ECLI:NL:RBLIM:2026:5218

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
C/03/324010/HA ZA 23-483
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Provaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:750 BWArt. 7:752 BWArt. 7:754 BWArt. 7:755 BWArt. 7:758 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid en schadevergoeding bij gebreken na oplevering aannemingsovereenkomst

Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor een aanbouw en renovatie van een woning. Na oplevering op 12 januari 2021 namen de opdrachtgevers de woning in gebruik, maar stelden gebreken vast die zij niet binnen de vijfdaagse termijn na oplevering hebben gemeld. De rechtbank oordeelt dat deze gebreken, indien zichtbaar bij oplevering en niet tijdig gemeld, niet tot vergoeding leiden, met uitzondering van erkende schade en gebreken die redelijkerwijs niet ontdekt konden worden.

De rechtbank beoordeelde gedetailleerd de vele gestelde gebreken, waarbij een groot deel werd afgewezen wegens niet tijdige melding of omdat deze niet tot de opdracht behoorden. Voor erkende gebreken en die welke tijdig zijn gemeld, werd schadevergoeding toegekend op basis van een deskundigenrapport. Daarnaast werd meerwerk van de aannemer deels toegewezen, waarbij de redelijke prijs werd vastgesteld.

De rechtbank compenseerde de vorderingen van partijen, waarbij de aannemer aan de opdrachtgevers een bedrag van €4.312,18 moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het vonnis werd gewezen door rechter Provaas en op 3 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Aannemer wordt veroordeeld tot betaling van €4.312,18 plus wettelijke rente aan opdrachtgevers wegens erkende gebreken en meerwerk.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/324010 / HA ZA 23-483
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van

1.[opdrachtgever 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[opdrachtgever 2],
te [plaats 1] ,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [opdrachtgevers] ,
advocaat: mr. R.H.J.G. Borger,
tegen
[aannemer], handelend onder de naam [aannemingsbedrijf] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [aannemer] ,
advocaat: mr. T.N. Vis.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 50
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie en de daarbij overgelegde producties 1 tot en met 21
- de conclusie van antwoord in reconventie en de daarbij overgelegde producties 51 tot en met 62
- de akte van [opdrachtgevers] met producties 63 tot en met 69
- de akte van [aannemer] met productie 22
- de mondelinge behandeling op 30 oktober 2024 en het daarvan opgemaakte proces-verbaal.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen is een overeenkomst van aanneming van werk tot stand gekomen. Op basis daarvan is door [aannemer] een aanbouw aan de woning van [opdrachtgevers] geplaatst en zijn renovatiewerkzaamheden verricht aan het bestaande pand. Het elektrawerk heeft [aannemer] laten uitvoeren door [onderaannemer] en het schilderwerk heeft hij eveneens uitbesteed aan een persoon die [naam 1] heet (meer gegevens van deze persoon zijn onbekend). Partijen zijn het er over eens dat het elektrawerk en het schilderwerk in onderaanneming van [aannemer] zijn uitgevoerd.
2.2.
De algemene voorwaarden van [aannemer] maken onderdeel uit van de overeenkomst tussen partijen.
2.3.
De overeenkomst is tot stand gekomen naar aanleiding van uitvoerige correspondentie via e-mail en whatsapp en diverse besprekingen tussen partijen. Na verschillende – daaruit voortvloeiende – aanpassingen van de originele offerte is uiteindelijk op 31 augustus 2020 – verzonden per e-mail van 1 september 2020 – door [aannemer] de laatste versie van de offerte uitgebracht voor een aanneemsom van € 134.650,45 inclusief BTW. Even daarvoor is [aannemer] ook aangevangen met de werkzaamheden. Na aanvang van de werkzaamheden is door [opdrachtgevers] nog een aantal opdrachten (in aanvulling op- dan wel naast de offerte) verstrekt.
2.4.
De vloerverwarming zou aanvankelijk door een derde partij worden gelegd, maar is in overleg, in verband met de droogtijd van de vloer, toch door [aannemer] gelegd. De keuken zou oorspronkelijk worden geplaatst door een keukenleverancier, maar is, in verband met het verschuiven van de datum waarop deze geplaatst kon worden, in overleg uiteindelijk ook door [aannemer] geplaatst.
2.5.
[opdrachtgevers] heeft bepaalde materialen voor het elektrawerk zelf besteld, maar opdracht gegeven aan [aannemer] om deze (te laten) installeren. In dat kader zijn verschillende berichten door [opdrachtgevers] aan [aannemer] verstuurd. [opdrachtgevers] hebben onder meer
– voor zover hier relevant – inzake de door [aannemer] te plaatsen afvoer voor de Bora afzuiginstallatie in de keuken het volgende bericht aan [aannemer] gestuurd:

Ik heb even contact gehad met de keukenleverancier. (...). lk heb met hem ook over
de buis van de Bora besproken. (…). Hij kon me vertellen dat de buizen 23 cm breed en 9 cm hoog zijn en uiteraard onder de vloerverwarming gelegd moeten worden. Zijn advies was om daar een bekisting omheen te maken, zodat de buis nooit in
gevaar komt. (...). Hij staat ervoor open als jij langs wilt komen om de buizen op te
halen of al te bekijken en met hem te overleggen hoe en wat. (…)”
2.6.
Op 12 januari 2021 is door [aannemer] een whatsappbericht gestuurd naar [opdrachtgevers] met (onder meer) de volgende inhoud:

[naam 1] gaat vandaag alles afmaken, daarna moet het opgeleverd worden.
[naam 2] komt dadelijk ook, en mijn kitter komt de badkamer afkitten.
[opdrachtgevers] reageerde daar als volgt op:

Aaah ok top..
Heeft hij gisteren boven alles al kunnen bij- en afwerken dan? Dan weet ik of ik
eventueel vanmiddag al wat kan gaan schuiven en opzetten..
[naam 3] zou ook rond 10u vandaag komen om de douche af te monteren, de
vloerverwarming, afvoer bad in de garage en eventueel de radiator.
2.7.
[opdrachtgevers] hebben in de week van 12 tot en met 17 januari hun inboedel weer in de woning geplaatst en zijn met het gezin in de woning getrokken.
2.8.
Op 25 januari 2021 schrijven [opdrachtgevers] in een whatsappsbericht aan [aannemer] :

Er zijn hier en daar nog wat kleine dingen die op ‘ons’ lijstje staan [naam 4] . Heb je
graag dat ik je dat even via de app of mail doorstuur, zodat je het zwart op wit
hebt of?”
Vervolgens hebben [opdrachtgevers] op 27 januari 2021 [aannemer] de bedoelde lijst gemaild, met de bijgaande tekst:

