Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2026op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
[naam] , uit Venlo, eiseres
de Burgemeester van de gemeente Venlo, de burgemeester
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
€ 3.000,- heeft opgenomen. De rest heeft zij gebruikt om schulden af te lossen bij Enexis
(€ 16.510,01) en de WML (€ 6.490,33). Ook heeft zij het leasecontract van haar auto afgekocht (voor € 7.707,09) , schulden van € 3.000,- (zo stelt eiseres ter zitting) aan haar broer afbetaald en haar oude advocaat betaald (€ 5.000,-). De auto heeft eiseres volgens haar eigen verklaringen vervolgens verkocht voor ongeveer € 3.500,-. Los van de vraag of dit bedrag de waarde van de auto vertegenwoordigt en de vraag of eiseres daadwerkelijk een lening had bij haar broer die is afgelost, dat is namelijk niet onderbouwd, zou eiseres gelet op deze opsomming nog een bedrag van om en nabij € 11.801,57 over moeten hebben. Zelfs al zou zij een deel van dit geld hebben moeten gebruiken om bij te springen op haar vaste lasten dan is daarmee nog steeds niet aannemelijk dat eiseres niet in staat is om met een deel van dit bedrag vervangende woonruimte te kunnen betalen voor drie maanden. In dit kader overweegt de voorzieningenrechter bovendien dat niet is gebleken dat eiseres zich (voldoende) heeft ingespannen om zelf vervangende woonruimte te vinden. Zo heeft eiseres slechts gesteld dat zij geen sociaal netwerk heeft waarop zij kan terugvallen, maar dit heeft zij onderbouwd door te stellen dat zij 40 uur werkte en een kind had en dat daardoor niet kon opbouwen. Dit acht de voorzieningenrechter onvoldoende. Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verklaring van de moeder van eiseres onvoldoende is om aannemelijk te achten dat eiseres daar niet (tijdelijk, in het belang van haar kind) terecht zou kunnen.