meer subsidiair - Herbeoordeling onmogelijk, heraanbesteding
lndien herstel van de procedure niet meer mogelijk is: de Gemeente te gebieden
de lopende aanbestedingsprocedure te staken en de opdracht te heraanbesteden, nu de procedure zodanig is geschonden dat een rechtmatig herstel niet meer kan plaatsvinden.
4.
Voor zover reeds een overeenkomst is gesloten
Voor zover de Gemeente reeds een overeenkomst met de derde partij heeft
gesloten: De voorzieningenrechter te verzoeken toepassing te geven aan artikel 4.15
Aanbestedingswet 2012, in die zin dat:
  • de werking van de reeds gesloten overeenkomst wordt geschorst,
  • althans de Gemeente wordt verboden verdere uitvoering te geven aan die
overeenkomst,
 totdat een rechtmatig gunningsbesluit is genomen
5.
Dwangsom
De Gemeente veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00 per dag (of per dagdeel) met een maximum van € 250.000,00 dat zij in gebreke blijft aan het onder 1 tot en met 4 gevorderde te voldoen.
6.
Proceskosten
De Gemeente veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.
3.2.
De Gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen zal hierna indien nodig worden ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak.
Proportionaliteit
4.2.
Consul Infra stelt dat de Gemeente door de eis te stellen in het bezit te moeten zijn van een ISO 9001-certificaat (of gelijkwaardig), in strijd heeft gehandeld met het proportionaliteitsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 1.10 Aanbestedingswet 2012 (hierna Aw). Daarin is bepaald dat de geschiktheidseisen noodzakelijk zijn om geschikt te zijn voor het voorwerp van de opdracht. Een eis die niet noodzakelijk is, is disproportioneel en mag niet tot uitsluiting leiden. Volgens Consul Infra is daarvan sprake, waartoe zij stelt dat ISO 9001 een generieke procesnorm is die geen directe relatie heeft met de inhoud van de
opdracht.
4.3.
De Gemeente voert aan dat de ISO 9001-eis in dit geval voldoet aan de proportionaliteitseis. Het gaat immers om een algemene kwaliteitsnorm in de zin van artikel 2.96 Aw die bovendien een zeer gebruikelijke en algemeen geaccepteerde geschiktheidseis is, die in veel aanbestedingen wordt gesteld.
4.4.
De Gemeente heeft terecht naar voren gebracht dat aan haar, als aanbestedende dienst, bij het formuleren van de geschiktheidseisen en technische eisen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. De rechter toetst terughoudend of de gestelde eis verband houdt met het voorwerp van de opdracht en in redelijke verhouding staat tot het daarmee te dienen doel. In dat licht bezien, kan niet worden aangenomen dat er sprake is van strijd met het proportionaliteitsbeginsel. De ISO 9001-eis ziet op kwaliteitsmanagement en kwaliteitsborging. De Gemeente heeft voldoende gemotiveerd dat de opdracht een bestendige kwaliteitswaarborging en procesmatige controle vereist en dat ISO 9001 juist ook ziet op dergelijke kwaliteitsmanagementprocessen. Deze aanbesteding is erop gericht om de openbare verlichting in de Gemeente Maastricht te vervangen. Het gaat daarbij – zo staat vast – om begeleiding bij de vervanging van 16.000 armaturen en 7.200 masten. De opdracht loopt tot en met 2029 en het betreft een langdurige en complexe opdracht. De te begeleiden operatie betreft een project met een waarde van 22 miljoen euro. Gelet daarop moet worden aangenomen dat de certificaateis voldoende verband houdt met de opdracht en deze eis niet verder gaat dan redelijkerwijs noodzakelijk. Het enkele feit dat andere aanbestedende diensten bij beweerdelijke vergelijkbare opdrachten deze eis niet hebben gesteld, maakt dat niet anders.
Gelijkwaardigheid
4.5.
Consul Infra stelt verder dat de Gemeente geen expliciete procedure heeft opgenomen om de gelijkwaardigheid van het interne kwaliteitsmanagementhandboek aan een formeel ISO 9001-certificaat te kunnen beoordelen. Consul Infra heeft immers een vergelijkbaar kwaliteitsniveau als ISO 9001, dat is opgenomen in haar kwaliteitshandboek. Dat dit kwaliteitssysteem niet vergelijkbaar is, blijkt uit niets, aldus Consul Infra. De Gemeente had volgens haar dan ook moeten toetsen of de door Consul Infra geboden kwaliteitsregeling inhoudelijk gelijkwaardig is aan een ISO 9001-certificaat.