Ik heb even snel een lijstje in elkaar gezet van wat me nog even te binnen schiet. Belangrijk dat we even een beetje een planning in ons hoofd hebben van wanneer wat kan gebeuren.”
2.9.
Per e-mail van 3 maart 2021 hebben [opdrachtgevers] [aannemer] een brief van 1 maart 2021 gestuurd, waarin zij stellen dat het geleverde werk niet voldoet aan de eisen die zij daaraan redelijkerwijs mogen stellen noch dat wordt voldaan aan de afspraken die partijen hebben gemaakt. Tevens hebben zij [aannemer] in die brief gesommeerd om de door hen nader vermelde gebreken – deels dezelfde als in de lijst van 27 januari, deels andere – binnen veertien dagen te herstellen, bij gebreke waarvan hij in verzuim verkeert, zijn daarnaast eventuele rechtsmaatregelen aangezegd en is [aannemer] aansprakelijk gesteld voor de door [opdrachtgevers] geleden en te lijden schade.
2.10.
Uiteindelijk hebben [opdrachtgevers] door tussenkomst van hun advocaat de vordering tot nakoming bij e-mail van 20 april 2022 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
2.11.
Naar aanleiding van het daartoe door [opdrachtgevers] ingediende verzoek is bij beschikking van de rechtbank van 10 november 2022 de [deskundige] benoemd. Het door de deskundige opgestelde rapport is op 22 mei 2023 door de rechtbank ontvangen.
2.12.
[aannemer] heeft op 8 augustus 2024 zijn factuur voor de laatste, door [opdrachtgevers] nog niet betaalde termijn bij [opdrachtgevers] ingediend. Tevens maakt hij aanspraak op vergoeding van meerwerk en aanvullend werk, dat door [aannemer] bij factuur van 25 juli 2021 in rekening is gebracht maar niet is betaald door [opdrachtgevers]

