Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [naam 2] , met parketnummer 03-122430-24 (hierna: [naam 2] );
- [naam 3] , met parketnummer 03/133253-24 (hierna: [naam 3] );
- [naam 4] , met parketnummer 03/122416-24 (hierna: [naam 4] ).
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door zich valselijk voor te doen als medewerker van de politie die in opdracht van de bank iets kwam controleren, [naam 5] heeft opgelicht en zo sieraden en/of geld heeft verkregen (
subsidiair);
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door een babbeltruc [naam 6] heeft opgelicht en zo geld en/of andere waardevolle goederen heeft verkregen (
subsidiair);
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd [naam 7] door een babbeltruc op te lichten, door zich voor te doen als medewerker van de Rabobank en te zeggen dat iemand langs zou komen (
subsidiair);
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door een babbeltruc [naam 1] heeft opgelicht en zo een geldkist met waardepapieren en/of andere waardevolle goederen heeft verkregen (
subsidiair);
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door zich voor te doen als medewerker van de ING-bank [naam 8] heeft opgelicht en zo sieraden en/of geld heeft verkregen (
subsidiair);
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, heeft geprobeerd [naam 9] door een babbeltruc op te lichten, door haar op te bellen, te zeggen dat haar bank was geplunderd, te vragen naar geld, goud en haar pincode en vervolgens naar die woning te gaan (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
[naam 5]van
diefstal met geweldgepleegd op
19 januari 2024aan de [adres 2] te Panningen,
gemeente Peel en Maasen heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [2]
medische informatievan
Forensische Geneeskunde GGD Limburg-Noordover het
letselonderzoekvan
[naam 5]op
19 november 2024vermeldt onder meer dat [naam 5] een zwelling op het achterhoofd had en een krasverwonding op de linkerarm. [4]
diefstalgepleegd op
19 januari 2024aan de
[adres 3]te
Sevenumen heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [5]
9 maart 2024aan het
[adres 8]te
Maastrichten heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [9]
U vraagt mij wat ik kan vertellen over de diefstal uit de woning op de [naam 13] te Maastricht op 9 maart 2024. Ik moest uitstappen en bellen met diegene. Ik moest naar de woning lopen en zeggen dat ik spullen moest pakken. Die vrouw wees me waar het lag, dat was op zolder ergens. Het was een houten bakje zoiets. Dat moest ik pakken. Ik moest laten zien wat ik zag. Ik was aan het filmen. Dit was videobellen via Snapchat. De jongen die ik belde via Snapchat stuurde mij aan bij deze diefstal.
[verdachte]op 16 juli 2025 in beslag werd genomen betrof
[telefoonnummer 1]. [17]
[telefoonnummer 1]en het toestel met telefoonnummer [telefoonnummer 2] , beide in gebruik bij
[verdachte], hebben zich diverse malen in eenzelfde tijdsbestek in hetzelfde geografisch gebied bevonden als de gebruiker(s) van de telefoonnummers die gebruikt zijn bij het telefonisch benaderen van de slachtoffers. [18]
Feit 1 en 2 (03/231949-24)
Feit 3, 4 en 6 (03/231949-24) en feit 1 (03-153615-25)
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
- stelt de volgende
meldplicht bij reclassering
ambulante behandeling
dagbesteding
aflossing schulden
ambulante begeleiding
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 1] , van € 200,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast voor de duur van ten hoogste 2 dagen indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat indien en voor zover door verdachte (of zijn medeverdachten) een van beide betalingsverplichtingen is voldaan, de andere in zoverre vervalt;