4.6.
De Gemeente heeft naar voren gebracht dat Consul Infra niet voldoet aan de geschiktheidseis zoals die volgt uit A.5 van deel A (zie rov. 2.2. hiervoor). Een andere opvatting zou volgens haar niet in overeenstemming zijn met de systematiek van artikel 2.96 Aw, dat, voor zover nu relevant, als volgt luidt:
‘1. Indien een aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen, (...) voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door conformiteitsbeoordelingsinstanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.
2. Een aanbestedende dienst aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking indien de ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verwerven om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, mits de ondernemer bewijst dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen.’
Uit de tekst van artikel 2.96, tweede lid, Aw volgt dat het onverkort vasthouden aan een certificering mogelijk is, aldus de Gemeente. Consul Infra beschikte ten tijde van de inschrijving niet over een gecertificeerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan ISO 9001 of een daaraan gelijkwaardig gecertificeerd kwaliteitssysteem. Als de aanbestedingsleidraad certificaten vereist, is volgens de Gemeente het uitgangspunt dat géén andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen, zoals kwaliteitshandboeken, worden betrokken in de beoordeling. In dit geval kan uit de aanbestedingsstukken niet worden afgeleid dat de Gemeente ruimte heeft gelaten voor het overleggen van andere maatregelen dan certificaten, en zal dus deze hoofdregel uit artikel 2:96 Aw Pro moeten worden toegepast, aldus de Gemeente..
4.7.
De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 2.96 lid 2 Aw een wettelijk kader voor eisen op het gebied van kwaliteitsnormen en certificaten geeft. Uit deze bepaling volgt dat een aanbestedende dienst, in dit geval de Gemeente, buiten gelijkwaardige certificaten ook andere bewijzen van gelijkwaardige maatregelen op het gebied van kwaliteitsbewaking moet accepteren, maar alleen indien de ondernemer het certificaat niet binnen de gestelde termijn kan verkrijgen om redenen die hem niet kunnen worden aangerekend en indien hij aantoont dat zijn maatregelen aan de gestelde kwaliteitsnormen voldoen. Gelet op het vorenstaande hoefde de Gemeente in dit geval niet inhoudelijk te toetsen of het door Consul Infra overgelegde kwaliteitshandboek gelijkwaardig was aan het door de Gemeente gevraagde certificaat.
Die inhoudelijke toets was pas aan de orde gekomen indien aannemelijk was geweest dat het ontbreken van het certificaat Consul Infra niet had kunnen worden aangerekend. Nu Consul Infra niet heeft gesteld of onderbouwd dat het niet tijdig beschikken over het certificaat haar niet kan worden aangerekend, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder artikel 2.96 lid 2 Aw ruimte biedt voor aanvaarding van andere bewijzen. Immers, Consul Infra heeft in dat kader pas na de voorlopige gunning naar voren gebracht dat zij de vereiste certificering waarschijnlijk op korte termijn zal verkrijgen. Daarbij heeft zij niet gesteld dat, laat staan onderbouwd waarom, haar niet kan worden aangerekend dat zij (nog) niet in het bezit was van een ISO 9001-certificaat op het moment van het sluiten van de inschrijving.
Op grond van het vorenstaande bestond er voor de Gemeente geen reden voor een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gelijkwaardigheid van de door Consul Infra getroffen maatregelen, opgenomen in een kwaliteitshandboek.
4.8.
Van ongelijke behandeling is onder die omstandigheden geen sprake. Alle inschrijvers waren aan dezelfde certificeringseis en hetzelfde wettelijke toetsingskader onderworpen. Het niet aanvaarden van alternatieve bewijsstukken, zolang niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarde van niet-toerekenbaarheid zoals bepaald in artikel 2.96 lid 1 Aw, is juist in overeenstemming met het gelijkheids- en transparantiebeginsel. De stelling dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, zal dan ook worden gepasseerd.
Schending zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
4.9.
Consul Infra heeft tevens naar voren gebracht dat de Gemeente in strijd heeft gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, nu de geschiktheidseisen pas na de voorlopige gunning zijn getoetst. Volgens Consul Infra hadden deze voor de voorlopige gunning moeten worden getoetst. Gelet op het gegeven dat de Gemeente de toetsing pas na het gunningsvoornemen heeft uitgevoerd en vervolgens zonder inhoudelijke beoordeling tot uitsluiting is overgegaan, is daardoor volgens Consul Infra het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. De Gemeente betwist dit.