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[opdrachtgevers] vinden dat [aannemer] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de met hem gesloten overeenkomst van aanneming, en mitsdien aansprakelijk is voor de door [opdrachtgevers] dientengevolge geleden schade. Op grond hiervan vorderen zij – samengevat – een verklaring voor recht dat [aannemer] toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst(en), veroordeling van [aannemer] tot vergoeding van schade bestaande uit € 76.200,43, nader genoemde kosten en schade nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[aannemer] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.4.
[aannemer] vordert – samengevat – veroordeling van [opdrachtgevers] tot betaling van € 21.209,03, vermeerderd met rente en kosten.
3.5.
[opdrachtgevers] voeren verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
[opdrachtgevers] baseren hun vordering tot vergoeding van schade zoals gezegd op de stelling dat het door [aannemer] uitgevoerde en/of het in onderaanneming van [aannemer] gerealiseerde werk de door hen gestelde gebreken vertoont en dat dit door [aannemer] had moeten worden hersteld. Nu herstel is uitgebleven, vragen [opdrachtgevers] om vervangende schadevergoeding.
De inhoud van de overeenkomst
4.2.
Voordat aan een bespreking van de gebreken kan worden toegekomen, moet eerst worden vastgesteld wat tot de overeenkomst hoort. Dat daartoe, zoals [opdrachtgevers] stellen, andere werkzaamheden behoren dan de in de laatste offerte opgenomen werkzaamheden, omdat die in de besprekingen of e-mails voorafgaand aan de offerte door [opdrachtgevers] zijn genoemd, is door [aannemer] uitdrukkelijk betwist en ook overigens niet gebleken. Indien [opdrachtgevers] deze werkzaamheden onderdeel van de overeenkomt hadden willen laten uitmaken, hadden zij deze moeten laten opnemen in de laatste offerte. Waar dat niet is gebeurd, moeten deze wensen als bijgesteld en vervallen worden beschouwd. Als uitgangspunt dient daarom de laatst uitgebrachte offerte van [aannemer] van 31 augustus 2020 ten bedrage van € 134.650,45 te worden genomen bij de verdere beoordeling. Daarnaast maken de later overeengekomen, nieuwe c.q. aanvullende opdrachten deel uit van de overeengekomen werkzaamheden.
De oplevering
4.3.
Partijen twisten over de vraag of het werk is opgeleverd. [opdrachtgevers] stellen dat tot op heden geen oplevering heeft plaatsgevonden conform artikel 9 van Pro de toepasselijke algemene voorwaarden van [aannemer] , terwijl [aannemer] stelt dat de oplevering heeft plaatsgevonden op 12 januari 2021.
4.4.
Voor oplevering van een door een aannemer tot stand gebracht werk is nodig dat de aannemer te kennen geeft dat het werk klaar is om te worden opgeleverd (dat wil zeggen: dat hij het kenbaar ter beschikking van de opdrachtgever stelt) en dat de opdrachtgever het werk, al dan niet onder voorbehoud, aanvaardt. Bij gebreke van tijdige keuring en aanvaarding dan wel weigering onder aanwijzing van gebreken door de opdrachtgever wordt deze laatste geacht het werk stilzwijgend te hebben aanvaard. Na de aanvaarding wordt het werk als opgeleverd beschouwd (artikelen 7:750 jo. 7:758 lid 1 BW). Weigering kan alleen plaatsvinden indien sprake is van gebreken van dien aard dat deze in de weg staan aan oplevering en ingebruikneming.
4.5.
De rechtbank stelt vast dat [aannemer] [opdrachtgevers] het onder de feiten aangehaalde bericht van 12 januari 2021 heeft gestuurd en hen langs die weg heeft uitgenodigd voor de oplevering. Immers, [aannemer] heeft met dit bericht te kennen gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd
(“…, daarna moet het opgeleverd worden.”). De stelling van [opdrachtgevers] dat zij niet conform de overeenkomst en artikel 9 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden van [aannemer] zijn uitgenodigd om bij de oplevering aanwezig te zijn, wordt dan ook verworpen. De rechtbank stelt verder vast – zoals door [aannemer] is gesteld en door [opdrachtgevers] onvoldoende gemotiveerd is weersproken – dat op 12 januari 2021 [aannemer] en [opdrachtgevers] (althans dhr. [opdrachtgevers] ) in/bij de woning van [opdrachtgevers] aanwezig zijn geweest en door hen een rondgang door de woning is gemaakt.
4.6.
Eveneens staat vast dat [opdrachtgevers] de woning met ingang van 12 januari 2021 in gebruik hebben genomen. De woning was gedurende de verbouwing volledig leeg en tussen 12 en 17 januari 2021 heeft er een verhuizing plaatsgevonden, waarna de woning is voorzien van meubilair. Dat [opdrachtgevers] bij de ingebruikneming mogelijk nog enkele opmerkingen (‘opleverpunten’) hebben gemaakt – evenals voorafgaand hieraan – is niet in geschil, maar uit de opmerkingen van [opdrachtgevers] volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat zij het werk hebben geweigerd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de woning met de ingebruikname door [opdrachtgevers] onder voorbehoud van de opleverpunten is aanvaard en daarmee is opgeleverd. De niet nader onderbouwde en door [aannemer] betwiste stelling van [opdrachtgevers] dat de ingebruikname noodgedwongen was, omdat zij niet langer bij hun (schoon)ouders konden verblijven, maakt dit niet anders. Indien [opdrachtgevers] zich tegen oplevering hadden willen verzetten had het – juist nu zij op de opleverdatum de woning in gebruik namen, hetgeen aanvaarding impliceert – op hun weg gelegen uitdrukkelijk en ongeclausuleerd kenbaar te maken dat zij het werk (of onderdelen daarvan) weigerden. Niet gebleken echter is dat [opdrachtgevers] dit hebben gedaan. Daarnaast betrekt de rechtbank in haar oordeel dat niet is gebleken dat de op dat moment vastgestelde opleverpunten van dien aard waren dat deze aan de ingebruikname van de woning in de weg stonden. Ook is niet weersproken dat gebreken die voorafgaand aan de oplevering al naar voren waren gekomen, ten dele al vóór de oplevering opgelost waren door [aannemer] . [opdrachtgevers] hebben het werk aanvaard – mogelijk dus onder voorbehoud van enkele afwerkingen – en in gebruik genomen door in de woning te gaan wonen en niet expliciet kenbaar te maken dat zij het werk weigerden. Vanaf dat moment is de woning feitelijk ter beschikking gekomen aan [opdrachtgevers] en is – conform artikel 5 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden van [aannemer] en artikel 7:758 BW Pro – ook het risico op [opdrachtgevers] overgegaan, zulks na verloop van de vijf dagen termijn.
4.7.
