3.5.De burgemeester heeft nog stukken ingediend die zien op feiten, gerelateerd aan andere personen dan eiseres, die dateren van na het bestreden besluit. De voorzieningenrechter zal die stukken niet bij de beoordeling betrekken.
Is sprake van een spoedeisend belang?
4. De door eiseres gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. Gelet op het feit dat eiseres de bewoonster is van de woning en in het geval van sluiting daarvan, de woning zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende is gebleken van spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De zaak zal dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.
5. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.Partijen hebben aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben.
Wat is het standpunt van eiseres?
6. Eiseres betwist, kort gezegd, dat de woningsluiting evenredig is. De evenredigheidstoets dient in haar voordeel uit te vallen. De voorzieningenrechter zal in het onderstaande per beroepsgrond uitwerken wat eiseres heeft aangevoerd en daarop ingaan.
Wat is het toetsingskader?
7. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet, is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien een woning of lokaal of een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, of een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in lijst IA of een preparaat
daarvan, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 2a, tweede lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
8. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Dit kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022en van 16 juli 2025. Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting over te gaan?
9. Eiseres betwist niet dat de burgemeester bevoegd was om tot sluiting van de woning over te gaan. Dit is dan ook niet in geschil en de voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester gelet op de hoeveelheid aangetroffen hennepplanten, bevoegd is om de woning te sluiten.
Is de sluiting van de woning een geschikt middel?
10. Eiseres voert aan dat vanwege het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en de voorgenomen sluiting de sluiting redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een sluiting worden gediend. Ten tijde van de beslissing op bezwaar was inmiddels een periode van bijna zes maanden verstreken sinds het constateren van de overtreding. Eiseres is van mening dat de burgemeester het tijdsverloop onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling van de evenredigheid van de maatregel. De onrechtmatige situatie is een geruime tijd geleden beëindigd door de ontmanteling van de kwekerij door de politie. Bovendien zijn de omstandigheden die hebben geleid tot de overtreding niet langer aanwezig. De hennepkwekerij was eigendom van - en werd geëxploiteerd door - de ex-partner van eiseres. Hij heeft de woning inmiddels verlaten en de sleutels ingeleverd. Hierdoor is het risico op herhaling aanzienlijk verminderd en niet langer reëel te achten. In de periode sinds de ontmanteling hebben zich bovendien geen nieuwe incidenten voorgedaan en is de woning niet opnieuw gebruikt voor illegale activiteiten. Eventuele negatieve effecten op de openbare orde en het woon- en leefklimaat zijn daarmee weggenomen.
11. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 16 juli 2025overwogen dat tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe kan leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich immers de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten. Aan wie het tijdsverloop te wijten is, is niet relevant. Zowel in het primaire besluit, de beslissing op bezwaar als een eventueel nader genomen besluit zal de burgemeester moeten beoordelen of sluiting op het tijdstip dat hem ingevolge deze besluitvorming voor ogen staat, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt.