ECLI:NL:RBLIM:2026:5295

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
12084699 / CV EXPL 26-443
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArtikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met betalingsregeling

Wonen Limburg verhuurt sinds 28 oktober 2021 een woning aan de huurder, die een huurachterstand heeft opgebouwd van € 4.287,06 tot en met mei 2026. Ondanks aanmaningen en informatie over schuldhulpverlening is de achterstand niet voldaan. Wonen Limburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand.

De huurder erkent de achterstand en wenst een betalingsregeling. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede omdat deze meer dan drie maanden bedraagt. Wonen Limburg heeft voldaan aan de informatie- en meldplicht volgens het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.

De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente en een maandelijkse gebruiksvergoeding vanaf juni 2026 tot ontruiming. Partijen hebben ter zitting een betalingsregeling getroffen, waarbij Wonen Limburg het vonnis niet zal uitvoeren zolang de regeling wordt nagekomen.

De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.368,02 plus eventuele kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand, de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en een gebruiksvergoeding, onder een betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12084699 \ CV EXPL 26-443
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
STICHTING WONEN LIMBURG,
te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: Hafkamp Groenewegen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[huurder],
te in de [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 mei 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Wonen Limburg verhuurt met ingang van 28 oktober 2021 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 644,92 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Wonen Limburg heeft [huurder] aangemaand op 27 mei 2026 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
2.3.
Wonen Limburg heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Wonen Limburg heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.

3.Het geschil

3.1.
Wonen Limburg vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 4.287,06 aan huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Wonen Limburg legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wonen Limburg de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[huurder] erkent de huurachterstand en wenst een betalingsregeling.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Huurachterstand.
4.1.
[huurder] heeft erkend dat er een huurachterstand is die, inclusief kosten, tot en met tot en met mei 2026 berekend is op een bedrag van € 4.287,06. De kantonrechter zal de gevorderde betaling hiervan dan ook toewijzen.
4.2.
[huurder] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen.
Ontbinding en ontruiming.
4.3.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Wonen Limburg heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
4.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [2]
4.5.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand meer dan drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
Betalingsregeling.
4.7.
Ter zitting hebben partijen een betalingsregeling getroffen, zoals verwoord in het proces-verbaal van 26 mei 2026.
Wonen Limburg heeft ter zitting medegedeeld het onderhavige vonnis niet ten uitvoer te zullen leggen, indien en zolang [huurder] deze regeling nakomt.
4.8.
Wonen Limburg wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 644,92, te rekenen vanaf de maand juni 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.9.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Limburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
542,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.368,02

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres],
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Limburg zijn, en de sleutels af te geven aan Wonen Limburg,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Wonen Limburg:
- € 4.287,06 aan achterstallige huur en kosten, tot en met mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2026 tot de dag van voldoening,
- € 644,92 per maand vanaf juni 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.368,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.