Conform artikel 9.3 van de algemene voorwaarden van [aannemer] hadden [opdrachtgevers] binnen vijf dagen na de oplevering, dus uiterlijk 22 januari 2021 [1] kenbaar moeten maken of zij het werk al dan niet goedkeuren. Zij hebben dat niet binnen deze termijn gedaan, waardoor het werk conform artikel 9.4 van die voorwaarden als goedgekeurd dient te worden beschouwd. De lijst met gebreken die [opdrachtgevers] op 27 januari 2021 naar [aannemer] hebben gestuurd is buiten de termijn van vijf dagen na de oplevering ingediend. Door langer dan vijf dagen te wachten met het melden van opleverpunten, is het recht daartoe komen te vervallen en komt het risico voor hun rekening. Dit klemt temeer, nu, zoals hiervoor reeds overwogen, [opdrachtgevers] tussen 12 en 17 januari 2021 in de woning zijn getrokken en deze in gebruik hebben genomen. Daarmee hadden zij ruimschoots, niet alleen qua tijd maar ook door gebruik te maken van de woning, de gelegenheid eventuele gebreken te constateren en deze uiterlijk 22 januari 2021 (gerekend vanaf 17 januari 2021) bij [aannemer] te melden.
4.8.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat het deel van de vorderingen tot (vervangende) schadevergoeding die zijn gebaseerd op (volgens [opdrachtgevers] bestaande) gebreken die ten tijde van de oplevering zichtbaar waren, maar niet bij de oplevering of binnen de termijn van vijf dagen na de oplevering zijn gemeld, moeten worden afgewezen. Uitzondering op het voorgaande vormt door [aannemer] erkende schade en schade ten gevolge van gebreken die ten tijde van de oplevering redelijkerwijs niet ontdekt konden worden. Voor zover op basis van het deskundigenbericht kan worden vastgesteld dat het daarbij een terechte klacht betreft en het werkzaamheden betreft die tot de opdracht behoorden, zal de schade worden begroot op het bedrag zoals door de deskundige voor de betreffende post is bepaald en kan dat bedrag worden toegewezen.
De gestelde gebreken
4.9.
De rechtbank zal bij de bespreking van de door [opdrachtgevers] gestelde gebreken de (ongenummerde) volgorde aanhouden in de dagvaarding (vanaf randnummer 13, pagina 14). Gezien het aanzienlijk grote aantal aan gestelde gebreken heeft de rechtbank voor de overzichtelijkheid de in de dagvaarding gestelde gebreken genummerd. Die nummering wijkt daardoor af van de nummering in het overzicht dat [aannemer] als productie 10 bij conclusie van antwoord tevens eis in reconventie in het geding heeft gebracht.
4.9.1.
Buiten de woning
1
Herstellen plafond buiten bij de voordeur/garage incl. herstel spotjes en bediening binnen
2
Herstellen scheuren buitengevel
3
Herstellen gaten muren zijgevel + rooster afzuiging buiten
De op deze posten gegronde (vervangende) schadevergoeding zal de rechtbank afwijzen, omdat, voor zover zij tot de opdracht hoorden, de door [opdrachtgevers] gestelde gebreken ten aanzien van die werkzaamheden ten tijde van de oplevering zichtbaar waren of moeten zijn geweest – zulks bij gebreke van nadere info dienaangaande – en niet bij de oplevering of binnen de termijn van vijf dagen na de oplevering, dus uiterlijk 22 januari 2021, zijn gemeld. Dit geldt ook voor de post:
4
Herstellen/vernieuwen kozijn achtergevel 1e etage en 2e etage
met dien verstande dat wat betreft de compriband [aannemer] heeft erkend dat deze ontbreekt, maar dat het alsnog aanbrengen hiervan niet meer dan € 500,00 bedraagt. Gelet op deze erkenning zal de rechtbank de kosten hiervan bepalen op het in deze door de deskundige genoemde bedrag, zijnde € 609,00.
5
Herstellen elektriciteit tuin en tuinhuis in oude situatie
Mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door [aannemer] zijn er onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen dat deze post tot de werkzaamheden van [aannemer] behoorde, zodat de rechtbank niet meer toekomt aan de vervolgvragen, zoals of sprake is van een zichtbaar gebrek en of deze tijdig is gemeld of andere vragen. De betreffende gevorderde vervangende schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
6
Herstellen plank buitenzijde poort
7
Herstellen deursluitingen/sloten voor- en achterdeur
8
Afwerken buitenkant kozijnen 1e etage
9
Verwijderen plastic bij afwerking binnen & buiten de woning
10
Herstel putdeksel regenafvoer tuin
11
Herstel vlekken stenen achtertuin
Voor al deze posten geldt evenzeer dat deze zichtbaar waren ten tijde van de oplevering, maar niet uiterlijk 22 januari 2021 zijn gemeld, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.
4.9.2.
Garage
12
Herstellen plafond inclusief verlichting, poortbediening en hoek achterin
Afgezien van het feit dat bij oplevering zichtbaar was dat dit niet is uitgevoerd, is door [aannemer] gemotiveerd betwist dat het herstel hiervan tot de opdracht hoorde. Dat deze post tot de opdracht behoorde blijkt ook niet uit de offerte/overeenkomst. Gelet hierop gaat de rechtbank ook aan deze post voorbij.
4.9.3.
Keuken
13
Herstel scheur achterwand
Voor zover de scheur (ruim) na de oplevering is opgetreden en ten tijde van de oplevering niet zichtbaar was, is de rechtbank van oordeel dat scheurvorming inherent is aan de werking die optreedt in geval van nieuwbouw en niet te voorkomen valt. Dit is een gevolg dat geaccepteerd moet worden en niet als gebrek beschouwd kan worden. Dit geldt ook voor zover het gaat om scheurvorming in de keukenwand grenzend aan de garage.
14
Verfwerk keuken
In algemene zin merkt de rechtbank ten aanzien van al het verf- en kitwerk – dus ook buiten deze post om – op dat [opdrachtgevers] hierover tijdig – vóór de oplevering – bij [aannemer] hebben geklaagd over de gebrekige kwaliteit hiervan. De rechtbank verwijst in het bijzonder naar de tussen partijen gevoerde whatsappcommunicatie die als productie 12 bij dagvaarding is overgelegd. Gelet hierop komen deze posten – hierna zullen er nog enkele volgen – alle voor vergoeding in aanmerking, waarbij de begroting door de deskundige als uitgangspunt zal worden genomen. Daar waar begroting niet mogelijk is, zal een bedrag
ex aequo et bonoworden bepaald, zulks op de voet van artikel 6:97 BW Pro.
Wat betreft deze specifieke post (14) heeft [aannemer] bij conclusie van antwoord (randnummer 176) erkend dat de (resterende) kosten voor herstel van het schilderwerk in de keuken voor zijn rekening komen. De deskundige heeft een totaalbedrag van € 406,16 incl. BTW geteld, waarin ook de kosten van het herstellen van de scheur in achterwand inclusief deukje is meegenomen, alsmede het kitwerk (zie hierna, post 15). De rechtbank bepaalt de kosten van het verfwerk conform de begroting door de deskundige op € 406,16.
15
Kitwerk keuken, verf op keuken
In het spoor van het voorgaande is ook wat betreft het kitwerk tijdig geklaagd door [opdrachtgevers] (productie 12 bij dagvaarding). De hierop gegronde schadevergoeding is reeds onder post 14 toegewezen.
16
Herstellen afzuiging BORA naar advies deskundige
De afzuigkracht van de BORA is thans niet voldoende, waarschijnlijk omdat er grondwater in de afzuigkoker (ecotube) aanwezig is. De keuken en de afzuigkoker zijn door [aannemer] geplaatst. Tussen partijen staat vast dat [aannemer] daarbij het uitdrukkelijke verzoek van [opdrachtgevers] om conform het advies van de keukenleverancier een bekisting te plaatsen om de buis (ecotube) van het afzuigkanaal van BORA niet heeft opgevolgd. De deskundige heeft vastgesteld dat de buis zoals die is geleverd niet de voorgeschreven buis van de fabrikant BORA betreft met verstijvingsribben die de bovendruk kan opnemen. De huidige buis is aangeleverd door de keukenleverancier met installatietekeningen. Op één van die tekeningen is aangegeven dat het afzuigkanaal hoog in de betonvloer moet worden aangebracht. Dit is volgens de deskundige niet te adviseren in relatie met de dikte van de betreffende betonvloer, omdat een grote kans op scheurvorming van de vloerafwerking niet is uit te sluiten. De deskundige adviseert tot herstel over te gaan en raamt de kosten op € 6.894,58 incl. BTW.
[aannemer] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de geleverde materialen en de installatie-instructies. Hij heeft de bijgeleverde installatietekeningen gevolgd. De rechtbank is echter van oordeel dat [aannemer] in het licht van artikel 7:754 BW Pro (waarschuwingsplicht aannemer), ondanks de afwijkende installatietekening, als aannemer zelf had moeten bedenken dat plaatsing van de buis in de beton tot problemen kan leiden. Dit mede gelet op het advies van de keukenleverancier dat [opdrachtgevers] schriftelijk aan [aannemer] hebben doorgegeven. [aannemer] had gelet daarop de opdracht van [opdrachtgevers] dienen te volgen. Het risico van de ontstane schade komt daarom voor rekening van [aannemer] . De door de deskundige begrote schade van € 6.894,58 komt derhalve voor zijn rekening, zodat [aannemer] zal worden veroordeeld tot vergoeding van dat bedrag aan [opdrachtgevers]
17
Herstellen verplichte mechanische ventilatie voor bouwkeuring
Uit de overeenkomst blijkt niet dat het plaatsen van een mechanische ventilatie tot de opdracht hoorde. [aannemer] heeft dit ook betwist en ontkent dat dit tot de opdracht behoorde; hij bestrijdt daarnaast dat hij een bestaande ventilatie heeft verwijderd. De stelling van [opdrachtgevers] dat er in de oude situatie een mechanische ventilatie aanwezig was, wordt ook niet gedragen door het rapport van de deskundige die, wat hier ook van zij, tot de conclusie komt dat er alleen sprake kan zijn geweest van een
standaloneventilatie.
4.9.4.
Woonkamer
18
Plaatsen deur tussen woonkamer en hal na overleg
Tussen partijen staat vast dat de betreffende deur is opgenomen in de overeenkomst, maar niet is geplaatst. Daar de kosten voor een deur zijn meegenomen in de overeenkomst, hadden deze in mindering moeten worden gebracht op de laatste, nog openstaande termijn. Dat [opdrachtgevers]
“steeds wijzigingen[bleven]
aanbrengen in de deur die hij graag wilde”(CvA, randnr. 113) maakt dat niet anders. De rechtbank zal bepalen dat het door de deskundige hiervoor beraamde bedrag van € 1.191,36 door [aannemer] dient te worden vergoed door vermindering van de termijn van € 4.150,45 met dat bedrag.
19
Herstellen vloerverwarming 1e etage (koude plekken keuken/salontafel/voorzijde huis/hal/toilet)
De rechtbank begrijpt dat deze klacht reeds verholpen is, zodat zij het ervoor houdt dat hierop niet meer hoeft te worden beslist.
20
Herstellen voegwerk vloer 1e etage (begane grond)
De rechtbank gaat er op basis van hetgeen partijen hierover hebben vermeld van uit dat het voegwerk heeft losgelaten voor de oplevering en dit dus zichtbaar moet zijn geweest ten tijde van de oplevering. Het is de rechtbank niet gebleken, althans is dit niet duidelijk geworden, dat het loslaten van het voegwerk pas (ruim) na de oplevering heeft plaatsgevonden. In het licht hiervan moet het ervoor worden gehouden dat dit ten tijde van de oplevering zichtbaar was of moet zijn geweest. Echter, nu deze klacht niet bij de oplevering of binnen de termijn van vijf dagen na de oplevering, dus uiterlijk 22 januari 2021, is gemeld, gaat de rechtbank aan dit punt voorbij.
21
Herstellen te grote gaten spotjes 1e etage (begane grond)
22
Herstellen scheur kunststof kozijn rechts
Ook hiervoor geldt dat dit ten tijde van de oplevering zichtbaar was of moet zijn geweest. Bij gebreke van een tijdige melding hiervan, uiterlijk 22 januari 2021, passeert de rechtbank deze punten.
23
Herstellen scheuren stucwerk plafonds en muren
Voor zover dit door [opdrachtgevers] gestelde gebrek (ruim) na de oplevering is opgetreden en ten tijde van de oplevering niet zichtbaar was, is de rechtbank van oordeel dat scheurvorming inherent is aan de werking die optreedt in geval van nieuwbouw en niet te voorkomen valt. Dit is een gevolg dat geaccepteerd moet worden en niet als gebrek beschouwd kan worden.
24
Herstel verfwerk plafonds muren en plinten
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij ten aanzien van post 14 heeft overwogen (tijdige melding door [opdrachtgevers] ). Een vergoeding van € 857,05 is daarom voor toewijzing vatbaar.
25
Herstel beschadigde plint bij trap
Dit punt moet als door [opdrachtgevers] aanvaard worden beschouwd, nu deze ten tijde van de oplevering zichtbaar was of moet zijn geweest, maar niet uiterlijk 22 januari 2021 is gemeld. De rechtbank gaat derhalve hieraan voorbij.
4.9.5.
Hal/meterkast/toilet
26
Elektra meterkast
Deze post maakt geen deel uit van de overeengekomen werkzaamheden. Niet betwist is dat [aannemer] ( [onderaannemer] ) niet alle elektrawerkzaamheden heeft uitgevoerd. In de meetstaat van [onderaannemer] staat omschreven om welke werkzaamheden van [onderaannemer] het gaat. Hieruit blijkt dat [onderaannemer] geen werkzaamheden heeft aangenomen die betrekking hebben op de meterkast, met dien verstande dat [onderaannemer] wel zou zorg dragen voor het aanbrengen van ‘aarde’, welk onderdeel door de deskundige niet is genoemd als een gebrek of tekortkoming. Aan deze post gaat de rechtbank daarom voorbij.
27
Terugplaatsen houten vloerafwerking meterkast
Dit punt was, voor zover het al deel uitmaakte van de overeengekomen werkzaamheden
– [aannemer] heeft op dit punt gemotiveerd gesteld dat dit gaat om werk dat door de loodgieter is gedaan, hetgeen door de deskundige wordt onderschreven – ten tijde van de oplevering zichtbaar dan wel moet dit zichtbaar zijn geweest. Bij gebreke van een tijdige melding hiervan, uiterlijk 22 januari 2021, passeert de rechtbank dit punt.
28
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
29
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
[opdrachtgevers] hebben hierover tijdig aangegeven dat zij niet te spreken waren over de door [aannemer] ( [onderaannemer] ) geleverde kwaliteit op dit punt. Zie met name de producties 22 en 23 bij dagvaarding. Een vergoeding van € 726,00 is daarom op haar plaats.
30
Afwerking kitranden
31
Afwerking verfwerk
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij ten aanzien van post 14 heeft overwogen (tijdige melding door [opdrachtgevers] ). Een vergoeding van [€ 125,60 + € 161,87 =] € 287,47 zal daarom worden toegewezen.
4.9.6.