4.10.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de geschiktheidseisen betrekking hebben op de inschrijver en niet op de inhoudelijke waardering van de inschrijving. Zij moeten dan ook worden onderscheiden van de gunningscriteria, die zien op de beoordeling van de inschrijving zelf. Uit de geschiktheidseisen zoals opgenomen in deel A volgt niet dat de aanbestedende dienst onder alle omstandigheden gehouden is de juistheid van alle verklaringen en bewijsstukken reeds voor het uitbrengen van een voorlopig gunningsvoornemen volledig te verifiëren. Bij aanbestedingsprocedures wordt in beginsel uitgegaan van de juistheid van de door inschrijvers verstrekte verklaringen, waaronder het Uniform Europees Aanbestedingsformulier (hierna:UEA). De Gemeente heeft daarbij naar voren gebracht dat een aanbestedende dienst de juistheid van de verstrekte verklaringen mag verifiëren, zoals ook blijkt uit artikel 2.102 lid 1 Aw, waarin is bepaald dat de aanbestedende dienst de mogelijkheid heeft om te allen tijde bewijsstukken op te vragen, en dus te controleren. Hieruit volgt dat ook op een later tijdstip bewijsstukken bij de beoogde winnende inschrijver kunnen worden opgevraagd voor de definitieve gunning. Indien bij de verificatie van die stukken blijkt, dat deze inschrijver niet aan een van de geschiktheidseisen voldoet, kan dat meebrengen dat de voorlopige gunning wordt ingetrokken en niet aan die inschrijver wordt gegund.
4.11.
De Gemeente voert dan ook terecht aan dat de toetsing niet te laat heeft plaatsgevonden. Van belang daarbij is ook dat de betreffende voorwaarde duidelijk in onderdeel A.5 staat vermeld, te weten dat de inschrijver op de dag van inschrijving dient te beschikken over ‘
de volgende, geldige certificeringen (of daaraan gelijkwaardige certificeringen): ISO 9001 voor Kwaliteit.’ Door het ondertekenen van het UEA heeft Infra Consul aangegeven aan deze eisen te voldoen. Infra Consul heeft niet gesteld dat deze voorwaarde onduidelijk, dubbelzinnig of voor meerdere uitleg vatbaar was. Evenmin heeft Infra Consul gemotiveerd betwist dat uit de aanbestedingsstukken volgde dat de Gemeente bevoegd was om de gestelde geschiktheidseisen en de daarop betrekking hebbende bewijsstukken in een later stadium te controleren (zie rov. 2.3. hiervoor)
4.12.
Ook het beroep op een motiveringsgebrek slaagt niet. Een beslissing tot intrekking van een eerder gunningsvoornemen moet zodanig zijn gemotiveerd dat de betrokken inschrijver kan nagaan waarom de beslissing is genomen en kan beoordelen of het nuttig is om daartegen op te komen. De relevante redenen tot intrekking dienen dan ook in de brief zelf te worden vermeld, en aan die maatstaf is hier voldaan. Uit de brief van 12 maart 2026, waarin de voorlopige gunning is ingetrokken, blijkt aan welke voorwaarde volgens de Gemeente niet is voldaan en waarom dat deze gevolgen heeft voor de gunning. Consul Infra heeft geen argumenten aangevoerd waaruit volgt dat die motivering onvoldoende feitelijk is onderbouwd dan wel onbegrijpelijk is. De enkele stelling dat de toetsing eerder had moeten plaatsvinden, maakt de intrekkingsbrief nog niet ondeugdelijk gemotiveerd.
Slotsom
4.13.
Gelet op het vorenstaande is niet aannemelijk geworden dat de Gemeente het proportionaliteitsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel dan wel het motiveringsbeginsel heeft geschonden. Tevens is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een ondeugdelijke motivering. Gelet op het voorgaande kan de intrekking van de voorlopige gunning op deze grond in stand kan blijven. Het onder 1 tot en met 6 door Consul Infra gevorderde zal dan ook worden afgewezen.
Proceskosten
4.14.
Consul Infra is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt Consul Infra in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Consul Infra niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Consul Infra tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.