Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in de hoofdzaak
4.Het geschil in het incident
5.De beoordeling in het incident
6.De beslissing
10 juni 2026voor beraad rolrechter over het vervolg van de procedure,
Rechtbank Limburg
In deze civiele bodemzaak vordert eiser een verklaring voor recht en nakoming van een mondeling overeengekomen voorkeursrecht bij verkoop van agrarische percelen. Tevens vordert hij in een incident een provisioneel verbod op levering en inzage in verkoopdocumenten.
De rechtbank overweegt dat het bestaan van een afdwingbare overeenkomst niet voldoende vaststaat en dat nader onderzoek in de hoofdzaak nodig is. De gevorderde voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat eiser onvoldoende spoedeisend belang en bewijs voor het bestaan van de gevraagde stukken heeft gesteld. De inzagevordering wordt gezien als een 'fishing expedition' zonder concrete aanwijzingen dat de stukken bestaan.
De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten van het incident en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere procedure. Het vonnis is gewezen door rechter Kluin en op 3 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de provisionele vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.