Trap/overloop/berging/ 2e etage
32
Beschadigingen stootborden trap
33
Afkitten trap
34
Plaatsen trapleuning
35
Herstellen balustrade vanwege te grote opening naast muur
36
Herstellen stucwerk 2e etage hal/overloop
37
Herstellen verfwerk trap/hal 2e etage
38
Herstellen schuifdeursysteem/scheef gehangen, kan niet volledig worden geopend
39
Afwerken spotopening overloop t.b.v. kunnen plaatsen spot
40
Onveilige afwerking elektrowerk plafond gehele 2e etage
Voor al deze posten geldt dat deze bij of ten tijde van de oplevering zichtbaar waren of moeten zijn geweest. Nu deze niet zijn gemeld bij [aannemer] , uiterlijk 22 januari 2021, moeten deze als door [opdrachtgevers] aanvaard worden beschouwd. De deskundige heeft ten aanzien van post 38 nog expliciet gezegd dat het vermeende gebrek niet is aangetroffen (pag. 26 van het deskundigenbericht). Wat betreft post 40 overweegt de rechtbank nog dat [opdrachtgevers] onvoldoende hebben onderbouwd dat dit niet zichtbaar was.
Uitzondering hierop vormen de posten 33 (afkitten trap) en 37 (herstellen verfwerk trap/hal 2e etage). Deze komen, gezien hetgeen de rechtbank met betrekking tot de posten 14 en 15 heeft overwogen, wel voor vergoeding in aanmerking, zijnde € 449,03 (waaronder begrepen een vergoeding voor het kitwerk).
41
Herstellen verfvlekken vloer 1e etage
Gezien de melding die [opdrachtgevers] hiervan hebben gedaan op 13 januari 2021 (zie productie 68 bij dagvaarding), welke melding gezien de door [aannemer] dienaangaande gehanteerde algemene voorwaarden c.q. artikel 9.3 als tijdig moet worden aangemerkt, komt deze post voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal die conform de bevindingen van de deskundige begroten op een bedrag van € 500,00.
42
Afwerking kitrand
Verwezen wordt naar de overwegingen ten aanzien van de posten 14 en 15. Voor deze post acht de rechtbank een vergoeding van € 195,31 toewijsbaar.
4.9.7.
Badkamer
43
Herstellen verfwerk
44
Herstellen stucwerk en plaatsing knoppen bad
45
Herstellen verfvlekken douchewand/bad
46
Herstellen tegelwerk Easydrain
Voor al deze posten geldt dat deze bij of ten tijde van de oplevering zichtbaar waren of moeten zijn geweest. Nu deze niet zijn gemeld bij [aannemer] , uiterlijk 22 januari 2021, moeten deze als door [opdrachtgevers] aanvaard worden beschouwd.
Uitzondering hierop vormen de posten 43 (herstellen verfwerk) en 45 (herstellen verfvlekken en douchewand/bad). De rechtbank verwijst dienaangaande andermaal naar hetgeen zij met betrekking tot post 14 heeft overwogen. Een
ex aequo et bonoen op grond van artikel 6:97 BW Pro te begroten bedrag van € 430,00 acht de rechtbank voor toewijzing vatbaar.
4.9.8.
Inloopkast
47
Herstellen verfvlekken vloer
De rechtbank verwijst dienaangaande naar haar overweging bij post 41. De aldaar toegekende vergoeding ziet ook op deze post.
48
Herstellen scheuren stucwerk
Verwezen wordt naar hetgeen de rechtbank met betrekking tot posten 13 en 23 heeft overwogen. Er zal mitsdien geen vergoeding hiervoor worden toegekend.
49
Herstellen verfwerk
De rechtbank verwijst andermaal naar hetgeen zij ten aanzien van post 14 heeft overwogen. Een bedrag van € 1.141,00 zal daarom als vergoeding worden toegewezen.
4.9.9.
Ouderslaapkamer
50
Herstellen verfvlekken vloer 1e etage
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij ten aanzien van post 41 heeft overwogen. Een vergoeding van € 500,00 is hiervoor reeds toegekend.
51
Herstellen scheuren stucwerk
Verwezen wordt naar hetgeen de rechtbank met betrekking tot posten 13 en 23 heeft overwogen. Er zal mitsdien geen vergoeding hiervoor worden toegekend.
52
Herstellen verfwerk
Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen ten aanzien van post 14 zal
ex aequo et bonoop grond van artikel 6:97 BW Pro een vergoeding van € 300,00 worden toegewezen.
53
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
54
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
Zie de overwegingen van de rechtbank onder de posten 28 en 29.
55
Afwerking kitranden
56
Afwerking vensterbank
Gezien het overwogene met betrekking tot de posten 14 en 15 acht de rechtbank dienaangaande een vergoeding van [€ 22,97 + € 39,26 =] € 62,23 voor toewijzing vatbaar.
4.9.10.
Slaapkamer 2
57
Herstellen verfvlekken vloer 1e etage
Voor deze post is al een vergoeding toegekend (zie post 41).
58
Herstellen scheuren/bobbel muur
Deze post wordt als door [opdrachtgevers] aanvaard beschouwd.
59
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
60
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen zij ten aanzien van de posten 28 en 29 alsmede 53 en 54 heeft overwogen, en gaat hieraan voorbij.
61
Afwerking kitranden
62
Verfwerk
63
Afwerking vensterbank
64
Herstellen/vernieuwen raamkozijn
Voor deze vier posten wordt
ex aequo et bonoeen vergoeding toegekend van € 260,00, met dien verstande dat voor post 64 reeds deels een vergoeding is toegekend (post 4, compriband) en voor het overige als niet tijdig gemeld en mitsdien als aanvaard dient te worden beschouwd.
4.9.11.
Hobbykamer/slaapkamer 3
65
Herstellen verfvlekken vloer 1e etage
Deze post valt onder de reeds onder posten 41 toegekende vergoeding van € 500,00.
66
Plaatsen solartubes
Op dit punt heeft [aannemer] gemotiveerd verweer gevoerd, te weten dat het plaatsen van solartubes niet tot de door [aannemer] geoffreerde werkzaamheden behoort. Dit wordt bevestigd door de deskundige. Dat de solartubes wel zijn ingetekend op de tekeningen van de architect, maakt dat niet anders, nu [opdrachtgevers] niet of onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat die tekeningen tot de offerte behoorden. De rechtbank gaat daarom ook aan dit punt voorbij.
67
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
68
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
De rechtbank verwijst dienaangaande andermaal naar hetgeen zij heeft overwogen met betrekking tot de posten 28 en 29, 53 en 54 respectievelijk 59 en 60.
69
Afwerking kitranden
70
Afwerking verfwerk
Hiervoor acht de rechtbank onder verwijzing naar hetgeen zij ten aanzien van de posten 14 en 15 heeft overwogen een vergoeding toewijsbaar van [€ 126,76 + € 664,43 =] € 791,19,
4.9.12.
Slaapkamer 4
71
Afwerking kitranden
72
Afwerking verfwerk
73
Herstellen verfvlekken vloer 1e etage
Voor deze posten wordt een vergoeding toegekend van € 140,98, met dien verstande dat het verfwerk valt onder de reeds onder post 41 toegekende vergoeding van € 500,00.
74
Herstellen scheuren
Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor reeds is overwogen ten aanzien van scheurvorming in andere ruimtes van de woning, is de rechtbank, voor zover de scheuren na de oplevering zijn opgetreden, van oordeel dat scheurvorming inherent is aan de werking van het stucwerk die optreedt in geval van nieuwbouw (aanbouw op bestaande bouw) en niet te voorkomen valt. Dit is een feit van algemene bekendheid en een gevolg dat geaccepteerd moet worden, zodat het niet als gebrek beschouwd kan worden.
75
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
76
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
77
Plaatsen CAT6 internetkabels in juiste hoeveelheid binnenkamers zoals afgesproken
78
Herstellen antennekabels meterkast en juiste montage slaapkamers
79
Verwijderen oud elektrawerk
Deze posten zijn reeds beoordeeld, zodat kortheidshalve wordt verwezen naar de hierop betrekking hebbende overwegingen.
Rekenopstelling
4.10.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat de vordering tot vergoeding van schade kan worden toegewezen voor een bedrag van
€ 14.050,00 volgens de volgende rekenopstelling:
Post
Vergoeding in EUR
4
609,00
14, 15
406,16
16
6.894,58
18
1.191,36
(wordt in mindering gebracht op laatste termijn [aannemer] )*
24
857,05
29
726,00
30, 31
287,47
33, 37
449,03
41, 47
500,00
42
195,31
43, 45
430,00
49
1.141,00
52
300,00
56
62,23
64
260,00
69, 70
791,19
71, 72, 73
140,98
Subtotaal
15.241,36
In mindering*
1.191,36 (post 18)
Totaal
14.050,00
De rechtbank ziet aanleiding de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag toe te wijzen vanaf de dag van de dagvaarding (30 oktober 2023). [2]
Verrekening
4.11.
[aannemer] beroept zich op verrekening van het bedrag waartoe hij wordt veroordeeld met de vorderingen die hij op [opdrachtgevers] stelt te hebben uit hoofde van de initiële offerte en later aanvullend aangenomen werk. Nu ook [opdrachtgevers] een beroep op verrekening doen in het geval zij in reconventie worden veroordeeld tot betaling van enig bedrag, kan deze vordering van partijen worden toegewezen op de hierna in het dictum geformuleerde wijze.
4.12.
Tussen partijen staat vast dat [opdrachtgevers] tot op heden niet de volledige aanneemsom hebben voldaan. [opdrachtgevers] zijn nog de laatste termijn ten bedrage van
€ 4.150,45 verschuldigd. Hierop strekt het hiervoor genoemde bedrag van € 1.191,36 (post 18) in mindering, zodat voor deze laatste termijn resteert een nog door [opdrachtgevers] te betalen bedrag van € 2.959,09. Nu dit bedrag minder is dan het bedrag van € 14.050,00 dat [aannemer] dient te vergoeden en [opdrachtgevers] zich beroepen op verrekening met eventuele bedragen waartoe zij worden veroordeeld in reconventie, zal worden overgegaan tot beoordeling van de voorwaardelijke vorderingen in reconventie.
4.13.
De overige vorderingen van [opdrachtgevers] zal de rechtbank hierna aan het slot van dit vonnis bespreken en beoordelen.
In (voorwaardelijke) reconventie
Meerwerk
4.14.
[aannemer] stelt in opdracht van [opdrachtgevers] meerwerk en aanvullend werk te hebben verricht voor een totaalbedrag van € 17.058,58. Hoewel in de factuur is vermeld dat het om meerwerk gaat, stelt [aannemer] nu dat deze posten, op één klein onderdeel na, kwalificeren als nieuw overeengekomen werkzaamheden die niet terugkomen in de initiële offerte. Ingevolge artikel 7:752 BW Pro moet een redelijke prijs worden betaald voor deze werkzaamheden. Daar waar wel sprake is van meerwerk, hadden [opdrachtgevers] moeten begrijpen dat hiervoor een prijsverhoging in rekening wordt gebracht. Zowel ten aanzien van de nieuwe werkzaamheden als het meerwerk is tussen partijen steeds besproken wat de kosten daarvan bedragen. Deze besprekingen hebben plaatsgevonden op de bouw en zijn grotendeels niet schriftelijk vastgelegd, zo stelt [aannemer] .
4.15.
[opdrachtgevers] hebben zich op het standpunt gesteld dat zij niet anders weten dan dat [aannemer] met meerwerk doelde op aanvullende opdrachten. Meerwerk in de zin van “extra” voorzieningen in en kosten aan het al opgedragen werk in de zin van artikel 7:755 BW Pro heeft [aannemer] niet met hen besproken en is niet opgedragen. Volgens [opdrachtgevers] kwalificeert alleen de post omtrent het toilet als aanvullende opdracht.
4.16.
Partijen hebben – zakelijk weergegeven – de volgende standpunten ingenomen bij de verschillende posten van de factuur:
Toilet begane grond ad € 6.034,95 inclusief BTW
[aannemer] stelt dat de opdracht voor het toilet op de begane grond schriftelijk is gegeven via een whatsappbericht van [opdrachtgevers] van 11 november 2020 (productie 19). Onder verwijzing naar de specificatie van voormeld bedrag stelt hij dat dit een redelijke prijs is.
[opdrachtgevers] betwisten niet dat deze opdracht is gegeven. Hiervoor is geen prijs overeengekomen, zodat op grond van artikel 7:752 BW Pro een redelijke prijs dient te worden bepaald. Van de specificatie die in de factuur van [aannemer] is opgenomen met betrekking tot de werkzaamheden en aankopen ten behoeve van het toilet is door [opdrachtgevers] echter voor een groot deel van de posten betwist dat [aannemer] deze heeft uitgevoerd dan wel bekostigd. [opdrachtgevers] schatten de kosten op € 600,00.
De rechtbank zal, gezien de stellingen die over en weer zijn geponeerd, de redelijke prijs
ex aequo et bonostellen op € 3.000,00 inclusief BTW.
Deuren slaapkamers verdieping € 756,25 inclusief BTW
[aannemer] stelt dat de geoffreerde deuren zonder belijning waren en voor € 150,00 per stuk zijn opgenomen. Er is, aldus [aannemer] , aanvullend opdracht verstrekt voor de belijning van de geleverde deuren. Op het moment dat om de belijning werd gevraagd, waren de deuren al besteld. Infrezen was de meest eenvoudige en goedkoopste oplossing. [opdrachtgevers] had moeten begrijpen dat dit geld kost.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat [aannemer] met [opdrachtgevers] heeft besproken dat de deuren al waren besteld toen om belijning werd gevraagd. Gelet hierop gaat de rechtbank voorbij aan de door [aannemer] gestelde meerprijs van € 625,00 exclusief BTW (€ 756,25 inclusief BTW) en wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen.
Isoleren plafond keuken/woonkamer € 2.117,50 inclusief BTW
[aannemer] stelt dat [opdrachtgevers] [aannemer] initieel geen opdracht hadden gegeven tot het isoleren van het plafond in de keuken en de woonkamer. Dat blijkt ook niet uit de offerte. Dat is nadien op uitdrukkelijk verzoek van [opdrachtgevers] alsnog gebeurd en dient derhalve te worden gekwalificeerd als nieuw overeengekomen werk.
[opdrachtgevers] stellen dat dit tot de opdracht behoorde, maar verwijzen daartoe naar hetgeen over de isolatie van het dak is opgenomen. [aannemer] stelt dat het daar hier niet om gaat, maar betrekking heeft op de isolatie van de verdiepingsvloer, met name ter geluiddemping. Met [opdrachtgevers] is besproken dat hiervoor kosten in rekening worden gebracht.
Nu [opdrachtgevers] onvoldoende hebben betwist dat de door [aannemer] gestelde prijs redelijk is, acht de rechtbank deze post voor toewijzing vatbaar.
Plaatsen Au Four keuken € 4.235,00 inclusief BTW
[aannemer] stelt dat de opdracht schriftelijk is verstrekt via whatsappbericht van 4 november 2020 (productie 20) met de volgende inhoud:

[aannemer] : Heb net met [naam 5] overlegd. Hij gaat t in de showroom voorleggen
met het montage team en/of wij de keuken eventueel kunnen plaatsen.”
“ [opdrachtgevers] : Ok. Zolang dat niet ten koste gaat van eventuele garantie is het
wat mij betreft prima.”
[opdrachtgevers] betwisten niet dat zij hebben ingestemd met het plaatsen van de keuken door [aannemer] , maar stellen dat de werkzaamheden door toedoen van [aannemer] zijn uitgelopen en [aannemer] daarom heeft aangeboden de keuken zelf gratis te plaatsen. [opdrachtgevers] verwijzen naar de inhoud van een telefoongesprek – productie 61 maakt hier melding van – waar dit volgens [opdrachtgevers] uit blijkt. Ook als dat niet is afgesproken komen de kosten volgens [opdrachtgevers] voor rekening van [aannemer] , omdat er geen schriftelijke meerwerkopdracht is en zij dit niet anders hoefden te begrijpen; het ging erom dat hiermee de eigen wanprestatie van [aannemer] werd opgelost. De kosten die [aannemer] in rekening brengt achten [opdrachtgevers] niet redelijk. Als productie 56 hebben zij de geaccordeerde offerte van Au Four overgelegd, waaruit blijkt dat Au Four € 1.807,00 in rekening zou hebben gebracht. Met meer dan dat bedrag zouden zij niet hebben ingestemd.
Volgens [aannemer] is de stelling dat hij de keuken gratis zou plaatsen omdat de werkzaamheden waren uitgelopen, volstrekt onjuist en nergens op gebaseerd. Over gratis plaatsen is niet gesproken en dit is ook niet redelijk, daar [opdrachtgevers] de kosten van Au Four heeft uitgespaard. De vertraging in de werkzaamheden waren ook niet te wijten aan [aannemer] en komen niet voor zijn rekening. Gelet op de omvang van de werkzaamheden en het aantal manuren is de berekende meerwerkprijs voor het plaatsen van de keuken niet disproportioneel. Hij heeft meer werkzaamheden verricht dan Au Four zou uitvoeren. Op verzoek van [opdrachtgevers] heeft hij onder meer ook nog een complete ombouw om de keukenwand gemaakt.
Naar het oordeel van de rechtbank geeft productie 61 geen enkele blijk van het standpunt van [opdrachtgevers] dat [aannemer] de keuken gratis zou plaatsen (om, aldus [opdrachtgevers] , zijn eigen wanprestatie goed te maken). Ook anderszins is er geen enkel aanknopingspunt voor dit standpunt in het dossier voorhanden. In het licht hiervan zijn zij derhalve hiervoor een redelijke vergoeding verschuldigd. Hoewel [opdrachtgevers] hebben bestreden dat sprake is van een redelijke prijs valt naar het oordeel van de rechtbank niet goed in te zien of en in hoeverre die prijs niet redelijk zou zijn, hierbij in acht nemend dat het een feit van algemene bekendheid is dat het plaatsen van keukens veel manuren vergt. Gelet hierop acht de rechtbank het door [aannemer] gevorderde bedrag van € 4.235,00 inclusief BTW voor toewijzing vatbaar.
Leveren 2x Geberit ophangtoilet € 433,18 inclusief BTW
Nu dit onderdeel niet wordt betwist door [opdrachtgevers] , acht de rechtbank deze post ad
€ 358,00 exclusief BTW (€ 433,18 inclusief BTW) voor toewijzing vatbaar.
Vervangen binnenmuur met betonblokken i.p.v. Ytongblokken € 961,95 inclusief BTW
[aannemer] stelt in deze het volgende. Deze muur zou blijven staan en worden doorgetrokken. Na start van de verbouwing bleek dat de binnenmuur was opgebouwd uit Ytongblokken. Die blokken waren echter niet geschikt voor de wensen van [opdrachtgevers] [aannemer] heeft hiervoor gewaarschuwd. Daarom moest deze binnenmuur eruit worden gesloopt en weer worden opgemetseld met betonblokken. Om kosten te besparen hebben [opdrachtgevers] er voor gekozen de muur zelf te slopen. [aannemer] verwijst ter onderbouwing naar de whatsapp-correspondentie van 8 oktober 2020 waarin hij [opdrachtgevers] verzocht om de muur alvast te slopen. Logischerwijs moest deze muur ook weer worden opgemetseld door [aannemer] , zodat daarvoor meerwerk in rekening is gebracht. Dat konden [opdrachtgevers] niet zelf doen. Met [opdrachtgevers] is besproken dat hiervoor aanvullende kosten in rekening worden gebracht. Los daarvan hadden [opdrachtgevers] ook moeten begrijpen dat voor dergelijke werkzaamheden aanvullende kosten in rekening worden gebracht.
[opdrachtgevers] betwisten dat de originele muur niet geschikt was. Uit de architectentekening volgt dat de keukenmuren zouden wijzigen. De offerte vermeldt als post ook “binnenspouwbladen.” Het is daarom ten onrechte dat meerwerk in rekening wordt gebracht. [aannemer] heeft op enig moment aangegeven dat hij zich vergist had in verband met de muur en heeft [opdrachtgevers] gevraagd te helpen met slopen. Over een meerprijs is niet gesproken.
De rechtbank acht in het licht van het hiertegen door [opdrachtgevers] gevoerde verweer aannemelijk dat [aannemer] ervoor heeft gewaarschuwd dat de betreffende blokken niet geschikt waren voor de wensen van [opdrachtgevers] en dat vervolgens, in overleg, een andere/nieuwe muur moest worden opgetrokken, welk werk [aannemer] op zich heeft genomen. Gelet hierop kwalificeert dit als meerwerk en is de betreffende post voor toewijzing vatbaar.
Plaatsen dakdoorvoer t.b.v. afzuiging badkamer € 393,25 inclusief BTW
[aannemer] stelt het volgende. Deze werkzaamheden zijn niet opgenomen in de offerte; [aannemer] zou alleen tegel- en kitwerk doen in de badkamer. Normaliter zou het aanbrengen van ventilatie tot de werkzaamheden van de loodgieter van [opdrachtgevers] behoren. [opdrachtgevers] hebben [aannemer] later alsnog gevraagd om de dakdoorvoer aan te brengen. Dit is aanvullend door [aannemer] uitgevoerd en derhalve tussen partijen overeengekomen. De stelling van [opdrachtgevers] dat dit nodig was omdat [aannemer] de bestaande mechanische afzuiging/ventilatie had afgebroken en niet heeft hersteld is onjuist en wordt betwist door [aannemer] .
[opdrachtgevers] stellen dat dit tot de opdracht hoorde, omdat door [aannemer] een badkamer is gerealiseerd in een ruimte waar oorspronkelijk een slaapkamer was. In de oude badkamer had [aannemer] de bestaande mechanische afzuiging/ventilatie afgebroken. Het maken van de doorvoer door het dak is aannemerswerk, zo nodig in overleg met de loodgieter.
Nu uit de offerte niet blijkt dat dit tot de opdracht behoorde, dient dit onderdeel als meerwerk te worden beschouwd, temeer nu onvoldoende is betwist dat [opdrachtgevers] [aannemer] later alsnog hebben gevraagd de dakdoorvoer aan te brengen, zodat dit als overeengekomen meerwerk moet worden aangemerkt. Ook deze post is derhalve voor toewijzing vatbaar.
4.17.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [aannemer] tot een bedrag van
€ 11.140,88 kunnen worden toegewezen. De rechtbank ziet aanleiding om de gevorderde wettelijke rente over deze bedragen toe te wijzen vanaf de datum van eis in reconventie, zijnde 24 januari 2024.
In conventie en in (voorwaardelijke) reconventie
Voor het overige
4.18.
In conventie hebben [opdrachtgevers] nog vergoeding gevorderd van (onder meer) door hen gemaakte kosten [onderzoek] , de kosten van de gerechtelijk deskundige (voorschot) en de buitengerechtelijke incassokosten. Eerstgenoemde kosten komen in beginsel voor toewijzing in aanmerking, nu deze redelijkerwijze moesten worden gemaakt ter vaststelling van de aansprakelijkheid van [aannemer] , met dien verstande dat de rechtbank van dit bedrag éénvierde zal toewijzen, gezien (grofweg) het aandeel van de hoofdvordering van [opdrachtgevers] dat is toegewezen. Dit komt neer op een bedrag van € 53,75. Dit geldt ook voor de buitengerechtelijke incassokosten, waarvan € 352,34 zal worden toegewezen. Wat betreft het tweede onderdeel, het door [opdrachtgevers] (via de rechtbank uit hoofde van het verzoek tot benoeming van een deskundigenonderzoek) betaalde voorschot aan de gerechtelijk deskundige, acht de rechtbank de helft hiervan voor toewijzing vatbaar. Hoewel [opdrachtgevers] stellen € 7.457.00 te hebben voldaan, bedroeg het uiteindelijk betaalde voorschot (inclusief de aanvullingen) € 7.157,15. De helft hiervan is € 3.578,58, welk bedrag zal worden toegewezen. Voornoemde bedragen van € 53,75 en € 352,34 zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding (30 oktober 2023).
4.19.
Niet gebleken is van de aannemelijkheid van de mogelijkheid dat [opdrachtgevers] , naast hetgeen hiervoor aan schade besproken en beoordeeld is, nog andere schade heeft geleden, zodat de gevorderde schadestaatprocedure zal worden afgewezen.
4.20.
De gevorderde kosten aan griffiegeld voorlopig deskundigenbericht en de advocaatkosten voorlopig deskundigenbericht zijn begrepen onder de compensatie van proceskosten, waartoe hierna zal worden beslist.
4.21.
Uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt dan het volgende overzicht:
Vorderingen [opdrachtgevers]
Vorderingen [aannemer]
€ 14.050,00
Hoofdvordering
€ 2.959,36
Laatste termijn/factuur waarop
€ 1.191,36 in mindering is gebracht
€ 53,75
Kosten [onderzoek]
€ 11.140,88
Hoofdvordering
€ 352,34
Buitengerechtelijke incassokosten
€ 14.456,08
Subtotaal (1)
€ 14.100,24
Subtotaal
€ 2.386,73
Wettelijke rente vanaf 30 oktober 2023 t/m datum vonnis 3 juni 2026
€ 2.008,97
Wettelijke rente vanaf 24 januari 2024 t/m datum vonnis 3 juni 2026
€ 16.842,81
Subtotaal (2)
€ 3.578,58
Voorlopig deskundigenbericht
€ 20.421,39
Totaal
€ 16.109,21
Totaal
Gelet hierop dient [aannemer] aan [opdrachtgevers] te betalen een bedrag van [€ 20.421,39 minus € 16.109,21 =] € 4.312,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 14.456,08 na datum van het onderhavige vonnis.
Proceskosten
4.22.
De rechtbank ziet aanleiding om partijen ieder in de eigen kosten te veroordelen, nu zij in conventie en in reconventie ieder deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld. Daaronder begrepen zijn tevens de door [opdrachtgevers] gevorderde kosten aan griffiegeld voorlopig deskundigenbericht en de kosten advocaat voorlopig deskundigenbericht.

5.De beslissing

De rechtbank
In conventie en in reconventie
5.1.
veroordeelt [aannemer] om aan [opdrachtgevers] te betalen een bedrag van € 4.312,18, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 14.456,08 met ingang van 4 juni 2026 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Provaas en in het openbaar uitgesproken op
3 juni 2026.

Voetnoten

1.Tussen 12 en 17 januari 2021 zijn [opdrachtgevers] weer in hun, voor de verbouwing leeg gemaakte, woning getrokken.
2.Voor zover het verzuim al niet eerder was ingetreden, is dit met het uitbrengen van de dagvaarding gesauveerd.